Parketnummer: 20-004722-07 Uitspraak : 5 december 2008 TEGENSPRAAK Gerechtshof 's-Hertogenbosch meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Roermond, sector kanton Venlo, van 18 oktober 2007 in de strafzaak met parketnummer 04-400179-07 tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1968], wonende te [woonplaats], [adres]. Hoger beroep De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Het hof overweegt ambtshalve het volgende. Op 29 november 2007 is in de onderhavige zaak de mededeling uitspraak aan verdachte in persoon betekend. Blijkens de stukken is op 14 december 2007 een akte rechtsmiddel opgemaakt door de griffier van de rechtbank, derhalve na het verstrijken van de appeltermijn. Echter, verdachte heeft op 13 december 2007, derhalve tijdig, in de Penitentiaire Inrichting Ter Peel te Evertsoord waar zij alstoen gedetineerd was een schriftelijke volmacht opgesteld om namens haar hoger beroep in te stellen. Het hof is van oordeel dat thans niet valt uit te sluiten dat hier sprake is van een -verdachte niet aan te rekenen- ambtelijk verzuim aangezien niet is gebleken dat haar de mogelijkheid is geboden in hoger beroep te komen op de voet van art. 451a van het wetboek van Strafvordering. Het hof zal verdachte, nu zij tijdig kenbaar heeft gemaakt dat zij een rechtsmiddel wilde instellen, ontvangen in haar hoger beroep. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de eerste rechter zal vernietigen en opnieuw rechtdoende verdachte zal veroordelen tot een geldboete van EUR 65,- subsidiair 1 dag hechtenis. Geldigheid van de inleidende dagvaarding A.1. Zijdens verdachte is het verweer gevoerd dat de inleidende dagvaarding niet op rechtsgeldige wijze is uitgereikt. De raadsvrouwe voert daartoe het volgende aan. Omdat de dagvaarding niet op het GBA-adres van verdachte uitgereikt is kunnen worden, had de dagvaarding – na terugzending aan de afzender – uitgereikt moeten worden aan de griffier van de rechtbank. Blijkens de akte van uitreiking is echter de dagvaarding uitgereikt aan [naam medewerker 1], een stagiaire, van wie niet bekend is of zij bevoegd is de akte uitreiking te ondertekenen. A.2. Het hof merkt dienaangaande op dat aan de zijde van de verdediging kennelijk sprake is van een verkeerde lezing van de akte uitreiking. Immers, de dagvaarding is niet aan [naam medewerker 1] maar door [naam medewerker 1] uitgereikt en wel aan de griffier van de rechtbank in de persoon van [naam medewerker 2]. A.3. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal een korte toelichting gegeven over de gang van zaken in het arrondissement Roermond. Gebleken is dat voornoemde [naam medewerker 1] bij het openbaar ministerie werkzaam is en dat het bij het arrondissementsparket in Roermond gebruikelijk is om de dagvaardingen die aan de griffier van de rechtbank moeten worden uitgereikt, te verzamelen en te stempelen met de naam van de dienstdoende griffier van die dag, alvorens deze daadwerkelijk uit te reiken aan desbetreffende griffier. Naar aanleiding van dit betoog is de raadsvrouw gedeeltelijk teruggekomen op eerdergenoemd verweer. Echter, zij handhaaft haar verweer dat de inleidende dagvaarding nietig dient te worden verklaard, thans op grond van het feit dat de akte uitreiking door een stagiaire van het openbaar ministerie is opgemaakt en ondertekend, terwijl onbekend of deze stagiaire daartoe bevoegd is. A.4. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Krachtens artikel 588a van het Wetboek van Strafvordering is het openbaar ministerie de autoriteit van wie de dagvaarding uit gaat. In het geval een dagvaarding aan het openbaar ministerie wordt teruggezonden omdat de dagvaarding niet uitgereikt is kunnen worden aan verdachte in persoon of op zijn/haar GBA-adres, draagt het openbaar ministerie zorg voor uitreiking daarvan aan de griffier van de rechtbank. In casu heeft het openbaar ministerie in de persoon van de stagiaire [naam medewerker 1] de dagvaarding op 16 augustus 2007 uitgereikt aan de griffier van de rechtbank Roermond, in de persoon van [naam medewerker 2]. Enkele dagen eerder, op 13 augustus 2007, heeft [naam medewerker 1] de dagvaarding per gewone post naar het GBA-adres van verdachte gestuurd. De omstandigheid dat er enkele dagen zijn gelegen tussen voornoemde data is volgens informatie van de advocaat-generaal het gevolg van een interne afspraak tussen het arrondissementsparket Roermond en de rechtbank Roermond, inhoudende dat de dagvaardingen die moeten worden uitgereikt aan de griffier van de rechtbank worden verzameld, alvorens deze daadwerkelijk aan de desbetreffende griffier uit te reiken. Hier kan dus enige tijd over heen gaan. Deze handelwijze is naar het oordeel van het hof niet strijdig met enige wetsbepaling en wordt dan ook toelaatbaar geacht. A.5. Het hof overweegt voorts dat de omstandigheid dat [naam medewerker 1] een stagiaire is, terwijl stagaires blijkens informatie van de advocaat-generaal bij aanvang van de stage altijd beëdigd worden, een rechtsgeldige uitreiking van de dagvaarding niet in de weg staat. Ook in het geval [naam medewerker 1] abusievelijk niet beëdigd zou zijn, dan nog kleeft er geen gebrek aan de betekening van de inleidende dagvaarding omdat [naam medewerker 1] blijkens de tekst op de akte uitreiking naar waarheid heeft verklaard en niet op ambtseed. Voor zover de raadsvrouwe bedoeld heeft hiertegen bezwaar te maken, overweegt het hof dat zij dan uitgaat van een eis die door de wet niet wordt gesteld. A.6. Het verweer wordt verworpen. A.7. Ook overigens zijn er geen gronden om aan te nemen dat alsnog de nietigheid van de inleidende dagvaarding dient te worden uitgesproken. Ambtshalve overweegt het hof nog dat de enkele omstandigheid dat de bevraging van het geautomatiseerde systeem “verwijs index personen” niet op de dag van uitreiking aan de griffier heeft plaatsgevonden doch eerder, namelijk op de dag waarop de dagvaarding aan verdachte is verzonden, te dezen niet tot een ander oordeel noopt. Immers, dat verdachte op de dag van aanbieding, te weten 20 juli 2007, en tenminste vijf dagen nadien op dat aanbiedingsadres stond ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie [hierna: GBA] blijkt uit de uitdraai van 13 augustus 2007. Dat niet blijkt dat is gecontroleerd of verdachte op de dag van betekening, dus op de dag van de uitreiking aan de griffier op 16 augustus 2007, gedetineerd was, leidt, gelet op het bepaalde in art. 2 eerste lid, laatste volzin van het Besluit kennisgeving gerechtelijke mededelingen, niet tot het oordeel dat er sprake is van een gebrek in de betekening nu verdachte gedagvaard is te verschijnen voor de kantonrechter. A.8 Tot slot overweegt het hof tegen de achtergrond van verdachtes recht om in zijn aanwezigheid te worden berecht nog het volgende.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.