GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Sector Civiel recht Zaaknummers : 200.096.711/01 en 200.096.733/01 Zaak- en rolnummers rechtbank : 399635 / KG ZA 11-910 en 403122 / KG ZA 11-1092 Arrest van 10 april 2012 inzake KPN B.V., gevestigd te 's-Gravenhage, appellante in het principaal appel, verweerster in het incidenteel appel, hierna te noemen: KPN, advocaat: mr. W.H. van Baren te Amsterdam, tegen TELE2 NEDERLAND B.V., gevestigd te Diemen, geïntimeerde in het principaal appel, appellante in het incidenteel appel, hierna te noemen: Tele2, advocaat: mr. D.P. Kuipers te 's-Gravenhage en inzake DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties), zetelend te 's-Gravenhage, appellant in het principaal appel, verweerder in het incidenteel appel, hierna te noemen: de Staat, advocaat: mr. M. van Rijn te 's-Gravenhage tegen TELE2 NEDERLAND B.V., gevestigd te Diemen, geïntimeerde in het principaal appel, appellante in het incidenteel appel, hierna te noemen: Tele2, advocaat: mr. D.P. Kuipers te 's-Gravenhage Het verdere verloop van de gedingen Voor een beschrijving van het verloop van de gedingen tot 's hofs tussenarrest van 14 februari 2012 wordt verwezen naar dat arrest. Alle partijen hebben zich vervolgens bij akte uitgelaten en bij antwoordakte op de aktes van de andere partijen gereageerd. Het hof heeft daarna bepaald opnieuw arrest te zullen wijzen. De verdere beoordeling van het hoger beroep 1 De voorzieningenrechter heeft in het bestreden vonnis (LJN: BT2856) sub 2.1 tot en met 2.23 een zeer uitgebreide samenvatting van de belangrijkste feiten opgenomen. Het hof verwijst daarnaar en neemt de aldus geresumeerde feiten tot uitgangspunt. Met inachtneming hiervan gaat het in deze gedingen in hoofdzaak om het volgende. 1.1 De Staat heeft in juni 2010 een Europese openbare aanbestedingsprocedure uitgeschreven ten behoeve van de aansluitingen voor telefonieverbindingen met het openbare netwerk op vaste locaties, in gebruik bij de Staat en een groot aantal daarmee verbonden overheidsorganisaties. Als gunningscriterium zou worden gehanteerd de economisch meest voordelige inschrijving. 1.2 Onder meer KPN en Tele2 hebben een inschrijving ingediend. 1.3 Na beoordeling van de inschrijvingen heeft de Staat bij brief van 27 augustus 2010 aan KPN bericht voornemens te zijn de opdracht aan haar te gunnen. Bij brief van 14 oktober 2010 heeft de Staat evenwel aan KPN laten weten deze gunningsbeslissing in te trekken. 1.4 Bij afzonderlijke brieven van 4 november 2010 heeft de Staat aan KPN en Tele2 bericht dat besloten is de inschrijving van KPN alsnog terzijde te leggen. Tevens is daarin het voornemen geuit om de opdracht aan Tele2 te gunnen. In de brief aan KPN werd als motivering voor de terzijdelegging van haar inschrijving, beknopt weergegeven, vermeld dat KPN, als gevolg van een door de OPTA vastgestelde overtreding van het door de OPTA uitgegeven marktanalysebesluit Vaste Telefonie, niet voldeed aan de in het Beschrijvend Document opgenomen eis dat een inschrijver de plicht heeft om te voldoen aan de vigerende regelgeving. In gewone taal bestond deze overtreding eruit dat KPN (Retail) bij haar inschrijving gebruik heeft gemaakt van informatie over een kortingsregeling die door haar zelf (KPN Wholesale) kort voor de inleverdatum van de inschrijvingen in het leven geroepen was, terwijl Tele2 bij haar inschrijving deze informatie niet ter beschikking heeft gestaan. Als gevolg daarvan heeft KPN voor de opdracht een lagere prijs kunnen aanbieden dan Tele2. 1.5 KPN is vervolgens in kort geding, gericht tegen de Staat, opgekomen tegen de terzijdelegging van haar inschrijving. In dit geding heeft Tele2 zich gevoegd aan de zijde van de Staat en argumenten aangevoerd ter bestrijding van de vordering van KPN. 1.6 Dit kort geding is uitgemond in een vonnis van 11 januari 2011 (LJN: BP0315), waarbij de voorzieningenrechter de Staat bevolen heeft zijn besluit om de opdracht (voorlopig) aan Tele2 te gunnen in te trekken. 1.7 Van dit vonnis zijn de Staat en Tele2 in hoger beroep gekomen bij het hof. Bij arrest van 12 april 2011 (LJN: BQ0942) heeft het hof evengenoemd vonnis bekrachtigd en aanvullend bepaald dat de Staat, indien hij de opdracht wil gunnen, dit niet aan een ander dan KPN zal doen. De kernoverweging van deze beslissing was dat het Beschrijvend Document voor de Staat niet voorzag in een mogelijkheid de inschrijving van KPN terzijde te leggen op grond van de sub 1.4 aangeduide overtreding, wat daar verder ook van zij. 1.8 Naar aanleiding van dit arrest is overleg gevoerd tussen de Staat en KPN, dat heeft geresulteerd in een vaststellingsovereenkomst d.d. 5 juli 2011, waarvan de inhoud is aangehaald in het bestreden vonnis. 1.9 Voorts heeft de Staat bij brief van 8 juli 2011 aan Tele2 bericht dat hij de voorlopige gunningsbeslissing van 4 november 2010 intrekt en voornemens is de opdracht alsnog aan KPN te gunnen. Als reden hiervoor wordt gewezen op de sub 1.7 en 1.8 genoemde uitspraken. "Ten overvloede" wordt in de brief het reeds bij brief van 27 augustus 2010 bekendgemaakte beoordelingsresultaat vermeld. In de brief wordt een termijn van 17 dagen gegeven om opnieuw een kort geding aanhangig te maken alvorens de Staat zal overgaan tot gunning van de opdracht. 1.10 De brief is voor Tele2 aanleiding geweest de Staat bij exploot van 26 juli 2011 te doen dagvaarden voor de voorzieningenrechter. Daarbij heeft Tele2 (primair) gevorderd, kort weergegeven, dat de Staat een gebod wordt opgelegd om de inschrijving van KPN terzijde te leggen en de opdracht aan geen ander dan Tele2 te gunnen. In dit geding heeft KPN zich gevoegd aan de zijde van de Staat. 1.11 Nadat de zaak ter zitting van 12 september 2011 was behandeld en nog voordat de voorzieningenrechter vonnis had gewezen heeft Tele2 opnieuw, bij exploot van 19 september 2011, een kort geding tegen de Staat aanhangig gemaakt en, onder de voorwaarde dat de sub 1.10 genoemde primaire vordering niet voor toewijzing in aanmerking komt, (primair) gevorderd dat, kort gezegd, de Staat een gebod wordt opgelegd om de aanbestedingsprocedure te staken, de voorlopige gunning aan KPN in te trekken en tot heraanbesteding over te gaan. Ook in dit geding heeft KPN zich gevoegd aan de zijde van de Staat. 1.12 Nadat ook deze zaak ter zitting was behandeld heeft de voorzieningenrechter in beide zaken te zamen het thans bestreden vonnis gewezen. Daarin heeft deze in de eerste plaats onderzocht of er sprake is van feiten en omstandigheden die zich vóór 's hofs arrest hebben voorgedaan maar pas nadien aan het licht zijn gekomen en die, zo zij eerder bekend waren geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. Bij dit onderzoek heeft de voorzieningenrechter geconcludeerd dat van zodanige nova geen sprake is. Vervolgens heeft hij onderzocht of 's hofs arrest aan de Staat de ruimte liet om te beslissen tot een nieuwe aanbesteding. Deze ruimte is door hem aanwezig geacht. Op basis daarvan heeft de voorzieningenrechter geconcludeerd dat de Staat thans niet kan overgaan tot gunning van de opdracht aan KPN, hetgeen heeft geresulteerd in een bevel aan de Staat om (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.