Rolnummer: 22-002184-09 Parketnummers: 09-757576-08, 09-655073-09 en 09-925673-07 Datum uitspraak: 22 oktober 2010 TEGENSPRAAK Gerechtshof te 's-Gravenhage meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 30 maart 2009 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1980, adres: [adres], thans gedetineerd in PI Rijnmond - R'dam Noordsingel PIA te Rotterdam. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 5 februari 2010, 18 en 21 mei 2010, 18 juni 2010, 14 september 2010 en 8 oktober 2010. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - het navolgende ten laste gelegd. Het hof heeft de feiten van een doorlopende nummering voorzien en zal die nummering in dit arrest aanhouden. 1. (parketnummer 09-757567-08) hij op of omstreeks 15 april 2008 te 's-Gravenhage, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
(97)Ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 10 maart 2009 heeft de verdachte terzake verklaard dat hij veel haast had en snel langs de auto wilde die midden op weg stond. Derhalve toeterde hij. Het duurde allemaal te lang en de verdachte werd boos.98 Aangever [aangever 8] heeft verklaard dat hij op 1 juni 2007, werkzaam als buitengewoon opsporingsambtenaar voor Gemeente Den Haag, samen met collega [getuige 9] vuilniszakken aan het opruimen was in de [straat D] te Den Haag. Hij had daartoe zijn voertuig half op het weggedeelte geparkeerd. De bestuurder van een grijze Corvette begon te claxonneren. Op een gegeven ogenblik is [aangever 8] naar de bestuurder gelopen en heeft hem gezegd dat hij een proces-verbaal kreeg voor het onnodig claxonneren. Hierop zei de bestuurder: "O, krijg ik een proces-verbaal!? Als ik een proces-verbaal krijg dan gaan we er om vechten." Hij stapte uit zijn voertuig en zei "Ik ben kickboxer! Ik sla je de hele straat door. Al moet ik er 8 jaar voor gaan zitten. Dat kan me niks schelen!" Terwijl de bestuurder dit tegen [aangever 8] zei kwam hij met zijn gezicht helemaal naar hem toe. Hij raakte met zijn neus bijna de neus van [aangever 8]. [verbalisant 1] voelde zich door het gedrag en de taal van de bestuurder ernstig bedreigd.99 Getuige [getuige 9] heeft verklaard dat hij op 1 juni 2007 met [aangever 8] werkzaam was in de [straat D] te Den Haag. Het voertuig waar zij mee waren was half op het weggedeelte geparkeerd. De bestuurder van een grijze sportwagen claxonneerde enkele malen en [aangever 8] liep er op af en zegde de bestuurder een bon aan voor onnodig claxonneren. Hierop stapte de bestuurder meteen uit en uitte dreigende taal ten opzichte van [aangever 8]. [getuige 9] kon uit hetgeen de bestuurder uitte niets anders opmaken dan dat de bestuurder iets wilde gaan doen en daarvoor bereid was de gevangenis in te gaan als [aangever 8] de bon zou uitschrijven.100 De bestuurder was ook nog bedreigend door heel dicht bij het gezicht van [aangever 8] te gaan staan, hetgeen agressief overkwam.101 Met betrekking tot de feiten 10 en 11 Op 30 juli 2007 is een doorzoeking verricht in de woning van de verdachte, gelegen aan [straat D] te Den Haag. In de woonkamer van vermelde woning is een stroomstootwapen, merk WXMC aangetroffen. Dit wapen was voorzien van een batterij en het was voor direct gebruik aan te wenden. Een dergelijk wapen is aan te merken als een wapen in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie II onder 5, van de Wet Wapens en Munitie.102 Voorts is bij diezelfde doorzoeking in de woonkamer een geheel dan wel gedeeltelijk gevuld busje CS-gas van het merk "Body Guard" aangetroffen. Op het busje staat vermeld - in de Duitse taal - dat de inhoud betreft: Chlorbenzyliden-malonsauredinitril. Blijkens deze tekst bevat de inhoud van het busje een stof welke weerloosmakend en/of traanverwekkend is. Het voorwerp is een wapen in de zin van artikel 2, lid 1 Categorie II, onder 6, van de Wet Wapens en Munitie.103 Bij de politie verklaart de verdachte op 31 juli 2007 woonachtig te zijn op het adres [straat D] te Den Haag.104 De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 18 mei 2010 verklaard dat hij wist dat het busje traangas in de woning was en dat het van zijn vriendin was.105 [vriendin verdachte] heeft op 1 augustus 2007 verklaard woonachtig te zijn op het adres [straat D] te Den Haag. Zij verklaart dat het stroomstootwapen niet van haar is, maar aan verdachte toebehoort. Volgens haar lag het stroomstootwapen sinds een week in de woning. Het aangetroffen busje traangas is wel haar eigendom en is sinds ongeveer een jaar in haar bezit.106 De bewijsmiddelen zijn - ook in hun onderdelen - slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud in het bijzonder betrekking hebben. Voor zover geschriften zijn gebruikt, zijn deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit betrekking hebben. Verweren Standpunt van de verdediging De raadsman heeft ter terechtzitting - een en ander zoals verwoord in zijn pleitnota - vrijspraak van de onder 1, 2, 3, 4, 5 en 8 ten laste gelegde feiten bepleit, om redenen zoals onderstaand kort weergegeven. Met betrekking tot feit 1 heeft de raadsman aangevoerd dat het in het dossier ontbreekt aan wettig en overtuigend bewijs voor de twee noodzakelijke componenten voor een veroordeling terzake, namelijk het dwingen tot afgifte van gelden en het oogmerk tot afpersing. Met betrekking tot de feiten 2 en 3 heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte op verzoek van [aangever 2] slechts een bemiddelende rol heeft gespeeld tussen [medeverdachte 2] en [aangever 2] en dat er van enige bedreiging in het geheel geen sprake is geweest. Om zelf buiten schot te blijven heeft [aangever 2] van de nood een deugd gemaakt en aangifte gedaan tegen de verdachte, bij welke plannen hij [medeverdachte 5] en [getuige 2] heeft betrokken. Uit het dossier kan niet worden afgeleid dat de verdachte [aangever 2] heeft gedwongen tot de afgifte van gelden, noch dat hij het noodzakelijke oogmerk daartoe heeft gehad. Met betrekking tot feit 4 (primair en subsidiair) is aangevoerd dat het bewijs voor een voltooide afpersing, namelijk dat [medeverdachte 1] daadwerkelijk 350 euro dan wel 900 euro aan de verdachte heeft overhandigd, ontbreekt. Met betrekking tot feit 5 is aangevoerd dat bij vrijspraak van de zogenaamde [aangever 2]-feiten de basis voor een veroordeling terzake vervalt. Voorts is er geen sprake van witwassen indien het hof er vanuit zou gaan dat de 18.000 euro verdachtes inkomsten van [bedrijf C] betreft. Daarnaast heeft de verdediging stukken overgelegd waaruit blijkt dat de Corvette is gefinancierd door onder andere leningen en schade-uitkeringen op naam van verdachtes vriendin [vriendin verdachte], zodat op zijn minst het vermoeden moet zijn ontstaan dat de verdachte gelijk heeft, hetgeen tot vrijspraak zou moeten leiden. Met betrekking tot feit 8 tweede cumulatief/alternatief, de ten laste gelegde oplichting van ABN AMRO, heeft de verdediging aangevoerd dat de verdachte onder de gegeven omstandigheden mocht vertrouwen op de heren [getuige 6] en [getuige 4]. Voorts draagt het voorwaardelijk opzet niet zo ver dat de kunstgrepen van die [getuige 6] en [getuige 4] daar ook onder vallen. Oordeel van het hof Feit 1 Het hof is van oordeel dat de aangifte van [aangever 1] voor wat betreft de aard en het doel van het bezoek van de verdachte voldoende wordt ondersteund door de inhoud van de overige bewijsmiddelen. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan naar 's hofs oordeel eenduidig worden afgeleid dat de verdachte samen met een ander het slachtoffer [aangever 1] heeft gepoogd te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, alsmede dat hij daartoe het oogmerk had, een en ander zoals bewezen is verklaard. Het hof verwerpt derhalve het verweer. Ten aanzien van feit 2 Gelet op de door het hof gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof de verklaring van de verdachte dat hij geen geld heeft ontvangen en dat er geen sprake is geweest van enige vorm van dwang of dreiging, geenszins aannemelijk. Het hof schuift die verklaring in zoverre dan ook als ongeloofwaardig terzijde en overweegt hiertoe als volgt. De verklaring van de verdachte staat op essentiële onderdelen haaks op de verklaring van aangever [aangever 2]. De verklaring van [aangever 2] wordt evenwel gestaafd door andere bewijsmiddelen. Zo ondersteunen de verklaringen van de getuige [getuige 2] en medeverdachte [medeverdachte 5] de aangifte voor wat betreft het eisen van geld door de verdachte, de bedreigingen en de overdracht ter plekke van 1.200 euro aan de verdachte. Voorts blijkt uit de bankgegevens van [aangever 2] en [medeverdachte 5] dat inderdaad de dagen na de ontmoeting eerst respectievelijk 1.200 en 9.000 euro van de rekening van [aangever 2] zijn gehaald en vervolgens 13.000 euro van de rekening van [medeverdachte 5] is gehaald. Tenslotte vindt de verklaring van [medeverdachte 5] dat hij genoemde bedragen op 9 en 11 april 2008 aan de verdachte heeft overhandigd steun in
- i)de historische gegevens van de telefoon van [medeverdachte 5], waaruit blijkt dat hij rond de tijdstippen van de geldoverdracht zich in Den Haag bevond en veelvuldig telefonisch contact heeft gehad met de telefoon van de verdachte, alsmede
- ii)in het bij de verdachte in de woning (in een enveloppe in de rechtermouw van een jas) aangetroffen contante geldbedrag van 18.000 euro. Gelet op het vorenstaande ziet het hof in de kanttekeningen die de verdediging bij de verklaring van [aangever 2] heeft gezet, geen aanleiding te twijfelen aan het waarheidsgehalte daarvan, voor zover het hof deze verklaring voor het bewijs heeft gebezigd. Alles overwegende, in onderling verband en samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich op de bewezenverklaarde wijze heeft schuldig gemaakt aan het onder 2 tenlastegelegde en verwerpt het verweer van de raadsman. Ten aanzien van feit 3 De verdachte heeft verklaard dat hij met [medeverdachte 2] naar de woning van [aangever 2] is gegaan omdat [aangever 2] [medeverdachte 2] veel geld schuldig was. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat de verdachte in de nachtelijke uren met een groot aantal mannen naar de woning van [aangever 2] gaat. Zo er al sprake zou zijn geweest van een bemiddelende rol van de verdachte op verzoek van [aangever 2] en/of [medeverdachte 2], een en ander zoals door de verdediging is bepleit, is het hof gelet op de gebezigde bewijsmiddelen van oordeel dat de verdachte in elk geval veel verder is gegaan dan een mogelijke afspraak tot bemiddeling zou rechtvaardigen. Voorts ziet het hof in de kanttekeningen die de verdediging bij de verklaring van [aangever 2] heeft gezet, geen aanleiding te twijfelen aan het waarheidsgehalte daarvan, voor zover het hof deze verklaring voor het bewijs heeft gebezigd. Naar 's hofs oordeel wordt de aangifte van [aangever 2] in voldoende mate ondersteund door de overige gebezigde bewijsmiddelen. Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien met de bewijsmiddelen, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 tenlastegelegde. Het hof verwerpt het verweer van de raadsman. Ten aanzien van feit 4 Met name gelet op de herkenning van de verdachte door de getuige [medeverdachte 1] ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 21 mei 2010 alsmede in een fotoconfrontatie, alsook de inhoud van de overige gebezigde bewijsmiddelen, acht het hof verdachtes ontkenning dat hij op 9 mei 2008 fysiek aanwezig was in de supermarkt van [medeverdachte 1], volstrekt ongeloofwaardig en schuift deze dan ook terzijde. Voorts acht het hof de tot het bewijs gebezigde verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] in zoverre betrouwbaar. De kanttekeningen die de raadsman heeft geplaatst bij de verklaringen van zowel [medeverdachte 1] als [medeverdachte 7] leiden er naar het oordeel van het hof niet toe dat aan de betrouwbaarheid van deze verklaringen moet worden getwijfeld, nu naar 's hofs oordeel deze verklaringen alsmede de overige bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, elkaar in belangrijke mate op essentiële punten ondersteunen. Alles overwegende acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 9 mei 2008 in vereniging [medeverdachte 1] heeft afgeperst voor een bedrag van 350 euro, een en ander zoals onder 4 primair bewezen is verklaard. Het hof verwerpt het verweer van de raadsman integraal. Ten aanzien van feit 5 Het hof heeft bewezen verklaard dat de verdachte in de periode van 8 april 2008 tot en met 11 april 2008, derhalve vóór de aankoop van de Corvette met het kenteken [kenteken A], meerdere geldbedragen van in totaal 23.200 euro heeft gekregen door middel van afpersing, een en ander zoals bewezen is verklaard onder feit 2. Gelet op het bovenstaande, alsmede
- i)de wijze waarop de koop van de betreffende zwarte Chevrolet Corvette door de verdachte heeft plaatsgevonden (contant betalen met grote coupures),
- ii)de hoogte van het aangetroffen contante geldbedrag en de wijze van bewaren, alsmede iii) verdachtes ontoereikende (legale) inkomen om een dergelijk uitgavenpatroon en het aangetroffen geldbedrag te rechtvaardigen, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat het betreffende geldbedrag en de in de tenlastelegging genoemde Chevrolet Corvette - onmiddellijk of middellijk - van misdrijf afkomstig zijn. Verdachtes verklaring terzake de herkomst van het geldbedrag acht het hof, gelet op het vorenstaande, onaannemelijk en het hof gaat hier dan ook aan voorbij. Ook indien de verdachte eveneens bij [bedrijf C] en/of andere bedrijven zou hebben gewerkt en zijn loon van dit werk contant uitbetaald zou hebben gekregen, zoals de verdachte heeft verklaard, was verdachtes inkomen nog steeds ontoereikend om het inbeslaggenomen geldbedrag en de aankoop van een dusdanig prijzige auto te kunnen verklaren. Voor zover voorts door de verdediging is gesteld dat het voertuig is bekostigd door middel van door verdachtes partner [vriendin verdachte] aangegane leningen en/of aan haar of aan de verdachte toegekomen schade-uitkeringen, overweegt het hof dat deze stelling niet aannemelijk is geworden. Ondanks dat door de verdediging stukken terzake zijn overgelegd, is naar 's hofs oordeel daarmee geen relatie aangetoond tussen vorenbedoelde leningen en/of schade-uitkeringen en de aankoop van de zwarte Chevrolet in april 2008, noch dat deze bedragen de verdachte daadwerkelijk zijn toegekomen. De inhoud van de overgelegde stukken (een en ander zoals als bijlage aan de pleitnota in hoger beroep gehecht) zijn naar het oordeel van het hof niet voldoende om tot het oordeel te komen dat er sprake is van redelijke twijfel dat de verdachte zich aan het tenlastegelegde heeft schuldig gemaakt. Alles overwegend is het hof van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van de Chevrolet en het aangetroffen geldbedrag, een en ander zoals bewezen is verklaard, en verwerpt het verweer. Ten aanzien van feit 8 tweede cumulatief/alternatief Vast staat dat ABN AMRO Hypotheken Groep B.V. door middel van de valse stukken is bewogen tot de afgifte van een hypothecaire lening ten bedrage van 200.000 euro. De verdachte heeft verklaard dat hij in eerste instantie geen hypotheek kon afsluiten in verband met zijn BKR-registraties, maar dat zijn makelaar dat wel voor hem zou laten verdwijnen. Hij wist bovendien dat hij eigenlijk 2.600 euro netto per maand moest verdienen voor zijn hypotheek, terwijl hij dat (legaal) niet verdiende. Gelet op de feiten en omstandigheden zoals deze uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen blijken, in het bijzonder met inachtneming van het vorenstaande, is het hof van oordeel dat de verdachte welbewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij aldus handelende tezamen en in vereniging met een ander de ABN AMRO heeft bewogen tot de afgifte van een hypothecaire lening. Het hof acht dan ook opzet in de zin van voorwaardelijk opzet bewezen. Of de verdachte de ingediende stukken al dan niet zelf nader heeft bekeken, acht het hof in casu - gelet op het vorenstaande - niet ter zake doende. Het hof verwerpt het verweer. Bewezenverklaring Het hof acht op grond van de feiten en omstandigheden die in de desbetreffende bewijsmiddelen zijn vervat, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 7 eerste cumulatief/alternatief, 8 tweede cumulatief/alternatief, 9, 10 en 11 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij op 15 april 2008 te 's-Gravenhage, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [aangever 1] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 15.000 euro, toebehorende aan die [aangever 1], met zijn mededader - zich naar de winkel van die [aangever 1] heeft begeven en - een briefje heeft getoond met daarop de tekst "[medeverdachte 1] 75.000 euro" en - aan die [aangever 1] heeft toegevoegd de woorden: "[medeverdachte 1] heeft een schuld van 75.000 euro' en "jij hebt samengewerkt met [medeverdachte 1] en dus ben jij medeschuldig" en "Bij [medeverdachte 1] valt niets te halen en dus moet jij voor de schuld opdraaien", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en - tegen [aangever 1] heeft gezegd: "jij bent mij nog 15.000 euro schuldig", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en - die [aangever 1] heeft bevolen dat hij moest gaan zitten en - die [aangever 1] met kracht in een stoel heeft geduwd en - aan die [aangever 1] heeft toegevoegd de woorden: "ik ben het nu zat, zo meteen trek ik mijn pistool en dan schiet ik en dan loop ik zonder om te kijken weg" en "ik geef hem nog 24 uur en dan moet hij betalen", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en - (daarbij) aan die [aangever 1] een deel van een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. 2. hij in de periode van 08 april 2008 tot en met 11 april 2008 te Leimuiden, gemeente Nieuw-Vennep en/of Aalsmeer en 's-Gravenhage, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld een persoon genaamd [aangever 2] heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen, te weten: 1200 euro (op 8 april 2008 en 5000 euro (op 9 april 2008) en 4000 euro (op 9 april 2008) en 13.000 euro (op 11 april 2008), toebehorende aan die [aangever 2] en/of [aangever 4], welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het: - aan die [aangever 2] toevoegen van de woorden: "ik heb nog twee auto's bij mij en we staan met elkaar in verbinding" en "ik ben door [medeverdachte 2] en/of die Koerd betaald om jou af te maken" en "ik heb een pistool bij mij" en "ik kan jou helpen met jouw probleem, maar dan moet jij mij wel 10.000 euro betalen" en "jij moet mij 13.000 euro betalen dan ben je overal vanaf" en "jij moet nu geld (laten) pinnen" en -(daarbij) die [aangever 3] toevoegen van de woorden: "als je de politie belt dan gooi ik het pistool in het water, binnen twee dagen ben ik weer vrij en dan maak ik je af", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en - met kracht duwen tegen het lichaam via die [aangever 2] en - die [aangever 2] toevoegen van de woorden: "jij moet mij morgen voor 10.00 uur de rest van het geld betalen" en "als je niet betaalt, dan maak ik je af" en "ik maak je af, ik weet waar je vriendin woont, ik weet waar je ouders wonen, ik weet waar jij woont, ik schiet je kapot, ik maak je af", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking. 3. hij op 10 mei 2008 te Kudelstaart, gemeente Aalsmeer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld een persoon genaamd [aangever 2] te dwingen tot de afgifte van 48.000 euro of 23.000 euro, toebehorende aan die [aangever 2], met zijn mededaders, - op 10 mei 2008 omstreeks 01.45 uur naar de woning van die [aangever 2] is gereden en - die woning is binnengelopen en in de tuin (behorende bij die woning) of voor die woning is gaan staan en - tegen die [aangever 2] (met stemverheffing) heeft gezegd: "Ik heb [medeverdachte 2] in de auto, hij ligt vastgebonden, maar ik heb problemen met zijn familie. Dus ik moet meer geld hebben. Ik kan het oplossen maar dan moet je betalen. Je moet betalen 48.000 euro", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en - tegen die [aangever 2] (met stemverheffing) heeft gezegd "ik schiet je kapot, ik maak je af" en "Ik weet je te vinden, ik maak je af, ik schiet je vriendin dood, ik maak ze af. Ik weet jullie allemaal te vinden" en "ik schiet je dood, als je de politie belt", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en - tegen het lichaam van die [aangever 2] heeft geduwd en - die [aangever 2] heeft gedwongen een briefje te schrijven met daarop de tekst: "Ik, [aangever 2] [aangever 2] [geboortedatum], verklaar hierbij 23.000 euro schuldig te zijn aan [verdachte] en binnen een week betaal (ik)", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. 4. primair hij op 9 mei 2008 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [medeverdachte 1] heeft gedwongen tot de afgifte van 350 euro, toebehorende aan die [medeverdachte 1], welke bedreiging met geweld bestond uit het - tegen die [medeverdachte 1] schreeuwen dat hij aan verdachte en/of zijn mededaders 1500 euro en/of 1000 euro moest betalen en - op die [medeverdachte 1] aflopen en (al schreeuwende) voor die [medeverdachte 1] gaan staan en - op een stoel plaatsnemen, welke stoel naast de toonbank stond, waardoor die [medeverdachte 1] niet vanachter de toonbank weg kon komen en - met kracht op een tafel in die winkel te slaan en - op een briefje een geldbedrag van 1000 euro schrijven en - telefonisch aan die [medeverdachte 1] in de Turkse taal meedelen dat die [medeverdachte 1] 1000 euro moet betalen en - aan die [medeverdachte 1] toevoegen van de woorden: "we kunnen je winkel in elkaar slaan" en 'als je niet betaalt, dan kom ik met een bus en haal ik al jouw spullen uit de winkel weg, ik kom iedere dag terug', althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en - trachten de voordeur van de winkel (supermarkt) van die [medeverdachte 1] (
- af)te sluiten, teneinde klanten/mensen buiten te houden. 5. hij in de periode van 1 april 2008 tot en met 15 mei 2008, te 's-Gravenhage, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een Chevrolet Corvette (kenteken [kenteken A]) en een geldbedrag (18.000 euro), heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp en geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf. 7. (eerste cumulatief/alternatief) hij op 18 februari 2008 te 's-Gravenhage opzettelijk een persoon (te weten [aangever 7]) een kopstoot heeft gegeven en meermalen in het gezicht heeft gestompt, waardoor voornoemde [aangever 7] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden. 8. (tweede cumulatief/alternatief) hij in de periode van 04 maart 2008 tot en met 29 april 2008 te 's-Gravenhage en/of Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, (een medewerk(st)er van) ABN AMRO Hypotheken Groep B.V. heeft bewogen tot de afgifte van een hypothecaire lening (ten bedrage van 200.000 euro), hebbende verdachte en zijn mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid een aanvraag voor een hypothecaire lening gedaan bij een medewerk(st)er van) voornoemde ANB AMRO en daartoe overlegd een werkgeversverklaring en salarisspecificatie op zijn, verdachtes, naam gesteld, terwijl die werkgeversverklaring en salarisspecificatie niet door de werkgever van verdachte was opgemaakt en ondertekend en waarbij een hoger salaris (te weten 2726,07 euro (bruto)) was opgenomen dan het werkelijk, door verdachte, verdiende salaris, waardoor (een mederwerk(st)er van) voornoemde ABN AMRO werd bewogen tot bovenomschreven afgifte. 9. hij op 01 juni 2007 te 's-Gravenhage [aangever 8] (buitengewoon opsporingsambtenaar) heeft bedreigd met zware mishandeling, immers: - heeft verdachte opzettelijk dreigend die [aangever 8] de woorden toegevoegd: "O krijg ik een proces-verbaal!? Als ik een proces-verbaal krijg, dan gaan we er om vechten" en "Ik ben kickbokser! Ik sla je de hele straat door. Al moet ik er 8 jaar voor gaan zitten. Dat kan me niet schelen" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en - is verdachte onderwijl opzettelijk dreigend pal of vlak voor die [aangever 8] gaan staan. 10. hij op 30 juli 2007 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander een wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad. 11. hij op 30 juli 2007 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander een busje traangas, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met een weerloosmakende en/of traanverwekkende stof van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Ten aanzien van het onder 1 en 3 bewezenverklaarde: Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd. Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde: Afpersing. Ten aanzien van het onder 4 primair bewezenverklaarde: Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. Ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde: Witwassen, meermalen gepleegd. Ten aanzien van het onder 7 eerste cumulatief/alternatief bewezenverklaarde: Mishandeling. Ten aanzien van het onder 8 tweede cumulatief/alternatief bewezenverklaarde: Medeplegen van oplichting. Ten aanzien van het onder 9 bewezenverklaarde: Bedreiging met zware mishandeling. Ten aanzien van het onder 10 en 11 bewezenverklaarde: Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 7 tweede cumulatief/alternatief en 8 eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 7 eerste cumulatief/alternatief, 8 tweede cumulatief/alternatief, 9, 10 en 11 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan tien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact. Namens de verdachte is bepleit dat aan de verdachte - indien het hof tot een bewezenverklaring mocht komen - een lagere straf zal worden opgelegd dan in eerste aanleg is opgelegd, dan wel een straf gelijk aan de eis van de advocaat-generaal. Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf voorts acht geslagen op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte is samen met medeverdachte [medeverdachte 4] naar de winkel van [aangever 1] gegaan en heeft die [aangever 1] bedreigd met geweld in een poging hem te dwingen om geld af te geven. [aangever 1] werd door de verdachte in een stoel gedrukt en werd met de dood bedreigd door de verdachte. Voorts heeft de verdachte een deel van een pistool aan [aangever 1] getoond. [aangever 1] kreeg 24 uur om te betalen en verdachte en [medeverdachte 4] zijn vervolgens weggegaan. Bij een andere gelegenheid is de verdachte samen met een aantal medeverdachten in de nachtelijke uren naar de woning van het slachtoffer [aangever 2] gegaan. Enkelen zijn buiten blijven staan, terwijl anderen (waaronder de verdachte) zich in de richting van de woning hebben begeven. In de woning heeft de verdachte gepoogd [aangever 2] te dwingen tot de afgifte van een (aanzienlijk) geldbedrag, zulks door hem onder meer met de dood te bedreigen en hem een duw te geven. In het bijzonder acht het hof het kwalijk dat het een groot aantal mannen betrof dat in de nachtelijke uren de woning dan wel de directe omgeving van het slachtoffer heeft betreden, bij uitstek een plaats waar men zich veilig zou moeten kunnen voelen. Aldus heeft de verdachte zich bij twee verschillende gelegenheden schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing. Daarnaast heeft de verdachte het slachtoffer [aangever 2] afgeperst voor in totaal een bedrag van circa 23.000 euro, waartoe hij die [aangever 2] (alsmede diens naasten) met de dood heeft bedreigd. Ook hierbij heeft de verdachte fysiek geweld niet geschuwd. De verdachte heeft, met tussenkomst van [medeverdachte 5], met [aangever 2] afgesproken om elkaar te ontmoeten. Tijdens deze ontmoeting heeft de verdachte [aangever 2] met de dood bedreigd. Voorts heeft hij ook fysiek geweld tegen [aangever 2] gebruikt om hem te dwingen tot afgifte van diverse geldbedragen. Onder bedreiging van de verdachte heeft [aangever 2] door twee andere personen 1.200 euro laten pinnen en dit afgegeven aan de verdachte. De volgende twee dagen heeft aangever in opdracht van de verdachte nog diverse bedragen gepind voor en/of overgemaakt, met tussenkomst van een ander, aan de verdachte. Voorts heeft de verdachte slachtoffer [medeverdachte 1] gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 350 euro. De verdachte is samen met een ander naar de supermarkt van aangever [medeverdachte 1] gegaan. Aldaar werd aan [medeverdachte 1] medegedeeld dat hij geld moest betalen. Er werd gedreigd door onder meer schreeuwend voor die [medeverdachte 1] te gaan staan en zodanig plaats te nemen in de supermarkt dat [medeverdachte 1] niet vanachter de toonbank weg kon komen. Ook werd er gezegd dat zijn winkel in elkaar kon worden geslagen. De verdachte en de daarbij aanwezige medeverdachte stonden telefonisch in contact met medeverdachte [medeverdachte 4]. De verdachte heeft zich aldus (bij de laatste gelegenheid samen met anderen) schuldig gemaakt aan twee voltooide afpersingen. Aldus handelende heeft de verdachte blijk gegeven van minachting voor de persoon en het eigendom van anderen, terwijl hij in het geheel voorbij is gegaan aan de psychische gevolgen die zijn (dreigende en beangstigende) handelwijze voor zijn slachtoffers kan hebben. De verdachte heeft zich hierdoor echter niet laten weerhouden, maar louter oog gehad op financieel gewin, hetgeen het hof hem zwaar aanrekent. Hierbij heeft het hof in het bijzonder acht geslagen op de actieve en leidende rol die de verdachte in de (pogingen tot) afpersingen heeft gehad. Het is telkens de verdachte geweest die daadwerkelijk de bedreigingen uit en het fysieke geweld aanwendt. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een auto en een geldbedrag, zulks door dit voorwerp en geldbedrag voorhanden te hebben terwijl hij wist dat deze van enig misdrijf afkomstig waren. Het witwassen van criminele gelden en voorwerpen levert een wezenlijke ondersteuning op van het plegen van (vermogens-)delicten en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. De verdachte heeft ook slachtoffer [aangever 4] mishandeld door hem een kopstoot te geven en meermalen in het gezicht te stompen. Aldus handelende heeft de verdachte de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden. Tevens heeft verdachte samen met een ander de ABN AMRO Hypotheken Groep B.V. opgelicht voor een bedrag van 200.000 euro, door bij de aanvraag van een hypothecaire lening een valse werkgeversverklaring en valse salarisspecificaties te overleggen. Aldus heeft de verdachte het vertrouwen dat men in het economische verkeer moet kunnen stellen in elkaar schade toegebracht en daarnaast het betreffende bedrijf overlast en financieel nadeel toegebracht. De verdachte en zijn mededader hebben zich uitsluitend laten leiden door financieel gewin ten koste van dit bedrijf. Daarnaast heeft de verdachte een buitengewoon opsporingsambtenaar bedreigd, zulks door dreigend voor hem te gaan staan en hem onder meer de woorden toe te voegen "Ik ben kickbokser! Ik sla je de hele straat door. Al moet ik er acht jaar voor gaan zitten". Het slachtoffer voelde zich door het gedrag en de taal van de verdachte ernstig bedreigd. Tenslotte heeft de verdachte tevens een elektrisch stroomstootwapen en een busje traangas voorhanden gehad, hetgeen strafbaar is. Het hof neemt het de verdachte tevens kwalijk dat hij, blijkens zijn houding ter terechtzittingen in hoger beroep, zijn rol in de onderhavige feiten ontkent of bagatelliseert en geen enkele verantwoordelijkheid voor het gebeurde neemt. Voorts heeft hij kennelijk nog steeds niet het inzicht verkregen dat zijn handelen als zeer laakbaar is aan te merken. Evenmin geeft hij blijk van enig inzicht in de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Anderzijds neemt het hof bij de strafoplegging in het voordeel van de verdachte in overweging dat hij, blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 23 september 2010, niet eerder tot straf is veroordeeld voor het plegen van (soortgelijke) strafbare feiten. Bovendien heeft het hof rekening gehouden met de onzorgvuldigheid van de verslaglegging door de politie waar in deze zaak sprake van is geweest (een en ander zie bovenstaand bij de bespreking van de bewijsuitsluiting van de tapgesprekken). Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op een Voorlichtingsrapport van de Stichting Reclassering Nederland, d.d. 19 januari 2009, waaruit onder meer blijkt dat de rapporteur begeleiding noodzakelijk acht en adviseert aan verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact. Met inachtneming van de beschouwingen en de conclusie van de deskundige in voornoemd rapport, alsmede gelet op de omstandigheid dat de verdachte weinig tot geen justitiële documentatie heeft, komt het hof tot het oordeel dat het zinvol is de verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, een en ander als navermeld. Het hof is - alles overwegende - met de advocaat-generaal van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van navermelde duur, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, een passende en geboden reactie vormt. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45, 47, 57, 285, 300, 312, 317, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - en doet opnieuw recht. Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 7 tweede cumulatief/alternatief en 8 eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 7 eerste cumulatief/alternatief, 8 tweede cumulatief/alternatief, 9, 10 en 11 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij. Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert. Verklaart de verdachte strafbaar ter zake van het bewezenverklaarde. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 (tweeenveertig) maanden. Bepaalt, dat een op 10 (tien) maanden bepaald gedeelte van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich in de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen die zullen worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit nodig oordeelt. Verstrekt aan deze instelling opdracht om aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarde. Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Dit arrest is gewezen door mr. M.L.C.C. de Bruijn-Lückers, mr. R.C.A. Duindam en mr. J.A.C. Bartels, in bijzijn van de griffier mr. Y.H.G. van der Hut. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 oktober 2010. 1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's betreft dit delen van processen-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en), als bijlagen opgenomen bij het dossier met het OPS dossiernummer 1531/2008/20670, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven. 2 Proces-verbaal ter terechtzittingen in hoger beroep inzake verdachte [verdachte] d.d. 18 en 21 mei en 18 juni 2010, verhoor verdachte [verdachte] d.d. 18 mei 2010. 3 Proces-verbaal ter terechtzittingen in eerste aanleg inzake verdachte [verdachte] d.d. 9, 10, 12, 13 en 16 maart 2009, verhoor verdachte [verdachte] d.d. 10 maart 2009, pag. 11, onderaan. 4 Proces-verbaal van aangifte [aangever 1] d.d. 16 april 2008, pag. 136-137 derde tekstblok, en pag. 138 tweede tekstblok bovenaan. 5 Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 1] d.d. 6 oktober 2008 van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, onder punt 4 en punt 20. 6 Proces-verbaal van aangifte (vervolgaangifte) [aangever 1] d.d. 16 april 2008, pag. 142, derde tekstblok; alsmede met betrekking tot het door [aangever 1] moeten betalen: Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 1] d.d. 6 oktober 2008 van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, onder punt 6. 7 Proces-verbaal van verhoor verdachte [aangever 2] d.d. 12 juni 2008, pag. 764 tweede tekstblok, bovenaan; alsmede het proces-verbaal van aangifte [aangever 1] d.d. 16 april 2008, pag. 138, tweede tekstblok, midden. 8 Proces-verbaal van aangifte (vervolgaangifte) [aangever 1] d.d. 16 april 2008, pag. 142, derde tekstblok; alsmede met betrekking tot het door [aangever 1] moeten betalen: Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 1] d.d. 6 oktober 2008 van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, onder punt 6. 9 Proces-verbaal van aangifte [aangever 1] d.d. 16 april 2008, pag. 138, tweede tekstblok onderaan; alsmede het proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 1] d.d. 6 oktober 2008 van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, onder punt 7. 10 Ibidem; alsmede het proces-verbaal van aangifte (vervolgaangifte) [aangever 1] d.d. 16 april 2008, pag. 142, derde tekstblok. 11 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 juni 2008, pag. 1637; proces-verbaal simultane fotobewijsconfrontatie d.d. 30 juni 2008, pag. 1638-1639; alsmede het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 juli 2008, pag. 1525. 12 Proces-verbaal van verhoor verdachte [aangever 2] d.d. 12 juni 2008, pag. 763 onderaan-764 tweede en derde vraag. 13 Proces-verbaal ter terechtzittingen in hoger beroep inzake verdachte [verdachte] d.d. 18 en 21 mei en 18 juni 2010, verhoor getuige [aangever 2] d.d. 21 mei 2010. 14 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] d.d. 23 mei 2008, pag. 519, derde tekstblok; alsmede het proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 4] d.d. 18 februari 2009 van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, onder punt 6 en 7. 15 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 16 april 2008, pag 150-151. 16 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 25 september 2008 van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, onder punt 5. 17 Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 4] d.d. 2 juli 2008, pag. 1267, onder de eerste en vierde vraag. 18 Proces-verbaal ter terechtzittingen in hoger beroep inzake verdachte [verdachte] d.d. 18 en 21 mei en 18 juni 2010, verhoor verdachte [verdachte] d.d. 18 mei 2010. 19 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] d.d. 11 mei 2008, pag. 180, vanaf net boven het midden tot eerste alinea van het laatste tekstblok. 20 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] d.d. 28 juli 2008, pag. 1536, derde en vierde tekstblok. 21 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] d.d. 11 mei 2008, pag. 180, laatste tekstblok; alsmede het proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 2] van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 15 december 2008, onder punt 53. 22 Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 2] van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 15 december 2008, onder punt 52. 23 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] d.d. 11 mei 2008, pag. 181, eerste t/m vierde tekstblok; alsmede het proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 2] van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 15 december 2008, onder punt 54. 24 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 22 mei 2008, pag. 535 onderaan en 536, eerste tekstblok. 25 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5] d.d. 4 juni 2008, pag. 711, eerste tekstblok. 26 Idem, pag. 711, vanaf ongeveer het midden van de pagina. 27 Dwang: Idem, pag. 709 bovenaan. 28 Idem, pag. 712, eerste twee tekstblokken. 29 Idem, pag. 712 vanaf het midden, en pag. 713, eerste tekstblok. 30 Idem, pag. 713. 31 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 20 juni 2008, pag. 791, laatste twee tekstblokken. 32 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 juli 2008, pag. 1280; alsmede geschrift, pag. 1284. 33 Idem; alsmede geschrift, pag. 1285. 34 Idem; alsmede geschriften, pag. 1282 en 1283. 35 Proces-verbaal ter terechtzittingen in hoger beroep inzake verdachte [verdachte] d.d. 18 en 21 mei en 18 juni 2010, verhoor verdachte [verdachte] d.d. 18 mei 2010. 36 Proces-verbaal van de terechtzittingen in eerste aanleg inzake verdachte [verdachte] d.d. 9, 10, 12, 13 en 16 maart 2009, pag. 8-9, de verklaring van de verdachte [verdachte] d.d. 9 maart 2009. 37 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 23 mei 2008, pag. 510, derde antwoord van onderen van de verdachte. 38 Idem, pag. 511, tweede tekstblok. 39 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2], pag. 182, zesde tekstblok. 40 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2], pag. 181, derde en laatste tekstblok van onderen, pag. 182, eerste en zesde tekstblok. 41 Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 2] van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 15 december 2008, onder punt 56. 42 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2], pag. 182, eerste en vijfde tekstblok. 43 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 22 mei 2008, pag. 536, laatste tekstblok. 44 Idem, pag. 537, eerste en tweede tekstblok. 45 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 7 oktober 2008, pag. 1602, vanaf helft van de pagina; alsmede het proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 2] d.d. 20 en 29 april 2010 bij de raadsheer-commissaris van het gerechtshof 's-Gravenhage mr. J.A.C. Bartels (abusievelijk staat op het voorblad vermeld dat het tweede deel van het verhoor op 28 april 2010 heeft plaatsgevonden), tweede pagina onderaan. 46 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 23 december 2008, pag. 1804, derde, vierde, vijfde en achtste tekstblok. 47 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 7 oktober 2008, pag. 1603, tweede tekstblok. 48 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 7 oktober 2008, pag. 1603, laatste tekstblok, en pag. 1604, laatste tekstblok, bovenaan; alsmede het proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 2] d.d. 20 en 29 april 2010 bij de raadsheer-commissaris van het gerechtshof 's-Gravenhage mr. J.A.C. Bartels (abusievelijk staat op het voorblad vermeld dat het tweede deel van het verhoor op 28 april 2010 heeft plaatsgevonden), eerste pagina. 49 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 8] d.d. 21 mei 2008, pag. 491, derde tekstblok. 50 Idem, pag. 490, vierde tekstblok van onderen. 51 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 6] d.d. 4 juni 2008, pag. 720, laatste tekstblok. 52 Ibidem; alsmede het proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 6] van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 3 oktober 2008, onder punt 4. 53 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 6] d.d. 4 juni 2008, pag. 720, laatste tekstblok, en pag. 721, eerste tekstblok. 54 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 26 juni 2008, pag. 907 derde tekstblok van onderen, 908 eerste en tweede tekstblok. 55 Idem, pag. 908, laatste tekstblok; alsmede Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 29 juni 2008, pag. 913, derde tekstblok. 56 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 26 juni 2008, pag. 908, vierde en vijfde tekstblok. 57 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 29 juni 2008, pag. 913, eerste tekstblok. 58 Proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 7]l van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 22 oktober 2008, onder punt 18. 59 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 juni 2008, pag. 1623; alsmede proces-verbaal van simultane fotobewijsconfrontatie, pag. 1624-1629. 60 Zie proces-verbaal ter terechtzittingen in hoger beroep inzake verdachte [medeverdachte 2] d.d. 18 en 21 mei en 18 juni 2010, verhoor getuige [aangever 2] d.d. 21 mei 2010. 61 Proces-verbaal van verhoor verdachte [aangever 2] d.d. 12 juni 2008, pag. 763-764. 62 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 12 juni 2008, pag. 764, laatste tekstblok, en pag. 765, pag. derde tekstblok. 63 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 12 juni 2008, pag. 764, laatste tekstblok; alsmede Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. d.d. 18 juni 2008, pag. 772, eerste en vierde tekstblok. 64 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 12 juni 2008, pag. 764, laatste tekstblok, pag. 765, eerste tekstblok; alsmede Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. d.d. 18 juni 2008, pag. 771, laatste tekstblok, en pag. 772, eerste tekstblok. 65 Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 2] d.d. 25 september 2008 van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, onder punt 15. 66 Zie dossierpagina 767. 67 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 12 juni 2008, pag. 765, één-na-laatste vraag en het als bijlage bij dit verhoor gevoegde tapgesprek, pag. 767, midden; alsmede het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 oktober 2008, pag. 1608-1609. 68 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 12 juni 2008, pag. 764, laatste vier vragen; alsmede Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 18 juni 2008, pag. 771-772. 69 Zie proces-verbaal ter terechtzittingen in hoger beroep d.d. 18 en 21 mei en 18 juni 2010, verhoor getuige [aangever 2] d.d. 21 mei 2010. 70 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 26 juni 2008, pag. 909, vierde tekstblok van onderen. 71 Proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 7]l van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 22 oktober 2008, onder punt 45. 72 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 26 juni 2008, pag. 909, vijfde tekstblok van onderen. 73 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 26 juni 2008, pag. 909, derde tekstblok van onderen. 74 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 9 juli 2008, pag. 1263, een-na-laatste tekstblok. 75 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 26 juni 2008, pag. 909, derde tekstblok van onderen. 76 Proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 7]l van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 22 oktober 2008, onder punt 17. 77 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 mei 2008, pag. 47 en 48. 78 Proces-verbaal Financiële Recherche Unit Haaglanden d.d. 8 juli 2008, nr. 1531-2008-20670, betreft: strafrechtelijk onderzoek inzake witwassen, verdachte [verdachte], bijlage 9, zijnde een uittreksel van het RDW d.d. 19 mei 2008 inzake [vriendin verdachte]. 79 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 mei 2008, pag. 461 en 462. 80 Proces-verbaal Financiële Recherche Unit Haaglanden d.d. 8 juli 2008, nr. 1531-2008-20670, betreft: strafrechtelijk onderzoek inzake witwassen, verdachte [verdachte], bijlage 17, zijnde het proces-verbaal van verhoor getuige [vriendin verdachte] d.d. 4 juli 2008. 81 Proces-verbaal Financiële Recherche Unit Haaglanden d.d. 8 juli 2008, nr. 1531-2008-20670, betreft: strafrechtelijk onderzoek inzake witwassen, verdachte [verdachte], bijlage 8, zijnde gegevens van de Belastingdienst inzake [verdachte]. 82 Proces-verbaal Financiële Recherche Unit Haaglanden d.d. 8 juli 2008, nr. 1531-2008-20670, betreft: strafrechtelijk onderzoek inzake witwassen, verdachte [verdachte], bijlage 6, zijnde het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 15 mei 2008. 83 Proces-verbaal ter terechtzittingen in hoger beroep inzake verdachte [verdachte] d.d. 18 en 21 mei en 18 juni 2010, verhoor verdachte [verdachte] d.d. 18 mei 2010. 84 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 april 2008, pag. 863; Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever 7] d.d. 12 januari 2009 van de rechter-commissaris mr. R.J.A. Schaaf, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, onder punt 3. 85 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 april 2008, pag. 863. 86 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 26 juni 2008, pag. 910, eers