GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE Sector handel Zaaknummer : 200.050.889/01 Zaak-/rolnummer rechtbank: 276773/HA ZA 07-180 arrest van de eerste civiele kamer d.d. 19 april 2011 inzake IP-COM B.V. gevestigd te Utrecht, appellante in principaal appel, geïntimeerde in incidenteel appel, hierna te noemen: IP-Com, advocaat: mr. E. Grabandt te ’s-Gravenhage, tegen NEWTEL ESSENCE B.V., gevestigd te Vianen, geïntimeerde in principaal appel, appellante in incidenteel appel, hierna te noemen: Newtel, advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt te ’s-Gravenhage. Het geding Bij exploot van 3 november 2009 is IP-Com in hoger beroep gekomen van de vonnissen van 18 maart 2009 en 5 augustus 2009, die door de rechtbank Rotterdam tussen partijen zijn gewezen. Bij memorie van grieven heeft IP-Com veertien grieven tegen dat vonnis opgeworpen, die door Newtel bij memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel appel zijn bestreden. In het incidentele appel heeft Newtel twee grieven tegen het tussenvonnis van 18 maart 2009 opgeworpen, die door IP-Com bij memorie van antwoord in het incidenteel appel zijn bestreden. Ter zitting van 17 januari 2011 hebben partijen hun zaak doen bepleiten aan de hand van pleitnotities die zich bij de stukken bevinden. IP-Com door mr. M.F. Lameris, advocaat te Amersfoort en Newtel door mr. S.E. van den Berg, advocaat te Breda. Hierna hebben partijen arrest gevraagd. Beoordeling van het hoger beroep 1. De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 18 maart 2009 onder het kopje “2. De vaststaande feiten” een aantal feiten vastgesteld, waartegen niet is opgekomen. Ook het hof gaat van die feiten uit. Met inachtneming daarvan en van hetgeen overigens uit de stukken naar voren is gekomen, gaat het in deze zaak om het volgende. 1.1. Tot 1 januari 2005 dreef IP-Com een IT-onderneming op het gebied van datanetwerken. [de directeur] (hierna [de directeur]) is directeur van IP-Com. Newtel drijft een ICT-onderneming die zich bezighoudt met de verkoop en implementatie van telefoniesystemen met het accent op ICT-oplossingen voor call-centers. 1.2. In december 2004 hebben IP-Com en Newtel een Letter of Intent (hierna: LoI) opgesteld met betrekking tot de overname van de activa en passiva van IP-Com door Newtel . Bij overeenkomst van 14 januari 2005 (hierna: de overeenkomst ) heeft IP-Com haar onderneming door middel van een activa-passiva transactie aan Newtel verkocht. De economische overdracht vond plaats met terugwerkende kracht tot 1 januari 2005. 1.3. Naast de koopprijs voor de overgenomen activa en passiva (maximaal € 70.000) bevat de overeenkomst een earn-out regeling. In de kern komt die erop neer, dat Newtel aan IP-Com in de jaren 2005, 2006 en 2007 een vergoeding zal betalen die is gerelateerd aan het behaalde bedrijfsresultaat (EBIT) van de businessunit waarin binnen het concern van Newtel de activiteiten van IP-Com werden ondergebracht en waarvan [de directeur] de commerciële leiding kreeg. De eis werd gesteld dat die resultaten een bepaalde minimale omvang hadden, respectievelijk van € 120.000 (bij een verwachte omzet van € 3,6 miljoen) in 2005, € 160.000 (bij een verwachte omzet van € 6,4 miljoen) in 2006 en een nog door partijen te bepalen bedrag in 2007 (hierna: de targets). 1.4. Begin juli 2006 heeft Newtel aangekondigd dat zij werd overgenomen door KPN Telecom (hierna; KPN). 1.5. In augustus 2006 heeft Newtel [de directeur] op staande voet ontslagen wegens overtreding van het concurrentiebeding, welk ontslag door de kantonrechter (bij vonnis van 15 augustus 2007) als onregelmatig is beoordeeld. 2. IP-Com vordert in deze procedure primair € 1.663.750 subsidiair € 330.000 en meer subsidiair te bepalen dat de gevolgen van de overeenkomst zullen worden gewijzigd in die zin dat Newtel aan IP-Com een vaste koopprijs van € 330.000 dient te voldoen met veroordeling van Newtel tot betaling van dat bedrag, alles met rente en kosten. IP-Com baseert haar vorderingen, voorzover in hoger beroep nog van belang, op de stelling dat Newtel wanprestatie heeft gepleegd, danwel zich onrechtmatig jegens IP-Com heeft gedragen ten gevolge waarvan IP-Com de targets niet heeft kunnen halen en dus schade heeft geleden. Na begroting van de winst van de businessunit voor de jaren 2005, 2006 en 2007 komt IP-Com tot een schadevergoeding van ruim € 1,5 miljoen of in elk geval van € 210.000. Deze bedragen moeten volgens haar worden vermeerderd met € 40.000 per jaar in verband met het (door het handelen van Newtel) niet-realiseren van omzet met betrekking tot bestaande klanten van IP-Com, waarover de earn-out regeling ook een bepaling bevatte. In elk geval is Newtel er debet aan dat IP-Com heeft gedwaald bij het totstandkomen van de overeenkomst. 3. Na verweer van Newtel heeft de rechtbank in het bestreden tussenvonnis geoordeeld, samengevat, dat Newtel is tekortgeschoten op het punt van de bonusstructuur, maar dat IP-Com zich nog nader dient uit te laten over de vraag of en zo ja vanaf wanneer sprake is van verzuim en over de schade. Het gevorderde is in het bestreden eindvonnis uiteindelijk afgewezen op de grond dat Newtel geen laatste termijn voor nakoming is geboden en ook overigens niet is gebleken dat Newtel in verzuim is geraakt. Tegen deze oordelen komt IP-Com op met haar grieven, die gezamenlijk zullen worden behandeld. 4. Niet in geschil is, dat de targets voor geen enkel jaar zijn behaald. 5. In verband met de hoogte van de targets stelt IP-Com enerzijds dat Newtel de toezegging heeft gedaan, dat er bij Newtel “een miljoen aan orders klaar lag” voor IP-Com (bedoeld zal zijn de businessunit waarin de activiteiten van IP-Com werden ondergebracht), waarmee zij lijkt te impliceren dat de targets (door toedoen van Newtel) te hoog zijn gesteld. Al aangenomen dat die toezegging is gedaan, Newtel betwist dat immers, dan komt hier geen relevante betekenis aan toe. In de visie van IP-Com zal de omzet op dataproducten ongeveer 50% kunnen bedragen van de omzet van voiceproducten (zie punt 7 van de memorie van grieven), zodat de omzet bij dit miljoen aan orders € 500.000 zou bedragen. Deze extra omzet van € 500.000 zou echter nog steeds onvoldoende zijn geweest om de target te halen van € 3,6 miljoen, aangezien uit de e-mail van 4 mei 2006 (productie 14 van IP-Com, overgelegd ten behoeve van de comparitie van partijen in eerste aanleg) volgt dat de totale aan “data” toe te rekenen omzet voor 2005 slechts € 1 miljoen was in plaats van de verwachte € 3,6 miljoen. Aangezien IP-Com anderzijds zelf ook nog stelt (eveneens in punt 7 van de memorie van grieven) dat de targets op zichzelf niet onrealistisch waren en de prognoses zelfs voorzichtig, moet ervan worden uitgegaan, dat de targets, die partijen in overleg hebben vastgesteld, op het moment van het sluiten van de overeenkomst in beider ogen reëel waren. 6. IP-Com verwijt Newtel dat de targets niet zijn gehaald wegens toerekenbare tekortkomingen van de zijde van Newtel. Zij noemt daarbij in het bijzonder: I. een gebrek aan inspanning om de voorwaarden te scheppen die noodzakelijk waren om de beoogde omzet te halen, waarbij van belang waren:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.