← Nederland

ECLI:NL:GHSGR:2011:BR4128

Rolnummer: 22-001050-10 Parketnummer: 12-706692-09 Datum uitspraak: 1 augustus 2011 TEGENSPRAAK Gerechtshof te 's-Gravenhage meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Middelburg van 12 februari 2010 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [plaats] op [dag] 1956, [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 18 juli

  1. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd. Tenlastelegging Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat: hij op één of meer tijdstip(pen) of omstreeks 30 maart 2009 te Scherpenisse, gemeente Tholen, (telkens) opzettelijk mishandelend [slachtoffer] (krachtig) bij en/of in de nabijheid van de keel en/of de nek heeft gepakt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden. Procesgang Blijkens het dossier ziet de tenlastelegging kennelijk op een tweetal incidenten, waarbij de verdachte één van zijn leerlingen, [slachtoffer], op school zou hebben mishandeld, namelijk (aan het einde van de pauze) bij het binnengaan, bij de schooldeur en daarna in het klaslokaal. In eerste aanleg is de verdachte van de tenlastegelegde mishandeling in het klaslokaal vrijgesproken. Ter zake van de tenlastegelegde mishandeling van [slachtoffer] bij de buitendeur van het schoolgebouw is de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Omvang van het hoger beroep Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraak van de tweede impliciet cumulatief tenlastegelegde mishandeling van [slachtoffer] in het klaslokaal. Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voorzover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Vrijspraak Het hof is - anders dan de advocaat-generaal - van oordeel dat gegeven het zich in het dossier bevindende bewijsmateriaal niet is komen vast te staan dat de verdachte zich op 30 maart 2009 te Scherpenisse heeft schuldig gemaakt aan de hem als eerste impliciet cumulatief tenlastegelegde mishandeling van [slachtoffer], zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - en doet opnieuw recht. Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door mr. G.P.A. Aler, mr. T.E. van der Spoel en mr. P.J. van der Flier, in bijzijn van de griffier mr. S. Hartog-Zamani. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 1 augustus
  2. Mr. P.J. van der Flier is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.