GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Sector belasting Nummer BK-09/00136 Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer d.d. 16 augustus 2011 op het hoger beroep van [X] te [Z] tegen de uitspraak van de rechtbank te ‘s-Gravenhage van 21 januari 2009, nr. AWB 06/5424 IB/PVV, betreffende na te noemen navorderingsaanslag. Aanslag, bezwaar en geding in eerste aanleg 1.1. Aan belanghebbende is voor het jaar 1997 een aanslag in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van negatief ƒ 59.881. Nadien heeft de Inspecteur aan belanghebbende voor dat jaar een navorderingsaanslag opgelegd naar een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van ƒ 18.478.361. 1.2. Belanghebbende heeft tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar beroep bij de rechtbank ingesteld. De Inspecteur heeft alsnog uitspraak op bezwaar gedaan. 1.3. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de navorderingsaanslag, zoals deze is komen te luiden na de vermindering door de inspecteur bij beschikking van 25 april 2008, gehandhaafd. Loop van het geding in hoger beroep 2.1. Belanghebbende is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van € 107. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 2.2. Belanghebbende heeft vervolgens een conclusie van repliek ingediend, waarop de Inspecteur heeft gereageerd met een conclusie van dupliek. 2.3. Belanghebbende heeft op 10 mei 2010, met dagtekening 11 mei 2010 en op 17 mei 2010 nadere stukken bij het Hof ingediend. Een afschrift hiervan is telkens aan de wederpartij verstrekt. 2.4. De mondelinge behandeling van de zaak is aangevangen ter zitting van het Gerechtshof van 25 mei 2010, gehouden te Den Haag. Aldaar zijn beide partijen verschenen. Het Hof heeft het onderzoek ter zitting geschorst. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt. 2.5. Voor de hervatting van de mondelinge behandeling is door de Inspecteur op 23 juni 2011 een nader stuk ingediend. Een afschrift hiervan is aan de wederpartij verstrekt. 2.6. De mondelinge behandeling van de zaak is voortgezet ter zitting van het Gerechtshof van 5 juli 2011, gehouden te Den Haag. Aldaar zijn beide partijen verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt. Vaststaande feiten 3.1. Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting, kan in hoger beroep, naast het hierna in 3.2. vermelde, worden uitgegaan van de navolgende feiten die de rechtbank in de onderdelen 2.1 tot en met 2.19 van de bestreden uitspraak heeft vastgesteld, waarbij door de rechtbank belanghebbende als eiser en de Inspecteur als verweerder is aangeduid: “2.1. Eiser is geboren in 1946 en was in het onderhavige jaar gehuwd. 2.2. Eiser heeft zijn door [A] Belastingadviseurs te [P] opgemaakte aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1997/vermogensbelasting 1998 (hierna: de aangifte 1997/98) ingediend op 8 juni 1999. Het belastbare inkomen is berekend op f 59.881 negatief. 2.3. Op 1 juli 1999 is een aanvulling op de aangifte 1997/98 ingediend. Eiser heeft zijn belastbare inkomen daarin nader berekend op f 110.833 negatief. 2.4. De aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1997 (hierna: de primitieve aanslag) is op 31 augustus 2001 opgelegd conform de ingediende aangifte 1997/98 zonder rekening te houden met de aanvulling op die aangifte. 2.5. Op 23 augustus 2001 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen de aanslag, althans de daarbij gegeven verliesbeschikking, omdat verweerder geen rekening heeft gehouden met de aanvulling op de aangifte 1997/98. 2.6. Op 2 december 2003 heeft verweerder per brief aan de toenmalige gemachtigde van eiser aangekondigd dat de navorderingsaanslag zal worden opgelegd, omdat eiser met de inbreng van de winstbewijzen in de Coöperatie, een voordeel zou hebben behaald ten bedrage van f 18.538.242, dat dient te worden aangemerkt als winst uit aanmerkelijk belang. In deze brief is een berekening van het voordeel opgenomen. De navorderingsaanslag is opgelegd met dagtekening 12 december 2003. 2.7. Bij brief van 12 januari 2004, door verweerder ontvangen op 13 januari 2004, heeft eiser bezwaar gemaakt tegen deze navorderingsaanslag. 2.8. Verweerder heeft niet tijdig uitspraak gedaan op het bezwaar. Op 31 augustus 2006 heeft hij alsnog uitspraak gedaan op het bezwaar, waarbij de navorderingsaanslag is gehandhaafd. 2.9. Met dagtekening 25 april 2008 heeft verweerder de navorderingsaanslag ambtshalve verminderd. Hij heeft daarbij alsnog rekening gehouden met de aanvullende aangifte en een bijzonder tarief. 2.10. Eiser bezat tot 31 december 1996 alle aandelen in [B] Holding B.V. (hierna: Holding BV). Het geplaatste aandelenkapitaal van Holding BV bedroeg op dat moment f 40.455, verdeeld in 465 gewone aandelen van f 87 nominaal. 2.11. Op 31 december 1996 zijn de statuten van Holding BV gewijzigd. De gewone aandelen werden daarbij geconverteerd in één gewoon aandeel van f 1 en 40.454 niet-cumulatief preferente aandelen van f 1 nominaal. Daarnaast werden 40.454 winstbewijzen op naam (hierna: de winstbewijzen) uitgegeven. Elk winstbewijs geeft het recht om op gelijke voet met een volgestort aandeel te delen in de winst en in het liquidatiesaldo van Holding BV. Bij liquidatie wordt geen nominaal gestort bedrag uitgekeerd op een winstbewijs. De preferente aandelen geven jaarlijks recht op 6% van het nominaal op deze aandelen gestorte bedrag. Alle hier vermelde aandelen en de winstbewijzen worden vervolgens gehouden door eiser. 2.12. Op 31 december 1996 is de Stichting [B] (hierna: de Stichting) opgericht. De Stichting is gevestigd op hetzelfde adres als Holding BV. De oprichters van de Stichting zijn [C], werkzaam bij [Bank 1], die voorzitter wordt, en [D], vennootschapsdirecteur, die secretaris/penningmeester wordt. 2.13. Op 31 december 1996 heeft eiser het door hem gehouden gewone aandeel en alle niet-cumulatief preferente aandelen Holding BV verkocht aan de Stichting voor een bedrag van f 40.463, zijnde f 40.454 voor de niet-cumulatief preferente aandelen en f 9 voor het gewone aandeel. Eiser behield vooralsnog de winstbewijzen. 2.14. Op 30 december 1997 is de Coöperatie [B] U.A. (hierna: de Coöperatie) opgericht door eiser, zijn echtgenote, hun drie kinderen en de Stichting. De lidmaatschapsrechten werden verdeeld onder de oprichters. De natuurlijke personen worden gewoon lid en de Stichting werd bijzonder lid. De Coöperatie wordt bestuurd door eiser. 2.15. Op 30 december 1997 heeft eiser al zijn de winstbewijzen in de Coöperatie ingebracht. 2.16. Eveneens op 30 december 1997 heeft de Stichting het gewone aandeel en alle niet-cumulatief preferente aandelen Holding BV in de Coöperatie ingebracht. 2.17. Uit de overgelegde stukken blijkt niet welke stortingen eisers echtgenote en de kinderen van eiser in de Coöperatie hebben gedaan. In het ledenregister van de Coöperatie is bij de regel “Initiële storting” bij geen van de ingeschreven leden een bedrag vermeld. Ook in de inbrengakten ter zake van de onder 2.15 en 2.16 bedoelde inbrengen is door de daarbij betrokken partijen geen waarde vermeld van de ingebrachte winstbewijzen en aandelen. 2.18. In bijlagen bij de aangifte 1997/98 heeft eiser onder meer opgenomen: “(…) Inkomsten uit effecten Inkomsten uit effecten Binnenlandse dividenden - [E] [F] mij 4.580 Belastbaar bedrag wegens deel- neming buitenl beleggingsmij 65.508 70.088 Aftrekbare kosten 323 Rente ivm inkomsten uit effecten 265.000 265.323 -195.235 -195.235 Aftrekbare kosten 0 Renten Giro-en bankrekeningen - [Bank 2] (…) 11 Tegoeden in buitenland - [Bank 3], Frankrijk 161 - [Bank 4] (…) 11 172 Spaartegoeden en vorderingen - [Bank 5] leeuwrekening 473 - [Bank 5] kapitaalrekening 106 - [Bank 6] (…) 2.325 - [Bank 6] US-dollar rekening (…) 24 - [E] (…) 2.217 - [B] Beheer BV r/c 231.231 - Rekening echtgenote 1.354 237.730 Inkomsten uit obligaties 1.066 238.979 238.979 Totaal inkomsten 47.968 (…) VERMOGEN PER 1 JANUARI 1998 Aanmerkelijk belang aandelen - Aandelen [G] Waarde ƒ 17.008.152 Kostprijs ivm step-up ƒ 17.008.152 17.008.152 - [X] Holding BV Waarde ƒ 19.634.993 Kostprijs incl. kapitaalstort ƒ 5.000.000 19.634.994 - [B] Beheer BV 15.000 36.658.146 Effecten Aantal Koers - [F] mij 160 1.113,00 178.080 - [Bank 4] rekening Frankrijk […] 117.533 295.613 Hypothecaire en alle andere vorderingen - [B] Beheer BV r/c 12.699.455 - Lening vriend Nominaal ƒ 66.640 5.000 - Lening dochter (woning) 221.373 - Zuster (successierecht) 28.817 - Lening [H] 10.000 - [B] Leasing 100.000 - Stichting [B] 40.463 - Coöperatie [B] UA (Inbreng 40.454 winstbewijzen, initiële storting op de algemene reserve) 13.163.327 26.268.435 Tegoeden bij girodiensten, banken enz. - Giro (…) 3.665 - [Bank 2] (…) 1.420 - [Bank 6] US-dollar rekening (…) 11 5.096 - [Bank 4] (…) 22.981 - [Bank 5] leeuwrekening 12.788 - [Bank 5] kapitaalrekening 183.701 - [Bank 6] (…) 56.778 - [E] (…) 89.404 - [Bank 3], Frankrijk 18.382 384.034 389.130 Totaal bezittingen 71.319.507 (…) Specificatie effectenbezit Overige effecten Aantal Koers - [F] mij 160 1.113,00 178.080 - [Bank 4] rekening Frankrijk […] 17.533 295.613 Aanmerkelijk belangaandelen - Aandelen [G] Waarde ƒ 17.008.152 Kostprijs ivm step-up ƒ 17.008.152 17.008.152 - [X] Holding BV Waarde ƒ 19.634.993 Kostprijs incl. Kapitaalstort. ƒ 5.000.000 19.634.994 - [B] Beheer BV 15.000 36.658.146 36.953.759 2.19. In de bijlagen 3B en 3C van zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1996/ vermogensbelasting 1997 (hierna: de aangifte 1996/97) heeft eiser onder meer opgenomen: “Specificatie effectenbezit Overige Effecten Aantal Koers - [F] mij 121.160 - Obligaties, 8,25% [Bank 6] Hyp.bnk (1990/1997) 13.022 - Obligaties, 2,5% Zuid-Holland (1957-57/97) 124 - [B] Holding BV (winstbewijzen, 40.454 st.) 322.691 456.997 Aanmerkelijk belangaandelen - Totaal 40.634.993 - Aandelen [I] BV Waarde ƒ 11.000.000 Kostprijs ivm step-up ƒ 11.000.000 - Aandelen [G]. Waarde ƒ 10.000.000 Kostprijs ivm step-up ƒ 10.000.000 - [X] Holding BV Waarde ƒ 19.634.993 Kostprijs incl. kapitaalstort ƒ 5.000.000 40.634.993 41.091.990 (…) Winst uit aanmerkelijk belang Bedrag - Overdracht 1 aandeel [B] Holding Bv aan St. [B], Nominale waarde fl 1,= Waarde fl 9,= --------- AB Winst 8 (…) VERMOGEN PER 1 JANUARI 1997 (…) Effecten Aantal Koers - [F] Mij 121.160 - Obligaties, 8,25% [Bank 6] Hyp.bnk (1990/1997) 13.022 - Obligaties, 2,5% Zuid-Holland (1957-57/97) 124 - [B] Holding BV (winstbewijzen, 40.454 st.) 322.691 456.997 Hypothecaire en alle andere vorderingen - [B] Holding B.V r/c 489.395 - Lening vriend Nominaal ƒ 66.640 5.000 - Lening dochter (woning) 221.373 - Zuster (successierecht) 28.817 - Lening [H] 10.000 - [X] Hld BV (rekening courant) 815.203 - [B] Leasing 100.000 - Stichting [B] 40.463 1.710.251” 3.2. Het Hof heeft voorts het volgende vastgesteld: In bijlage 1 bij de aangifte in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1995 en de vermogensbelasting 1996 is onder meer opgenomen: “Overige effecten (…) Aanmerkelijk belangaandelen (…) -[B] Holding B.V. 1 (…)” Omschrijving geschil en standpunten van partijen 4.1. Tussen partijen is in geschil of de Inspecteur bij het opleggen van de navorderingsaanslag beschikte over een feit als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: de AWR). Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, is in geschil wat de waarde is van de winstbewijzen ten tijde van de inbreng in Coöperatie [B] U.A. Indien deze vraag ontkennend wordt beantwoord, is in geschil of belanghebbende ter zake van het feit dat heeft geleid tot de navordering te kwader trouw was. 4.2. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat sprake is van ambtelijk verzuim dan wel van gewijzigd inzicht in het recht, zodat de navorderingsaanslag dient te worden vernietigd. 4.3. De Inspecteur heeft het standpunt van belanghebbende gemotiveerd bestreden en stelt zich op het standpunt dat het nieuwe feit is gelegen in de ontvangst van de stukken die hem op 19 mei 2003 door belanghebbende zijn toegezonden en in de beschrijving van Coöperatie [B] U.A. door de Belastingdienst. 4.4. Voor hetgeen overigens door partijen is aangevoerd, verwijst het Hof naar de stukken van het geding. Conclusies van partijen 5.1. Het hoger beroep van belanghebbende strekt, naar het Hof begrijpt, primair tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, van de uitspraak op bezwaar en van de navorderingsaanslag en subsidiair tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en van de uitspraak op bezwaar en tot vermindering van de navorderingsaanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van ƒ 860.921. 5.2. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het hoger beroep. Overwegingen omtrent het geschil Nieuw feit 6.1. Indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat een aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld, dan wel dat een in de belastingwet voorziene vermindering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, kan de inspecteur de te weinig geheven belasting navorderen. Een feit, dat de inspecteur bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kan geen grond voor navordering opleveren, behoudens in de gevallen waarin de belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw is. 6.2. De inspecteur mag bij het vaststellen van een aanslag uitgaan van de juistheid van de gegevens die een belastingplichtige bij zijn aangifte heeft verstrekt. Tot een nader onderzoek is hij in beginsel niet gehouden. Wel is hij tot een nader onderzoek gehouden, indien hij, na met een normale zorgvuldigheid kennis te hebben genomen van de inhoud van de aangifte, aan de juistheid van enig daarin opgenomen gegeven in redelijkheid behoort te twijfelen. 6.3. Een behoorlijke taakvervulling door de inspecteur brengt met zich dat hij kennis neemt van de gegevens ten aanzien van de belastingplichtige waarover hij de beschikking heeft. Daaronder vallen in ieder geval gegevens die in het dossier over de belastingplichtige aanwezig zijn bij het onderdeel van de belastingdienst dat de zaak behandelt, zoals de aangiften en aanslagen over vorige jaren. 6.4. Naar het oordeel van het Hof heeft de Inspecteur niet aan zijn onderzoeksplicht voldaan door geen onderzoek in te stellen naar de juistheid van de gedane aangifte voor de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen over het jaar 1997 en de vermogensbelasting over het jaar 1998. Het Hof neemt hierbij in aanmerking dat de aandelen [B] Holding B.V. in de (bijlage bij
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.