ECLI:NL:GHSGR:2012:BX4783
GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Sector Civiel recht Zaaknummer : 200.081.749/01 Zaak-/rolnummer rechtbank : 354732 /HA ZA 09-4269 Arrest d.d. 17 juli 2012 (bij vervroeging) inzake 1. [appellant sub 1], 2. [appellante sub 2], beiden wonende te [woonplaats] (Verenigde Staten; hierna ook VS), appellanten in het principaal appel, verweerders in het incidenteel appel, hierna te noemen: [appellant sub 1 c.s.] (mannelijk enkelvoud), advocaat: mr. J.P. Heering te 's-Gravenhage, tegen DIRECT WONEN VERHUUR MAKELAARS HOLDING B.V., gevestigd te 's-Gravenhage, geïntimeerde in het principaal appel, appellante in het incidenteel appel, hierna te noemen: Direct Wonen, advocaat: mr. R.P.J.L Tjittes te 's-Gravenhage.
Het geding Bij exploot van 27 januari 2011, met daarin opgenomen drie grieven, (met een productie) is [appellant sub 1 c.s.] in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank 's-Gravenhage tussen partijen gewezen vonnis van 10 november 2010. Vervolgens heeft het hof bij arrest van 29 maart 2011 een comparitie van partijen gelast. Deze comparitie is gehouden op 7 juni 2011, waarbij [appellant sub 1 c.s.] niet is verschenen. Vervolgens is de comparitie diverse malen, overigens tevergeefs, aangehouden. Hierna heeft Direct Wonen de grieven bestreden bij memorie van antwoord in het principaal appel (met een productie). Direct Wonen heeft daarbij tevens bij memorie van grieven in het incidenteel appel vijf grieven aangevoerd. [appellant sub 1 c.s.] heeft deze grieven bestreden bij memorie van antwoord in incidenteel appel (met producties). Hierna hebben partijen hun zaak op 2 juli 2012 mondeling bepleit. Van de pleitzitting is proces-verbaal opgemaakt. Daarna hebben partijen arrest gevraagd.
Beoordeling van het hoger beroep In het principaal en incidenteel appel 1. De door de rechtbank in rechtsoverweging 2 (2.1 tot met 2.9) van het bestreden vonnis vastgestelde feiten staan niet ter discussie, met uitzondering van de vaststelling in rechtsoverweging 2.4 dat aan [appellant sub 1 c.s.] is gemeld ‘dat de gegevens zijn geverifieerd en in orde zijn bevonden’. Volgens Direct Wonen is aan [appellant sub 1 c.s.] slechts gemeld dat zij de werkgever van [de huurder] had gebeld en dat die had aangegeven dat [de huurder] bij hem werkzaam zou zijn. Het hof zal uitgaan van deze feiten in de aldus vastgestelde zin.
De overeenkomst tussen partijen 7. Vast staat dat Direct Wonen in opdracht van [appellant sub 1 c.s.] heeft bemiddeld bij de totstandkoming van een verhuurovereenkomst tussen [appellant sub 1 c.s.] en [de huurder] (zie onder meer productie 12 bij memorie van antwoord in het incidenteel appel). Dit is een overeenkomst van opdracht ex artikel 7:400 juncto 7:425 BW, ondanks de andersluidende benaming – marketingactiviteiten – die Direct Wonen daar thans aan geeft. Ook staat vast dat Direct Wonen zich afficheert als een specialist in het verhuren van particuliere huurwoningen in Nederland, met 19 jaar ervaring (productie 1 bij akte overlegging producties d.d. 16 december 2009). Dit is méér dan louter marketingactiviteiten (het bijeenbrengen van huurder en verhuurder), temeer nu Direct Wonen zelf op haar website als stap 3 aangeeft (productie 15 memorie van antwoord in incidenteel appel) dat zij op zoek gaat naar een ‘geschikte kandidaat-huurder’, hetgeen zij ook bij pleidooi heeft verklaard. Daarnaast staat vast dat [de huurder] op verzoek van Direct Wonen een paspoort, en een (achteraf gezien vervalste) arbeidsovereenkomst, loonstrook en werkgeversverklaring heeft overgelegd, welke stukken in kopie naar [appellant sub 1 c.s.] zijn gezonden (gefaxt). Tevens gaat het hof er van uit dat daarna telefonisch door Direct Wonen aan [appellant sub 1 c.s.] is meegedeeld dat zij de werkgever van [de huurder] had gebeld en dat die had aangegeven dat [de huurder] bij hem werkzaam was.
Zo heeft Direct Wonen niet gemeld dat [de huurder] de borgsom niet op tijd had betaald, maar dat deze pas later was betaald door de vader van [de huurder], noch dat de door [de huurder] opgegeven werkgever C(r)ontol Oil niet op het door [de huurder] opgegeven adres bekend was, terwijl de mededeling aan [appellant sub 1 c.s.] dat de gegevens waren gecontroleerd bij de werkgever in de gegeven omstandigheden (zonder te melden dat het een oppervlakkige controle betrof) bovendien kennelijk geruststellend is overgekomen bij [appellant sub 1 c.s.] en als zodanig ook kon en mocht overkomen. Onder deze omstandigheden kan Direct Wonen bovendien aan [appellant sub 1 c.s.] geen eigen schuld tegenwerpen in de zin van het verwijt dat hij zelf heeft nagelaten de overgelegde gegevens afdoende te controleren (memorie van antwoord in het principaal appel, grieven in het incidenteel appel onder 5.24), althans valt eventuele eigen schuld in het niet bij de tekortkoming van Direct Wonen bestaande uit het nalaten van het doorgeven aan [appellant sub 1 c.s.] van vorenbedoelde signalen.
Het voorgaande in samenhang met de door de rechtbank in het eindvonnis genoemde, en thans ook door [appellant sub 1 c.s.] gestelde en door Direct Wonen niet of onvoldoende bestreden, discrepanties in de door [de huurder] overgelegde stukken, brengen het hof tot de conclusie dat Direct Wonen toerekenbaar tekort is gekomen in de nakoming van haar overeenkomst van opdracht.
Direct Wonen heeft nog betoogd dat de rechtbank artikel 24 Rv heeft geschonden door feiten aan te vullen. Bij dit betoog heeft Direct Wonen geen belang, zodat in het midden kan blijven of er sprake is geweest van verboden aanvulling van feiten door de rechtbank. [appellant sub 1 c.s.] heeft deze feiten en waarderingen immers inmiddels tot de zijne gemaakt en Direct Wonen heeft daarop kunnen reageren, zodat reeds hierom de situatie van artikel 24 Rv zich thans niet meer voordoet. De conclusie is dan ook dat er sprake is geweest van wanprestatie aan de zijde van Direct Wonen.
Het beroep van Direct Wonen op overmacht in de zin van artikel 7:74, eerste lid, BW wordt gepasseerd, nu blijkens het voorgaande van toerekening aan Direct Wonen sprake is. De grieven I en II in het incidenteel appel falen.
De gemiste huuropbrengsten 11. Deze kwestie wordt bestreken door grieven 1 en 2 in het principaal appel. [appellant sub 1 c.s.] vordert gemiste huurpenningen over de periode 1 januari 2009 tot en met 20 november 2009. Evenals de rechtbank is ook het hof van oordeel dat het causaal verband tussen de thans gevorderde, gemiste, huuropbrengsten en de wanprestatie ontbreekt, zodat deze vordering reeds hierom niet toewijsbaar is.
Zonder de wanprestatie van Direct Wonen zou [appellant sub 1 c.s.] immers de huurovereenkomst met [de huurder] niet zijn aangegaan en zouden uit die hoek in ieder geval geen huurbetalingen zijn ontvangen. De stelling van [appellant sub 1 c.s.] dat hij er op mocht vertrouwen dat zonder deze huurovereenkomst een succesvolle andere huurovereenkomst binnen afzienbare tijd tot stand zou zijn gekomen met een correct betalende huurder, nu de woning courant is en in oktober 2008 al door Direct Wonen een kandidaat huurder was voorgesteld, gaat om diverse redenen niet op.
In de tweede plaats is de stelling van [appellant sub 1 c.s.] dat hij er op mocht vertrouwen dat een succesvolle andere huurovereenkomst binnen afzienbare tijd tot stand zou zijn gekomen met een goed betalende huurder, dusdanig vaag dat deze ontoereikend is om hier in hypothetische zin bij de beoordeling van deze schadevordering vanuit te gaan. Hierbij weegt mee dat de in oktober 2008 voorgedragen huurder door [appellant sub 1 c.s.] is geweigerd wegens ontoereikende financiële draagkracht, terwijl daarnaast Direct Wonen heeft gesteld dat, gelet op de relatief hoge huurprijs van € 2.600,-- per maand, aangenomen mag worden dat slechts enkele huurders uit het hogere segment bereid zullen zijn deze investering te doen. Het hof acht het een feit van algemene bekendheid dat een huurprijs van € 2.600,-- per maand slechts voor een beperkte groep huurders toegankelijk en aanvaardbaar is, zodat zonder nadere concrete (door [appellant sub 1 c.s.] aan te voeren) stellingen – bijvoorbeeld omtrent andere belangstellende kandidaat huurders –, er onvoldoende grond is om te concluderen dat er een andere huurder, die bovendien correct zou betalen, zou zijn of binnen afzienbare termijn zou zijn gevonden. In ieder geval biedt dit alles onvoldoende houvast om van de hypothetische situatie uit te gaan dat zonder de wanprestatie van Direct Wonen op korte termijn een correct betalende andere huurder zou zijn gevonden.
De grieven 1 en 2 in het principaal appel worden verworpen.
De deurwaarderskosten in de ontruimingsprocedure ten bedrage van € 798,63 14. Direct Wonen klaagt met haar grief III in het incidenteel appel over de toewijzing van dit bedrag door de rechtbank. Volgens Direct Wonen ontbreekt het causaal verband, terwijl [appellant sub 1 c.s.] bovendien geen schade heeft geleden, nu [de huurder] deze kosten moet betalen, zodat het niet te billijken is dat Direct Wonen hiertoe wordt veroordeeld.
Deze grief wordt verworpen. [appellant sub 1 c.s.] heeft onweersproken gesteld dat hij deze kosten aan de deurwaarder heeft betaald en dat de deurwaarder heeft aangegeven dat pogingen tot verhaal op [de huurder] zinloos waren, gezien diens schuldenpositie. Het hof zal daarom hiervan uitgaan. Nu voorts vast staat dat [appellant sub 1 c.s.] deze kosten zonder huurovereenkomst met [de huurder] niet had hoeven maken, acht het hof evenals de rechtbank gronden van redelijkheid en billijkheid aanwezig om deze kosten aan Direct Wonen toe te rekenen.
De extra beheerskosten ten bedrage van € 749,70 ten behoeve van de woning 15. Direct Wonen klaagt met grief IV in het incidenteel appel over de toewijzing van dit bedrag. Deze grief wordt verworpen. Het hof is het eens met de overwegingen van de rechtbank terzake en voegt hier nog aan toe dat alle omstandigheden in aanmerking genomen dit bedrag in redelijkheid aan Direct Wonen moet worden toegerekend (in de zin van artikel 6:98 BW). De stelling dat [appellant sub 1 c.s.] de schade had kunnen beperken door de betreffende werkzaamheden zelf uit te voeren, miskent dat [appellant sub 1 c.s.] op dat moment in de Verenigde Staten verbleef.
De ontvreemde goederen van [appellant sub 1 c.s.] 16. De rechtbank heeft hiervoor een schadevergoeding toegewezen van € 3.677,01. Direct Wonen klaagt met haar grief V in het incidenteel appel over dit oordeel. Zij voert aan (i) dat het causaal verband ontbreekt, (ii) dat niet is komen vast te staan dat [de huurder] de betreffende goederen heeft meegenomen en dat de woning gemeubileerd is verhuurd, (iii) dat [appellant sub 1 c.s.] de betreffende schade op [de huurder] moet verhalen, terwijl niet is uit te sluiten dat deze schade reeds door de verzekeraar is vergoed en (iv) dat bovendien slechts de dagwaarde van de goederen in aanmerking komt, niet de nieuwwaarde zoals door [appellant sub 1 c.s.] gevorderd.
De advocaatkosten 19. Rest de kwestie van de door [appellant sub 1 c.s.] in deze procedure gevorderde advocaatkosten ten bedrage van (thans in hoger beroep) € 3.500,--. De rechtbank heeft deze afgewezen op grond van de overweging dat niet is gesteld of gebleken dat de gevorderde kosten betrekking hebben op meer verrichtingen dan waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten. Dit laatste is door [appellant sub 1 c.s.] niet, althans niet toereikend, betwist. Grief 3 in het principaal appel wordt verworpen.
Slotsom 20. De slotsom is dat het hof het grotendeels eens is met de rechtbank. Slechts de vergoeding voor de gestolen goederen zal worden verminderd met een bedrag van € 1.677,01 tot een bedrag van € 2.000,--.Het vonnis zal daarom grotendeels worden bekrachtigd, behoudens dit laatste onderdeel. Dit betekent dat het dictum van het bestreden vonnis als weergegeven in rechtsoverweging 5.1 zal worden gewijzigd in die zin dat een bedrag van € 3.548,33 (€ 5.225,34 minus € 1.677,01) zal worden toegewezen.
Tevens zal [appellant sub 1 c.s.], zoals gevorderd, worden veroordeeld tot terugbetaling van hetgeen Direct Wonen uit krachte van het bestreden, thans deels vernietigde, vonnis teveel heeft betaald, vermeerderd met de wettelijke rente hierover, te berekenen vanaf de datum van dit arrest.
Voor een hoofdelijke veroordeling, zoals door Direct Wonen gevorderd, ziet het hof geen grond.
Beslissing Het hof:
Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, G.R.B. van Peursem en R.F. Groos en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 juli 2012 in aanwezigheid van de griffier.