GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Sector Civiel recht Uitspraak : 25 juli 2012 Zaaknummer : 200.107.538/01 Rekestnummer rechtbank : JE RK 12-1220 [appellante], thans verblijvende in een jeugdinrichting van Avenier, locatie De Vaart te Sassenheim, verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de minderjarige, advocaat mr. D.S. Lösing te Rotterdam, tegen de Stichting Bureau Jeugdzorg te Rotterdam, verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: Jeugdzorg. Als belanghebbenden zijn aangemerkt: de heer [naam] en mevrouw [naam], wonende te [woonplaats], hierna te noemen: de ouders, Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de raad voor de kinderbescherming te Rotterdam, hierna te noemen: de raad. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De minderjarige is op 29 mei 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 11 mei 2012 van de kinderrechter in de rechtbank Rotterdam. Jeugdzorg heeft op 28 juni 2012 een verweerschrift ingediend. Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen: van de zijde van de minderjarige: - op 29 juni 2012 een brief van 28 juni 2012 met bijlage, van de zijde van Jeugdzorg: - op 29 juni 2012 een brief van 28 juni 2012 met bijlagen. De raad heeft bij brief van 15 juni 2012 aan het hof laten weten niet ter zitting te zullen verschijnen. De zaak is op 11 juli 2012 mondeling behandeld. Ter zitting waren aanwezig: - de minderjarige, bijgestaan door mr. B. Oonincx (kantoorgenoot van mr. Lösing); - namens Jeugdzorg: mevrouw A.J. Spijker en mevrouw I. van Golen; - de ouders. Voorts is aan de zijde van de ouders verschenen de heer A. Cevikcan, beëdigd tolk in de Turkse taal. PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de beschikking van 25 april 2012 van de rechtbank Rotterdam en de bestreden beschikking. Bij de beschikking 25 april 2012 is voorlopige machtiging verleend om de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van vier weken, derhalve tot 23 mei
- De behandeling van de zaak is voor het overige verzochte aangehouden. Bij de bestreden beschikking is met ingang van 11 mei 2012 machtiging verleend om de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg te doen opnemen en te doen verblijven tot 11 augustus 2012 en is bepaald dat de behandeling van de zaak zal worden voortgezet op 1 augustus
- BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
- In geschil is de verleende machtiging uithuisplaatsing van de minderjarige voor de periode tot 11 augustus 2012 in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.
- De minderjarige verzoekt het hof de bestreden beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te vernietigen en, opnieuw beschikkende, het verzoek van jeugdzorg af te wijzen, kosten rechtens.
- Jeugdzorg bestrijdt het beroep.
- De minderjarige stelt dat de noodzaak voor een gesloten plaatsing ontbreekt en voert daartoe, kort gezegd, het navolgende aan. De minderjarige heeft haar leven langzaam maar zeker weer op de rails gekregen. Zij heeft zelf hulp gezocht voor haar gewichtsproblemen. Het contact met de ouders is hersteld en de minderjarige heeft een positief advies gekregen om weer terug te keren naar een reguliere school. Bovendien is de minderjarige niet meer in aanraking gekomen met politie en justitie. De minderjarige weerspreekt het vermoeden van Jeugdzorg dat zij zich in een loverboy circuit begeeft. De minderjarige is thans aangemeld voor een onderzoek bij Yulius (een GGZ-instelling). De minderjarige wordt op dit moment (binnen Avenier) niet behandeld voor haar gewichtsproblemen. De minderjarige is van mening dat de machtiging tot uithuisplaatsing ten onrechte als ‘stok achter de deur’ is opgelegd. Immers, de minderjarige heeft, ook voor de uithuisplaatsing, laten zien dat zij meewerkt aan alle hulp die zij nodig heeft.
- Jeugdzorg verweert zich daartegen als volgt. De minderjarige heeft het afgelopen jaar weliswaar laten zien dat zij hulp wil, maar volgens Jeugdzorg laat zij het uiteindelijk afweten. Om ervoor te zorgen dat het onderzoek bij Yulius kan worden afgerond en om alvast een start te maken met de doelen waaraan de minderjarige moet voldoen, is een plaatsing van de minderjarige binnen de gesloten jeugdzorg het meest aangewezen middel. Jeugdzorg merkt daarbij op dat de minderjarige in Avenier wordt behandeld, onder meer voor het leren omgaan met haar boosheid.
- De ouders hebben ter zitting verklaard dat zij van mening zijn dat de uithuisplaatsing moet worden beëindigd.
- Het hof overweegt als volgt. Ingevolge artikel 29b lid 3 van de Wet op de jeugdzorg wordt een machtiging tot opneming van een minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg, ongeacht zijn instemming daarmee, slechts verleend indien de minderjarige ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen heeft die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de zorg die hij nodig heeft zal ontrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken.
- Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden de machtiging uithuisplaatsing van de minderjarige in een gesloten setting heeft verleend en neemt deze gronden over. Uit de overgelegde stukken komt een zorgelijk beeld naar voren van de minderjarige die thans 17 jaar oud is. Onweersproken is dat de minderjarige kampt met ernstige gewichtsproblemen. Daarnaast zijn er zorgen over haar sociaal-emotionele ontwikkeling en haar verstandelijke ontwikkeling. Gelet op de ernst van de problemen en nu de minderjarige over ongeveer vijf maanden volwassen zal worden, is het eens temeer noodzakelijk dat op korte termijn duidelijk wordt wat de minderjarige voor haar ontwikkeling nodig heeft. Op dit moment wordt de minderjarige onderzocht bij Yulius. Gezien de problematiek van de minderjarige, is het hof van oordeel dat het van groot belang is dat de minderjarige het onderzoek bij Yulius afrondt, zodat duidelijk wordt welke hulpverlening zij nodig heeft om een goede ontwikkeling naar volwassenheid zoveel als nog mogelijk te realiseren. Het hof acht het in het belang van de minderjarige derhalve noodzakelijk dat zij in afwachting van het eindgesprek bij Yulius, dat binnenkort zal plaatsvinden, haar verblijf in een gesloten setting voortzet. Hoewel de minderjarige ter zitting uitdrukkelijk heeft verklaard dat zij van plan is het onderzoek bij Yulius af te ronden, acht het hof het risico dat de minderjarige zich na een plaatsing bij de ouders daaraan zal ontrekken te groot. Het is immers nog maar kort geleden dat de minderjarige van huis is weggelopen en heeft geweigerd volledig mee te werken aan de onderzoeken. Het hof neemt bij het vorenstaande nog in aanmerking de houding van de ouders, die ter zitting, desgevraagd, hebben verklaard dat zij vinden dat de minderjarige geen hulp nodig heeft, terwijl het juist van belang is dat zij zich meewerkend en ondersteunend opstellen ten aanzien van de nodige hulpverlening en de minderjarige daarin op consequente wijze begeleiden. Daarin schieten de ouders tekort. Onder de vooromschreven omstandigheden deelt het hof het standpunt van Jeugdzorg dat de gesloten machtiging thans nog nodig is om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de zorg die zij nodig heeft zal onttrekken of door anderen daaraan zal worden onttrokken. Tot slot neemt het hof in aanmerking dat de minderjarige binnen Avenier kan profiteren van de hulp die zij daar op dit moment geboden krijgt. In het licht van het bovenstaande zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen.
- Mitsdien wordt als volgt beslist. BESLISSING OP HET HOGER BEROEP Het hof: bekrachtigt de bestreden beschikking. Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Kempen, Van Leuven en Linsen-Penning de Vries, bijgestaan door mr. Wijtzes als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juli 2012.