GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Sector Civiel recht Zaaknummer : 200.068.436/01 Zaak- en rolnummer rechtbank : 363164 / KG ZA 10-428 Arrest van 10 mei 2011 inzake de vennootschap onder firma V & R ATELIERS, gevestigd te Zoeterwoude, appellante in het principaal appel, verweerster in het incidenteel appel, hierna te noemen: V & R, advocaat: mr. F.E. Boonstra te Noordwijk, tegen GEMEENTE LEIDEN, zetelend te Leiden, geïntimeerde in het principaal appel, appellante in het incidenteel appel, hierna te noemen: de Gemeente advocaat: mr. C.M. Gonsalves te Leiden. Het geding Bij exploot van 27 mei 2010 is V & R in hoger beroep gekomen van het op 29 april 2010 door de voorzieningenrechter in de rechtbank te 's-Gravenhage (hierna: de voorzieningenrechter) tussen partijen gewezen vonnis. Bij memorie van grieven (met producties), genomen ter rolle van 5 oktober 2010, heeft V & R vier grieven tegen dit vonnis opgeworpen, die door de Gemeente bij memorie van antwoord (eveneens met producties) zijn bestreden. Bij deze memorie heeft de Gemeente voorwaardelijk, voor het geval het hof een van de grieven in het principaal appel gegrond zou bevinden, twee grieven aangevoerd. V & R heeft deze bestreden bij memorie van antwoord in het incidenteel appel (met een productie). Tot slot hebben partijen fotokopieën van de processtukken overgelegd en arrest verzocht. Beoordeling van het hoger beroep 1 De rechtbank heeft in het beroepen vonnis sub 1.1 tot en met 1.10 de belangrijkste feiten geresumeerd. Partijen hebben daartegen geen grieven aangevoerd, zodat deze samenvatting ook het hof tot uitgangspunt dient. Met inachtneming hiervan gaat het in dit geding in hoofdzaak om het volgende. 1.1 De Gemeente heeft een meervoudige onderhandse aanbesteding gehouden voor het leveren, plaatsen, beheren, onderhouden en exploiteren van reclamedisplays langs bepaalde routes in Leiden. Het uit de aanbesteding voortvloeiende contract zou vijf jaar duren. 1.2 De aankondiging van de aanbesteding op onder meer de website van de Gemeente heeft op 11 december 2009 plaatsgevonden. Tegelijk zijn negen gespecialiseerde ondernemingen, waaronder V & R, uitgenodigd om in te schrijven. 1.3 Op 14 december 2009 heeft de Gemeente aan V & R het desbetreffende bestek toegezonden. De vennoten van V & R, de heer en mevrouw [X], waren toen met vakantie en zijn op 19 december 2009 daarvan teruggekeerd. Gegadigden konden tot 31 december 2009, 11.00 uur schriftelijk vragen inzake de aanbestedingsstukken en de verzochte offerte aan het adviesbureau van de Gemeente voorleggen. V & R heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt. 1.4 Naar aanleiding van ingediende vragen heeft de Gemeente een nota van inlichtingen opgemaakt en op 15 januari 2010 – aanvankelijk zou zij dit tien dagen eerder doen – aan gegadigden gezonden. De sluitingsdatum voor het inleveren van een inschrijving is in verband met deze vertraging verzet van 26 januari 2010 naar 2 februari 2010. 1.5 Op de aanbesteding hebben zes gegadigden, waaronder V & R, ingeschreven. Na beoordeling van de inschrijvingen heeft de Gemeente besloten de opdracht te gunnen aan Van Puffelen Reclame Buiten B.V. (hierna: Van Puffelen). V & R is in de rangschikking op de laatste plaats geëindigd. Dit is haar bij brief van 18 maart 2010 meegedeeld, nadat op 16 maart 2010 de gunningsbeslissing was genomen. 1.6 V & R heeft, na een gesprek, de Gemeente in rechte betrokken en in hoofdzaak gevorderd dat de voorzieningenrechter: primair: de Gemeente zal gebieden de aanbestedingsprocedure in te trekken, subsidiair: de Gemeente zal gebieden de aanbesteding aan V & R te gunnen althans de Gemeente zal verbieden de aanbesteding te gunnen aan Van Puffelen. Bij het bestreden vonnis heeft de voorzieningenrechter deze vordering in al haar onderdelen afgewezen en V & R in de gedingkosten veroordeeld. 1.7 In hoger beroep vordert V & R vernietiging van dit vonnis en toewijzing van haar oorspronkelijke vorderingen. 2 De Gemeente heeft bij memorie van antwoord gesteld dat de opdracht "inmiddels" is gegund aan Van Puffelen, hetgeen het hof aldus begrijpt dat de Gemeente, na de uitspraak van de voorzieningenrechter, met Van Puffelen de met de aanbesteding beoogde overeenkomst is aangegaan. De Gemeente stelt voorts dat de vorderingen van V & R op die grond niet meer toegewezen kunnen worden. 2.1 V & R heeft op deze memorie nog gereageerd bij memorie van antwoord in het incidenteel appel. Zij is daarin niet ingegaan op evengenoemde stelling van de Gemeente en heeft evenmin een akteverzoek ingediend of pleidooi gevraagd om dat nog te doen. Gezien het lange tijdsverloop sedert de uitspraak van de voorzieningenrechter en de omstandigheid dat V & R niet verzocht heeft het hoger beroep als spoedappel te behandelen, acht het hof het aannemelijk dat de Gemeente niet heeft willen wachten met het sluiten van een overeenkomst met Van Puffelen en dat het uitblijven van een weerwoord van V & R op de desbetreffende stelling van de Gemeente mag worden uitgelegd als een erkenning van dat feit. 2.2 Nu V & R haar vorderingen niet aan de inmiddels ingetreden (nieuwe) situatie heeft aangepast en niet heeft aangevoerd dat zich een grond voordoet om aan te nemen dat de rechter bij wijze van uitzondering zou kunnen ingrijpen in de tot stand gekomen overeenkomst met Van Puffelen, concludeert het hof dat toewijzing van de oorspronkelijke vorderingen van V & R, zoals in hoger beroep gehandhaafd, niet meer mogelijk is. 2.3 Bij de behandeling van haar grieven heeft V & R dan ook nog slechts belang in zoverre als een eventuele gegrondbevinding daarvan had kunnen leiden tot een vernietiging van het bestreden vonnis ten aanzien van de daarin opgenomen proceskostenveroordeling ten laste van V & R. Tegen deze achtergrond zal het hof de grieven bespreken. 3 De grieven I en III lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Deze keren zich tegen de beslissing van de voorzieningenrechter waarbij deze het verwijt van V & R verwerpt dat zij als gevolg van de vakantie van de heer en mevrouw [X] onvoldoende gelegenheid heeft gehad om zich binnen de op 31 december 2009 aflopende termijn te beraden over en over te gaan tot het stellen van vragen c.q. het vragen van inlichtingen en om tijdig de gemeentelijke Nota inkoop- en aanbestedingsbeleid aan de orde te stellen. 3.1 Het hof kan V & R in deze grieven niet volgen. Het blijft voor haar risico dat zich tijdens de vakantie van haar vennoten bedrijfsontwikkelingen voordoen die hun aandacht behoeven en die als gevolg van die vakantie onder tijdsdruk komen te staan. Dat risico kan in de omstandigheden van het geval slechts op de Gemeente afgewenteld worden wanneer deze uitdrukkelijk had toegezegd de aanbesteding pas te zullen starten nadat de heer en mevrouw [X] van vakantie zouden zijn teruggekeerd. Van een dergelijke toezegging is evenwel niet gebleken. Bovendien moet de periode van 19 tot 31 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.