GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Sector Civiel recht Zaaknummer : 200.080.064/01 Rolnummer rechtbank : 328312 / HA ZA 09-183 arrest van 20 november 2012 inzake 1AMSTELHUYS N.V.,gevestigd te Amsterdam, 2. ABN AMRO HYPOTHEKEN GROEP B.V.,gevestigd te Amersfoort, 3. ACHMEA HYPOTHEEKBANK N.V.,gevestigd te 's-Hertogenbosch, appellanten in het principaal hoger beroep,verweersters in het incidenteel hoger beroep, hierna te noemen: Amstelhuys, ABN AMRO en Achmea, tezamen: de banken, advocaat: mr. P. van der Mersch te Rotterdam, tegen 1 [geïntimeerde 1],wonende te Rijswijk, 2. [geïntimeerde 2],gevestigd te Rijswijk, geïntimeerden in het principaal hoger beroep, appellanten in het incidenteel hoger beroep, hierna te noemen: [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2], tezamen: [geïntimeerden], advocaat: mr. F.E. Boonstra te Noordwijk; en 3FIDUCIA BEHEER B.V.,gevestigd te Rijswijk, geïntimeerde, niet verschenen, hierna te noemen: Fiducia. 1De verdere loop van het geding Bij tussenarrest van 21 februari 2012 is de zaak naar de rol verwezen. Partijen - eerst de banken - hebben vervolgens elk een akte uitlating deskundigenopdracht genomen. Daarna is arrest gevraagd. 2De nadere beoordeling van het hoger beroep 2.1 In het tussenarrest is onder meer het volgende overwogen: 2.10 Het hof acht het - overeenkomstig het voorstel van de banken zoals dat ter gelegenheid van de pleidooien is gedaan - aangewezen om ter beantwoording van de vraag of en in hoeverre de taxaties van [geïntimeerde 1] onjuist zijn een deskundigenbericht te gelasten. Naar voorlopig oordeel dienen als onpartijdige deskundigen te worden benoemd, drie (eventueel voormalige) NVM-makelaars die bij voorkeur in 2004-2006 vertrouwd waren met het onderhavige marktsegment ter plaatse en zelf ook taxaties hebben uitgevoerd. Het hof stelt voor aan de deskundigen de volgende vragen te stellen: a. zijn er aanwijzingen dat de omschrijving van de woningen en het gebruik daarvan in de taxatierapporten van [geïntimeerde 1] onjuist is, en dat [geïntimeerde 1] dat in redelijkheid moet hebben begrepen?; b. met inachtneming van het antwoord op de vorige vraag: wat was ten tijde van de taxaties door [geïntimeerde 1] naar het oordeel van de deskundigen de onderhandse verkoopwaarde van de betrokken woningen?; c. wat is - ervan uitgaande dat er een zekere beoordelingmarge is - het hoogste bedrag waarop een redelijk bekwaam en redelijk handelend taxateur de onderhandse verkoopwaarde van de onderhavige woningen destijds heeft kunnen taxeren? Het hof zal bepalen dat de deskundigen met alle van belang zijnde, door partijen in de processtukken aangevoerde en eventueel nog aan de deskundigen kenbaar te maken argumenten, rekening dienen te houden. De kosten van het deskundigenbericht zullen door de banken en [geïntimeerden] - ieder voor de helft - dienen te worden voorgeschoten. Alvorens over het deskundigenbericht verder te beslissen, zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld zich over de merites van de opdracht aan deskundigen uit te laten. 2.2 De banken hebben na het tussenarrest geen bezwaar gemaakt tegen hetgeen het hof heeft overwogen, en van hun kant geen voorstellen gedaan. 2.3 [geïntimeerden] hebben het volgende aangevoerd: de objectvergelijkingsmethode van VBO-taxateurs is in deze maatgevend; de deskundigen dienen hun oordeel te geven over de vraag wat de relevantie is van taxatierapporten die meer dan zes maanden na de in het geding zijnde taxaties zijn opgesteld; de aan de deskundigen te stellen vragen dienen te luiden zoals onder 5. van de akte van [geïntimeerden] is aangegeven; voorgesteld wordt dat partijen elk een deskundige benoemen, waarna die twee deskundigen een derde deskundige aanwijzen. Voorts hebben zij opmerkingen gemaakt over de hoogte van de beweerdelijk door de banken geleden schade. 2.4 Hetgeen hiervoor onder 2.3 sub a. is vermeld is reden voor het hof om aan de deskundigen een aanvullende vraag te stellen. Hetgeen onder b. is opgemerkt noopt niet tot wijziging of aanvulling van de in het tussenarrest genoemde vragen, aangezien de door [geïntimeerden] bedoelde latere taxaties voor de deskundigen niet (zonder meer) bepalend zijn. De onder c. en d. weergegeven opmerkingen vormen geen reden om anders te beslissen dan in het tussenarrest is aangegeven. 2.5 Het hof is, zoekende naar deskundigen, tot het oordeel gekomen dat de heren A.C. Rommelse, P. Blonk en L. van der Velde, over de vereiste kennis en ervaring beschikken en bovendien onpartijdig zijn. De heer Rommelse - tegen wiens benoeming [geïntimeerden] bezwaar hebben gemaakt - wordt door de rechtbank Rotterdam als deskundige in soortgelijke en ander zaken ingezet. Deze kennis en ervaring maakt het niet nodig om aan hem ook de eis te stelen van een (voormalig) NVM-lidmaatschap. 2.6 De deskundigen hebben voor het hun toekomende voorschot een bedrag van afgerond € 32.000,- genoemd voor deze en de daarmee samenhangende zaak met nummer 200.076.808/01 tezamen. Anders dan [geïntimeerden] acht het hof dat bedrag niet buitenproportioneel. Wel zal het totale bedrag worden verlaagd tot € 30.000, nu een van de panden in de andere zaak alsnog buiten het onderzoek is komen te vallen. Voor deze zaak zal het voorschot worden bepaald op € 17.143, waarvan partijen, conform hetgeen in het tussenarrest is overwogen, ieder de helft (€ 8.571,50) hebben te betalen. 3Beslissing Het hof, alvorens verder te beslissen: - beveelt een onderzoek door drie deskundigen teneinde aan het hof bericht uit te brengen omtrent de volgende vragen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.