GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Sector Civiel recht Uitspraak : 29 februari 2012 Zaaknummer : 200.094.407.01 + 200.094.408.01 Rekestnr. rechtbank : FA RK 11-127 [de man], wonende in de [land], verzoeker, tevens incidenteel verweerder, in hoger beroep, hierna te noemen: de man, advocaat mr. E.J. Kim-Meijer te 's-Gravenhage, tegen [de vrouw], wonende te [woonplaats], verweerster, tevens incidenteel verzoekster, in hoger beroep hierna te noemen: de vrouw, advocaat mr. M. van Olffen te ‘s-Gravenhage. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De man is op 21 september 2011 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 22 juni 2011 van de rechtbank 's-Gravenhage. De vrouw heeft op 14 november 2011 een verweerschrift tevens houdende incidenteel appel ingediend. De man heeft op 27 december 2011 een verweerschrift op het incidenteel appel ingediend. Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen: van de zijde van de man: - op 9 januari 2012 een brief van 8 januari 2012 met bijlagen; - op 9 januari 2012 een brief van diezelfde datum met bijlagen; - op 9 januari 2012 een brief van diezelfde datum met bijlagen; - op 10 januari 2012 een brief van diezelfde datum met bijlagen; van de zijde van de vrouw: - op 10 januari 2012 een brief van 9 januari 2012 met bijlagen. De zaak is op 19 januari 2012 mondeling behandeld. Ter zitting zijn verschenen: de advocaat van de man en de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. De advocaat van de man heeft ter zitting pleitnotities overgelegd. HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking is – uitvoerbaar bij voorraad – bepaald dat aan de vrouw en de man het gezamenlijk ouderlijk gezag zal toekomen over na te noemen minderjarigen, dat na te noemen minderjarigen bij de man zullen zijn om de week van woensdagmiddag na school tot dinsdagochtend voor school, alsmede de helft van de schoolvakanties, en dat de man met ingang van 31 december 2010 voor de verzorging en opvoeding van na te noemen minderjarigen aan de vrouw zal betalen een bedrag van € 226,- per maand per kind, vanaf 22 juni 2011 telkens bij vooruitbetaling te voldoen. Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht. BEOORDELING VAN HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTE¬LE HOGER BEROEP 1. In geschil zijn: - het gezag over de minderjarigen [X], geboren [in] 2000 te [woonplaats], [Y], geboren [in] 2001 te [woonplaats], en [Z], geboren [in] 2004 te [woonplaats] (hierna: de minderjarigen), - de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarigen (hierna: zorgregeling), dan wel de omgang tussen de minderjarigen en de man, - de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen en - de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding (hierna: kinderalimentatie) voor de minderjarigen. 2. De man verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen aangaande de zorgregeling en de vastgestelde kinderalimentatie en, opnieuw beschikkende, uitvoerbaar bij voorraad: • een raadsonderzoek te gelasten die het hof ten aanzien van het welzijn van de kinderen, de door de man geuite zorgen, alsmede hun verzoek om bij de man in [land] te mogen gaan wonen per datum beschikking kan adviseren. • Primair de hoofdverblijfplaats van de kinderen per datum te wijzen beschikking bij de man in [land] te bepalen en hem vervangende toestemming te willen verlenen zijn drie minderjarige kinderen per datum te wijzen beschikking mee te mogen nemen naar [land]. • Primair een bijzondere curator te benoemen die de drie minderjarige kinderen, nu zij geheel klem zitten en dreigen ondergesneeuwd te raken in het conflict tussen hun ouders aangaande hun hoofdverblijfplaats in de onderhavige procedure, voor de duur van de procedure en een eventueel raadsonderzoek kan bijstaan en namens de kinderen het hof kan informeren en adviseren. De man verzoekt het hof als bijzondere curator mevrouw drs. Annelies Hendriks te willen benoemen in deze procedure. • Primair in het geval de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de man in [land] zal worden bepaald per datum beschikking en hij toestemming verkrijgt de drie minderjarige kinderen per datum beschikking meer te nemen naar [land] verzoekt de man het hof een vakantieregeling tussen de vrouw en de kinderen vast te stellen luidende: - dat de vrouw in de zomervakantie gerechtigd is vijf aaneengesloten weken zomervakantie met haar drie minderjarige kinderen door te brengen in Nederland dan wel het buitenland, waaronder [land]. Ieder jaar zullen de eerste vijf weken van de zomervakantie met de vrouw kunnen worden doorgebracht. De vrouw zal de man minimaal vier weken voor haar vakantie nader schriftelijk informeren over haar vakantieadres en haar bereikbaarheid aldaar. De vrouw zal ervoor zorg dragen dat de man per email zal worden geïnformeerd over de aankomst van de kinderen op het vakantieadres en zij zal ervoor zorg dragen dat de kinderen eenmaal per week telefonisch contact met de man hebben tot het moment van terugkeer naar het huis van de man. De vrouw zal er uiteraard voor zorg dragen dat de kinderen na afloop van de vakanties alsdan zullen worden teruggebracht naar de man in [land]; - dat de vrouw de kerstvakanties (twee weken) de kinderen in de even jaren bij zich mag hebben in Nederland dan wel het buitenland, waaronder [land] en dat zij in de oneven jaren de drie kinderen in de meivakantie twee weken bij zich mag hebben in Nederland, het buitenland (waaronder [land]); - dat de man ieder jaar de kleine vakanties (voorjaarsvakantie, herfstvakantie en de laatste week van de zomervakantie) met de kinderen en in de oneven jaren de kerstvakanties mag doorbrengen of andere kleine vakanties die de kinderen in [land] zullen hebben; - dat de vrouw te allen tijde het recht heeft haar kinderen in [land] te bezoeken en bij zich te hebben. De vrouw zal, als zij ten tijde van de schoolperiode van de kinderen in [land] is, ervoor zorg dragen dat de kinderen alsdan naar school zullen worden gebracht en opgehaald zullen worden. • Subsidiair, indien het hof de mening is toegedaan dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen niet gewijzigd dient te worden en indien het hof bepaalt dat de kinderen niet bij de man in [land] mogen gaan wonen, per datum beschikking, alsdan de navolgende vakantieregeling tussen de man en zijn minderjarige kinderen vast te stellen per datum beschikking: - dat hij in de zomervakantie gerechtigd is vijf aaneengesloten weken zomervakantie met zijn drie minderjarige kinderen door te brengen in Nederland dan wel het buitenland, waaronder [land]. Ieder jaar zullen de eerste vijf weken van de zomervakantie met de man kunnen worden doorgebracht. De man zal de vrouw minimaal vier weken voor zijn vakantie nader schriftelijk informeren over zijn vakantieadres en zijn bereikbaarheid aldaar. De man zal ervoor zorg dragen dat de vrouw per email zal worden geïnformeerd over de aankomst van de kinderen op het vakantieadres en hij zal ervoor zorg dragen dat de kinderen eenmaal per week telefonisch contact met de vrouw hebben tot het moment van terugkeer naar het huis van de vrouw. De man zal er uiteraard voor zorg dragen dat de kinderen na afloop van de vakanties alsdan zullen worden teruggebracht naar de vrouw in Nederland; - dat hij de kerstvakanties (twee weken) de kinderen in de even jaren bij zich mag hebben in Nederland dan wel het buitenland, waaronder [land] en dat hij in de oneven jaren zijn drie kinderen in de meivakantie twee weken bij zich mag hebben in Nederland, het buitenland (waaronder [land]); - dat de vrouw ieder jaar de kleine vakanties (voorjaarsvakantie, herfstvakantie en de laatste week van de zomervakantie) met de kinderen en in de oneven jaren de kerstvakanties mag doorbrengen; - dat de vader te allen tijde het recht heeft zijn kinderen in Nederland te bezoeken en bij zich te hebben, ook ‘s nachts. De man zal, als hij ten tijde van de schoolperiode van zijn kinderen in Nederland is, ervoor zorg dragen dat de kinderen alsdan naar school zullen worden gebracht en opgehaald zullen worden. De man is bereid met de vrouw af te spreken dat als, om welke reden dan ook, de vrouw de voorkeur geeft aan een andere vakantie dan in de basisregeling gepland, de vrouw, maar ook de man, tot twee maanden voor de geplande vakantie een schriftelijk verzoek tot wijziging van de vakantie neer kunnen leggen waarbij de andere ouder alsdan binnen twee weken op dient te reageren. • Subsidiair, indien er geen wijziging van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de man in [land] zal worden vastgesteld per datum beschikking en de man de kinderen niet mee mag nemen daar [land] per datum beschikking een informatie- en consultatieverplichting vast te stellen, inhoudende: dat de vrouw de man tenminste maandelijks schriftelijk en tijdig op de hoogte stelt omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van de minderjarige kinderen en hem raadpleegt over daaromtrent te nemen beslissingen waaronder: lichamelijke verzorging, het dagritme, bedtijd, bezoeken arts/ziekenhuis/tandarts, inentingen, medische behandelingen en ingrepen, bezoeken ouderavonden die door de school worden georganiseerd, in de nabije toekomst de schoolkeuze, bezoek ouderavonden, schoolprestatie, sportkeuze, vakanties met de vrouw in binnen- en buitenland. • Subsidiair indien het hof de mening is toegedaan dat de kinderen niet bij de man in [land] hun hoofdverblijfplaats zullen krijgen, per datum beschikking dat de drie minderjarige kinderen onbeperkt e-mail contact of msn contact met de man mogen hebben alsmede te bepalen dat de vrouw ervoor dient zorg te dragen dat de zogeheten Magic Jack die de man aan zijn kinderen heeft gegeven in de computer van de kinderen zal worden geïnstalleerd zodat de man en zijn kinderen minimaal driemaal per week op woensdagavond tussen 19.30 uur en 21.00 uur, vrijdagavond tussen 10.30 uur en 21.00 uur en zondagavond tussen 19.30 uur en 21.00 uur telefonisch contact met de man kunnen hebben. • Te bepalen dat de door de rechtbank vastgestelde kinderalimentatie per 31 december 2010 nihil zal zijn. Subsidiair, indien het hof een andere mening is toegedaan te bepalen dat de kinderalimentatie per datum ontslag van de man bij zijn werkgever VN Tribunaal Libanon nihil zal zijn. • De man verzoekt een schorsing van de uitvoerbaarheid van de betaling van de kinderalimentatie per 31 december 2010. • De man verzoekt het hof te bepalen dat de vrouw binnen een maand na de te wijzen beschikking haar medewerking dient te verlenen aan de financiële afwikkeling van de niet-huwelijkse relatie met de man, waar onder de verdeling van de inboedel. De man verzoekt het hof primair, te bepalen dat de vrouw aan hem dient af te geven, binnen een week na de door het hof te wijzen beschikking: - Bedrijfsboekhouding Neca Taxi; - Samsung LCD TV scherm; - Dell computer beeldscherm; - Set computer boxen; - Dell Laptop; - Foto camera; - Oude computers; - Boek Oosterse vechtkunst (filosofie); - Restant gereedschap (staat in de schuur, o.a. grasmaaier); - Sony DVD speler; - Speelgoed van de kinderen. Subsidiair, indien de vrouw niet instemt met afgifte van de voornoemde inboedelzaken, dan verzoekt de man het hof voor recht te verklaren dat, mocht uw Hof de mening zijn toegedaan, dat de kinderalimentatie per 31 december 2010 wel verschuldigd zou zijn, een eventuele achterstand in alimentatie voor de kinderen tot en met de datum van het indienen van dit hoger beroepschrift is verrekend door voldoening door de man in natura, nu de vrouw voornoemde inboedelzaken zal behouden. 3. De vrouw bestrijdt het beroep van de man en verzoekt het hof bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, primair de man in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren en subsidiair de bestreden beschikking te bevestigen zo nodig met verbetering van gronden. In incidenteel appel verzoekt de vrouw het hof om haar te bekleden met het eenhoofdig gezag over de kinderen, met veroordeling van de man in de kosten van de procedure. 4. De man verzet zich tegen het incidenteel appel van de vrouw en verzoekt het hof dit incidenteel appel af te wijzen, alsmede het verzoek van de vrouw de man te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure af te wijzen. 5. De man heeft ter terechtzitting zijn verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de bestreden beschikking, alsmede zijn verzoek aangaande de financiële afwikkeling van de niet-huwelijkse relatie, waaronder zijn subsidiaire verzoek te verklaren voor recht dat een achterstand in kinderalimentatie tot en met de datum van indiening van het beroepschrift is verrekend door voldoening van de man in natura, ingetrokken. Deze verzoeken van de man zullen dan ook worden afgewezen. 6. In hoger beroep staat als onweersproken vast dat de man na de datum van de bestreden beschikking is verhuisd naar [land], waardoor hetgeen de rechtbank heeft overwogen en beslist een herbeoordeling behoeft. In het hiernavolgende zal het hof het geschil, mede gelet op de door partijen aangedragen gronden, in volle omvang opnieuw beoordelen. Gezag 7. De vrouw verzoekt het hof haar te belasten met het eenhoofdig gezag over de kinderen. Volgens de vrouw is er geen communicatie tussen haar en de man mogelijk. Zo vraagt de man, zonder haar te consulteren, visa voor de minderjarigen aan voor vertrek naar [land]. Dit terwijl hij geen toestemming heeft gevraagd de woonplaats van de minderjarigen te wijzigen en geen inzicht heeft gegeven in zijn plannen om te verhuizen. 8. De man betoogt dat door gezamenlijk gezag wordt voorkomen dat na eventueel overlijden van de vrouw een rechterlijke beslissing nodig is om de man als vader met het gezag over de kinderen te belasten en de kinderen mee te nemen naar [land]. Daarnaast wordt door gezamenlijk gezag bewerkstelligd dat de vrouw de rechtbank niet zo maar kan verzoeken om haar en een derde te belasten met het gezamenlijk gezag over de minderjarigen. Volgens de man zal hij niets meer over de kinderen vernemen indien hij niet met het gezag belast is. Informatie over de kinderen mag immers dan niet door derden worden verstrekt. 9. Het hof overweegt als volgt. Ingevolge artikel 1:253c, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders gezamenlijk met het gezag dan wel hem alleen met het gezag over het kind te belasten. Ingevolge het tweede lid wordt het verzoek, indien het verzoek ertoe strekt de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten en de andere ouder met gezamenlijk gezag niet instemt, slechts afgewezen indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.