BELASTINGKAMER Nr. 06/00459 HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH U I T S P R A A K Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, derde enkelvoudige Belastingkamer, op het verzoek van de heer X te Y (hierna: belanghebbende) om herziening in de zin van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) van de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, zesde enkelvoudige Belastingkamer, op het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van het Hoofd van de afdeling belastingen van de gemeente Y (hierna: de verweerder) op het bezwaarschrift betreffende de in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) aan belanghebbende gezonden beschikking waarbij de waarde van de onroerende zaak A-straat 1 te Y (hierna: de onroerende zaak) per de peildatum 1 januari 1999 is vastgesteld voor het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004. 1. Ontstaan en loop van het geding 1.1. Bij beschikking van 1 september 2001 heeft de verweerder de waarde van de onroerende zaak vastgesteld op fl. 327.000 (€ 148.386). Bij uitspraak van de verweerder is het tegen de beschikking ingediende bezwaar ongegrond verklaard. 1.2. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof, bekend onder kenmerk 02/02380. Het Hof heeft dit beroep ongegrond verklaard. Een afschrift van deze uitspraak is op 18 mei 2005 aangetekend aan partijen verzonden. De Hoge Raad heeft het tegen de uitspraak van het Hof ingestelde beroep in cassatie ongegrond verklaard. 1.3. Belanghebbende heeft het Hof verzocht de onherroepelijk geworden uitspraak van het Hof te herzien. Ter zake van dit verzoek heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 29. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 1.4. Belanghebbende heeft, na daartoe door het Hof in de gelegenheid te zijn gesteld, schriftelijk gerepliceerd en de Inspecteur schriftelijk gedupliceerd. 1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 11 januari 2008 te 's-Hertogenbosch. Belanghebbende en de verweerder zijn, onder schriftelijke mededeling daarvan, niet verschenen. 1.6. Belanghebbende heeft voor de zitting een pleitnota met bijlagen toegezonden aan het Hof en door tussenkomst van de griffier aan de wederpartij. De verweerder heeft het Hof bij schrijven van 9 januari 2008 bericht niet ter zitting te verschijnen. 1.7. Van de zitting is een tot de stukken van het geding behorend proces-verbaal opgemaakt, dat in afschrift aan partijen is gestuurd. 1.8. Het Hof heeft vervolgens het onderzoek ter zitting gesloten. 1.9. Het Hof heeft in deze zaak op 25 januari 2008 mondeling uitspraak gedaan. Afschriften van het proces-verbaal van die uitspraak zijn op 31 januari 2008 aan partijen verzonden. 1.10. Belanghebbende heeft tegen de mondelinge uitspraak beroep in cassatie ingesteld. De griffier van de Hoge Raad heeft bij schrijven van 25 februari 2008 verzocht de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. 2. Feiten Op of omstreeks 24 februari 2007 zijn vernielingen aangericht aan de onroerende zaak en is belanghebbende mishandeld. 3. Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen 3.1. Het geschil betreft het antwoord op de vraag of het beroep van belanghebbende om herziening gegrond dan wel ongegrond dient te worden verklaard. 3.2. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt. 3.3. Belanghebbende concludeert tot toewijzing van het verzoek om herziening. De Inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het verzoek om herziening. 4. Beoordeling van het geschil 4.1. Op grond van artikel 8:88 van de Awb kan het Hof op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.