← Nederland

ECLI:NL:GHSGR:2012:BW9353

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Sector Civiel recht Uitspraak : 2 mei 2012 Zaaknummer : 200.099.936/01 Rekestnr. rechtbank : 1091908 EJ VERZ 11-84408 [de betrokkene], wonende te [woonplaats], verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de betrokkene, advocaat mr. H.C.M. Kortman te ’s-Gravenhage. Als belanghebbende zijn aangemerkt:

  1. [de zus], wonende te [woonplaats], Curaçao, hierna te noemen: de zus van betrokkene;
  2. R.W. Mensink h.o.d.n. Bewindvoering Holland, kantoorhoudende te ’s-Gravenhage, hierna te noemen: de curator. Als informant is gehoord: de heer W. Giphart, maatschappelijk werker van de betrokkene, verbonden aan Parnassia, hierna te noemen: de maatschappelijk werker. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De betrokkene is op 5 januari 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 6 oktober 2011 van de rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie ’s-Gravenhage. De zaak is op 21 maart 2012 mondeling behandeld. Ter zitting waren aanwezig: - de betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; - de curator; - de maatschappelijk werker. PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking heeft de rechtbank de betrokkene onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis en is R.W. Mensink h.o.d.n. Bewindvoering Holland, tot curator benoemd. Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht. BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
  3. In geschil is de ondercuratelestelling van de betrokkene, geboren op 1 december 1927 te ‘s-Gravenhage.
  4. De betrokkene verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en het verzoek tot ondercuratelestelling alsnog af te wijzen met iedere verdere beslissing als het hof in goede justitie zal vermenen te behoren.
  5. De curator bestrijdt het beroep.
  6. De betrokkene stelt dat hij ten onrechte onder curatele is gesteld. Bij de betrokkene is geen sprake van een geestelijke stoornis die hem niet in staat stelt dan wel bemoeilijkt zijn belangen naar behoren waar te nemen. De betrokkene is in staat duidelijk te maken wat hij wil. De betrokkene heeft weliswaar een geestelijke terugval gehad die heeft geleid tot een tijdelijke opname, doch dit leidt niet tot de conclusie dat de betrokkene zijn financiële zaken niet op orde kan houden dan wel dat de andere gronden als genoemd in artikel 1:378 van het Burgerlijk Wetboek zich voordoen. Het verzoek tot ondercuratelestelling in eerste aanleg is ingediend door de zus van de betrokkene, die op Curaçao woonachtig is. Zij is niet goed op de hoogte van het functioneren van de betrokkene en heeft als enig erfgenaam een belang bij de ondercuratelestelling van betrokkene in verband met een door hem ontvangen erfenis. De betrokkene heeft een bedrag van € 35.000,- geërfd. De zus vreest - zonder enige grond - dat de betrokkene voornoemd bedrag zal verkwisten en heeft er belang bij dat het kapitaal in stand blijft.
  7. De curator stelt dat hij drie keer bij de betrokkene op bezoek is geweest en dat hij alleen de laatste keer echt contact met de betrokkene heeft kunnen maken. De betrokkene is tegen zijn wil geplaatst in een instelling van Parnassia en werkt niet goed mee aan de geboden hulpverlening. Er is geen aanspreekpunt voor de zorg van de betrokkene, hier is een taak weggelegd voor de curator. De financiële situatie van de betrokkene was redelijk. Er waren nauwelijks betalingsachterstanden.
  8. De maatschappelijk werker van de betrokkene stelt dat hij de betrokkene reeds anderhalf tot twee jaar begeleid, doch dat de betrokkene niet met de maatschappelijk werker wil spreken. De betrokkene is gesloten geplaatst bij de instelling. De betrokkene heeft een ernstig psychiatrisch ziektebeeld. De betrokkene heeft geen ziekte inzicht en weigert alle behandeling en medicatie.
  9. Het hof overweegt als volgt. Een meerderjarige kan door de kantonrechter onder curatele worden gesteld wegens een geestelijke stoornis, waardoor de gestoorde, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen behoorlijk waar te nemen. Om te kunnen beoordelen of sprake is van een geestelijke stoornis dient het hof te worden voorgelicht over de medische situatie van de betrokkene. De maatschappelijk werker heeft ter zitting duidelijkheid verschaft over de geestesgesteldheid van de betrokkene en heeft diens psychische stoornis omschreven als paranoïde schizofrenie. De verklaring van de maatschappelijk werker ter zitting in samenhang met de door de betrokkene overgelegde brieven alsmede de in eerste aanleg overgelegde verklaring van psychiater Hollenborg van 29 juli 2011 maken dat het hof zich voldoende voorgelicht acht over de psychische gesteldheid van de betrokkene. Ter zitting was het voor het hof niet mogelijk inhoudelijk met betrokkene van gedachten te wisselen, hetgeen mede toegeschreven zou kunnen worden aan een niet goed functionerend gehoorapparaat dat betrokkene bij zich had. Wat daar ook van zij: betrokkene is, naar het oordeel van het hof, niet in staat tot een behoorlijke waarneming van zijn belangen. Er wordt voldaan aan de gronden voor een ondercuratelestelling.
  10. Mitsdien beslist het hof als volgt. BESLISSING OP HET HOGER BEROEP Het hof: bekrachtigt de bestreden beschikking. Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Leuven, Pannekoek-Dubois en Pijls-olde Scheper, bijgestaan door mr. Braat als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 mei 2012.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.