K07/0104 GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Beschikking van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 16 oktober 2007 inzake het beklag ex artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering van: (klager), wonende te Breda, hierna te noemen: klager, te dezer zake domicilie kiezende ten kantore van mr. J.W. Aartsen, advocaat te Utrecht, over de beslissing van de officier van justitie te Breda tot het niet vervolgen van: (beklaagde 1), hoofdagent van politie Midden en West Brabant, hierna te noemen: beklaagde, wegens (zware) mishandeling en openlijke geweldpleging. De feitelijke gang van zaken. Op 17 november 2006 heeft klager aangifte gedaan van zware mishandeling en openlijke geweldpleging, beweerdelijk jegens hem gepleegd door beklaagde en (beklaagde 2). Op 27 november 2006 is door de plaatsvervangend hoofdofficier van justitie aan klager bericht dat de zaak niet zal worden vervolgd omdat het beweerde feit inmiddels meer dan een jaar geleden is. Hierop heeft klager bij schrijven van 27 februari 2007 een klaagschrift ingediend bij het hof, ingekomen ter griffie van het hof op 28 februari 2007, met het verzoek de vervolging te bevelen. De advocaat-generaal heeft in het schriftelijk verslag van 8 mei 2007 het hof geraden het beklag af te wijzen. Op 25 juni 2007 is het klaagschrift in raadkamer van het hof behandeld in aanwezigheid van de advocaat van klager. Klager, ofschoon behoorlijk opgeroepen, is niet verschenen. De advocaat-generaal heeft verklaard te persisteren bij het schriftelijk verslag. Bij beschikking van het hof van 23 juli 2007 heeft het hof bepaald dat de beklaagde ingevolge artikel 12e van het Wetboek van Strafvordering zal worden opgeroepen om te worden gehoord over het in het beklag gedane verzoek en de gronden waarop dit berust. Ten aanzien van (beklaagde 2), eveneens beklaagde in de onderhavige zaak, heeft het hof het beklag afgewezen, overwegende dat de toepassing van het geweld door beklaagde functioneel wordt geacht en het opzet van beklaagde op het wederrechtelijk toebrengen van pijn of letsel niet bewijsbaar is. (Beklaagde 1) is opgeroepen om op 18 september 2007 in raadkamer te verschijnen en is op die datum door het hof gehoord. De beoordeling. Klager stelt dat beklaagde en (beklaagde 2), zijnde beiden destijds in functie als hoofdagent van politie, zich op 8 november 2005 jegens hem schuldig hebben gemaakt aan (zware) mishandeling of openlijke geweldpleging. De advocaat van klager heeft op 17 november 2006 namens klager aangifte gedaan van zware mishandeling. In de aangifte is vermeld dat klager heeft gewacht met het doen van de onderhavige aangifte tot zijn eigen strafzaak was afgewikkeld. Volgens diezelfde aangifte is klager zelf op 18 augustus 2006 door de politierechter terzake van zware mishandeling veroordeeld. Tot de stukken behoort een verzameling processen-verbaal waaruit kan worden opgemaakt dat klager op 8 november 2005 als verdachte werd aangemerkt terzake van het rijden zonder helm en het niet zichtbaar op een scooter voeren van een verzekeringsplaatje en dat klager van (beklaagde 1), die op een politiemotor reed, trachtte weg te rijden. Gerelateerd is dat klager daarbij door te remmen heeft geprobeerd (beklaagde 1) ten val te brengen. Voorts is gerelateerd dat klager, nadat hij even tot stilstand was gekomen en hem was medegedeeld dat hij was aangehouden, met zijn scooter op (beklaagde 1) is ingereden. Uiteindelijk is het (beklaagde 1) gelukt om klager te doen stilhouden, maar klager bood hevig verzet bij zijn aanhouding door (beklaagde 1). Klager heeft (beklaagde 1) volgens het relaas meermalen geschopt en ook heeft klager geprobeerd het dienstwapen van (beklaagde 1) af te pakken. Hierop heeft (beklaagde 1) pepperspray gebruikt jegens klager, die zich vervolgens aan (beklaagde 1) onttrok doch even later opnieuw door (beklaagde 2) werd aangehouden. In het klaagschrift wordt gesteld dat klager, nadat hij eenmaal was staande gehouden c.q. was aangehouden en ook toen hij zich volledig onder controle bevond van de agent(en), zeer ernstig is mishandeld en meermalen is geschopt en geslagen. Daartoe wordt verwezen naar de processen-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris in de rechtbank Breda van 30 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.