Parketnummer: 20-002235-06 Uitspraak : 12 juni 2007 TEGENSPRAAK Gerechtshof 's-Hertogenbosch meervoudige kamer voor strafzaken Tussenarrest gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Breda van 24 mei 2006 in de strafzaak met parketnummer 02-004513-04 tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, wonende te [woonplaats], [adres]. Tijdens de beraadslaging is het hof tot de conclusie gekomen dat het onderzoek niet volledig is geweest. Het hof overweegt daaromtrent het volgende. In het onderzoek naar het bezwijken van de steiger in een verbrandingsketel van de Amercentrale op 28 september 2003 stond de vraag centraal wat de oorzaak van het bezwijken van de steiger is geweest: deugde het ontwerp niet, was het ontwerp niet goed uitgevoerd, waren de materialen waarmee de steiger was gebouwd niet in orde, werd de steiger op een andere wijze gebruikt dan was voorzien, of was de oorzaak gelegen in andere factoren. Het technisch onderzoek ter beantwoording van die vraag is in eerste instantie in hoofdzaak uitgevoerd door de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO. Ten behoeve van dat onderzoek is aan de hand van onder meer het verslag van de zorgvuldig uitgevoerde en uitgebreid gedocumenteerde ontruiming van de verbrandingsketel een reconstructie van de steiger "as built" gemaakt. De conclusie van TNO was, kort samengevat, dat het onvolledig zijn van het ontwerp van de steiger als belangrijkste oorzaak van het bezwijken ervan kan worden aangemerkt. Andere mogelijk oorzaken zijn door TNO onderzocht en verworpen, met één uitzondering. Zakking van de ketel waarin de steiger was gebouwd met als gevolg een lagere bezwijklast van de steiger kon niet worden uitgesloten, doch werd niet waarschijnlijk geacht (rapport TNO van 18 augustus 2005). Op deze conclusie van TNO heeft het openbaar ministerie de aan verdachte ten laste gelegde feiten gebaseerd en in zijn requisitoir heeft de advocaat-generaal voor de bewijsvoering uit de TNO rapporten geput. De verdediging heeft al voor de behandeling in eerste aanleg een deskundige verzocht na te gaan of deze conclusie van TNO wel juist was. Dr. ir. Y.P.J. Willems, bouwkundig ingenieur, is tot een heel andere conclusie gekomen (rapport 22 februari 2006, aangevuld op 22 maart 2006). Hij treft, wanneer wordt uitgegaan van een stijve trogwand, geen enkele overbelasting aan in de structuur van de gereconstrueerde steiger. Als echter rekening wordt gehouden met het vervormen van de ketelwand door de afsteuning van de steiger daarop - welke vervorming door hem is berekend - doen zich ernstige overbelastingen voor in de steiger en wel van een dusdanige aard, dat de algemene stabiliteit van de steiger wordt aangetast, aldus Willems. TNO heeft daarop alsnog een eigen berekening van de vervorming van de trogwand gemaakt en geconcludeerd dat de maxima van de belastingen op verschillende onderdelen van de steiger inderdaad, rekening houdend met de vervorming, ingrijpend lijken te wijzigen (rapport d.d. 29 maart 2006), doch dat heeft volgens TNO geen consequenties voor de conclusie dat instabiliteit de oorzaak is geweest van het bezwijken van de steiger noch voor de conclusie dat de belasting op de verschillende onderdelen hoger is dan de fabrikanten toelaatbaar achten. Bij de behandeling ter zitting in eerste aanleg zijn een aantal deskundigen van TNO en dr. Willems gehoord en zij zijn ook met elkaar geconfronteerd. Dat heeft niet geleid tot overeenstemming. Door de deskundigen van TNO zijn twijfels geuit over de inzichtelijkheid van de berekeningswijze van Willems, terwijl Willems de onderzoeksmethode van TNO onjuist acht. Nadat Willems alsnog een nadere schriftelijke toelichting heeft verschaft op zijn berekeningswijze (rapport d.d. 12 april 2006) is een aanvankelijk gepland afsluitend verhoor ter zitting van Willems achterwege gebleven, omdat de rechtbank dat bij nader inzien niet meer nodig achtte. In haar vonnis heeft de rechtbank vervolgens gekozen voor de opvatting van TNO, de conclusies van TNO met betrekking tot de oorzaak van het bezwijken van de steiger overgenomen en ten aanzien van de deskundige Willems geconcludeerd dat deze zich niet voldoende controleerbaar had opgesteld en onvoldoende inzicht had verschaft in zijn berekeningen. In hoger beroep heeft het hof Willems opnieuw gehoord. Inmiddels waren wederom rapporten van deskundigen geproduceerd, niet alleen een reactie d.d. 14 mei 2007 van TNO op het rapport van 12 april 2006 van dr. Willems, maar ook twee nieuwe rapporten van Willems (d.d. 23 april 2007 en 14 mei 2007), een “Beantwoording van vragen” van de verdediging door een derde deskundige, prof. ir. H.H. Snijder, hoogleraar aan de technische universiteit Eindhoven, d.d. 21 april 2007 en het commentaar daarop van TNO van 14 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.