typ. JP rolnr. C0400567/HE ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH, achtste kamer, van 31 mei 2005, gewezen in de zaak van: [APPELLANT], wonende te [woonplaats], appellant bij exploot van dagvaarding van 14 april 2004, procureur: mr. J.E. Benner, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HYPOTHEEK WERELD B.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch, geïntimeerde bij gemeld exploot, procureur: mr. H.E.G. van der Flier, op het hoger beroep tegen de door de rechtbank 's-Hertogenbosch, sector kanton, locatie 's-Hertogenbosch gewezen vonnissen van 20 december 2001, 28 november 2002, 15 mei 2003 en 15 januari 2004 tussen appellant - hierna te noemen: [appellant]- als eiser en geïntimeerde - hierna te noemen Hypotheek Wereld - als gedaagde. 1. Het geding in eerste aanleg (zaak/rolnr. 212855 1786/01 Voor het verloop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen waarvan beroep. 2. Het verloop van het geding in hoger beroep 2.1. Bij memorie van grieven met producties heeft [appellant] acht grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van de vonnissen waarvan beroep en tot het alsnog toewijzen van zijn vorderingen, met veroordeling van Hypotheek Wereld in de proceskosten van beide instanties. 2.2. Bij memorie van antwoord heeft Hypotheek Wereld de grieven bestreden en geconcludeerd tot afwijzing van het beroep met veroordeling van [appellant] in de proceskosten. 2.3. [appellant] heeft de gedingstukken aan het hof overgelegd en uitspraak gevraagd. Het proces-verbaal van de comparitie in eerste aanleg ontbreekt bij de stukken. 3. De gronden van het hoger beroep Voor de gronden van het hoger beroep verwijst het hof naar de inhoud van de memorie van grieven. 4. De beoordeling 4.1. Het gaat in dit hoger beroep om het volgende. 4.1.1. [appellant], geboren op [datum], is met ingang van 1 april 1999 voor de duur van zes maanden en vervolgens voor onbepaalde tijd als hypotheekadviseur in dienst getreden van Hypotheek Wereld tegen een salaris van laatstelijk ƒ 3.000,-- bruto per maand te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en provisie. Door Hypotheek Wereld is bij indiensttreding gezegd dat [appellant] bij gebleken geschiktheid franchisenemer zou kunnen worden. Het werkgebied van [appellant] omvatte de postcodegebieden rondom Apeldoorn, Deventer en Zutphen. Vanaf medio september 1999 heeft (onder andere) [appellant] op verzoek van Hypotheek Wereld, nadat laatstgenoemde 7 van haar (ongeveer) 14 buitendienstmedewerkers had ontslagen, ook de noordelijke provincies en de provincie Limburg bediend. 4.1.2. Op 12 juli 2000 is bij Hypotheek Wereld een nieuwe directie aangetreden. Die dag heeft een gesprek tussen de nieuwe directie ([directeur])en [appellant] plaatsgevonden. Daarbij heeft [directeur] [appellant] meegedeeld dat Hypotheek Wereld zijn adviezen eenzijdig vond en dat zijn resultaten tegenvielen. Volgens [appellant] was dit niet juist. Hij heeft daarop een gesprek met de directie aangevraagd dat op 14 juli 2000 plaats vond. Tijdens deze bespreking is het franchisenemerschap en de rayonindeling aan de orde geweest. De directie heeft [appellant] te verstaan gegeven van het franchisenemerschap af te zien. Wat betreft de rayonindeling heeft [appellant] aangegeven moeite te hebben met de lange reis- en werktijden. Partijen verschillen van mening over de afspraak die zij hieromtrent hebben gemaakt. Volgens Hypotheek Wereld heeft zij [appellant] toegezegd dat rekening zou worden gehouden met de reistijden, zeker wat betreft de avonduren. Volgens [appellant] heeft Hypotheek Wereld toegezegd dat hij niet meer naar de uiterste landsgrenzen behoefde af te reizen en heeft Hypotheek Wereld deze toezegging ten tijde van de vergadering van de buitendienst op 4 augustus 2000 herhaald. Vanaf medio juli 2000 tot de ontslagdatum is [appellant] een aantal voor hem gemaakte afspraken in de noordelijke provincies en Limburg niet nagekomen. 4.1.3. Op 24 augustus 2000 heeft Hypotheek Wereld [appellant] op staande voet ontslagen. De ontslagbrief van Hypotheek Wereld gedateerd 24 augustus 2000 vermeldt als ontslaggronden dat [appellant] verschillende afspraken die door [bedrijf] zijn gemaakt niet is nagekomen, dat [appellant] weigert taken uit te voeren die binnen de arbeidsovereenkomst vallen, dat hij verzoeken van de directie negeert en weigert in overleg te treden om zijn functioneren te verbeteren. Voorts wordt als ontslaggrond het slechte functioneren van [appellant] aangevoerd daar van de 87 sinds augustus 1999 aangeleverde hypotheekzaken slechts 27 zaken geheel zijn afgewerkt. De ontslagbrief van de raadsman van Hypotheek Wereld van 25 augustus 2000 luidt: "Op verzoek van cliënte Hypotheekwereld B.V. te 's-Hertogenbosch bericht ik u ter aanvulling en verbetering van hetgeen Hypotheekwereld u gisteren, 24 augustus jl., reeds liet weten als volgt. Meerdere keren heeft cliënte met u gesproken over afspraken die door [bedrijf] voor u zijn gemaakt, maar door u niet zijn nagekomen. U meent het recht te hebben deze afspraken ter zijde te schuiven omdat deze buiten uw rayon gevestigde klanten betreffen. Cliënte heeft u erop gewezen dat u dit recht niet hebt omdat deze klanten door omstandigheden uitsluitend door u bezocht kunnen worden. Het uitvoeren van deze opdrachten valt binnen de grenzen van de met u gesloten arbeidsovereenkomst. Ook vandaag, 25 augustus 2000 is voor u een afspraak gemaakt thans met de [naam]. U hebt reeds medegedeeld deze potentiële cliënt vanwege de grote afstand en omdat [woonplaats potentiële cliënt] niet tot uw rayon behoort, niet te zullen bezoeken. Dit is voor cliënte de reden geweest u op staande voet te ontslaan. U moet dit voorts bezien in het kader van het navolgende, hetgeen cliënte u gisteren ook reeds heeft medegedeeld. In de periode van augustus 1999 tot heden hebt u 87 hypotheekzaken aangeleverd, waarvan echter uiteindelijk slechts 27 zaken geheel zijn afgewerkt. Voor 99% gaat het om dezelfde vorm van hypotheekverlening. Ook hierop bent u door cliënte aangesproken en heeft men u op andere hypotheekvormen gewezen. Men heeft u zelfs voorgesteld u bij de verwerving van de kennis hieromtrent behulpzaam te zijn. [directeur] heeft u zelfs aangeboden om samen met u naar de klanten te gaan. Gezien het grote aantal niet doorgegane hypotheken - 60 van 87 hypotheekzaken - vindt cliënte dat u niet het recht hebt het af te wijzen. Niettemin heeft u op de gedane voorstellen negatief gereageerd. Afspraken, die door [directeur] met u zijn gemaakt, worden steeds verzet en slechts met zeer veel moeite is met u een gesprek aan te gaan. U meent uw eigen gang te moeten gaan en uw eigen regels te stellen zonder rekening te houden met de belangen van de onderneming. U luistert niet en geeft geen uitvoering aan gerechtvaardigde eisen en opdrachten. Dit culmineerde in uw weigering om vandaag 25 augustus 2000 gevolg te geven aan de voor u gemaakte afspraak met [naam]. Uw gedrag is voor cliënte niet langer aanvaardbaar. Vandaar dat men heeft gemeend reden te hebben u op staande voet te ontslaan." 4.1.4. Bij brief van 5 september 2000 heeft [appellant] de nietigheid van het ontslag ingeroepen en aanspraak gemaakt op doorbetaling van loon. 4.1.5. De arbeidsovereenkomst tussen partijen is bij beschikking van de kantonrechter 's-Hertogenbosch van 19 december 2000 ingevolge artikel 7:685 BW voorwaardelijk ontbonden tegen 1 januari 2001 onder toekenning aan [appellant] van een vergoeding van ƒ 13.240,-- bruto. 4.2. [appellant] heeft bij exploot van 1 maart 2001 Hypotheek Wereld gedagvaard voor de kantonrechter 's-Hertogenbosch en gevorderd te bepalen dat het ontslag nietig is. Voorts heeft hij doorbetaling van loon en provisie-inkomsten tot 1 januari 2001 gevorderd, alsmede betaling van achterstallige provisie over 1999 en 2000 en een onkostenvergoeding, vermeerderd met de wettelijke verhoging, rente en kosten. Hypotheek Wereld heeft verweer gevoerd. Na een aan Hypotheek Wereld verstrekte bewijsopdracht, een rolverwijzing en een bevolen comparitie die op 18 juni 2003 heeft plaatsgevonden heeft de kantonrechter de vorderingen van [appellant] afgewezen. Dringende reden 4.3. Met de grieven, die zich lenen voor gezamenlijke behandeling, beoogt [appellant] het geschil in volle omvang aan het hof voor te leggen. Tussen partijen is in de eerste plaats in geschil of Hypotheek Wereld [appellant] op goede grond op staande voet heeft ontslagen. [appellant] voert aan dat zulks niet het geval is daar, mede gelet op de door hem aangevoerde omstandigheden, de beweerdelijke werkweigering noch het gestelde disfunctioneren voldoende zijn voor een ontslag op staande voet. Wat betreft de persoonlijke omstandigheden voert [appellant] aan dat hij gedurende bijna een jaar lang de noordelijke en zuidelijke provincies heeft bediend, gepaard gaande met lange reistijden zonder enige compensatie, het feit dat hem op 14 juli 2000 zonder toelichting te kennen werd gegeven dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden omgezet in een franchiseovereenkomst, het feit dat hij gedurende het dienstverband gemiddeld 50 uur per week heeft gewerkt, zijn leeftijd ten tijde van het ontslag (55 jaar), zijn eenzijdige werkervaring in de hypotheekbranche en het feit dat hij juist had besloten naar Arnhem te verhuizen en zijn huurwoning in 's-Hertogenbosch had opgezegd, terwijl ook zijn echtgenote haar baan (inkomen: ƒ 2.700,-- netto per maand) in verband met de verhuizing had opgezegd. De opzegging van het dienstverband van de echtgenote kon na het gegeven ontslag worden teruggedraaid, het opzeggen van de huur echter niet. Hypotheek Wereld voert daartegenover, kort gezegd, aan dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven omdat [appellant] zich schuldig heeft gemaakt aan werkweigering en omdat [appellant] disfunctioneerde. 4.4. Het hof overweegt als volgt. Maatstaf bij de beoordeling is dat een werkgever ingevolge artikel 7:677 lid 1 in samenhang met artikel 7:678 BW bevoegd is een arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen wegens een dringende reden, indien van de werkgever ten gevolge van daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer redelijkerwijze niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling of van een zodanige dringende reden sprake is moeten de omstandigheden van het geval in onderling verband en samenhang in aanmerking worden genomen, waaronder de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Ook indien de gevolgen ingrijpend zijn kan een afweging van de persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst is gerechtvaardigd (HR 12-2-1999, NJ 1999, 643). 4.5. Directe aanleiding voor het ontslag was het gegeven dat [appellant] naar aanleiding van een voor hem gemaakte afspraak op 25 augustus 2000 met [naam] aan Hypotheek Wereld per fax heeft medegedeeld dat hij deze afspraak op (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.