GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE Sector civiel Zaaknummer : 200.043.241/01 Rolnummer Rechtbank : 344441/KG ZA 09-1044 arrest van 19 april 2011 inzake de vennootschap naar vreemd recht TRENDS2COM BVBA, gevestigd te Hamont-Achel, België, appellante, hierna te noemen: Trends2Com, advocaat: mr. L.Ph.J. baron van Utenhove te ’s-Gravenhage, tegen de vennootschappen naar vreemd recht
(6)en 23 GMV is bepaald dat de verkrijger zich, zolang de overgang van het Gemeenschapsmerk niet in het register is ingeschreven, niet op de uit de inschrijving van het merk voortvloeiende rechten mag beroepen, respectievelijk dat die overgang tot genoemd moment niet tegen derden kan worden ingeroepen. In dit geding doet Playgo Ltd. echter geen beroep op rechten die aan de houder van een Gemeenschapsmerk toekomen, noch roept zij haar rechten in tegenover een derde. Wel doet zij jegens Trends2Com een beroep op haar mede-eigendom, hetgeen haar vrijstond. Voor zover Trends2Com met haar beroep, ten pleidooie voor het hof, op haar bevoegdheden als (enig als zodanig geregistreerd) merkhouder (om zonder medewerking van Playgo op te treden) heeft beoogd alsnog bezwaar te maken tegen voornoemd oordeel van de voorzieningenrechter, is dat te laat, nu grieven immers, behoudens uitdrukkelijke toestemming van de geïntimeerde, waarvan in dit geval geen sprake is, niet later dan bij memorie van grieven dienen te worden aangevoerd. 8. De voorzieningenrechter heeft in r.o. 5.6 van het vonnis waarvan beroep overwogen dat de douanemaatregel door Trends2Com is getroffen om Playgo Ltd. te dwingen zelf in Europa te verhandelen om zodoende vermogensbestanddelen te creëren waarop Trends2Com zich ter voldoening van haar in België tegen Playgo Ltd. ingestelde vordering kan verhalen en geoordeeld dat dit geen gemeenschappelijk belang is, zodat sprake is van misbruik van recht. In haar eerste grief betoogt Trends2Com dat de douanemaatregel wél een gemeenschappelijk doel diende, namelijk het voorkomen van (verdere) merkinbreuk door Playgo Toys en Tai Way. Trends2Com wijst er in dat verband op dat zij geen toestemming heeft gegeven voor de licentieverlening, zodat deze ten onrechte verkregen is door Playgo Toys en Tai Way. Trends2Com wijst er voorts op dat Playgo zelf stelt dat de Playgo-vennootschappen niet met elkaar zijn verbonden. Trends2Com stelt in dat verband dat Playgo Toys is opgericht om (reëel) verhaal van de vordering van Trends2Com op Playgo Ltd. onmogelijk te maken. Wanneer de Playgo-vennootschappen voor verhaal van de vorderingen niet als één geheel mogen worden beschouwd, mogen zij dat ook niet ten aanzien van de te verwachten omzet en winst en moeten Playgo Toys en Tai Way, zo begrijpt het hof, ook als willekeurige derden – inbreukmakers – worden aangemerkt wat betreft het gebruik van de onderhavige merken, zodat het optreden tegen hen de belangen van Playgo Ltd. niet kan schaden, aldus Trends2Com. 9. In eerste aanleg heeft Trends2Com gesteld dat wanneer de vorderingen worden toegewezen, Trends2Com met de lege huls Playgo Ltd. blijft zitten en dat incasso van haar vorderingen illusoir wordt (pleitnota blz. 4). In haar appeldagvaarding stelt zij in de toelichting op haar tweede grief (onder 3.9) dat (wanneer het Playgo Ltd. wordt toegestaan om zonder instemming van Trends2Com licenties op de Gemeenschapsmerken aan derden te verlenen) het Trends2Com dient te zijn toegestaan ervoor te zorgen dat er in Europa vermogensbestanddelen van Playgo Ltd. worden gecreëerd, c.q. een fonds wordt gevormd waarop zij zich ten behoeve van de procedure in België kan verhalen. Ook in hoger beroep erkent Trends2Com derhalve dat de door haar getroffen douanemaatregel is ingegeven door haar belang om verhaalsmogelijkheden ten laste van Playgo Ltd. te creëren. Bij pleidooi in hoger beroep heeft de raadsman van Trends2Com aangegeven afstand te nemen van de in eerste aanleg namens Trends2Com gedane uitlatingen in die zin. Dat kan Trends2Com echter niet baten. Zij heeft immers geen grief gericht tegen de desbetreffende vaststelling van de voorzieningenrechter (in tegendeel, blijkens nr. 3.9 van haar appeldagvaarding). Voor zover Trends2Com bedoeld heeft dat bij pleidooi alsnog te doen slaagt zij daarin niet, nu Playgo niet uitdrukkelijk ermee heeft ingestemd dat deze nieuwe grief alsnog in de rechtsstrijd wordt betrokken. Uitgangspunt is mitsdien dat de door Trends2Com getroffen douanemaatregel is ingegeven door haar belang om verhaalsmogelijkheden ten laste van Playgo Ltd. te creëren. Trends2Com betwist voorts (begrijpelijkerwijs) niet dat dat doel niet in het belang van Playgo Ltd. is. 10. Dat sluit op zichzelf niet uit dat de douanemaatregel tevens ten doel kan hebben gehad op te treden tegen merkinbreuk. Ook daarvoor geldt echter – ingevolge het in hoger beroep niet bestreden oordeel van voorzieningenrechter – dat de maatregel de gemeenschappelijke belangen van Playgo en Trends2Com moet hebben gediend. Trends2Com heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat ook Playgo Ltd. belang had bij het (op deze wijze) optreden tegen de merkinbreuk. Vaststaat immers dat Playgo Ltd. zich op het standpunt stelt dat van merkinbreuk geen sprake is, nu zij Playgo Toys en Tai Way toestemming heeft verleend voor het gebruik van de Gemeenschapsmerken. Het hof acht het betoog van Playgo Ltd., dat zij, gelet op die toestemming, door Playgo Toys en Tai Way aansprakelijk kan worden gehouden voor een optreden tegen hen wegens merkinbreuk voorshands niet onaannemelijk. De door Trends2Com benadrukte (eigen stellingname van Playgo met betrekking tot
- de)onderlinge onafhankelijkheid van de in deze procedure optredende Playgo-vennootschappen ondersteunen de betreffende stelling van Playgo juist. 11. Nu Trends2Com geen grief heeft gericht tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat, indien de douanemaatregel niet tevens in het belang van Playgo Ltd. kan worden geacht, (ten opzichte van Playgo Ltd.) sprake is van misbruik van recht, faalt grief I in zoverre. De overige grondslagen die Playgo heeft aangevoerd ter onderbouwing van haar vorderingen, respectievelijk als verweer tegen grief I (waaronder de stelling dat de douanemaatregel reeds onrechtmatig was omdat Trends2Com de door haar, ter voldoening aan artikel 13 APV aangespannen, bodemprocedure niet heeft aangebracht) behoeven geen behandeling. 12. Trends2Com voert nog aan dat de voorzieningenrechter had moeten ingaan op de door haar voorgestelde oplossing, te weten: het door Playgo storten van de verkoopopbrengsten op een gezamenlijke rekening van de raadslieden van partijen, dan wel opheffing van het beslag tegen het stellen van voldoende zekerheid. Kennelijk gaat het hier om een schikkingsvoorstel, dat door Playgo niet is geaccepteerd. De voorzieningenrechter was niet gehouden daaraan overwegingen te wijden. Grief I faalt derhalve ook in zoverre. Grief II; reconventie 13. De vorderingen in reconventie strekken tot afgifte van zaken waarvan Trends2Com stelt eigenaar te zijn (sub
- a)en tot het staken van inbreuk op de Gemeenschapsmerken (sub b). De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van Trends2Com afgewezen op de grond dat deze niet zijn toegelicht en dat uit de stellingen in conventie niet volgt dat de vorderingen kunnen worden toegewezen. Daartegen richt zich de tweede grief van Trends2Com. Zij voert aan dat het reconventionele deel van de pleitnota wel is voorgedragen. Ten aanzien van de vordering onder b (merkinbreuk) voert zij voorts aan dat toewijzing daarvan volgt uit de beslissing in conventie: wanneer wordt uitgegaan van gemeenschappelijke eigendom op de Gemeenschapsmerken had de licentie niet verleend mogen worden en is dus sprake van inbreuk. 14. Over het op de reconventionele vorderingen toepasselijk recht hebben partijen noch de rechtbank zich uitgesproken. Wat betreft de vordering onder a. geldt dat het toepasselijk recht niet behoeft te worden vastgesteld, nu ook het hof van oordeel is dat de vordering (tot afgifte van “alle mallen, lab tests, designs en al hetgeen daartoe nader behoort”) – daar gelaten of (nu nog) spoedeisend belang bestaat bij de gevraagde voorziening – onvoldoende onderbouwd en te onbepaald is om voor toewijzing in aanmerking te komen. Noch in eerste aanleg, noch in haar appeldagvaarding heeft Trends2Com gespecificeerd om welke goederen het gaat, waar deze zich bevinden en op grond waarvan zij daarvan de eigendom heeft. Bij pleidooi in hoger beroep heeft Trends2Com nog wel gesteld dat de goederen zich in een speciale ruimte te Hong Kong bevinden, waarover zij de beschikking had, maar dat is tardief en bovendien evenzeer onvoldoende gespecificeerd. 15. De vordering onder b. is gericht tegen Playgo Toys en Tai Way. Trends2Com stelt dat, wanneer wordt uitgegaan van een gemeenschap ten aanzien van de Gemeenschapsmerken en beide deelgenoten zich de gemeenschappelijke belangen (en daarmee de belangen van de andere deelgenoot) moeten aantrekken, er geen andere conclusie mogelijk is dan dat de ene deelgenoot niet zonder medeweten en instemming van de andere deelgenoot aan een derde licenties mag verstrekken en dat Playgo Ltd., door dit wel te doen, de belangen van de gemeenschap (ten aanzien van de merken) en van Trends2Com heeft geschaad. 16. Ook deze vordering moet reeds bij gebrek aan voldoende onderbouwing worden afgewezen. Trends2Com volstaat met de stelling dat de ene deelgenoot niet zonder medeweten en instemming van de andere deelgenoot aan een derde licenties mag verstrekken. Trends2Com stelt niet meer dan dat Playgo Ltd. daardoor de belangen van de gemeenschap en van Trends2Com heeft geschaad. Over de rechtsgevolgen hiervan voor Playgo Toys en Tai Way stelt zij evenwel niets. Zonder nadere toelichting valt niet in te zien dat aan hen geen beroep toekomt op de door Playgo Ltd. gegeven toestemming. Een en ander klemt temeer nu de geldigheid van de gegeven toestemming, naar partijen tijdens het pleidooi in hoger beroep hebben gesteld, naar het recht van Hong Kong dient te worden beoordeeld. Het gaat, zeker in het kader van dit kort geding, te ver om Trends2Com gelegenheid te geven haar stellingen in dit opzicht alsnog te onderbouwen. 17. Ook grief II faalt derhalve. Slot 18. Het voorgaande brengt mee dat het vonnis waarvan beroep dient te worden bekrachtigd. Trends2Com zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Playgo vordert een vergoeding met toepassing van artikel 1019h Rv. Zij heeft deze vordering tijdig gespecificeerd op een bedrag van € 6.547,31. Trends2Com heeft daartegen geen verweer gevoerd, noch wat betreft de toepasselijkheid van artikel 1019h Rv. (zij heeft zelf ook vergoeding van volledige proceskosten overeenkomstig artikel 1019h Rv. gevorderd), noch wat betreft de hoogte ervan. Het is de vraag of titel 15 van boek 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing is op de vorderingen in conventie en de vordering in reconventie onder a). De grondslag van de vorderingen in conventie is immers onrechtmatige daad (doch de gevraagde voorzieningen betreffen anderzijds wel merkinbreuk) en de vordering in reconventie onder
- a)heeft niets met de handhaving van intellectuele eigendom te maken. Nu Playgo slechts een bedrag van € 6.547,31 vordert, terwijl het totaalbedrag van de overgelegde facturen (die op één post na zien op de periode na het vonnis van de rechtbank) en het begrote bedrag voor nog te maken kosten uitkomt op € 12.154,31, heeft zij kennelijk zelf een beperking aangebracht. Het hof zal het gevorderde bedrag dan ook toewijzen. Het hof zal de proceskostenveroordeling niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, nu dat door Playgo niet is gevorderd. Beslissing Het hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep; veroordeelt Trends2Com in de kosten van geding in hoger beroep, aan de zijde van Playgo begroot op € 6.547,31. Dit arrest is gewezen door mrs. A.D. Kiers-Becking, T.H. Tanja-van den Broek en M. de Cock Buning, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2011 in aanwezigheid van de griffier.