GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Sector Civiel recht Uitspraak : 6 juli 2011 Zaaknummer : 200.085.989/01 Rekestnr. rechtbank : FA RK 11-474 [De moeder], wonende te [woonplaats], verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. D.H.J. Krouwel te 's-Gravenhage, tegen [de vader], wonende te [woonplaats], verweerder in hoger beroep, hierna te noemen: de vader, advocaat mr. C.G.A. van Stratum te ‘s-Gravenhage. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De moeder is op 20 april 2011 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 18 maart 2011 van de rechtbank ’s-Gravenhage, bij het hof bekend onder zaaknummer 200.085.996/01 (hierna te noemen: de hoofdprocedure) en heeft bij dat beroep tevens een verzoek tot schorsing van de werking van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van die beschikking ingediend. Dit schorsingsverzoek is bij het hof ingeschreven onder zaaknummer 200.085.989/01. De vader heeft op 6 mei 2011 een verweerschrift tegen het verzoek tot schorsing van de werking van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad ingediend. Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen: van de zijde van de moeder: - op 27 april 2011 een brief van 26 april 2011 met bijlage; - op 4 mei 2011 een brief van 3 mei 2011 met bijlagen. De zaak is op 25 mei 2011 mondeling behandeld, doch uitsluitend wat betreft het verzoek tot schorsing van de werking van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de beschikking van 18 maart 2011. Ter zitting waren aanwezig: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - de vader, bijgestaan door zijn advocaat. PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking heeft de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad en met wijziging in zoverre van de beschikking van 17 juni 2009 en het daaraan gehechte door partijen overeengekomen ouderschapsplan, bepaald dat de minderjarige [naam minderjarige] (het hof leest: [naam minderjarige], geboren te [geboorteplaats] [in] 2005, hierna te noemen: de minderjarige, bij de vader zal zijn: - de ene week van dinsdag uit school tot woensdag naar school en van vrijdag uit school tot zondag; - de andere week van dinsdag uit school tot donderdag naar school. Het meer of anders verzochte is afgewezen. Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht. BEOORDELING VAN HET VERZOEK TOT SCHORSING VAN DE WERKING VAN DE UITVOERBAARVERKLARING BIJ VOORRAAD VAN DE BESTREDEN BESCHIKKING 1. In geschil is thans de werking van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de bestreden beschikking. 2. De moeder verzoekt de werking van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de bestreden beschikking te schorsen voor de duur van het bij het hof aanhangige hoger beroep. 3. De vader verzoekt het verzoek van de moeder tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad af te wijzen, met veroordeling van de moeder in de kosten van deze procedure, te weten de kosten van griffiegeld alsmede salaris advocaat, begroot op € 904,-. 4. De moeder acht de door de rechtbank vastgestelde contactregeling niet in het belang van de minderjarige. Zij voert daartoe aan dat de tenuitvoerlegging van de beschikking op dit moment en onder de huidige omstandigheden tot een zeer belastende situatie voor de minderjarige leidt. De aangepaste regeling zal wellicht weer door het hof worden gewijzigd, hetgeen voor de minderjarige verwarrend is. Omdat de overweging van de rechtbank, dat de minderjarige volgend schooljaar niet meer op vrijdagmiddag vrij is, onjuist is, stelt de moeder dat de bestreden beschikking op een juridische en/of feitelijke misslag berust. Bovendien is de bestreden beschikking volgens de moeder praktisch onuitvoerbaar. De huidige contactregeling brengt met zich dat de contactmomenten tussen partijen thans beperkt zijn tot eenmaal per veertien dagen, terwijl de oorspronkelijke en de door de moeder voorgestelde regeling meer contactmomenten bevatte, zodat overdracht van de spullen van de minderjarige kon plaatsvinden. Aangezien de vader tijdens de huidige contactmomenten geen kleding en spullen van de minderjarige aan de moeder meegeeft terwijl de moeder op haar beurt wel kleding en spullen van de minderjarige aan de vader meegeeft, heeft dat tot gevolg dat de minderjarige veel kleding en spullen mee naar school moet nemen. De moeder concludeert dat het belang van de minderjarige bij schorsing van de uitvoerbaarheid van de bestreden beschikking zwaarder dient te wegen dan het belang van de vader bij de uitvoerbaarheid daarvan. 5. De vader stelt, kort weergegeven, dat in de bestreden beschikking op het punt van de vrijdagmiddag wel sprake is van een kennelijke verschrijving maar dit kan volgens hem niet als een feitelijke misslag worden gezien. In de zittingsaantekeningen is een en ander wel correct opgenomen. De vader leidt daaruit af dat de rechtbank wel het juiste gegeven in de overwegingen heeft betrokken. Bovendien wordt uit de beschikking duidelijk dat de rechtbank aan dit gegeven geen (doorslaggevende) betekenis heeft toegekend. Volgens de vader is er evenmin een noodtoestand ontstaan op grond van na de bestreden beschikking voorgevallen of gebleken feiten en omstandigheden. De vader stelt dat hij met betrekking tot de overdracht van de kleding en spullen van de minderjarige een voorstel heeft gedaan waarop tot op heden geen reactie is gekomen. De huidige regeling doet recht aan de belangen van de minderjarige. De vermindering van het aantal wisselmomenten stelt de minderjarige in staat om meer te spelen, ook met de kinderen uit de buurt. 6. Het hof stelt voorop dat een partij die een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking heeft verkregen in beginsel bevoegd is deze te executeren, ook indien tegen de beschikking hoger beroep is ingesteld. Bij de beoordeling van de vraag of, in afwijking van voornoemd uitgangspunt, de tenuitvoerlegging van een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking dient te worden geschorst, dienen de navolgende maatstaven te worden aangelegd (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.