Parketnummer: 20-010396-05 Uitspraak : 21 februari 2007 VERSTEK Gerechtshof 's-Hertogenbosch meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Roermond van 10 mei 2005 in de strafzaak met parketnummer 04-017775-04 tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats], [adres], waarbij verdachte ter zake van - verkort weergegeven - hennepteelt (artikel 3 onder B van de Opiumwet) en diefstal van elektriciteit, werd veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 240 uren alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand. Hoger beroep De verdachte heeft tegen voormeld vonnis op 4 augustus 2005 hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal, mr. A.M.W. Verdegaal, heeft gevorderd dat het hof het vonnis, waarvan beroep, zal bevestigen. Vonnis waarvan beroep Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1 hij op of omstreeks 06 oktober 2004 te Echt, in elk geval in de gemeente Echt-Susteren, tezamen en in vereniging met een ander(en), althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2])) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1562, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; 2 hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2004 tot en met 6 oktober 2004 te Echt, in elk geval in de gemeente Echt-Susteren, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s). Bewezenverklaring Het hof acht op grond van - de bekennende verklaring van verdachte ter zake van het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde 1, - het proces-verbaal van bevindingen ter zake van de op 6 oktober 2004 aangetroffen hennepplanten op het adres [adres 2]2, - de kennisgevingen van inbeslagneming ter zake hennep(planten) 3, - het ambtsedig proces-verbaal van relaas waarin onder meer wordt gerelateerd dat de kennisgeving van inbeslagneming onder nummer 301.428 ten onrechte 488 hennepplanten in plaats van 380 vermeldt en in totaal 1562 hennepplanten in beslag genomen zijn 4; - het proces-verbaal van technisch onderzoek uitgevoerd op deze in beslaggenomen planten 5, alsmede - het proces-verbaal van aangifte ter zake van diefstal van stroom 6, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1 hij op 6 oktober 2004 te Echt, opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan de [adres 2]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1562, hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; 2 hij in de periode van 1 juli 2004 tot en met 6 oktober 2004 te Echt, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom, toebehorende aan Essent Netwerk Limburg BV. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan wordt vrijgesproken. Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel is - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde onder 1 is voorzien bij artikel 3, onder B, van de Opiumwet en strafbaar gesteld bij artikel 11 (oud), tweede lid, van de Opiumwet. Het bewezen verklaarde onder 2 is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde. Op te leggen straf of maatregel De eerste rechter heeft verdachte ter zake van hennepteelt en diefstal van stroom tot een werkstraf van 240 uren en één maand voorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld. De advocaat-generaal heeft bevestiging van deze veroordeling gevorderd. Het hof komt eveneens tot een veroordeling ter zake van hennepteelt en diefstal van stroom. Volgens het gebruikelijke straftoemetingsbeleid, zoals dat is neergelegd in de zogenaamde rechterlijke oriëntatiepunten, is een gevangenisstraf voor de duur van 15 weken, dan wel een daarmee corresponderende taakstraf, gebruikelijk bij hennepteelt met een aangetroffen hoeveelheid van ongeveer 1500 hennepplanten. Een taakstraf voor de duur van 210 correspondeert met bovenstaand straftoemetingsbeleid. Het hof acht een gevangenisstraf voor de duur van één maand of daarmee corresponderende werkstraf, te weten van 60 uren, in lijn met de oriëntatiepunten straftoemeting zoals tot nu toe ontwikkeld ten aanzien van diefstallen en het bij dit hof gebruikelijke straftoemetingsbeleid ter zake van diefstal van stroom. Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het hof oplegging van beide werkstraffen passend en geboden. Het totaal aantal uren werkstraf bedraagt daarbij 270, derhalve meer dan
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.