BELASTINGKAMER Nr. 02/02236 HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH U I T S P R A A K Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, tweede meervoudige Belastingkamer, op het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Y tegen de uitspraak van het Hoofd van de eenheid Ondernemingen P van de rijksbelastingdienst (hierna, evenals de Voorzitter van het managementteam van het onderdeel Belastingdienst/Z van die dienst, die met ingang van 1 januari 2003 ten aanzien van belanghebbende bevoegd is, aan te duiden als: de Inspecteur) op haar bezwaarschrift betreffende na te melden naheffingsaanslag. 1. Ontstaan en loop van het geding 1.1. Ten name van X B.V.(i.o.) is met dagtekening 5 december 2001 en onder aanslagnummer 000.000 over het tijdvak 1 mei 1996 tot en met 31 december 1996 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd ten bedrage van fl. 81.564,= (€ 37.012,=). De ter zake van deze naheffingsaanslag berekende en op het desbetreffende aanslagbiljet afzonderlijk vermelde heffingsrente bedraagt fl. 13.598,= (€ 6.171,=). Na tijdig door belanghebbende tegen een en ander gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur die naheffingsaanslag en - naar het Hof begrijpt - die beschikking heffingsrente bij, naar het Hof verstaat, in één geschrift vervatte uitspraken van 9 april 2002 gehandhaafd. 1.2. Belanghebbende is tegen de uitspraak inzake de naheffingsaanslag tijdig en op regelmatige wijze in beroep gekomen bij het Hof. Ter zake van dit beroep heeft de Griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 218,=. De Inspecteur heeft het beroep bij verweerschrift bestreden. 1.3. Het onderzoek ter zitting heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 11 november 2003 te 's-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord de heer A, directeur van B Beheer B.V., welke vennootschap de directie over belanghebbende voert, vergezeld van belanghebbendes gemachtigde, alsmede de Inspecteur. 1.4. De Inspecteur heeft voor de zitting een pleitnota toegezonden aan het Hof en aan belanghebbende, welke pleitnota met instemming van partijen wordt geacht ter zitting te zijn voorgedragen. Voorts heeft de Inspecteur te dezer zitting met toestemming van belanghebbende kopieën overgelegd van drie door belanghebbende met dagtekening 4 december 1996 aan de gemeente Y uitgereikte facturen. Belanghebbende heeft te dezer zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan de Inspecteur. Het Hof rekent beide vorenvermelde pleitnota's tot de stukken van het geding. 1.5. Het Hof heeft met toepassing van artikel 8:64, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht het onderzoek ter zitting geschorst en daarbij bepaald dat het vooronderzoek wordt hervat. Vervolgens heeft het Hof met toepassing van artikel 8:45 van die wet partijen verzocht schriftelijk inlichtingen te geven en/of onder hen berustende stukken in te zenden. Deze met partijen gevoerde correspondentie behoort tot de stukken van het geding. 1.6. Met toestemming van partijen heeft het Hof bepaald dat de nadere zitting achterwege blijft. Het Hof heeft vervolgens het onderzoek gesloten. 2. Feiten Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde tijdens het onderzoek ter zitting staat, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende weersproken, het volgende vast: 2.1. Belanghebbende, welke is opgericht in november 1996, exploiteert een hal waarin drie tennisbanen zijn gelegen, alsmede een paviljoen bestaande uit een horecaruimte, toilet-, douche- en kleedruimten, drie squashbanen, twee fitnessruimten, een bestuurskamer en een bergruimte, beide gelegen op het sportpark C te Y. Zij is als zodanig ondernemer in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 en verricht in dit kader zowel belaste als vrijgestelde prestaties. Bij het paviljoen liggen 13 all-weather buitenbanen, waarop de leden van de plaatselijke tennisvereniging D kunnen spelen. De leden van deze vereniging (hierna: de tennisvereniging) kunnen gebruik maken van de in het paviljoen aanwezige douches en kleedruimten, terwijl de tennisvereniging tevens gebruik maakt van de van het paviljoen deel uitmakende bestuurskamer en bergruimte (zie hierna ook onder 2.13). De gemeente Y (hierna: de gemeente) is de eigenaar van de vorenvermelde buitenbanen en verhuurt die aan de tennisvereniging. X B.V. i.o. heeft op 28 oktober 1996 van de gemeente tegen een jaarlijkse vergoeding van fl. 15.000,= voor 25 jaar (met stilzwijgende verlenging) het recht van opstal op de grond met het paviljoen en de hal verkregen (zie hierna ook onder 2.12). 2.2. Voornoemd paviljoen is voor rekening van belanghebbende c.q. X B.V. i.o. gebouwd op de plaats van het op 15 oktober 1995 afgebrande tennispaviljoen. Dat oude paviljoen was eigendom van de gemeente en werd door deze aan de tennisvereniging verhuurd. De tennisvereniging exploiteerde dat paviljoen voor eigen rekening. Ter zake van evenvermelde brand was de gemeente gerechtigd tot een verzekeringsuitkering van E N.V. (hierna: F). Bij herbouw van het paviljoen bestond recht op een uitkering van fl. 457.649,23. Zou de gemeente afzien van herbouw dan had zij recht op een uitkering van de verkoopwaarde van het paviljoen ad fl. 310.000,=. 2.3. De onder 2.1 vermelde hal was voorheen eigendom van de aan de tennisvereniging gelieerde stichting C (hierna: de stichting). De exploitatie van deze hal (hierna: de tennishal) was verliesgevend. 2.4. In verband met de gevolgen van de brand op 15 oktober 1995 hebben de gemeente en Exploitatiemaatschappij B B.V. te G (hierna: de B.V.) op 8 mei 1996, onder voorwaarde van toestemming van de raad van de gemeente, een overeenkomst ten behoeve van de herbouw van het afgebrande paviljoen gesloten. 2.5. In het kader van de onderhandelingen welke tot de onder 2.4 bedoelde overeenkomst hebben geleid, hebben burgemeester en wethouders van de gemeente in een brief aan de B.V. van 19 april 1996 een overzicht gegeven van de inmiddels tussen de gemeente en de B.V. gemaakte afspraken. Met betrekking tot hoogte en overdracht verzekeringsuitkering is in die brief het volgende vermeld: "De gemeente keert aan u maximaal de verzekeringsuitkering uit. De bedragen zoals die thans vaststaan zijn: herbouwwaarde ƒ 457.649,23 en verkoopwaarde ƒ 310.000,--. Tevens hebben wij uw vertegenwoordiger de heer H gemachtigd om onderhandelingen te voeren met E N.V. om in de voorgestane constructie, waarin u de herbouw ter hand neemt, toch de uitkering op basis van herbouwwaarde veilig te stellen. (...).". Bij brief van 23 april 1996 heeft F aan de heer H voornoemd onder meer het volgende bevestigd: "Op basis van de polisvoorwaarden zal alleen tot uitkering op basis van herbouw worden overgegaan indien herbouw conform de voorwaarden daadwerkelijk zal plaatsvinden. Indien in casu de Gemeente een derde contractueel verplicht tot herbouw conform de voorwaarden over te gaan, zal de maatschappij de herbouwkosten voor vergoeding in aanmerking laten komen indien deze herbouw ook feitelijk zal plaatsvinden.". Volgens deze brief was de verkoopwaarde reeds door F uitgekeerd. 2.6. Ter zake van de bijdrage van de gemeente inzake de herbouw van het paviljoen is in de onder 2.4 bedoelde overeenkomst (hierna: de overeenkomst) het volgende opgenomen: "1. door en voor rekening van de exploitant (Hof: de B.V.) geschiedt de herbouw van het tennispaviljoen op het perceel kadastraal bekend gemeente Y, sectie H, nr. 0000 overeenkomstig het bij deze overeenkomst behorende bouwplan d.d. 26 april 1996, kenmerk 00000; 2. de gemeente voor de herbouw genoemd sub 1 aan de exploitant een éénmalige financiële bijdrage verleent, welke gelijk is aan de hoogte van de door de F verzekeringsmaatschappij N.V. aan de gemeente uit te keren bijdrage, in totaal groot f 457.649,23; 3. de bijdrage genoemd sub 2 aan de exploitant betaalbaar wordt gesteld overeenkomstig het betalingschema voor de verzekeringspenningen van de F verzekeringsmaatschappij N.V. aan de gemeente; 4. voor de bijdrage genoemd sub 2 wordt door de gemeente een afschrijvingstermijn van 10 jaren gehanteerd; de jaarlijkse afschrijving bedraagt derhalve f 45.765,--; 5. indien de exploitant binnen het tijdvak van 10 jaren als bedoeld sub 4 het tennispaviljoen in eigendom overdraagt, danwel aan hem surcéance van betaling wordt verleend, of indien hij in staat van faillissement komt te verkeren, is de exploitant verplicht om op eerste verzoek van de gemeente de dan nog resterende afschrijvingen als bedoeld sub 4 binnen een termijn van 5 dagen aan de gemeente terug te betalen;". 2.7. Met betrekking tot infrastructurele voorzieningen is het volgende in de overeenkomst opgenomen: "6. de gemeente stelt aan de exploitant een financiële bijdrage beschikbaar voor infrastructurele voorzieningen, zijnde de aanleg van wegverhardingen en groenvoorzieningen alsmede de werkzaamheden welke noodzakelijk zijn ter verwijdering van bestaande funderingen en vloeren. Deze bijdrage bedraagt in totaal groot f 90.000,-. Al deze werkzaamheden worden door en onder verantwoordelijkheid van de exploitant uitgevoerd. Voornoemde bijdrage wordt aan de exploitant betaalbaar gesteld nadat alle werkzaamheden door het college van burgemeester en wethouders schriftelijk zijn goedgekeurd. 7. het onderhoud van de infrastructurele voorzieningen als bedoeld sub 6 zal alsdan voor rekening van de gemeente geschieden;". De totale kosten van de sub 6 en 7 van de overeenkomst bedoelde infrastructurele voorzieningen zijn bij het sluiten van de overeenkomst begroot op fl. 135.000,=, inclusief omzetbelasting (zie hierna ook onder 2.14 en 2.15). 2.8. Ter zake van het verlenen van een opstalrecht is het volgende in de overeenkomst opgenomen: "8. de gemeente zal aan de exploitant een recht van opstal verlenen zulks ten behoeve van het op te richten paviljoen met nevenruimten en de bestaande drie-baans tennishal, welke door de exploitant van de stichting 'J' wordt overgenomen. Een en ander wordt door partijen nader uitgewerkt in een afzonderlijke overeenkomst tot vestiging van een recht van opstal. Het recht van opstal heeft een looptijd van 25 jaren met een stilzwijgende verlenging van deze termijn telkenmale met 5 jaren. Dit geschiedt behoudens een schriftelijke beëindiging door een der partijen, waarbij een opzegtermijn van drie maanden geldt; 9. gedurende de totale looptijd van het recht van opstal genoemd sub 8 zal de canon jaarlijks f 15.000,-- bedragen;". 2.9. In het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente van 24 mei 1996 aan de raad van de gemeente om in te stemmen met de overeenkomst, komt onder meer het volgende voor: "Op 15 oktober 1995 werd het tennispaviljoen op het sportcomplex C door brand volledig verwoest. In de daarop volgende periode hebben wij ons in overleg met het bestuur van K (Hof: de tennisvereniging) bezonnen op de herbouw van het paviljoen, mede in relatie met ontwikkelingen, die speelden bij de tennisvereniging. Hierbij moet met name gedacht worden aan de bij het bestuur van de tennisvereniging levende behoefte om de beschikking te hebben over een meer eigentijds paviljoen dat qua grootte afgestemd is op het in het laatste decennium flink gegroeide ledenbestand van de tennisvereniging. Tevens werd bij de oriëntatie de zorg betrokken die bij het bestuur van de tennisvereniging bestond omtrent een rendabele exploitatie van de tennishal op de korte en lange termijn, welke eigendom is van de nauw aan de tennisvereniging gelieerde stichting C én de zorg om de continuïteit met het oog op het grote tijdsbeslag dat gelegd werd en wordt op vrijwilligers. Middels intensief overleg is nagegaan of de mogelijkheid van privatisering aanwezig was, waarbij een afstoting van beide onderdelen, paviljoen en hal, in onderlinge samenhang betrokken zou moeten worden. Met de exploitatiemaatschappij B b.v. te G, welke kan bogen op ervaring in deze sector, zijn vervolgens -mede aan de hand van een door deze maatschappij overgelegd ondernemingsplan- gesprekken gevoerd, die inmiddels hebben geleid tot een overeenkomst, onder het voorbehoud van goedkeuring door uw raad. In essentie komen de afspraken erop neer dat exploitatiemaatschappij B b.v. de tennishal overneemt van de Stichting C en de herbouwplicht van het tennispaviljoen overneemt, waarbij deze maatschappij aanvullende voorzieningen zal treffen, waardoor het in de toekomst mogelijk wordt op dit sportcomplex tevens squash en fitness te beoefenen. Voor ons college hebben de volgende overwegingen een rol gespeeld om onder voorwaarden medewerking te verlenen aan dit concept: * herbouw van het paviljoen conform hedendaagse eisen, waarbij de accommodatie is afgestemd op het gebruik door een tennisvereniging met een ledenbestand van circa 1.100; * een toegevoegde waarde aan de accommodatie door te treffen voorzieningen ten behoeve van squash en fitness; * het wegvallen van de door de gemeente gegeven borgstelling voor het niet tijdig betalen van rente en aflossing van de door Stichting L aangegane geldlening ten behoeve van de bouw van de tennishal; * de zorgen, die bij het bestuur leven, ten aanzien van de exploitatie van de tennishal en de continuïteit als gevolg van de inzet van vrijwilligers en de wens om zich vooral te kunnen richten op de kerntaak, te weten het runnen van een tennisvereniging. De financiële medewerking van de gemeente bestaat uit een bijdrage van f 547.649,23, welke uiteenvalt in een bedrag dat gelijk is aan de verzekeringsuitkering ad f 457.649,23 en een bedrag van f 90.000,-- in de aanlegkosten van groenvoorzieningen en terraswerk. Een gespecificeerde begroting voor deze infrastructurele voorzieningen komt uit op een bedrag van f 135.000,--. Uitgaande van het gegeven dat drie partijen bij de planontwikkeling voor dit onderdeel betrokken zijn, neemt de exploitatiemaatschappij B b.v. 1/3 deel voor haar rekening, te weten f 45.000,--. De exploitatiemaatschappij zal ook fungeren als opdrachtgever om dit werk zo naadloos mogelijk aan te laten sluiten bij de bouwwerkzaamheden. De gemeente draagt f 90.000,-- bij, zijnde 2/3 deel van de geraamde kosten, waarmee de gemeente ook de inbreng van de tennisvereniging bij deze infrastructurele voorzieningen voor haar rekening neemt. Het tennispaviljoen wordt eigendom van de exploitatiemaatschappij B b.v.. (...) De overige infrastructurele voorzieningen, waaronder het terraswerk, blijven eigendom van de gemeente en de gemeente draagt zorg voor het onderhoud.". en "Naast een overeenkomst met de gemeente Y heeft de exploitatiemaatschappij B b.v. in de achterliggende periode afspraken gemaakt met het bestuur van K. (...) Bovendien wordt de tennishal overgenomen voor een bedrag van afgerond f 730.000,--, waardoor de stichting C zonder verlies of winst de boekhouding kan afsluiten, terwijl de werkelijke waarde in het economisch verkeer door een beëdigd taxateur is bepaald op slechts f 300.000,--. Wij zijn van mening dat deze afspraken van de exploitatiemaatschappij B met K getuigen van een reële opstelling van de exploitatiemaatschappij B b.v. en vertrouwen geven voor een succesvolle zakelijke samenwerking in de toekomst.". De raad van de gemeente heeft in zijn openbare vergadering van 3 juni 1996 met de overeenkomst ingestemd. 2.10. Bij notariële akte van 16 september 1996 heeft de stichting het opstalrecht op de tennishal en al hetgeen volgens verkeersopvatting daartoe behoort tegen een koopsom van fl. 621.586,= in eigendom overgedragen aan B Beheer B.V., welke laatste daarbij onder meer handelde als zelfstandig bevoegd directeur van X B.V. i.o.. In een intentie-verklaring van de B.V. en B Beheer B.V. enerzijds en de tennisvereniging en de stichting anderzijds van 20 februari 1996 (zie bijlage 13 bij het verweerschrift) is onder meer opgenomen dat de koopsom van de tennishal fl. 637.361,= zal bedragen, met daaraan gekoppeld de verplichting voor de B.V. of een (mogelijk nog op te richten) andere dochtermaatschappij van B Beheer B.V. om de lopende BTW-verplichtingen van de tennisvereniging en/of de stichting ad fl. 69.225,= over te nemen. Voorts is in deze verklaring vermeld dat ook de gemeente de intentie heeft tot verkoop van de tennishal. 2.11. In een (ongedateerd) gezamenlijk perscommuniqué van het bestuur van de gemeente en het bestuur van de tennisvereniging (zie bijlage 18 bij het verweerschrift) is ten aanzien van de verkoop van de tennishal gesteld: "Aanleiding voor privatisering vormen de navolgende omstandigheden: de exploitatie van de tennishal, ondergebracht in Stichting J, vertoonde een negatief resultaat en tevens werd de stichting met een zogenaamde BTW-claim geconfronteerd. Het bestuur overwoog dan ook de tennishal af te stoten omdat de exploitatie niet langer verantwoord was en bovendien een te groot tijdsbeslag legde op de vrijwilligers. Verkoop aan een derde partij was in eerste aanleg niet aan de orde omdat een 3-baans hal zonder horeca-accommodatie niet op de commerciële markt is te slijten. Toen deze omstandigheid gevolgd werd door een brand, welke het tennispaviljoen, in gebruik bij L.T.C. J, trof, is overleg gevoerd tussen beide besturen. Er is toen gekozen voor onderzoek naar de mogelijkheid van privatisering waarbij beide objecten zouden worden afgestoten. Er is toen in contact getreden met de heer A, als exploitant van een nabij gelegen tenniscomplex. Voor deze ondernemer lag het complex in Y strategisch en bovendien was hij de enige gegadigde. De afspraak met B is gemaakt na goedkeuring door de ledenvergadering van L.T.C. J dat hij de hal kan overnemen voor ruim f 700.000,-, waarmede voor de stichting een 'break-even-point' is bereikt en zonder winst of verlies de boeken kunnen worden gesloten. Deze gestipuleerde prijs is aanmerkelijk hoger dan de waarde in het economisch verkeer, welke waarde door een beëdigd makelaar is vastgesteld op nog geen f 300.000,-. Naast de exploitatie van een tennishal zou door B ook de herbouw en exploitatie van het paviljoen ter hand worden genomen, waarbij aan hem de verzekeringsgelden zullen worden uitgekeerd. De gemeente heeft hiervoor de volgende overwegingen: a. compensatie voor de te hoge koopsom tennishal, waarbij opgemerkt dient te worden dat de gemeente belang had bij verkoop tegen deze hoge prijs waarmede alle financiële verplichtingen kunnen worden afgewikkeld, daar zij anders op basis van afgegeven garanties zou kunnen worden aangesproken; b. waarborging/behoud van het niveau aan tennissport- voorziening en zelfs een upgrading daarvan; c. herbouw van het paviljoen, aangepast aan het huidige ledental en huidige eisen zou nopen tot een investering van ca. f 800.000,-.". 2.12. Bij notariële akte van 28 oktober 1996 heeft de gemeente ten behoeve van X B.V. i.o. het recht van opstal verleend op het stuk grond waarop het (nieuwe) paviljoen en de tennishal zijn gelegen. 2.13. Bij notariële akte van eveneens 28 oktober 1996 heeft de tennisvereniging van B Beheer B.V., deze laatste hierbij handelende voor en namens X B.V. i.o., het exclusieve gebruiksrecht verkregen van de zich in het (in aanbouw zijnde) nieuwe paviljoen bevindende bestuurskamer, alsmede van een bij dat paviljoen behorende bergruimte. Verder verkreeg de tennisvereniging bij deze akte het recht van uitweg van en naar die bestuurskamer en die bergruimte. De tennisvereniging heeft te dezer zake, alsmede ter zake van door belanghebbende bij het nieuwe paviljoen gerealiseerde buitentoiletten, in 1997 een bedrag van in totaal fl. 38.500,= aan belanghebbende betaald. 2.14. In de onder 2.5 vermelde brief van 19 april 1996 is met betrekking tot aanleg terraswerk, fietsenstalling, entree tennispark, groenvoorziening etc. het volgende vermeld: "De kosten, die gemoeid zijn met deze werkzaamheden, worden mede bepaald door het definitief bouwplan en waren op het tijdstip dat met u gesproken is nog niet bekend. Met u is afgesproken dat uw architect de heer M een kostenbegroting ter zake opstelt. Wij hebben de bereidheid uitgesproken een deel van de kosten van de uitbreiding, hetgeen nader bepaald dient te worden aan de hand van de begroting, voor onze rekening te nemen. Tevens hebben wij ons bereid verklaard het onderhoud terzake als een gemeentelijke verantwoordelijkheid te beschouwen.". 2.15. Belanghebbende heeft in kopie een brief overgelegd van het architectenbureau N. In die brief, gedateerd december 2003 en getekend p.o. F. M, wordt de volgende onderbouwing gegeven van het in een offerte van medio mei 1996 opgenomen investeringsbedrag van fl. 135.000,=: terrassen fl. 40.000,= fietsenstalling en containerplaats fl. 20.000,= weghalen oude funderingen en leidingen fl. 12.000,= tuinaanleg fl. 10.000,= keermuurtjes ten behoeve van onder andere de entree fl. 25.000,= entree en toegang voor invaliden fl. 15.000,= onvoorzien (zand e.d.) fl. 8.000,= toegangspad langs horeca fl. 5.000,= totaal, inclusief 17,5% omzetbelasting fl. 135.000,=. 2.16. Met valutadatum 16 oktober 1996 heeft de gemeente aan Racketcentrum Y B.V. i.o. het eerste gedeelte van de verzekeringsuitkering van F ad fl. 310.000,= overgemaakt. Bij een 4 december 1996 gedagtekende factuur heeft belanghebbende aan de gemeente de in de overeenkomst sub 6 vermelde bijdrage in de infrastructurele voorzieningen ad fl. 90.000,= (zie hiervoor onder 2.7) in rekening gebracht, vermeerderd met 17,5% omzetbelasting ad fl. 15.750,=. De gemeente heeft het standpunt ingenomen dat ter zake van deze bijdrage geen omzetbelasting is verschuldigd, aan welk standpunt belanghebbende zich heeft geconformeerd. Belanghebbende heeft te dezer zake geen creditnota aan de gemeente uitgereikt. Met valutadatum 25 december 1996 heeft de gemeente aan belanghebbende onder meer het restant van de verzekeringsuitkering van F ad (fl. 457.649,23 minus fl. 310.000,=
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.