typ. MdL rolnr. KG C0501063/BR ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH, zesde kamer, van 14 maart 2006, gewezen in de zaak van: [APPELLANT], wonende te [plaats], appellant, procureur: mr. I.M. Harkema-Dun, tegen: [GEÏNTIMEERDE], wonende te [plaats], geïntimeerde, procureur: mr. J.W. Weehuizen, op het bij exploot van 1 augustus 2005 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Breda, onder rolnummer 146755/KG ZA 05-307 op 5 juli 2005 uitgesproken tussen appellant - hierna: [appellant] - als eiser en geïntimeerde - hierna: [geïntimeerde] - als gedaagde. 1. De procedure in eerste aanleg Hiervoor verwijst het hof naar het beroepen vonnis. 2. De procedure in hoger beroep Bij memorie van grieven heeft [appellant] onder overlegging van producties drie grieven tegen het vonnis aangevoerd en geconcludeerd zoals in die memorie staat omschreven. Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] onder overlegging van een productie de grieven bestreden en geconcludeerd zoals in die memorie staat omschreven. [appellant] heeft onder overlegging van een productie een akte genomen, waarna [geïntimeerde] een antwoordakte heeft genomen. Ten slotte hebben partijen de gedingstukken voor arrest overgelegd. 3. De gronden van het hoger beroep Voor de exacte tekst van de grieven verwijst het hof naar de memorie van grieven. 4. De beoordeling 4.1 Geen grieven zijn gericht tegen de feiten, zoals door de voorzieningenrechter onder 3.1 vastgesteld. Het hof zal van dezelfde feiten uitgaan. 4.2 De zaak komt kort weergegeven op het volgende neer. a. [appellant] en [geïntimeerde], die op [datum] 1991 in algehele gemeenschap van goederen met elkaar zijn gehuwd, zijn op 29 mei 1998 van elkaar gescheiden. b. Tot de boedel van de huwelijksgemeenschap behoorde o.a de woning te [plaats] aan [adres], welke woning met hypothecaire lasten na de scheiding en deling van de boedel aan [appellant] is toe gescheiden. c. Voorafgaande aan de echtscheiding hebben partijen ter zake de verdeling van de huwelijksgemeenschap op 11 april 1998 een "eigenverklaring" ondertekend, waarin onder meer staat vermeld: " 7. Bij een eventuele verkoop van de huidige woning binnen een periode van 12 jaar zal de verkoopwaarde verminderd met de geïndexeerde taxatiewaarde (fl 267.500,-- maart 1998) gedeeld worden door beide partijen". d. Op 22 september 1999 is ter zake van de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap een notariële akte van verdeling opgesteld, waarin voor zover thans van belang het volgende is opgenomen: "7. bij verkoop van het pand vóór april tweeduizendtien wordt een eventuele meeropbrengst boven tweehonderdzevenenzestigduizend vijfhonderd gulden (f 267.500,00) bij helfte tussen partijen gedeeld (...)" e. Voornoemde woning is door [appellant] in 2004 verkocht. Volgens de notariële ontwerpakte tot levering bedraagt de koopprijs E. 223.000,00 en is voor E. 5.000,-- aan roerende zaken meeverkocht, welk bedrag in voormelde koopprijs is begrepen. f. Op 13 mei 2005 heeft [geïntimeerde] aan [appellant] doen betekenen de in executoriale vorm uitgegeven notariële akte van verdeling van 22 september 1999 en tevens executoriaal beslag gelegd op alle gelden van [appellant], die de maatschap De Kort, Van der Kolk en Van Tuijl Notarissen onder zich heeft. g. Op 20 mei 2005 is het derdenbeslag aan [appellant] betekend met bevel tot betaling van een bedrag van E. 54.056,60. h. Op 10 juni 2005 heeft voornoemd notariskantoor een verklaring derdenbeslag afgelegd, waarin onder meer is opgenomen dat zij aan [appellant] verschuldigd zijn een bedrag van E. 23.374,87. i. Op 25 mei 2005 heeft [geïntimeerde] executoriaal beslag doen leggen op de huidige woning van [appellant] aan de [adres] te [plaats]. 4.3 In de inleidende dagvaarding heeft [appellant] gevorderd dat het executoriaal derdenbeslag onder de notaris opgeheven wordt en dat het aan [geïntimeerde] verboden wordt over te gaan tot verdere executie van de voor grosse uitgegeven akte van verdeling. De voorzieningenrechter heeft deze vorderingen afgewezen. 4.4 In hoger beroep heeft [appellant] zijn vordering gewijzigd in die zin dat hij thans vordert - zakelijk weergegeven - vernietiging van het beroepen vonnis en schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van dit vonnis en voorts opheffing van het executoriale derdenbeslag onder de notaris en opheffing van het executoriale beslag op zijn huidige woning alsmede een verbod tot verdere executie van de voor grosse uitgegeven akte van verdeling. 4.5 [geïntimeerde] heeft de voornoemde beslagen gelegd omdat zij - zoals zij stelt - op grond van paragraaf 7 van de notariële akte van verdeling wegens de verkoop van de woning aan [adres] te [plaats] een bedrag van E. 48.306,90 (par. 4 mvgr) van [appellant] tegoed heeft en hij weigert dit bedrag aan haar te betalen. Nu het derdenbeslag, gelet op de verklaring van de notaris, niet toereikend is heeft zij ook beslag moeten leggen op de huidige woning van [appellant]. 4.6 [appellant] voert ter ondersteuning van zijn vorderingen aan dat de tekst van paragraaf 7 van de notariële akte van verdeling een kennelijke misslag bevat; de tekst van paragraaf 7 van de "eigenverklaring" geeft de juiste partijbedoeling weer. Bij toepasselijkheid van laatstgenoemde bepaling is [appellant] naar zijn zeggen terzake de verkoop van de woning aan de [adres] te [plaats] niets verschuldigd aan [geïntimeerde]. Uitvoering van paragraaf 7 van de notarieel akte zou in strijd met de redelijkheid en billijkheid zijn. 4.7 Bij een executiegeschil als het onderhavige kunnen geen inhoudelijke bezwaren tegen de onderhavige executoriale titel - de notariële akte van verdeling - aangevoerd worden, behoudens die welke nopen tot het oordeel dat sprake is van misbruik van bevoegdheid. Dit laatste kan zich voordoen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.