beslissing GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Zaaknummer verzoek : 200.105.241 Zaaknummer hoofdzaak : 392399 / HA RK 11-346 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van 23 mei 2012 inzake het hoger beroep van de man, correspondentieadres postbus 502 te Delft, appellant, advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool te ’s-Gravenhage. tegen de beslissing van de meervoudige kamer voor wrakingszaken in de rechtbank Rotterdam van 1 februari 2012, waarbij het verzoek van [de man] tot wraking van de rechter-commissaris mr. C. van Steenderen-Koornneef (hierna: de rechter-commissaris) is afgewezen. Het geding 1.0 Bij beslissing van 1 februari 2012 heeft de wrakingskamer in de rechtbank Rotterdam het verzoek van [de man] tot wraking van mr. C. van Steenderen-Koornneef (hierna: de rechter¬commissaris) afgewezen. 1.1. Bij brief van 21 maart 2012, ingekomen op 22 maart 2012, heeft [de man] aangegeven hoger beroep in te willen stellen tegen de onder 1.0 genoemde beslissing. Het hof heeft [de man] per brief van 26 maart 2012 laten weten dat zijn verzoek niet in behandeling kan worden genomen omdat het door een advocaat moet worden ondertekend. [De man] heeft eerst tot 9 april 2012 en vervolgens tot 13 april 2012 de gelegenheid gekregen dat alsnog te laten doen. Per faxbericht van 13 april 2012 heeft mr. Schuckink Kool het door [de man] ingediende beroep tegen de uitspraak van de wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam van 1 februari 2012 ondersteund op de in zijn faxbericht genoemde gronden en uitdrukkelijk niet op de door [de man] zelf genoemde gronden. 1.2. Per mailbericht van 23 april 2012 heeft de rechter-commissaris gereageerd op het beroep van [de man]. Zij geeft aan dat hoger beroep in dit geval niet mogelijk is. Het hof begrijpt uit de schriftelijke reactie voorts dat zij niet berust in de wraking en niet ter zitting aanwezig zal zijn. 1.3. Bij brief van 4 mei 2012, binnen gekomen op 7 mei 2012, heeft de bewindvoerder T.P.F. Eisses laten weten geen gebruik te maken van de geboden gelegenheid tijdens de behandeling aanwezig te zijn. 1.4. De mondelinge behandeling heeft ter openbare zitting van de wrakingskamer plaatsgevonden op 9 mei 2012. [De man] is verschenen, begeleid door zijn raadsman mr. M.A.R. Schuckink Kool, en gehoord. Mr. Schuckink Kool heeft ter zitting het beroep mondeling toegelicht en daarbij aangegeven dat ter beoordeling in hoger beroep voorliggen de gronden zoals door hem weergegeven in zijn faxbericht van 13 april 2012. Beoordeling van de ontvankelijkheid. 2.0. Tegen een beslissing in een incident tot wraking is, gelet op het bepaalde in artikel 39 lid 5 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (hierna Rv), geen hogere voorziening toegelaten. Dit is slechts anders indien de rechter de regeling met betrekking tot de wraking ten onrechte niet heeft toegepast, of buiten het toepassingsgebied is getreden dan wel zodanige essentiële vormen niet in acht heeft genomen dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling niet kan worden gesproken. 2.1. [De man] betoogt dat van het laatste sprake is. Hij stelt daartoe het volgende, waarbij het hof uitgaat van de in het faxbericht brief d.d. 13 april 2012 van mr. Schuckink Kool aangevoerde gronden.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.