GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE Nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch Sector civiel recht zaaknummer MHD 200.072.306 arrest van de vierde kamer van 10 april 2012 in de zaak van ’T ZEEUWS HYPOTHEEKHUYS B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], appellante, advocaat: mr. E.G.M. van Ewijk, tegen: 1. [geïntimeerde sub 1.], 2. [geïntimeerde sub 2.], beiden wonende te [woonplaats], geïntimeerden, advocaat: mr. J.A.M. van de Sande, als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 5 oktober 2010 in het hoger beroep van het door de rechtbank Middelburg onder nummer 67710/HA ZA 09-246 gewezen vonnis van 2 juni 2010. 1. Het tussenarrest van 5 oktober 2010 Bij genoemd arrest is een comparitie van partijen gelast en is iedere beslissing aangehouden. 2. Het verdere verloop van de procedure 2.1. De bij genoemd tussenarrest gelaste comparitie is op 12 november 2010 gehouden. Van de comparitie is proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt. 2.2.1. Bij memorie van grieven heeft appellante - hierna: ZHH -, onder overlegging van zeven producties, genummerd G5 tot en met G11, drie grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot afwijzing alsnog van de vordering van geïntimeerden - hierna: [geintimeerde sub 1.] c.s. -, met veroordeling van [geintimeerde sub 1.] c.s. tot terugbetaling van hetgeen ZHH krachtens het vonnis waarvan beroep aan [geintimeerde sub 1.] c.s. heeft voldaan, vermeerderd met wettelijke rente, en met veroordeling van [geintimeerde sub 1.] c.s. in de proceskosten van beide instanties. 2.3. Bij memorie van antwoord hebben [geintimeerde sub 1.] c.s., onder overlegging van twee producties, genummerd XX en XXI, de grieven bestreden. 2.4. ZHH heeft vervolgens een akte met zes producties (genummerd G12 tot en met G18) genomen, waarna [geintimeerde sub 1.] c.s. nog een antwoordakte heeft genomen. 2.5. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd. 3. De gronden van het hoger beroep Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven. 4. De beoordeling 4.1. Het gaat in deze zaak om het volgende. 4.1.1. [geintimeerde sub 1.] c.s. hebben van [X.] c.s. op 24 juni 2008 zonder bijstand van een aankoopmakelaar een woning aan de [perceel A.] te [plaatsnaam 1.] gekocht tegen een koopprijs van € 320.000,-- kosten koper. 4.1.2. In artikel 1 van de schriftelijke koopovereenkomst is bepaald dat de akte van levering uiterlijk op 1 december 2008, of zoveel eerder als partijen nader overeen zullen komen, zal worden gepasseerd. Artikel 12 van de koopovereenkomst houdt onder meer het volgende in: “1. Een partij is in verzuim jegens de wederpartij als hij, na in gebreke te zijn gesteld, nalatig is of blijft aan zijn verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst te voldoen. (…) 3. Wanneer het verzuim betrekking heeft op het meewerken aan de feitelijke en/of juridische levering dan wel op de voldoening van de koopprijs, zal de nalatige partij daarnaast, ten behoeve van de wederpartij, een zonder rechterlijke tussenkomst opeisbare boete verbeuren. De hoogte van deze boete is gelijk aan tien procent van de totale koopprijs. (…)” In artikel 13 van de koopovereenkomst wordt bepaald: “1. Deze overeenkomst zal, mits met inachtneming van het navolgende, ontbonden (kunnen) worden zonder vergoeding en/of compensatie van schade of kosten één der partijen in elk van de volgende gevallen: (…) als koper niet vóór 30 september 2008 een toezegging heeft verkregen voor het aangaan van één of meer geldleningen ter financiering van het bij deze gekochte tot een totale hoofdsom van tenminste € 320.000,00 K.K. (…) plus kosten, onder de bij de grote geldverstrekkende instellingen gebruikelijke voorwaarden en bepalingen(…). Koper zal ter verkrijging van de financiering, al het hem mogelijke verrichten en kan op deze ontbindende voorwaarde alleen een beroep doen door aan verkoper tenminste twee schriftelijke afwijzingen te overleggen.(…). 4.1.3. Bij nadere overeenkomst van 2 september 2008 zijn [X.] c.s. en [geintimeerde sub 1.] c.s. een omzetting overeengekomen van een deel ad € 20.000,-- van de koopprijs in een rentedragende lening van [X.] c.s. aan [geintimeerde sub 1.] c.s. met een looptijd tot de dag waarop [geintimeerde sub 1.] c.s. hun panden aan de [perceel B.] en [perceel C.] te [plaatsnaam 2.] zouden hebben verkocht en geleverd. Bij nadere overeenkomsten van 29 december 2008 en 15 januari 2009 zijn [X.] c.s. en [geintimeerde sub 1.] c.s. telkens het vooruitschuiven van de leveringsdatum overeengekomen, laatstelijk tot uiterlijk 18 februari 2009. Bij geen van deze nadere overeenkomsten is de in r.o. 4.1.2. weergegeven inhoud van de artikelen 12 en 13 van de koopovereenkomst van 24 juni 2008 gewijzigd. 4.1.4. In augustus 2008 hebben [geintimeerde sub 1.] c.s. aan ZHH in de persoon van haar bestuurder, de heer [Y.] (hierna: [bestuurder]), onder overlegging van de koopovereenkomst van 24 juni 2008, opdracht gegeven tot bemiddeling bij het verkrijgen van een hypothecaire financiering van de overeengekomen koopprijs ad € 320.000,-- k.k. van de door [geintimeerde sub 1.] c.s. gekochte woning te [plaatsnaam 1.]. 4.1.5. Nadat ZHH diverse stukken van [geintimeerde sub 1.] c.s. had ontvangen, heeft zij op of kort voor 25 augustus 2008 een aanvraag bij tussenpersoon Financium Primae B.V. te [vestigingsplaats] (hierna: Financium) ingediend voor een hypotheekofferte bij BLG Hypotheekbank N.V., gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: BLG). Bij e-mailbericht van 25 augustus 2008 bevestigde Financium aan ZHH de ontvangst van de aanvraag. Bij e-mailbericht van dezelfde datum deelde Financium aan ZHH mee dat zij de aanvraag heeft voorgelegd bij de geldverstrekker om de reden: “Aanvraag met overbrugging”. 4.1.6. Bij e-mailbericht van 28 augustus 2008 deelde Financium aan ZHH mee dat de aanvraag in behandeling is genomen, maar dat afhandeling niet mogelijk is en dat BLG heeft laten weten dat de aanvraag niet binnen vereenvoudigde acceptatie valt aangezien er een woonbedrijfspand wordt gefinancierd, met verzoek tot aanlevering van aanvullende gegevens en bescheiden betreffende het inkomen van [geintimeerde sub 1.] c.s. en van een taxatierapport waarin de waardes dienen te worden uitgesplitst in het woon- en het bedrijfsdeel. 4.1.7. Op 4 september 2008 verzond Financium een e-mailbericht aan ZHH waarin (opnieuw) werd verzocht het inkomen van [geintimeerde sub 1.] c.s. aan te tonen, onder de mededeling dat, als het gaat om een woon/winkelpand, BLG niet accepteert dat het een self certified aanvraag wordt. 4.1.8. Bij e-mailbericht van 18 september deelde Financium aan ZHH mee dat de offerte wordt opgemaakt door BLG. 4.1.9. Bij e-mailbericht van (vrijdag) 19 september 2008 deelde Financium aan ZHH het volgende mee: “(…) Zojuist hebben wij u de offerte t.b.v. ([geintimeerde sub 1.] c.s., hof) doen toekomen. Bijgaand treft u enige documenten aan die relevant zijn voor deze aanvraag. Wij vragen uw bijzondere aandacht voor de voorwaarden. Wij verzoeken u vriendelijk een exemplaar van deze voorwaarden uit te reiken aan de cliënt(en).” 4.1.10. Bij brief van 18 september 2008 deed BLG aan [geintimeerde sub 1.] c.s. een aanbieding voor een geldlening met onderpanden [perceel A.] te [plaatsnaam 1.] en [perceel C.] te [plaatsnaam 2.]. De brief bevat onder meer de volgende passage: “Deze offerte wordt uitgebracht onder voorwaarde van akkoordbevinding door BLG (…) van de door u verstrekte c.q. eventueel nog te verstrekken gegevens. Bij de definitieve acceptatie door BLG (…), zal u een schriftelijke acceptatiebevestiging worden toegezonden.”. 4.1.11. Op 23 september 2008 hebben [geintimeerde sub 1.] c.s. de offerte van BLG van 18 september 2008 ondertekend en heeft ZHH aan [geintimeerde sub 1.] c.s. een factuurbrief van 23 september 2008 overhandigd met onder meer de volgende inhoud: “Behandelingskosten aankoop pand [perceel A.] Te [plaatsnaam 1.] Courtage Euro 1.500,--“ [geintimeerde sub 1.] c.s. hebben deze factuurbrief eveneens op 23 september 2008 ondertekend en het daarin genoemde bedrag op 30 september 2008 betaald. 4.1.12. Bij brief van 29 september 2008 heeft ZHH aan Financium een groot aantal bescheiden toegezonden, waaronder de door [geintimeerde sub 1.] c.s. op 23 september 2008 ondertekende hypotheekofferte. 4.1.13. Door [geintimeerde sub 1.] c.s. is niet uiterlijk op 30 september 2008 jegens [X.] c.s. een beroep gedaan op de ontbindende voorwaarde. 4.1.14. Bij e-mailbericht van 13 oktober 2008 deelde Financium aan ZHH onder meer mee dat het dossier van [geintimeerde sub 1.] c.s. nog niet compleet is, dat zij nog wacht op een maatwerktoets en de notarisopgave, dat zij vorige week de aanwezige stukken vast naar BLG heeft gestuurd aangezien er onder meer aanzienlijke verschillen lagen tussen de koopsommen enerzijds en de vrije verkoopwaarden anderzijds van de huidige woning van [geintimeerde sub 1.] c.s. en de door hen aan te kopen woning, dat BLG de zaak bekeken heeft en aanvullend een aantal stukken met betrekking tot aard en indeling van beide woningen vraagt. Voorts deelde Financium in die brief mee dat, zodra de stukken compleet zijn, zij deze zal beoordelen en doorsturen naar BLG en dat BLG heeft aangegeven het dossier na ontvangst van de aanvullende stukken opnieuw in zijn geheel te beoordelen, waarbij naar aanleiding daarvan mogelijk opnieuw vragen zijn of opnieuw aanvullende stukken worden opgevraagd. 4.1.15. Bij brief van 17 november 2008 aan Financium, met als onderwerp de aanvraag hypothecaire geldlening ten name van [geintimeerde sub 1.] c.s., deelde BLG mee dat zij na beoordeling de gevraagde hypotheek niet kan verstrekken in verband met de aan BLG verstrekte gegevens. 4.1.16. Bij e-mailbericht van dezelfde datum deelde Financium aan ZHH onder meer mee dat de aanvraag na toetsing aan de normen van BLG niet kan worden gehonoreerd, dat BLG het kredietrisico te groot acht en niet akkoord gaat met de waarde met betrekking tot de aan te kopen woning en uit gaat van de koopsom, wat betekent dat de zaak niet meer past binnen vereenvoudigde acceptatie en hiermee is afgewezen. 4.1.17. Bij e-mailbericht van 10 december 2008 deelde Financium aan ZHH onder meer nog mee, dat BLG de afwijzing van de aanvraag telefonisch heeft toegelicht, dat Financium nog heeft geprobeerd BLG op andere gedachten te brengen, maar dat BLG na beoordeling nogmaals van het complete dossier geen aanleiding zag haar standpunt te wijzigen en de zaak opnieuw heeft afgewezen. 4.1.18. Bemiddeling van ZHH in de periode na de afwijzing door BLG van de aanvraag tot een hypothecaire geldlening heeft nog geleid tot offertes voor een hypothecaire geldlening van Aegon Levensverzekering N.V. (hierna: Aegon) d.d. 15 december 2008 en 12 januari 2009, maar deze offertes zijn niet gevolgd door een daadwerkelijke verstrekking van een dergelijke lening. 4.1.19. De nader tussen [X.] c.s. en [geintimeerde sub 1.] c.s. overeengekomen uiterste datum van levering van de door [geintimeerde sub 1.] c.s. gekochte woning – 18 februari 2009 – is verstreken zonder dat de levering heeft plaatsgevonden en zonder dat [geintimeerde sub 1.] c.s. de ontbindende voorwaarde (het financieringsvoorbehoud) hebben ingeroepen. 4.1.20. Bij brief van 18 februari 2009 van de heer [medewerker notariskantoor], verbonden aan notariskantoor [notariskantoor] te [vestigingsplaats], zijn [geintimeerde sub 1.] c.s. in gebreke gesteld in de nakoming van hun verplichtingen voortvloeiende uit de koopovereenkomst en is aangekondigd dat [geintimeerde sub 1.] c.s. een boete verschuldigd zouden zijn van 10 % van de koopsom, ofwel € 32.000,--. 4.1.21. De advocaat van [geintimeerde sub 1.] c.s. heeft namens hen ZHH bij brief van 19 februari 2009 aansprakelijk gesteld vanwege het tekortschieten in de nakoming van haar verplichtingen op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht. Bij brief van 5 maart 2009 heeft de advocaat van [geintimeerde sub 1.] c.s. ZHH onder meer verzocht het door [geintimeerde sub 1.] c.s. op 30 september 2008 onverschuldigd betaalde bedrag van € 1.500,-- aan hen terug te betalen. ZHH heeft niet aan dit verzoek voldaan. 4.1.22. Bij brief van 10 maart 2009 heeft N.V. Nationale Borg-Maatschappij (hierna: de Nationale) aan [geintimeerde sub 1.] c.s. meegedeeld dat zij, vanwege niet nakoming van de aankoopverlichting door [geintimeerde sub 1.] c.s. betreffende de woning [perceel A.] te [plaatsnaam 1.], een garantiebedrag van € 32.000,-- m.b.t. garantie [garantienummer] aan het in r.o. 4.1.17 genoemde notariskantoor heeft overgemaakt en heeft de Nationale [geintimeerde sub 1.] c.s. verzocht dit bedrag binnen zeven dagen op haar bankrekening over te maken, met ingebrekestelling van [geintimeerde sub 1.] c.s. tegen 17 maart 2009. 4.2.1. Bij inleidende dagvaarding van 27 april 2009 hebben [geintimeerde sub 1.] c.s. veroordeling van ZHH gevorderd tot betaling van € 34.658,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der voldoening, met veroordeling van ZHH in de proceskosten. 4.2.2. Aan hun vordering leggen [geintimeerde sub 1.] c.s. onder meer ten grondslag dat ZHH niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mocht worden verwacht. Aldus is zij toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen op grond van de overeenkomst van opdracht tot bemiddeling ter verkrijging van de financiering van de koopsom betreffende de door hen op 24 juni 2008 van [X.] c.s. gekochte woning te [plaatsnaam 1.], althans heeft zij onrechtmatig jegens [geintimeerde sub 1.] c.s. gehandeld. [geintimeerde sub 1.] c.s. stellen dat zij de in de factuurbrief van 23 september 2008 genoemde courtage van € 1.500,-- op 30 september 2008 hebben voldaan omdat zij door ZHH in de veronderstelling waren gebracht dat de financiering toen rond was, waarbij zij zich erop beroepen dat krachtens art. 7:426 BW ZHH eerst recht op loon had indien door haar bemiddeling een financieringsovereenkomst tot stand was gekomen. Zij hebben mitsdien, naar zij stellen, onverschuldigd betaald, weshalve zij het betaalde terugvorderen. Subsidiair beroepen [geintimeerde sub 1.] c.s. zich erop dat de overeenkomst van opdracht dient te worden ontbonden wegens toerekenbare tekortkoming aan de zijde van ZHH waarmee aan die zijde een ongedaanmakingsverplichting bestaat tot terugbetaling van het door [geintimeerde sub 1.] c.s. betaalde bedrag van € 1.500,--. De vordering ad € 34.658,-- van [geintimeerde sub 1.] c.s. is opgebouwd uit de door hen door het gestelde tekortschieten van ZHH geleden schade ad € 32.000,-- (de aan [X.] c.s. contractueel verschuldigde boete ad 10% van de koopsom), de terug te betalen courtage ad € 1.500,-- en € 1.158,-- wegens buitengerechtelijke kosten. 4.3.1. De rechtbank heeft bij eindvonnis van 2 juni 2010 de vordering van [geintimeerde sub 1.] c.s. toegewezen tot een bedrag van € 33.500,-- en ZHH in de proceskosten ad € 2.004,-- veroordeeld, beide bedragen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der betaling. De vordering wegens buitengerechtelijke kosten is afgewezen. 4.3.2. De rechtbank overwoog daartoe het volgende. 4.3.2.1. Een tussenpersoon dient tegenover zijn opdrachtgever de zorg te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht. Het handelen van ZHH zal aan die maatstaf worden getoetst, rekening houdend met de omstandigheden van het geval en de persoon van de opdrachtgever en opdrachtnemer. Tegen die overwegingen is geen grief is gericht. 4.3.2.2. ZHH heeft bij haar werkzaamheden voor [geintimeerde sub 1.] c.s. niet de zorg van een goed opdrachtgever in acht genomen, omdat van ZHH had mogen worden verwacht dat zij - gelet op de termijn van het financieringsvoorbehoud - expliciet aan [geintimeerde sub 1.] c.s. had meegedeeld dat met het ondertekenen van de hypotheekofferte op 23 september 2008 de financiering nog niet rond was en dat gesteld noch gebleken is dat ZHH deze mededeling heeft gedaan. ZHH diende er rekening mee te houden dat [geintimeerde sub 1.] - als leek op het gebied van het afsluiten van hypotheken - ervan uit zou gaan dat het ondertekenen van de offerte en het ontvangen van de factuur van ZHH betekende dat de financiering geregeld was, en had als redelijk bekwaam en redelijk handelend tussenpersoon [geintimeerde sub 1.] c.s. er op moeten wijzen dat dit niet het geval was. [geintimeerde sub 1.] had dan nog tijdig een beroep kunnen doen op de ontbindende voorwaarde of de termijn daarvan kunnen verlengen. Door dit toerekenbaar tekortschieten dient ZHH de door [geintimeerde sub 1.] c.s. geleden schade ad € 32.000,-- aan hen te vergoeden. Tegen deze overwegingen richt zich grief 1. 4.3.2.3. Een tussenpersoon heeft recht op loon zodra door zijn bemiddeling de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de derde tot stand is gekomen en het ligt in de risicosfeer van de tussenpersoon dat deze zijn werk verricht zonder dat daardoor bedoelde overeenkomst - in dit geval een overeenkomst betreffende een hypothecaire geldlening - tot stand komt. ZHH heeft dan ook geen recht op de courtage van € 1.500,-- en dit bedrag is dus zonder rechtsgrond betaald, waarbij is gesteld noch gebleken dat partijen hebben afgesproken dat aan ZHH courtage toekomt ook indien geen hypotheek wordt afgesloten. Het enkele feit dat het courtagebedrag is voldaan is niet voldoende voor de conclusie dat tussen partijen een dergelijke afspraak is gemaakt. Tegen deze overwegingen richt zich grief 2. 4.3.3. Grief 3 richt zich tegen de veroordeling van ZHH tot betaling van € 33.500,-- en de veroordeling van ZHH in de proceskosten ad € 2.004,--, beide bedragen vermeerderd met de wettelijke rente. Deze grief wordt niet afzonderlijk toegelicht en mist dus zelfstandige betekenis. 4.4.1. ZHH licht grief 1 als volgt toe, zakelijk weergegeven. 4.4.1.1. ZHH is uitsluitend als hypotheekbemiddelaar en niet (ook) als kopend makelaar opgetreden. Zij heeft bij de koop van de woning geen enkele betrokkenheid gehad. Op een hypotheekbemiddelaar rust niet de verplichting om de termijn van een in de koopovereenkomst opgenomen financieringsbehoud te bewaken. Dat geldt ook in de onderhavige zaak. In dit verband heeft ZHH zich op jurisprudentie beroepen. 4.4.1.2. Subsidiair bestrijdt ZHH de overweging van de rechtbank dat niet is gesteld of gebleken dat ZHH [geintimeerde sub 1.] c.s. expliciet heeft meegedeeld dat met de ondertekening van de hypotheekofferte door [geintimeerde sub 1.] c.s. op 23 september 2008 de financiering nog niet rond was. Volgens ZHH is zowel in de talloze telefoongesprekken tussen [geintimeerde sub 1.] c.s. en ZHH in de periode tussen 23 en 30 september 2008 als tijdens de bijeenkomst van partijen op 23 september 2008 namens ZHH telkens expliciet meegedeeld dat de hypotheek nog niet rond was. ZHH verwijst ook naar de hiervoor in r.o. 4.1.10 weergegeven passage uit de brief van BLG aan [geintimeerde sub 1.] c.s. waaruit volgens ZHH ook voor leken als [geintimeerde sub 1.] c.s. duidelijk moet zijn geweest dat de hypothecaire financiering eerst na (schriftelijke) akkoordbevinding door BLG rond is, zodat al met al aan [geintimeerde sub 1.] c.s. in meer dan voldoende mate te kennen is gegeven dat de financiering van de koopprijs van de woning per eind september 2008 (nog) geen feit was en ZHH er geen rekening mee hoefde te houden dat [geintimeerde sub 1.] c.s. er van uit zouden gaan dat de ondertekening van de offerte en de ontvangst van de courtagefactuur inhielden dat de financiering geregeld was, laat staan dat ZHH [geintimeerde sub 1.] c.s. had moeten waarschuwen dat dit niet het geval was. ZHH vermeldt in dit verband nog, onder verwijzing naar de als productie G5 bij de memorie van grieven overgelegde notariële akte d.d. 11 juli 2008, die betrekking had op het oversluiten van de hypothecaire financiering van [geintimeerde sub 1.] c.s. van hun woning te [plaatsnaam 2.], dat [geintimeerde sub 1.] c.s. (eerdere) ervaring hadden met de gang van zaken rond het financieren van onroerend goed. 4.4.1.3. Meer subsidiair betwist ZHH het causaal verband tussen de (door haar betwiste) tekortkoming van ZHH en de door [geintimeerde sub 1.] c.s. gestelde schade ad € 32.000,--. Uit de in r.o. 4.1.2 weergegeven tekst van artikel 13 van de koopovereenkomst van 24 juni 2008 volgt volgens ZHH dat [geintimeerde sub 1.] c.s. uitsluitend met succes een beroep op het financieringsvoorbehoud hadden kunnen doen indien zij aan [X.] c.s. twee afwijzingen hadden kunnen overleggen. Op de laatste dag - 1 oktober 2008 - waarop dit overleggen mogelijk zou zijn geweest, beschikten [geintimeerde sub 1.] c.s. niet over twee en zelfs niet over één schriftelijke afwijzing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.