Parketnummer: 20-009600-05 Uitspraak : 6 februari 2007 TEGENSPRAAK Gerechtshof 's-Hertogenbosch economische kamer Arrest gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 6 juni 2005 in de strafzaak met parketnummer 01-075354-04 tegen: [verdachte], geboren te Oss op [geboortedatum] 1957, wonende te [woonplaats], [adres]. Hoger beroep De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting d.d. 23 januari 2007 in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het beroepen vonnis zal worden vernietigd en dat het hof opnieuw rechtdoende verdachte terzake het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal veroordelen tot een geldboete van € 2.000,--, subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan een gedeelte van € 1.000,-, subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd. Tenlastelegging Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep - ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 26 mei 2004 te Oss, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk, zonder daartoe verleende vergunning, een in of op perceel de [adres] gelegen inrichting voor het kweken, fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen en/of wegen van dieren, zijnde een inrichting genoemd in Categorie 8,1, onder a van de bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer behorende Bijlage I, in elk geval een inrichting als bedoeld in de bijlage I van voornoemd Besluit heeft veranderd, althans de werking daarvan heeft veranderd, immers heeft hij, verdachte, toen en daar de inrichting uitgebreid met het vervaardigen, onderhouden en/of repareren van motorvoertuigen, en/of het vervaardigen, bewerken en/of verwerken van textiel(grondstoffen) of producten hiervan, althans die inrichting ten aanzien van bovengenoemde veranderingen in werking heeft gehad. 2. hij op of omstreeks 26 mei 2004 te Oss, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, terwijl aan [verdachte] door Burgemeester en Wethouders van de gemeente Oss bij Besluit van 17 december 1991 een vergunning krachtens de Hinderwet (thans Wet milieubeheer) was verleend tot het in die gemeente in of op het perceel [adres], kadastraal bekend gemeente Oss, [sectienummer], oprichten en in werking hebben van een inrichting als bedoeld in categorie 8.1. van bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, in elk geval een inrichting als bedoeld in de bijlagen I en/of III van voornoemd besluit, zich, al dan niet opzettelijk, heeft gedragen in strijd met een of meer voorschriften verbonden aan voormelde vergunning, immers - was de vloer van de werkplaats niet vloeistofdicht en van onbrandbaar en oliebestendig materiaal vervaardigd (voorschrift C1) en/of - was het vaatwerk, te weten een of meer olievat(en), niet opgeslagen in een vloeistofdichte lekbak, welke met de vloer een bak vormt, die een inhoud heeft van tenminste de inhoud van het grootste vat vermeerderd met 10 procent van de gezamenlijke inhoud van de overige aanwezige vaten (voorschrift C8). In het onder 2 ten laste gelegde is kennelijk abusievelijk vermeld "110 procent in plaats van "10 procent". Het hof verbetert deze omissie en leest de tenlastelegging in dier voege verbeterd. De verdachte is door deze verbeterde lezing niet geschaad in de verdediging. Voorzover overigens in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Daarnaast zal omwille van de leesbaarheid de formulering van het onder 1 ten laste gelegde in de bewezenverklaring enigszins worden gecorrigeerd. De verdachte wordt daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij op 26 mei 2004 te Oss, opzettelijk zonder daartoe verleende vergunning, een in of op perceel de [adres] gelegen inrichting voor het kweken,fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen en/of wegen van dieren, zijnde een inrichting genoemd in Categorie 8,1, onder a van de bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer behorende Bijlage I, in elk geval een inrichting als bedoeld in de bijlage I van voornoemd Besluit, in werking heeft gehad ten aanzien van de veranderingen, zijnde het toen en daar de inrichting uitbreiden met het onderhouden en/of repareren van motorvoertuigen. 2. hij op 26 mei 2004 te Oss, tezamen en in vereniging met een ander, terwijl aan [verdachte] door Burgemeester en Wethouders van de gemeente Oss bij Besluit van 17 december 1991 een vergunning krachtens de Hinderwet (thans Wet milieubeheer) was verleend tot het in die gemeente in of op het perceel [adres], kadastraal bekend gemeente Oss, [sectienummer], oprichten en in werking hebben van een inrichting als bedoeld in categorie 8.1. van bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, in elk geval een inrichting als bedoeld in de bijlagen I en/of III van voornoemd besluit, zich, opzettelijk, heeft gedragen in strijd met voorschriften verbonden aan voormelde vergunning, immers - was de vloer van de werkplaats niet vloeistofdicht en - was het vaatwerk, te weten olievaten, niet opgeslagen in een vloeistofdichte lekbak, welke met de vloer een bak vormt, die een inhoud heeft van tenminste de inhoud van het grootste vat vermeerderd met 10 procent van de gezamenlijke inhoud van de overige aanwezige vaten. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan wordt vrijgesproken. Door het hof gebruikte bewijsmiddelen Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht. Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs A. De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft. B1. De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep het in eerste aanleg ingenomen standpunt herhaald, ertoe strekkende dat er sprake is van twee inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte slechts als inrichtinghouder van zijn "agrarisch bedrijf" dient te worden aangemerkt en niet van de tweede inrichting, zijnde een inrichting die ziet op het "vervaardigen, onderhouden en/of repareren van motorvoertuigen". Deze tweede inrichting zou worden gedreven door de heer [betrokkene]. Verdachte heeft dat deel van zijn boerderij verhuurd en daarom geen enkele bemoeienis gehad met het aangetroffen garagebedrijf en hem valt voor wat betreft die inrichting dan ook geen strafrechtelijk verwijt te maken, aldus de verdediging. B2. Het hof overweegt te dien aanzien als volgt. Uit het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is komen vast te staan dat: - op verdachtes perceel aan de [adres] te Oss een inrichting is gelegen voor het kweken,fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen en/of wegen van dieren; - verdachte voor die inrichting een (milieu-)vergunning heeft met daarbij behorende voorschriften; - verdachte in de aanbouw van zijn opslagloods, gelegen op het achterterrein van zijn perceel, aan de heer [betrokkene] heeft verhuurd voor naar zijn zeggen het stallen van motorvoertuigen; - de getuige [betrokkene] op 26 mei 2004 heeft verklaard deze ruimte al drie jaren - zonder contract - van verdachte te huren; - de huurder, [betrokkene], de (aanbouw van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.