GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Sector Civiel recht Uitspraak : 1 juni 2011 Zaaknummer : 200.084.468/01 Rekestnr. rechtbank : F1 RK 09-3092 [appellant], wonende te [woonplaats], verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de vader, advocaat mr. S.C.A. van Vlijmen te Naarden, tegen [geïntimeerde], wonende te [woonplaats], verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. A.T. Bol te Rotterdam. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De vader is op 23 maart 2011 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 24 december 2010 van de rechtbank Rotterdam, bij het hof bekend onder zaaknummer 200.084.467, en heeft bij dat beroep tevens een verzoek tot schorsing van de werking van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van de beschikking van 24 december 2010 ingediend. De moeder heeft geen verweerschrift tegen het schorsingsverzoek ingediend. Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen: van de zijde van de moeder: - op 6 mei 2011 een faxbericht. Bij voormeld faxbericht heeft de advocaat van de moeder het hof medegedeeld dat partijen in onderling overleg zijn overeengekomen dat gedurende de procedure in hoger beroep de vader in ieder geval een kinderalimentatie van € 250,-- per maand zal blijven voldoen, zodat de moeder om proceseconomische en financiële redenen ervoor kiest geen verweer te voeren tegen het schorsingsverzoek, zonder daarmee overigens recht of verweer in de bodemprocedure prijs te willen geven. Voorts heeft de advocaat van de moeder het hof bericht dat de mondelinge behandeling van het verzoek tot schorsing geen doorgang hoeft te vinden. De advocaat van de vader heeft dit faxbericht mede ondertekend voor akkoord. Gelet op de inhoud van voormeld faxbericht heeft de op 11 mei 2011 bepaalde mondelinge behandeling, voor wat betreft het verzoek tot schorsing van de werking van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van de bestreden beschikking, geen doorgang gevonden. PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking heeft de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad, bepaald dat de vader aan de moeder met ingang van 1 april 2008, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [minderjarige], geboren [in] 2008 te [geboorteplaats] (hierna te noemen: de minderjarige), voor wat betreft de na 24 december 2010 te verschijnen termijnen telkens bij vooruitbetaling zal uitkeren € 1.066,-- per maand, welke bijdrage jaarlijks, met ingang van 1 januari 2011, wordt gewijzigd ingevolge de wettelijk vastgestelde indexering. Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht. BEOORDELING VAN HET VERZOEK TOT SCHORSING VAN DE WERKING VAN DE UITVOERBAAR BIJ VOORRAADVERKLARING VAN DE BESTREDEN BESCHIKKING
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.