typ. ML rolnr. C200401283/BR(herstel) ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH, achtste kamer, van 10 januari 2006, gewezen in de zaak van: [X.], wonende te [woonplaats], appellant bij exploot van dagvaarding van 14 september 2004, procureur: mr. Ph.C.M. van der Ven, tegen: 1. VERKEERSSCHOOL [Y.]B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], procureur: mr. G.P.M. Sanders, 2. [Z.] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], niet verschenen, geïntimeerden bij gemeld exploot, op het hoger beroep van het door de rechtbank Breda, sector kanton locatie Bergen op Zoom gewezen vonnis van 16 juni 2004 tussen appellant - [X.] - als eiser en geïntimeerden - [Y. B.V.] en [Z. B.V.] – als gedaagden. 1. Het geding in eerste aanleg (rolnr. 04/852) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2. Het geding in hoger beroep Bij appeldagvaarding heeft [X.] vier grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en heeft hij, kort gezegd, gevorderd, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. verklaring van recht dat de onderneming van [Z. B.V.] op of na 1 mei 2003 is overgegaan in de zin van art. 7:663 BW naar [Y. B.V.] en dat krachtens deze overgang de rech-ten en verplichtingen tussen [Z. B.V.] en [X.] uit arbeids-overeenkomst zijn overgegaan op [Y. B.V.]; II. loondoorbetaling door [Y. B.V.] vanaf 1 september 2003 (met de wettelijke verhoging en wettelijke rente); III. voorwaardelijke verklaring van recht dat [Z. B.V.] is gehouden tot vergoeding, op te maken bij staat, van de door [X.] geleden en te lijden schade als gevolg van het (tot 24 maart 2004) door [Z. B.V.] ingenomen standpunt dat geen sprake was van overgang van onderneming; IV. veroordeling van [Y. B.V.] en [Z. B.V.] in de ge-dingkosten. Tegen [Z. B.V.] is verstek verleend. Bij memorie van antwoord heeft [Y. B.V.] de grieven bestre-den. Partijen hebben daarna de stukken overgelegd en uitspraak gevraagd. 3. De gronden van het hoger beroep Voor de grieven verwijst het hof naar de appeldagvaarding. 4. De beoordeling In beide zaken: 4.1. Het hof gaat uit van de volgende feiten (de feiten die uitsluitend in de zaak tegen [Y. B.V.] vaststaan en in de beoordeling worden betrokken worden hierna cursief weergegeven). 4.1.1. [Z. B.V.] exploiteerde een rijschool, genaamd Verkeersschool [Z.]. De rijschool beschikte over een wagenpark, te weten een vrachtwagencombinatie, 2 gewone lesauto’s en 1 automaat-lesauto. In de onderneming waren als instructeur werkzaam [C.] (instructeur “groot rijbewijs”), [A.] en [X.]. Voorts was [B.] in de onderneming werk-zaam. 4.1.2. [X.] was (met ingang van 8 januari 1990) als rij-instructeur in dienst van [Z. B.V.] Zijn salaris bedroeg per mei 2003 € 1.637,53 bruto per maand excl. 8% vakantie-toeslag. 4.1.3. Onder meer omdat de resultaten terugliepen wilde [C.] met zijn rijschool stoppen. Het CWI heeft een ontslagvergunning voor [X.] aan [Z. B.V.] gewei-gerd, omdat - kort gezegd - sprake zou kunnen zijn van voortzetting van de onderneming en onvoldoende blijkt van pogingen tot herplaatsing. De rijschool is te koop aangeboden in vaktijdschriften. De activiteiten van [Z. B.V.] zijn gestaakt. 4.1.4. [Y. B.V.] heeft van [Z. B.V.] een deel van het wagenpark, te weten de vrachtwagencombinatie en de 2 gewone lesauto’s overgenomen. 4.1.5. Een deel van het klantenbestand van [Z. B.V.] is bij rijschool [Y. B.V.] ondergebracht. 4.1.6. [C.] is, na sollicitatie, in dienst getre-den van [Y. B.V.] als instructeur. [A.] is, na sollicitatie, per 5 mei 2003 in dienst getreden van [Y. B.V.] als instructeur. [B.] is wegens ziekte gestopt met werken. 4.1.7. [Z. B.V.] heeft tot en met augustus 2003 het loon van [X.] betaald. [X.] heeft [Z. B.V.] op 28 augus-tus laten weten dat hij per 1 september 2003 weer arbeids-geschikt was. 4.1.8. [X.] heeft [D.] bij brief van 23 oktober 2003 verzocht om een standpunt over de vraag of sprake was van overgang van onderneming. Dat - afwijzende - standpunt is door [D.] medegedeeld bij brief van 29 oktober 2003. [X.] heeft [D.] op 30 december 2003 medegedeeld in beginsel bereid te zijn arbeid te verrichten voor [D.]. 4.1.9. [X.] werkt sedert 8 maart 2004 voor een andere rijschool 4.1.10. De rechtbank Breda, sector kanton, locatie Breda heeft bij beschikking van 24 december 2003, gegeven tussen [X.] en [Z. B.V.] op de verzoeken van [X.] (tot ont-binding van de tussen [Z. B.V.] en hem bestaande arbeidsovereenkomst onder toekenning van een schadevergoe-ding) en van [Z. B.V.] (tot ontbinding voor zover ver-eist zonder toekenning van schadevergoeding) overwogen en beslist: - dat [X.] niet-ontvankelijk is, omdat zijn stellingen tegenstrijdig zijn (hij stelt enerzijds dat tussen hem en [Z. B.V.] een arbeidsovereenkomst bestaat, anderzijds dat de onderneming van [Z. B.V.] is overgedragen), - dat [Z. B.V.] niet ontvankelijk is omdat er volgens de kantonrechter sprake is van overgang van haar onderneming (naar verkeersschool [Y. B.V.]), maar dat, voor het geval in een andere procedure zou wor-den beslist dat geen sprake is van overgang van de onder-neming de arbeidsovereenkomst (voorwaardelijk) wordt ont-bonden met ingang van 15 januari 2004 met toekenning aan [X.] van een vergoeding van € 25.000,--. 4.2.1. [X.] heeft gevorderd hetgeen hiervoor onder 2 is weergegeven. 4.2.2. De kantonrechter heeft de vorderingen van [X.] afgewezen, omdat de gestelde feiten niet de conclusie rechtvaardigen dat sprake is van overgang van onderneming. 4.3. Met de grieven wordt in volle omvang ter beoordeling aan het hof voorgelegd of sprake is van overgang van de onderneming van [Z. B.V.] aan [Y. B.V.] als bedoeld in de artt. 7:662 e.v. BW. In de zaak van [X.] tegen [Y. B.V.]: 4.4. Voor beantwoording van de vraag of sprake is van de in de artt. 7:662 e.v. BW bedoelde overgang van een onder-neming, waaronder mede is te verstaan een als economische eenheid fungerend onderdeel van een onderneming, is be-slissend of sprake is van behoud van de identiteit van de betrokken eenheid, anders gezegd, of sprake is van voort-zetting van de exploitatie van een duurzaam georganiseerde economische eenheid krachtens (voor zover hier van belang) enige contractuele betrekking. Bij de beantwoording moeten alle omstandigheden van de transactie in onderlinge samenhang gewogen worden. 4.5. [Z. B.V.] dreef een (auto)rijschool en [Y. B.V.] dreef en drijft een (auto)rijschool. De kernactiviteiten van een rijschool bestaan uit het geven van rijlessen. Voor een dergelijk bedrijf zijn van de materiële vaste activa vooral de auto’s wezenlijk. De belangrijkste perso-neelsleden zijn de instructeurs en hun arbeidskracht is eveneens essentieel voor de economische eenheid. De rij-lesklanten op enig moment zijn niet zonder belang, maar - naar [D.] zelf aangeeft (cva onder nr. 3) - het gaat daar-bij om een vlottend bestand. 4.6. Vaststaat, als hiervoor onder 4.1 is overwogen dat [Y. B.V.] 2 van de 4 bij [Z. B.V.] werkzame personen in dienst heeft genomen (een derde persoon kon niet meer wer-ken) en 3 van de 4 auto’s, waaronder de vrachtwagen combi-natie heeft overgenomen. Een deel van de klanten dat voorheen rijlessen kreeg in de onderneming van [Z. B.V.] krijgt in en na mei 2003 rij-lessen in de onderneming van [Y. B.V.]. 4.7. Gelet op deze feiten moet geoordeeld worden dat spra-ke is van overgang van onderneming. Wat [D.] hiertegen aanvoert is ofwel onvoldoende gemoti-veerd (hierna toegelicht onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.