GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Sector belasting nummers BK-11/00928 en 11/00929 Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer van 23 november 2012 in het geding tussen: [X] te [Z], belanghebbende, en de directeur van de Belastingdienst Holland-Noord (dan wel Utrecht-Gooi), de Inspecteur, op het beroep van belanghebbende tegen de uitspraken van de Inspecteur betreffende de hierna vermelde navorderingsaanslagen, aanslagen en beschikkingen. Navorderingsaanslagen, aanslagen, kwijtscheldingsbesluiten, boetebeschikkingen en bezwaar 1.1. De Inspecteur heeft aan belanghebbende (navorderings)aanslagen in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor de jaren 1990 tot en met 1999 en in de vermogensbelasting (VB) voor de jaren 1991 tot en met 2000 opgelegd. In elk van de navorderingsaanslagen IB/PVV voor de jaren 1991 tot en met 1997 en VB voor de jaren 1991 tot en met 1998 is een verhoging begrepen van 100 percent, van welke verhoging geen kwijtschelding is verleend. Tegelijk met de (navorderings)aanslagen IB/PVV voor de jaren 1998 en 1999 en VB voor de jaren 1999 en 2000 is telkens bij beschikking een boete opgelegd van 100 percent. Telkens is bij beschikking heffingsrente in rekening gebracht. 1.2. De (navorderings)aanslagen, de kwijtscheldingsbesluiten, de boetebeschikkingen en de beschikkingen inzake heffingsrente zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van de Inspecteur gehandhaafd. Loop van het geding 2.1. Bij uitspraken van 10 juni 2010, nummer P04/03717, en van 4 november 2010, nummer 10/00381, heeft het Gerechtshof te Amsterdam de door belanghebbende tegen de uitspraken van de Inspecteur ingestelde beroepen gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur, de navorderingsaanslag in de IB/PVV over het jaar 1996, de navorderingsaanslagen in de VB over de jaren 1997 en 2000, de op de navorderingsaanslag in de VB over het jaar 1997 betrekking hebbende beschikking inzake heffingsrente en de op de navorderingsaanslag in de VB over het jaar 2000 betrekking hebbende boete vernietigd, de overige navorderingsaanslagen, aanslagen, boeten en beschikkingen inzake heffingsrenten verminderd, de resterende verhogingen gedeeltelijk kwijtgescholden, de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 1.062,60 en € 181 en de Inspecteur gelast het griffierecht van € 37 aan belanghebbende te vergoeden. 2.2. Bij arrest van 25 november 2011, nummers 10/03388 en 10/05247, heeft de Hoge Raad de door belanghebbende tegen de uitspraken van het Gerechtshof te Amsterdam ingestelde beroepen in cassatie gegrond verklaard, de beschikking inzake heffingsrente betreffende de navorderingsaanslag in de IB/PVV over het jaar 1996, de beschikking inzake heffingsrente alsmede de boetebeschikking betreffende de navorderingsaanslag in de VB over het jaar 2000 vernietigd, de uitspraken van het Hof voor het overige, uitsluitend wat betreft de verhogingen die betrekking hebben op de navorderingsaanslagen in de IB/PVV over de jaren 1990 tot en met 1995 en 1997 en op die in de VB over de jaren 1991 tot en met 1996 en 1998, en de boeten die betrekking hebben op de navorderingsaanslag in de IB/PVV over het jaar 1998, op de aanslag in de IB/PVV voor het jaar 1999, op de navorderingsaanslag in de VB over het jaar 1999 en op de aanslag in de VB voor het jaar 2000, vernietigd en het geding verwezen naar het Gerechtshof te ’s-Gravenhage ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van het arrest. 2.3. Partijen hebben zich over het arrest van de Hoge Raad (het verwijzingsarrest) uitgelaten, belanghebbende bij brief van 19 januari 2012 en de Inspecteur bij brieven van 20 januari 2012 en 7 maart 2012. Zij hebben van elkaars schrifturen, waarvan de inhoud als hier ingelast wordt beschouwd, kennis kunnen nemen. 2.4. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 12 oktober 2012, gehouden te ’s-Gravenhage. Partijen zijn verschenen. Van het ter zitting verhandelde is een proces-verbaal opgemaakt. Verwijzingsopdracht 3. In het verwijzingsarrest is overwogen: ”(...) 4.5. In verband met het voorgaande dient het verwijzingshof te beoordelen: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.