typ. JD rolnr. C0400880/HE ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH, vierde kamer, van 13 september 2005, gewezen in de zaak van: [appellant], wonende te [gemeente 1], appellant bij exploot van dagvaarding van 28 juni 2004, procureur: mr. M.A.J. Kemps, tegen: [geïntimeerde], gevestigd te [gemeente 2], geïntimeerde, procureur: mr. Ph.C.M. van der Ven, op het hoger beroep van het door de rechtbank te 's-Hertogenbosch gewezen vonnis van 14 april 2004 tussen appellant - verder aan te duiden als [appellant] - als gedaagde en geïntimeerde - verder aan te duiden als [geïntimeerde] - als eiseres. 1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 85278/HA ZA 02-1613) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2. Het geding in hoger beroep Bij memorie van grieven heeft [appellant] een productie overgelegd en onder aanvoering van vier grieven geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis, waarvan beroep en alsnog afwijzing van het door [geïntimeerde] in eerste aanleg gevorderde, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties. [geïntimeerde] heeft bij memorie van antwoord de grieven bestreden en geconcludeerd tot bekrachtiging van het beroepen vonnis, met veroordeling van geïntimeerde in de kosten op dit beroep gevallen. daarna hebben partijen onder overlegging van de processtukken het hof gevraagd arrest te wijzen. 3. De gronden van het hoger beroep De grieven van [appellant] kunnen worden herleid tot de klacht, dat de rechtbank de vordering van [geïntimeerde] ten onrechte heeft toegewezen. In zijn vierde grief verzoekt [appellant] het hof het geschil in zijn geheel opnieuw te beoordelen. 4. De beoordeling 4.1. Tegen de weergave door de rechtbank van de door haar vastgestelde feiten zijn geen grieven aangevoerd, zodat die vastgestelde feiten ook voor het hof het uitgangspunt vormen. 4.2. Het gaat in dit hoger beroep om het volgende. 4.2.1. In 1995 is opgericht de besloten vennootschap Jazzkids B.V., met statutaire zetel te [gemeente 3], verder te noemen Jazzkids. Bestuurders van die vennootschap waren in de voor deze procedure relevante periode - [appellant] (waarvan [appellant] directeur/enig aandeelhouder was/is), en - [bestuurster]. 4.2.2. In of omstreeks september 2000 heeft [appellant] namens Jazzkids opdracht aan [geïntimeerde] verstrekt om een zending kinderkleding per luchtvervoer vanuit China naar Nederland te (doen) vervoeren. Voor de uitvoering van de desbetreffende expeditiewerkzaamheden heeft [geïntimeerde] aan Jazzkids bij factuur van 18 oktober 2000 een bedrag van fl. 45.656,55 in rekening gebracht, welk bedrag Jazzkids onbetaald heeft gelaten. 4.2.3. In een ter incasso van dat bedrag door [geïntimeerde] tegen Jazzkids ingestelde gerechtelijke procedure heeft de rechtbank te 's-Hertogenbosch bij vonnis van 8 juli 2001 Jazzkids bij verstek veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag van fl. 45.656,65, te vermeerderen met wettelijke rente, en Jazzkids veroordeeld in de proceskosten. 4.2.4. Toen door Jazzkids ook niet aan deze veroordeling werd voldaan, heeft [geïntimeerde] [appellant] tot betaling daarvan aangesproken en tevens conservatoir beslag gelegd op een aan deze in (mede)eigendom toebehorende onroerende zaak. In deze tegen [appellant] door haar ingestelde (de onderhavige) procedure stelt [geïntimeerde] onder meer: - dat [appellant] jegens [geïntimeerde] aansprakelijk is voor de voldoening van deze schuld van Jazzkids, zulks uit hoofde van bestuurderaansprakelijkheid als bedoeld in art. 2:11 BV; - dat [appellant] als bestuurder de overeenkomst namens Jazzkids is aangegaan met [geïntimeerde] terwijl [appellant] wist of kon weten dat Jazzkids de daaruit voor haar voortvloeiende verplichtingen niet zou kunnen nakomen, en dat Jazzkids geen verhaal zou bieden voor de daarvoor te lijden schade. - dat [geïntimeerde] er in dit verband bovendien op wijst dat de jaarrekeningen van Jazzkids over 1998, 1999 en 2000 niet tijdig zijn gepubliceerd. 4.2.5. Door [appellant] is erkend dat Jazzkids niet in staat was/is het aan [geïntimeerde] toegewezen bedrag te voldoen (cva sub 9), en dat Jazzkids genoodzaakt is geweest haar activiteiten te staken (cva sub 20; cvd sub 16). [appellant] ontkent evenwel dat hij bij het aangaan van de overeenkomst met [geïntimeerde] geweten heeft of had moeten weten dat Jazzkids haar verplichtingen jegens [geïntimeerde] niet zou kunnen nakomen, en deswege als bestuurder aansprakelijk te zijn c.q. onrechtmatig te hebben gehandeld. Voorts stelt [appellant] dat noch hij noch Jazzkids heeft kunnen voorzien dat [geïntimeerde], in plaats van het hem door een medewerker van [geïntimeerde] genoemde bedrag van ca. fl 5.000,-- à fl 6.000,--, een bedrag van ruim fl 45.000,-- in rekening zou brengen. Volgens [appellant] heeft hij de factuur van 18 oktober 2000 altijd bestreden, en zou Jazzkids, indien het bedrag van ca. fl. 5.500,-- in rekening was gebracht, waarvan [appellant] naar zijn zeggen op grond van de hem zijdens [geïntimeerde] gedane mededelingen was uitgegaan, zeker in staat zijn geweest zijn dat bedrag te voldoen. 4.2.6. Genoemde verweren van [appellant] zijn door de rechtbank te 's-Hertogenbosch in haar vonnis van 14 april 2004, waarvan beroep, verworpen en [appellant] is bij dat vonnis veroordeeld tot betaling aan [geïntimeerde] van E. 21.636,10, te vermeerderen met wettelijke rente als in dat vonnis omschreven; voorts is [appellant] daarbij veroordeeld in de proceskosten. 4.3. De grieven I, II en III lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Het hof overweegt als volgt. 4.3.1. [appellant] voert in zijn eerste grief aan, dat - kort gezegd - de rechtbank in haar vonnis zijn verweer te beperkt heeft omschreven. [appellant] bestrijdt op zichzelf niet, dat hij het verweer zoals dat door de rechtbank is verwoord onder 4. van haar vonnis, inderdaad heeft gevoerd, doch ook het hof is van mening dat [appellants] verweer méér omvat en dat in deze zaak ter beoordeling van de al dan niet persoonlijke aansprakelijkheid van [appellant] centraal dient te staan de vraag of [appellant], bij het aangaan namens Jazzkids van de overeenkomst met [geïntimeerde] tot luchtvervoer, wist of behoorde te weten (redelijkerwijze behoorde te begrijpen) dat Jazzkids haar verplichtingen uit hoofde van die overeenkomst niet zou (kunnen) nakomen en geen verhaal zou bieden, waarbij mede van belang is of [appellant] mocht uitgaan van een bedrag van fl. 5.000,-- à fl. 6.000,-- (zoals hij ten processe steeds heeft gesteld), dan wel van het door [geïntimeerde] in rekening gebrachte bedrag van ruim fl 40.000,--. In zoverre treft grief I doel, waarmede echter nog niet gezegd kan worden dat dit ertoe moet leiden dat de uitspraak van de rechtbank niet in stand kan blijven. 4.3.2. Ten aanzien van [appellants] tweede grief overweegt het hof, dat [appellant] over het hoofd ziet dat de rechtbank onder 5.5 van haar vonnis wél heeft meegewogen, dat het criterium mede omvat of c.q. dat [appellant] had moeten begrijpen dat Jazzkids niet aan haar verplichtingen kon voldoen. Deze grief gaat dus uit van een verkeerde lezing van het vonnis. 4.3.3. Daarmede komt het hof toe aan de bespreking van grief I (voor het overige) en grief III. Vastgesteld dient te worden, wat [appellant] ten tijde van het verstrekken van de onderhavige opdracht aan [geïntimeerde] wist of behoorde te weten omtrent de omvang van de namens Jazzkids aanvaarde verplichtingen en de financiële positie waarin Jazzkids verkeerde. Een en ander zal derhalve beoordeeld moeten worden naar de omstandigheden tussen 18 augustus 2000 (datum van de offerte: prod. 1 bij cvr) en 25 september 2000 (datum van het transport: prod. 1 bij akte d.d. 11 september 2002). Voor de beoordeling van eventuele persoonlijke aansprakelijkheid van [appellant] als bestuurder (en de omvang daarvan), welke persoonlijke aansprakelijkheid naar de gangbare jurisprudentie niet te snel mag worden aangenomen, zal moeten worden onderzocht
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.