typ. JD rolnr. C0401761/HE ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH, eerste kamer, van 2 augustus 2005, gewezen in het incident tot voeging inzake: [VERZOEKSTER IN HET INCIDENT], wonende te [Woonplaats], verzoekster in het incident, procureur: mr. I.D.A. Welles, in de zaak van: [APPELLANT], wonende te [Woonplaats], appellant in de hoofdzaak bij exploot van dagvaarding van 20 december 2004, verweerder in het incident, procureur: I.D.A. Welles, tegen: de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V., gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde bij gemeld exploot, verweerster in het incident, procureur: mr. J.E. Lenglet, op het hoger beroep van het door de rechtbank 's-Hertogenbosch, sector kanton, locatie 's-Hertogenbosch gewezen vonnis van 4 november 2004 tussen appellant - [appellant] - als gedaagde en geïntimeerde - Dexia - als eiseres.
- Het geding in eerste aanleg (rolnr. 4664-04 en zaaknr. 350553) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
- Het geding in hoger beroep 2.
- Tegelijk met het nemen van een memorie van grieven door [appellant] in de hoofdzaak, heeft verzoekster in het incident - [verzoekster in het incident] - een incidentele memorie tot voeging genomen en gevorderd dat het hof haar in de hoofdzaak zal toelaten als gevoegde partij aan de zijde van [appellant]. 2.
- Vervolgens heeft Dexia een memorie van antwoord in het incident genomen en zich daarin uiteindelijk gerefereerd aan het oordeel van het hof. 2.
- [Appellant] heeft niet geantwoord in het incident, hoewel hij daartoe wel in de gelegenheid is gesteld door het hof. 2.
- Tenslotte hebben partijen de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd in het incident.
- De beoordeling van de incidentele vordering 3.
- In de hoofdzaak heeft Dexia gevorderd dat [appellant] een geldbedrag aan haar zal betalen, zulks uit hoofde van een aandelenlease-overeenkomst welke op of omstreeks 13 december 1999 tussen [appellant] en de rechtsvoorgangster van Dexia is gesloten. 3.
- Bij het vonnis waarvan beroep heeft de kantonrechter de vordering van Dexia grotendeels toegewezen. 3.
- [Verzoekster in het incident] heeft aan haar incidentele vordering tot voeging ten grondslag gelegd dat bedoelde overeenkomst tussen (thans) Dexia en [appellant] een huurkoopovereenkomst is, een species van een overeenkomst van koop op afbetaling, waarvoor [appellant] ingevolge artikel 1:88 lid 1 sub d BW de toestemming van zijn echtgenote [verzoekster in het incident] behoefde. [Verzoekster in het incident] heeft die toestemming echter niet verleend, en zij wil zich daarom in de hoofdzaak voegen aan de zijde van [appellant] zodat zij in rechte bij wege van verweer ex artikel 3:51 lid 3 BW een beroep kan doen op voormelde vernietigingsgrond. 3.
- Naar het oordeel van het hof brengt het voorgaande mee dat [verzoekster in het incident] een belang in de zin van artikel 217 Rv heeft om zich in de hoofdzaak te voegen aan de zijde van [appellant]. 3.
- Nu [verzoekster in het incident] de incidentele vordering tot voeging voorts tijdig heeft ingesteld gelet op artikel 353 lid 1 jo. 218 Rv, zal het hof deze vordering toewijzen. 3.
- Het hof zal de beslissing over de kosten van dit incident aanhouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.
- De uitspraak Het hof: in het incident: laat [verzoekster in het incident] toe zich in het geding tussen [appellant] en Dexia te voegen aan de zijde van [appellant]; reserveert de kosten van dit incident tot het eindarrest in de hoofdzaak; in de hoofdzaak: verwijst de zaak naar de rolzitting van dit hof van 13 september 2005 voor memorie van grieven aan de zijde van [verzoekster in het incident]. Dit arrest is gewezen door mrs. Feith, Hendriks-Jansen en Fikkers en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 2 augustus
- griffier rolraadsheer