GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE Sector Civiel recht Zaaknummer : 200.014.770/01 Zaaknummer rechtbank : HA ZA 07-3030 arrest d.d. 16 augustus 2011 inzake [Naam], wonende te [Woonplaats], appellante in principaal appel, geïntimeerde in incidenteel appel, hierna te noemen: [X], advocaat: mr. G. Janssen te 's-Gravenhage, tegen [Naam], wonende te [Woonplaats], [Naam], wonende te [Woonplaats], geïntimeerden in principaal appel, appellanten in incidenteel appel, hierna te noemen: [Y] c.s., advocaat: mr. E.A.C. van Kempen te 's-Gravenhage. Het geding Bij exploot van 10 september 2008, hersteld bij exploot van 20 oktober 2008, is [X] in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank 's-Gravenhage tussen partijen gewezen vonnis van 9 juli 2008, aangevuld op 10 september 2008. Bij memorie van grieven heeft [X] twee grieven aangevoerd. Bij memorie van antwoord, tevens houdende incidenteel appel, met een productie heeft [Y] c.s. de grieven bestreden en heeft zij zelf één grief aangevoerd. [X] heeft vervolgens een memorie van antwoord in het incidenteel appel genomen. Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd. Beoordeling van het hoger beroep 1. Het gaat in deze zaak kort gezegd om het volgende. 1.1 [X] is eigenaresse van het appartement [adres] te [plaats], gelegen op de begane grond. [Y] c.s. zijn eigenaar van het appartement [adres], gelegen op de eerste verdieping van hetzelfde pand. 1.2 Op 23 oktober 2006 is in het appartement van [Y] c.s. brand uitgebroken. In het desbetreffende appartement bleek zich een hennepplantage te bevinden. 1.3 Door de brand is schade ontstaan aan het appartement van [X]. [X] was hiervoor niet verzekerd. Zij heeft [Y] c.s. aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade. In dat kader heeft zij conservatoir beslag gelegd op drie appartementen van [Y] c.s. 2. Bij het bestreden vonnis heeft de rechtbank onder meer de vordering van [X] tot vergoeding van schade afgewezen. [X] komt hiertegen op in principaal appel. Tevens heeft de rechtbank de vordering van [Y] c.s. tot opheffing van de conservatoire beslagen afgewezen. [Y] c.s. komen hiertegen op in het incidenteel appel. In principaal appel 3. De twee grieven van [X] in principaal appel lenen zich voor gezamenlijke behandeling. In essentie betreft het geschil de vraag of en, zo ja, op welke grond [Y] c.s. aansprakelijk zijn voor de door [X] als gevolg daarvan geleden schade. 4. Voorop staat dat op de eigenaar van een appartement geen risicoaansprakelijkheid rust in die zin dat hij zonder meer aansprakelijk is indien er brand uitbreekt ten gevolge van een hennepkwekerij in zijn appartement en daardoor schade ontstaat in het ondergelegen appartement. Artikel 6:174 BW kent wel een risicoaansprakelijkheid voor opstallen, echter gesteld noch gebleken is dat de opstal van [Y] c.s. niet voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mocht stellen en dat daardoor gevaar is ontstaan. Het enkele feit dat een hennepkwekerij is gevestigd in een opstal, is onvoldoende om te concluderen dat sprake is van een gebrekkige opstal. Dat geldt ook als brand is ontstaan. Meer dan dat heeft [X] echter niet gesteld. Voor een aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW is in beginsel enige wetenschap van de eigenaar bij de hennepkwekerij vereist. Degene die een schadevergoeding claimt zal in elk geval feiten en omstandigheden moeten stellen en zo nodig moeten bewijzen waaruit volgt dat aansprakelijkheid van de eigenaar bestaat. 5. [X] klaagt dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat [Y] c.s. het appartement hadden verhuurd. Het hof constateert dat de rechtbank in overweging 5.4.2 van de veronderstelling is uitgegaan dat van verhuur sprake was en dat de rechtbank niet heeft vastgesteld dàt het appartement verhuurd was. Voor het oordeel in de zaak hoeft naar het oordeel van het hof ook niet te worden vastgesteld of het appartement was verhuurd. Het hof voegt daar aan toe dat, ervan uitgaande dat het appartement was verhuurd en de huurder verantwoordelijk was voor de hennepkwekerij, het met de rechtbank van oordeel is dat [X] onvoldoende heeft gesteld op grond waarvan zou kunnen worden aangenomen dat [Y] c.s. aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het handelen van de huurder. Als bij de hypotheekverstrekking een huurbeding zou zijn opgenomen, zoals [X] veronderstelt, werkt dat beding slechts jegens de hypotheekverstrekker. Dat verhuur lichtvaardig zou hebben plaatsgevonden na bemiddeling van […], is op zich onvoldoende om de verhuur te kwalificeren als een onrechtmatige daad jegens [X] en [Y] c.s. op die grond voor de schade ten gevolge van de brand aansprakelijk te achten. 6. Uit de toelichting op de grieven valt voorts af te leiden dat [X] betoogt dat [Y] c.s. het appartement zelf in gebruik hadden en dat [Y] c.s. dus, zo begrijpt het hof, ook zelf verantwoordelijk moeten worden geacht voor de (gevolgen van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.