GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE Sector Civiel recht Zaaknummer : 200.042.658/01 Rolnummer rechtbank : 308984 / HA ZA 08-1195 arrest d.d. 12 juli 2011 inzake [Naam], wonende te […], gemeente […], appellant in principaal hoger beroep, verweerder in incidenteel hoger beroep, hierna te noemen: [X], advocaat: mr. Th. Meijer te Pijnacker, tegen 1. [Naam], 2. [Naam], beiden wonende te […] gemeente […], geïntimeerden in principaal hoger beroep, appellanten in incidenteel hoger beroep, hierna gezamenlijk te noemen: [Y] (enkelvoud), advocaat: mr. A.J.C. van Bemmel te Rotterdam. Het geding Bij exploot van 27 augustus 2009 is [X] in hoger beroep gekomen van de tussen partijen gewezen vonnissen van de rechtbank 's-Gravenhage, sector civiel recht, van 27 augustus 2008 en 27 mei 2009. Bij 'memorie van grieven' heeft [X] drie grieven tegen het vonnis van 27 mei 2009 opgeworpen. Bij 'memorie van antwoord, tevens incidenteel appèl tevens wijziging van eis' heeft [Y] de grieven weersproken en in incidenteel hoger beroep vijf grieven tegen het vonnis van 27 mei 2009 opgeworpen. Bij 'memorie van antwoord in incidenteel appèl' heeft [X] de grieven in het incidenteel hoger beroep bestreden. Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd. Beoordeling van het hoger beroep 1. Partijen zijn niet opgekomen tegen de feiten die de rechtbank sub 2.1 tot en met 2.12 van het vonnis van 27 mei 2009 als vaststaand heeft aangemerkt, zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan. 2. Het gaat in deze zaak om het volgende. 2.1 Op 7 maart 2006 is tussen [Y] en [X] een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot de dijkwoning gelegen aan de [adres] te [plaats]. De koopprijs bedroeg € 327.500,-. 2.2 De koopovereenkomst luidt, voor zover hier relevant: "artikel 5 Staat van de onroerende zaak, gebruik 5.1. De onroerende zaak zal aan de koper in eigendom worden overgedragen in de staat waarin deze zich bij het tot stand komen van deze overeenkomst bevindt met alle daarbij behorende rechten en aanspraken, zichtbare en onzichtbare gebreken, (...). 5.3. De onroerende zaak zal bij de eigendomsoverdracht de feitelijke eigenschappen bezitten die nodig zijn voor een normaal gebruik als: woonhuis. (...) Verkoper staat niet in voor andere eigenschappen dan die voor een normaal gebruik nodig zijn, noch voor de afwezigheid van gebreken die dat normale gebruik belemmeren en die aan de koper kenbaar zijn op het moment van het tot stand komen van deze overeenkomst. (...) 5.13. De enkele verklaring dat verkoper niet bekend is met bepaalde feiten of omstandigheden houdt geen garantie of vrijwaring in voor koper of verkoper. (...) artikel 19 Ouderdomsclausule Koper verklaart ermee bekend te zijn dat deze woning meer dan 80 jaar oud is, wat betekent dat de eisen die aan de bouwkwaliteit gesteld mogen worden lager liggen dan bij nieuwe woningen en de eventuele aanwezigheid van bouwtechnische gebreken worden geacht niet belemmerend te werken op het toekomstig gebruik door de koper." 2.3 Voorafgaand aan de koop heeft [Y] kennis genomen van een door [X] ingevulde vragenlijst. In antwoord op vraag 13, waarin wordt gevraagd naar de wijze waarop het huis wordt gebruikt, heeft [X] ingevuld: "woning + schuur=kantoor". Op vraag 14b, over gebreken of bezwaren ten aanzien van het woongenot, heeft [X] geantwoord: "bij hevige regenval kan schuur laagje water ontstaan". 2.4 Voorafgaande aan het sluiten van de koopovereenkomst heeft [Y] de woning bezocht, inclusief de vrijstaande schuur die door [X] als kantoorruimte in gebruik was, in aanwezigheid van de heer […] (verder: [Z]) van Makelaardij Krimpenerbos, de verkopende makelaar. Na de bezichtiging heeft [Y] in een vervolggesprek op het kantoor van Makelaardij Krimpenerbos met [Z] de sub 2.3 genoemde vragenlijst doorgenomen. 2.5 Op 14 maart 2006 heeft, in opdracht van [Y], een bouwtechnische keuring door de heer […] plaatsgevonden in aanwezigheid van beide partijen en [Z]. 2.6 De woning is op 9 augustus 2006 aan [Y] geleverd. 2.7 In de akte van levering is - voor zover hier relevant - opgenomen: "5.4. staat van aanvaarding Koper aanvaardt het verkochte in de feitelijke staat, waarin het zich bevond ten tijde van het sluiten van de koop. (...) 5.8. Voorts wordt naar artikel 19 van de koopovereenkomst verwezen, woordelijk luidende: (...)." 2.8 De vrijstaande schuur, die als kantoorruimte in gebruik is genomen, is opgetrokken uit halfsteens baksteen. Een opening in de buitenmuur van de schuur is op enig moment dichtgemetseld met zogenaamde Ytongblokken. Deze Ytongblokken zijn poreus, en als zodanig niet geschikt om te worden gebruikt als buitenmuur. Ten tijde van de koop en levering was het met Ytongblokken gemetselde deel van de buitenmuur begroeid met klimop. Op enig moment na de levering van de woning heeft [Y] de klimop verwijderd. 2.9 Na de levering, in ieder geval op 18 januari 2007, heeft [Y] wateroverlast in de kelder en in de als kantoorruimte gebruikte schuur gehad. 2.10 Bij brief van 9 maart 2007 heeft [Y] [X] aansprakelijk gesteld voor de eventuele schade die is ontstaan als gevolg van de door hem geconstateerde gebreken. 2.11 In april 2007 heeft in opdracht van (de rechtsbijstandverzekeraar van ) [Y] de heer ing. […] van Nedeb B.V. in het bijzijn van beide partijen een onderzoek naar de oorzaak van de wateroverlast uitgevoerd. In het onderzoeksrapport van 11 november 2007 zijn de herstelkosten begroot op € 10.000,-. 2.12 Op 4 juni 2008 heeft in opdracht van (de rechtsbijstandverzekeraar van) [X] in aanwezigheid van beide partijen een onderzoek naar de oorzaak van de wateroverlast plaatsgevonden door de heer […] van ZNEB. In het rapport van 25 juni 2008 worden de herstelkosten begroot op € 1.250,- inclusief BTW. 3.1 In eerste aanleg heeft [Y] primair gevorderd dat de rechtbank voor recht verklaart dat [X] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichting ex artikel 5.3 van de koopovereenkomst en [X] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 12.377,66 aan schadevergoeding. Subsidiair heeft [Y] gevorderd dat de rechtbank voor recht verklaart dat de gevolgen van de koopovereenkomst ex artikel 6:230 lid 2 BW worden gewijzigd in zodanige zin dat [X] is gehouden om [Y] een bedrag van € 12.377,66 te voldoen. Primair en subsidiair heeft [Y] gevorderd dat [X] wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank heeft [X] veroordeeld om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [Y] te betalen het bedrag van € 3.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 9 augustus 2006 tot de dag der voldoening. De rechtbank heeft het meer of anders gevorderde afgewezen en de proceskosten gecompenseerd. 3.2 In hoger beroep heeft [Y] zijn eis gewijzigd en vordert hij, kort samengevat, zowel ten aanzien van de kelder als de kantoorruimte primair dat het hof voor recht verklaart dat sprake is van dwaling, als gevolg waarvan de overeenkomst dient te worden gewijzigd in die zin dat de koopsom dient te worden verlaagd, met veroordeling van [X] om het teveel betaalde aan [Y] terug te betalen. Subsidiair vordert [Y] dat het hof voor recht verklaart dat [X] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichting ex artikel 5.3 van de koopovereenkomst, met veroordeling van [X] om de door [Y] als gevolg daarvan geleden schade aan hem te vergoeden. Meer subsidiair vordert [Y] gedeeltelijke ontbinding van de koopovereenkomst, in die zin dat de koopprijs verminderd wordt, met veroordeling van [X] om het door [Y] teveel betaalde bedrag terug te betalen. Ten aanzien van de kelder en de kantoorruimte vordert [Y] primair, subsidiair en meer subsidiair betaling van een bedrag van € 4.188,14, althans € 2.500,- (kelder) en een bedrag van € 7.500,- (kantoorruimte), van welk bedrag ten gevolge van het beroepen vonnis inmiddels € 3.000,- is voldaan. Ontvankelijkheid 4.1 Als meest verstrekkende verweer heeft [Y] gesteld dat [X] niet-ontvankelijk is in zijn principaal hoger beroep, nu laatstgenoemde bij monde van zijn advocaat zou hebben laten weten te berusten in het vonnis in eerste aanleg. [X] betwist dat hij uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van zijn recht om in hoger beroep te komen. Wel zou zijn advocaat met de advocaat van [Y] hebben besproken dat het instellen van hoger beroep in deze zaak wellicht niet verstandig zou zijn, maar de beslissing om in hoger beroep te komen stelt [X] bij zichzelf te hebben gehouden. 4.2 Het hof overweegt als volgt. Uit het bepaalde in artikel 334 Rv. volgt dat de partij die berust in een vonnis, niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het hoger beroep. Van berusting kan evenwel slechts sprake zijn ingeval de in het ongelijk gestelde partij na de uitspraak jegens de wederpartij een houding heeft aangenomen waaruit in het licht van de omstandigheden van het geval ondubbelzinnig blijkt dat zij zich bij de uitspraak neerlegt. Indien de wederpartij uit haar uitlatingen heeft afgeleid en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs heeft mogen afleiden dat de in het ongelijk gestelde partij op ondubbelzinnige wijze haar wil om in het vonnis te berusten tot uitdrukking heeft gebracht, kan jegens die wederpartij op het ontbreken van die wil geen beroep worden gedaan (HR 18 april 1986, NJ 1987, 480). Naar het oordeel van het hof kan hetgeen [Y] in dit verband naar voren heeft gebracht niet tot de conclusie leiden dat er bij hem geen enkele twijfel kon bestaan over de vraag of [X] afstand had gedaan van zijn recht om in hoger beroep te komen. [X] is dan ook ontvankelijk in het hoger beroep. Grieven 5.1 [X] heeft geen grieven gericht tegen het tussenvonnis van 27 augustus 2008. Het hof zal dan ook bij eindarrest het principaal hoger beroep verwerpen, voor zover gericht tegen dat tussenvonnis. 5.2 De grieven van [X] in principaal hoger beroep richten zich, kort gezegd, tegen het oordeel van de rechtbank: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.