← Nederland

ECLI:NL:GHSGR:2012:BY4718

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Sector Civiel recht Uitspraak : 10 oktober 2012 Zaaknummer : 200.106.223/01 Rekestnummer rechtbank : JE RK 11-3454 [verzoekster], wonende te [woonplaats], verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. C.R.D. Kommer te ’s-Gravenhage, tegen de Stichting Bureau Jeugdzorg te ’s-Gravenhage, verweerster in hoger beroep. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De moeder is op 2 mei 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 31 januari 2012 van de rechtbank ’s-Gravenhage. Op 21 september 2012 is de ontvankelijkheid van het verzoek in hoger beroep, door mr. Lückers als raadsheer-commissaris, mondeling behandeld. Ter zitting waren aanwezig: - de advocaat van de moeder. De moeder en jeugdzorg zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking is de ondertoezichtstelling van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats], verlengd van 6 februari 2012 tot 6 februari 2013 met behoud van Jeugdzorg, zijnde een stichting zoals bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg. DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP

  1. De moeder heeft niet eerder dan op 2 mei 2012 hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van 31 januari
  2. Nu de moeder in eerste aanleg verschenen is, geldt voor haar een beroepstermijn van drie maanden na de dag van de uitspraak (artikel 806 in samenhang met artikel 805 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). Aangezien de uitspraak is gedaan op 31 januari 2012 en rekening houdende met de omstandigheid dat 30 april 2012 een algemeen erkende feestdag is, liep de beroepstermijn met toepassing van de Algemene Termijnenwet in dit geval af op 1 mei
  3. Derhalve is het hoger beroep te laat ingediend.
  4. De advocaat van de moeder stelt dat het hof rekening had moeten houden met Koninginnedag, een nationale feestdag. Koninginnedag, 30 april 2012, viel in 2012 op een maandag.
  5. Het hof overweegt als volgt. Nog afgezien van de omstandigheid dat de Algemene Termijnenweg reeds rekening houdt met genoemde nationale feestdag in die zin dat de beroepstermijn ten gevolge daarvan in onderhavig geval reeds verlengd is tot 1 mei 2012, geldt dat een advocaat op grond van zijn deskundigheid en kennis ten aanzien van de procedure in beroep zonder meer geacht moet worden op de hoogte te zijn van de hier aan de orde zijnde termijn en van de verstrekkende gevolgen die de wet verbindt aan overschrijding daarvan.
  6. Dit leidt tot de volgende beslissing. BESLISSING OP HET HOGER BEROEP Het hof: verklaart de moeder niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Deze beschikking is gegeven door mrs. Lückers, Husson en Kamminga, bijgestaan door Verheijen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2012.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.