parketnummer : 20.002598.04 datum uitspraak: 15 februari 2005 tegenspraak GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH meervoudige kamer voor strafzaken A R R E S T gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 10 maart 2004 in de strafzaak onder parketnummers 01/046168/04, 01/048319-03, 01/053036-02 (tul) en 01/044290-02 (tul) tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1985, wonende te [adres]. Het hoger beroep De officier van justitie heeft tijdig tegen genoemd vonnis hoger beroep ingesteld. Het onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het beroepen vonnis zal worden vernietigd en dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken en voorts de tenuitvoerlegging zal gelasten van 1 week, respectievelijk 2 weken, jeugddetentie, aan verdachte opgelegd bij vonnissen van de kinderrechter van 13 mei 2003 onder parketnummer 01/044290-02 en van 12 november 2002 onder parketnummer 01/53036-02, en deze vervolgens zal omzetten in gevangenisstraf. Het vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de opgelegde straf, de strafmotivering en de beslissing op de vorderingen tot tenuitvoerlegging en met dien verstande dat de toegepaste wetsartikelen worden aangevuld met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. De tenlastelegging en de bewezenverklaring Nu ten aanzien van de tenlastelegging en de bewezenverklaring niet opnieuw recht wordt gedaan, kan worden volstaan met de omschrijving zoals in het beroepen vonnis vervat. De redengeving van de op te leggen straf of maatregel Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met: - de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd; - de omstandigheid dat de verdachte reeds eerder terzake soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld. Voorts acht het hof een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming noodzakelijk vanwege de preventieve werking die de op te leggen gevangenisstraf beoogt te hebben op verdachte, waardoor wordt voorkomen dat verdachte doorgaat met het plegen van (soortgelijke) strafbare feiten. De vorderingen tot tenuitvoerlegging Het hoger beroep heeft mede betrekking op de beslissing welke de eerste rechter heeft genomen op twee vorderingen van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging alsnog van 1 week jeugddetentie respectievelijk 2 weken jeugddetentie, aan de verdachte opgelegd bij onherroepelijk geworden vonnis van de kinderrechter te 's-Hertogenbosch d.d. 12 november 2002 onder parketnummer 01/053036-02 respectievelijk bij onherroepelijk geworden vonnis van de kinderrechter te 's-Hertogenbosch d.d. 13 mei 2003 onder parketnummer 01/044290-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.