Zaaknr. HD 103.004.155 ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH, sector civiel recht, vierde kamer, van 13 mei 2008, gewezen in de zaak van: [APPELLANTE], handelend onder de naam [BEDRIJF 1], wonende te [plaats], [gemeente], appellante bij exploot van dagvaarding van 4 oktober 2006, procureur: mr. Ph.C.M. van der Ven, tegen: [GEÏNTIMEERDE], wonende te [plaats], [gemeente], geïntimeerde bij voormeld exploot, procureur: mr. A.M.H.C. Coppens, op het hoger beroep tegen de door de rechtbank Breda gewezen vonnissen van 30 maart 2005, 25 januari 2006 en 5 juli 2006 tussen appellante - hierna [appellante] - als gedaagde en geïntimeerde - [geïntimeerde] - als eiseres. ------------------------------------------------------------ 1. Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 135181/HA ZA04-1241) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen. 2. Het geding in hoger beroep 2.1. [appellante] is van de vonnissen van 15 september 2004, 30 maart 2005, 25 januari 2006 en 5 juli 2006 tijdig in hoger beroep gekomen. Bij memorie van grieven heeft [appellante] het hoger beroep tegen het vonnis van 15 september 2004 ingetrokken, drie producties overgelegd en elf grieven aangevoerd tegen de vonnissen van 30 maart 2005, 25 januari 2006 en 5 juli 2006. [appellante] heeft gevorderd, kort weergegeven, de bestreden vonnissen te vernietigen en [geïntimeerde] in haar vordering alsnog niet ontvankelijk te verklaren, althans deze vordering te ontzeggen en haar te veroordelen tot terugbetaling van het bedrag van EUR 24.429,33, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten van beide instanties. 2.2. [geïntimeerde] heeft bij memorie van antwoord onder overlegging van vier producties de grieven van [appellante] bestreden en geconcludeerd tot bekrachtiging van de bestreden vonnissen, met veroordeling van [appellante] in de proceskosten van beide instanties. 2.3. Vervolgens hebben partijen de gedingstukken aan het hof overgelegd en uitspraak gevraagd. 3. De gronden van het hoger beroep De grieven 1 tot en met V zijn gericht tegen het vonnis van 30 maart 2005. De grieven VI en VII zijn gericht tegen het vonnis van 25 januari 2006. De grieven VIII tot en met XI zijn gericht tegen het eindvonnis van 5 juli 2006. 4. De beoordeling 4.1. Het gaat in deze zaak om het volgende. a. [appellante] heeft op het Internet, op de website "Marktplaats", eind 2003 op naam van [bedrijf 1] de volgende advertentie geplaatst: Schitterende donkerbruine fokmerrie/rijpaard. Vader: Concorde X KEUR, PREF, SPORT (dressuur) V:Michelangelo X KEUR. PREFERENT PRESTATIE V:Wisconsin. Merrie is NMK merrie en finaliste PAVO cup, 12e van Nederland als 4 jarige. Op dit moment nog niet drachtig. Stokmaat circa 1.73m. Kleur Zwart/bruin. leeftijd 6 jaar. Is PROK waardig en heeft de merrietest in Deurne met succes afgesloten, 40 punten voor dressuur. De moeder was als 3 jarige 3e op de UTV. Indien merrie niet is verkocht in februari zal zij worden gebruikt in de fokkerij. (ik kan zelf niet rijden). Ideale merrie om fokkerij mee op te zetten, maar tevens zeer goed geschikt voor jonge ruiter die op hoogste niveau verder wil komen in dressuur. Merrie is tot M-dressuur gereden. [...] b. De onderneming [bedrijf 1] is als eenmanszaak ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor West-Brabant. De onderneming wordt, volgens dit uittreksel, sinds 1 februari 1997 gedreven voor rekening van [appellante]. [echtgenoot appellante], de echtgenoot van [appellante], is procuratiehouder met volledige volmacht. De bedrijfsomschrijving luidt: "Paarden opfokken, voor sport en fokkerij met de daarbij noodzakelijke trainingen, zoals zadelmak maken, trainen voor exterieurkeuringen en trainingen voor hengstenkeuringen". c. De hier bedoelde merrie (hierna: Pubertha) werd door [bedrijf 1] aangeboden voor een vraagprijs van EUR 13.500,-. d. [geïntimeerde] heeft gereageerd op deze advertentie en gesproken met [echtgenoot appellante]. e. Pubertha is op 5 januari 2004 klinisch en röntgenologisch gekeurd door [dierenarts 1], dierenarts te Egmond-Binnen. [dierenarts 1] heeft op het door hem ingevulde keuringsrapport bij "UITSLAG VAN HET KLINISCH ONDERZOEK" aangekruist "geen aanmerking" en bij "UITSLAG VAN HET RÖNTGENONDERZOEK" "goed" en "acceptabel". Bij "CONCLUSIE" is vermeld: "GEEN ZICHTBARE VETERINAIRE BEZWAREN". Op de bijlage genaamd "ONDERZOEKPROTOCOL" zijn volgens de hokjes vermeld onder "inspectie - palpatie en percussie" geen bijzonderheden aangetroffen bij de daar vermelde onderdelen zoals de rug en de benen van Pubertha. f. Ten tijde van de keuring door [dierenarts 1] was Pubertha gestald bij een zekere [persoon 2] (hierna: [persoon 2]). g. [geïntimeerde] heeft Pubertha op 8 januari 2004 voor een bedrag van EUR 11.000,- gekocht. [geïntimeerde] heeft dit bedrag betaald aan het [bedrijf 1], waarna Pubertha aan [geïntimeerde] is geleverd. h. Dierenarts [dierenarts 2] te [plaats] (hierna: [dierenarts 2]) heeft Pubertha op 10 februari 2004 onderzocht. [dierenarts 2] heeft Pubertha ook in december 2003 in opdracht van [echtgenoot appellante] onderzocht en behandeld in verband met rugklachten. i. Naar aanleiding van het onderzoek op 10 februari 2004 heeft [dierenarts 2] onder meer het volgende aan [geïntimeerde] geschreven: l.s. Op 10 februari 2004 heb ik Pubertha onderzocht, zij was bij palpatie pijnlijk aan de rug. Bij monsteren rechtuit toonde zij geen onregelmatigheden, maar op de volte kon ze duidelijk moeilijk buigen, met name rechtsom, waarbij het rechterachterbeen ook niet goed onder kwam en verminderd last opnam. Verder waren er op dat moment geen aantoonbare oorzaken voor kreupelheid in de benen, maar wel duidelijke rugklachten. De eigenaar vermeldde dat zij het paard enkele keren prima had kunnen rijden maar dat het paard sinds een aantal dagen plotseling verzet toonde bij het rijden en staakte. Gezien de pijnlijkheid in de rug kan dat een mogelijke verklaring zijn. De rug is onderzocht op beweeglijkheid en locaal behandeld door middel van osteomanupilatie ter hoogte van T18-L1. Door middel van locale infiltratie paravertebraal met ontstekingsremmers en pijnstillers is de pijnfocus behandeld. Ik heb geadviseerd om het paard een week aan een qoque voorwaarts neerwaarts te longeren om de rug te laten ontspannen, en daarna het paard weer rustig op te pakken door eerst te longeren alvorens het rijden. Ik heb na ongeveer 3 weken vernomen via telefonisch contact dat Pubertha nog steeds last had van haar rug en ook nog onregelmatig was rechtsachter. [...] j. [geïntimeerde] heeft Pubertha laten onderzoeken door [persoon 2], verbonden aan de Faculteit der Diergeneeskundige van de Universiteit Utrecht. Op 18 maart 2004 heeft [persoon 2] het volgende advies gegeven: De eerste week boxrust, geen medicijnen. In deze week geen weidegang of iets dergelijks. De tweede week beginnen met Quadrisol [...] en stappen aan de hand, beginnen met 10 min per dag, opbouwen naar 30 min per dag. Vanaf deze week mag indien gewenst ook wat vrije beweging (bv weide) worden gegeven. De derde week doorgaan met Quadrisol, longeren in stap en draf 30-45 min per dag. De vierde week doorgaan met Quadrisol, gaan rijden 30-45 min per dag beginnen met stap en draf, later ook galop. Nog geen 'moeilijke oefening' voornamelijk op de hoefslag en de grote volte. Dit alles voor zover het paard niet kreupel is. Daarna stoppen met Quadrisol, doorgaan met rijden en geleidelijk uitbouwen naar een uur, daarna moeilijkheidsgraad opvoeren. k. [persoon 3] (hierna: [persoon 3]) heeft bij brief van 26 juni 2004 aan [geïntimeerde] verklaard dat [echtgenoot appellante] eind 2003 aan haar heeft gevraagd Pubertha te berijden met als doel Pubertha uit te brengen naar dressuur Z niveau. Volgens [persoon 3] merkte zij echter al snel dat Pubertha "door lichamelijke tekortkomingen niet over de kwaliteiten beschikt om als dressuur paard ingezet te worden". Volgens [persoon 3] kwam Pubertha recht overeind en ging onregelmatig lopen. Volgens [persoon 3] heeft zij aan [echtgenoot appellante] medegedeeld dat Pubertha niet als dressuurpaard verkocht kon worden en dat de lichamelijke tekortkomingen "best van chronische aard" konden zijn. l. Namens [geïntimeerde] heeft mr. L.M.J.S. Helder bij brief van 8 maart 2004 aan [appellante] medegedeeld dat er sprake is van non-conformiteit en door middel van deze brief de koopovereenkomst van 8 januari 2004 buitengerechtelijk was ontbonden. Aan [appellante] is verzocht Pubertha terug te nemen onder betaling van EUR 11.000,- (koopsom) en van EUR 1.552,- (vergoeding van gemaakte kosten) vóór 15 maart 2004. [appellante] heeft aan dit verzoek geen gevolg gegeven. 4.2. [geïntimeerde] heeft van [appellante] in eerste aanleg gedagvaard en gevorderd dat de rechtbank A. primair voor recht verklaart dat de overeenkomst van 8 januari 2004 rechtsgeldig is ontbonden door middel van de brief van 8 maart 2004; B. subsidiair de koopovereenkomst van 8 januari 2004 ontbindt op grond van non-conformiteit; C. zowel primair als subsidiair: [appellante] veroordeelt tot het terugnemen van Pubertha onder restitutie van de koopprijs van EUR 11.000,- aan [geïntimeerde]; D. [appellante] veroordeelt aan [geïntimeerde] te betalen de door haar geleden schade ad EUR 2.907.92, alsmede de buitengerechtelijke kosten ad EUR 2.390,54; E. [appellante] veroordeelt aan [geïntimeerde] te betalen de kosten van stalling, voeding en verzorging van Pubertha ad EUR 270,- per maand vanaf de dag van de dagvaarding tot het moment waarop [appellante] Pubertha bij [geïntimeerde] heeft opgehaald; F. [appellante] veroordeelt in de proceskosten. 4.3. [geïntimeerde] heeft aan haar vorderingen de volgende stellingen ten grondslag gelegd. [geïntimeerde] heeft Pubertha gekocht met als doel de inzet in de dressuursport, hetgeen aan [appellante] is medegedeeld. Ongeveer één maand na de levering van Pubertha aan [geïntimeerde] bleek dat Pubertha niet was te berijden. Er is sprake van rugklachten die Pubertha ongeschikt maken voor het doel waarvoor Pubertha is gekocht, namelijk voor de inzet in de sport. Pubertha voldoet dus niet aan de koopovereenkomst. Nu bij de koop van Pubertha door [geïntimeerde] sprake is van consumentenkoop, moet ingevolge artikel 7:18 BW worden vermoed dat Pubertha niet aan de overeenkomst heeft beantwoord. [appellante] heeft op dit punt te weinig gesteld. [geïntimeerde] heeft als gevolg van het feit dat Pubertha niet aan de koopovereenkomst beantwoordt, schade geleden. Deze schade bestaat uit een aantal posten, die exclusief de buitengerechtelijke kosten tezamen een bedrag vormen van EUR 2.907,92 plus p.m. 4.4. De rechtbank heeft bij vonnis van 15 september 2004 een comparitie van partijen bevolen. Deze heeft plaats gehad op 10 januari 2005. 4.5. De rechtbank heeft bij vonnis van 30 maart 2005 [appellante] toegelaten te bewijzen dat Pubertha op 8 januari 2004 geschikt was om als dressuurpaard te worden verkocht en om ook als zodanig te worden gebruikt. 4.6. [appellante] heeft op 16 juni 2005 als getuigen doen horen [echtgenoot appellante], [persoon 3] en [persoon 4]. [appellante] heeft op 14 juli 2005 als getuigen doen horen [dierenarts 1] en [persoon 2]. 4.7. Bij vonnis van 25 januari 2006 heeft de rechtbank geoordeeld dat het van [appellante] verlangde bewijs niet was geleverd doordat geen van de getuigen Pubertha na de behandeling op 10 december 2003 als dressuurpaard heeft bereden en heeft kunnen vaststellen of en dat Pubertha als zodanig kon functioneren. Bij dit vonnis heeft de rechtbank voorts geoordeeld dat de primaire vordering van [geïntimeerde] voor toewijzing gereed ligt en dat [appellante] de koopsom van EUR 11.000,- moet terugbetalen onder afgifte van Pubertha door [geïntimeerde] aan [appellante]. Verder heeft de rechtbank bij dit vonnis geoordeeld dat aan [geïntimeerde] schadevergoeding toekomt. [geïntimeerde] is in de gelegenheid gesteld de in de dagvaarding vermelde schadeposten toe te lichten. 4.8. De rechtbank heeft bij vonnis van 5 juli 2006 het door [appellante] aan [geïntimeerde] terug te betalen bedrag nader vastgesteld op [EUR 11.000,- minus EUR 100,- =] EUR 10.900,- en van de door [geïntimeerde] gestelde schadeposten een bedrag van EUR 725,23 toewijsbaar geoordeeld wegens beslagkosten, vermeerderd met een bedrag van EUR 9.802,99 aan kosten en schade, waaronder de stallingkosten voor Pubertha vanaf 8 januari 2004 tot 5 juli 2006 ad EUR 8.100,. 4.9. De rechtbank heeft in rechtsoverweging 3.8. van het vonnis van 30 maart 2005 voorop gesteld dat Pubertha door [appellante] als dressuurpaard aan [geïntimeerde] is verkocht. In de toelichting op grief II betoogt [appellante] dat [geïntimeerde] ten tijde van de verkoop heeft aangegeven dat Pubertha zou worden gebruikt voor de fokkerij en daarnaast voor de sport. Het hof overweegt als volgt. Uit de advertentie (r.o. 4.1. onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.