GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Sector Civiel recht Uitspraak : 20 juli 2011 Zaaknummer : 200.082.919/01 Rekestnr. rechtbank : F2 RK 09-1087 [appellant], wonende te [woonplaats], verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. H.K. Jap-A-Joe te Utrecht, tegen [geïntimeerde], wonende te [woonplaats], verweerder in hoger beroep, hierna te noemen: de vader, advocaat mr. W.H. Bernard te Rotterdam. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De moeder is op 25 februari 2011 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 25 november 2010 de rechtbank Rotterdam. De vader heeft op 27 april 2011 een referteverklaring ingediend. Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen: van de zijde van de moeder: - op 14 maart 2011 een brief van 9 maart 2011 met bijlage. PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij beschikking van 21 september 2007 van de rechtbank Rotterdam is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en, voor zover hier van belang, bepaald dat de vader aan de moeder met ingang van het tijdstip waarop de echtscheidingsbeschikking zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] (verder: de minderjarige), telkens bij vooruitbetaling zal uitkeren € 300,- per maand zolang de betaling van de kinderbijslag voor de minderjarige nog niet is hervat en ten goede komt van de minderjarige, en € 257,- per maand zodra de betaling van de kinderbijslag voor de minderjarige is hervat en ten goede komt van de minderjarige. Daarbij heeft de rechtbank verstaan dat genoemde bijdrage jaarlijks, met ingang van 1 januari van het nieuwe jaar, wordt gewijzigd ingevolge de wettelijk vastgestelde indexering. Bij de bestreden beschikking is, voor zover in hoger beroep van belang, de beschikking van 21 september 2007 gewijzigd in die zin, dat de daarbij aan de vader opgelegde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige met ingang van 2 februari 2010 tot 1 juni 2010 wordt bepaald op nihil. Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht. BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.