GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Sector Civiel recht Uitspraak : 12 september 2012 Zaaknummer : 200.109.385/01 Rekestnummer rechtbank : FA RK 12-3759 [verzoeker], wonende te [woonplaats] verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de vader, advocaat mr. G.A.S. Maduro te Rotterdam, tegen de Directie Control Bedrijfsvoering en Juridische Zaken, afdeling Juridische en Internationale Zaken, van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, belast met de taak van centrale autoriteit als bedoeld in artikel 4 van de Wet van 2 mei 1990, Stb. 202, tot uitvoering van onder meer het op 25 oktober 1980 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen (hierna: HKOV), gevestigd te ’s-Gravenhage, verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: de centrale autoriteit. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De vader is op 5 juli 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 22 juni 2012 van de rechtbank ‘s-Gravenhage. Op 16 augustus 2012 is de ontvankelijkheid van het verzoek in hoger beroep mondeling behandeld. Ter zitting was aanwezig: - de vader, bijgestaan door zijn advocaat. De centrale autoriteit is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij beschikking van 27 april 2012 heeft de centrale autoriteit beslist het verzoek van de vader tot teruggeleiding van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] (verder: de minderjarige), niet in behandeling te nemen. De centrale autoriteit baseerde dit daarop dat de vader had gesteld dat de moeder was belast met het eenhoofdig gezag, dat zij in mei 2011 met de minderjarige naar het buitenland is vertrokken zonder toestemming van de vader en dat de vader door de rechtbank Rotterdam op 25 augustus 2011 eveneens met het gezag is belast, zodat het verzoek van de vader niet aan de eisen van het HKOV voldoet. Bij bestreden beschikking is het verzoek van de vader - strekkende tot vernietiging van de beschikking van de centrale autoriteit van 27 april 2012 en het nemen van een met reden omklede beschikking die in haar plaats treedt, onder meer inhoudende het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige naar de Amerikaanse of Canadese centrale autoriteit door te sturen - ongegrond verklaard. DE ONTVANKELIJKEID VAN HET HOGER BEROEP
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.