typ. MG zaaknr. HD 200.005.597 ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH, sector civiel recht, zesde kamer, van 14 juli 2009, gewezen in de zaak van: [appellant] , wonende te [woonplaats 1], appellant bij exploot van dagvaarding van 24 april 2008 advocaat: mr. F.H.I. Hundscheid, tegen: [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats 2], geïntimeerde bij gemeld exploot, advocaat: mr. D.H.S. Donk, op het hoger beroep van de door de rechtbank Maastricht gewezen vonnissen van 8 augustus 2007 en 5 maart 2008 tussen appellant – [appellant] - als opposant, eiser in reconventie en geïntimeerde – [geïntimeerde] - als geopposeerde, gedaagde in reconventie. 1Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 113587/ HA ZA 06-877) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen alsmede naar het verstekvonnis dat op 28 juni 2006 door de rechtbank Maastricht is gewezen onder nr. 110732/ HA ZA 06-481. 2Het geding in hoger beroep 2.1. Bij memorie van grieven voorzien van een productie heeft [appellant] drie grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van de vonnissen waarvan beroep en, kort gezegd, tot afwijzing alsnog van het gevorderde in conventie, alsmede tot toewijzing alsnog van het gevorderde in reconventie, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 9 augustus 2006, althans vanaf een in goede justitie te bepalen datum, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties. 2.2. Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden. 2.3. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd. 3De gronden van het hoger beroep Voor de inhoud van de grieven en de toelichting daarop verwijst het hof naar de memorie van grieven. 4De beoordeling 4.1 Geen grieven zijn gericht tegen de feiten, zoals door de rechtbank vastgesteld in onderdeel 4.1 van het vonnis van 8 augustus 2007, zodat het hof derhalve van diezelfde feiten zal uitgaan. Daarnaast zijn enkele andere feiten, als enerzijds gesteld en anderzijds niet gemotiveerd betwist, komen vast te staan. Voor de leesbaarheid van dit arrest zal het hof hierna de relevante feiten kort weergeven. 4.1.1 [geïntimeerde] houdt zich bezig met sportmarketing en management van topsporters. [appellant] houdt zich bezig met atletiek, in het bijzonder met polsstokhoogspringen. 4.1.2 Begin 2003 zijn partijen mondeling overeengekomen dat [geïntimeerde] ten behoeve van [appellant] managementwerkzaamheden zou verrichten. De overeenkomst heeft zich uitgestrekt over een periode van begin 2003 tot omstreeks 24 oktober 2005. In genoemde periode heeft sponsoring – financieel en in natura - plaatsgevonden door DSM, Puma, Adidas en American Sports. 4.2.1 Bij inleidende dagvaarding van 10 mei 2006 heeft [geïntimeerde] veroordeling van [appellant] gevorderd tot betaling van € 11.300,--, vermeerderd met BTW over dit bedrag en te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 29 maart 2006 tot aan de dag der voldoening, alsmede vermeerderd met een bedrag ad € 556,50 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met BTW over dit bedrag en wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot die der algehele voldoening. Aan zijn vordering heeft [geïntimeerde] ten grondslag gelegd dat [appellant] aan hem een bedrag ad € 11.300,-- verschuldigd is ter zake van tussen partijen overeengekomen commissie in verband met de sponsoring door Adidas, American Sports, Puma en DSM. Volgens [geïntimeerde] heeft hij voor de verleende diensten recht op een commissie van 15 % over de gegenereerde waarden. 4.2.2 [appellant] is in de procedure in eerste aanleg niet verschenen, waarna tegen [appellant] verstek is verleend. 4.2.3 Bij verstekvonnis van 28 juni 2006 heeft de rechtbank Maastricht de vordering van [geïntimeerde] toegewezen. 4.2.4 Bij verzetdagvaarding van 27 juli 2006 is [appellant] in verzet gekomen tegen voornoemd vonnis. [appellant] heeft verweer gevoerd, kort gezegd inhoudende dat voor zover sponsoring in natura heeft plaatsgevonden geen commissie verschuldigd is en voor het de overige dat [geïntimeerde] geen relevante activiteiten ten behoeve van de sponsoring van [appellant] heeft verricht. In reconventie heeft [appellant] veroordeling van [geïntimeerde] gevorderd tot betaling van een schadevergoeding ter hoogte van € 14.000,-- op de grond dat [geïntimeerde] zijn verplichtingen uit de overeenkomst niet (behoorlijk) is nagekomen. 4.2.5 Bij vonnis van 5 maart 2008 heeft de rechtbank in conventie de vordering van [geïntimeerde] toegewezen tot een bedrag ad € 7.650,--, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 29 maart 2006. De rechtbank heeft de proceskosten in conventie gecompenseerd en de door [geïntimeerde] gevorderde buitengerechtelijke kosten afgewezen. In reconventie heeft de rechtbank de vordering van [appellant] afgewezen en [appellant] veroordeeld in de proceskosten. 4.3.1 [appellant] kan zich met dit vonnis, alsmede met het tussenvonnis van 8 augustus 2007 niet verenigen en is daarvan in hoger beroep gekomen. [appellant] heeft geen grieven gericht tegen de beroepen vonnissen, voor zover gewezen in reconventie. In zoverre zal [appellant] niet-ontvankelijk worden verklaard. Tegen de beroepen vonnissen, voor zover gewezen in conventie heeft [appellant] drie grieven gericht. Het hof zal hierna de grieven gezamenlijk bespreken. 4.3.2 De rechtbank heeft in onderdeel 2.1 van het vonnis van 5 maart 2008 vastgesteld dat tussen partijen is overeengekomen dat commissie is verschuldigd ten aanzien van contracten, bij het afsluiten waarvan door [geïntimeerde] bemiddelende activiteiten zijn verricht. [appellant] heeft tegen deze vaststelling van de rechtbank geen voldoende duidelijk als zodanig op te vatten grief gericht, zodat het hof dit als vaststaand feit aanneemt. 4.3.3 [geïntimeerde] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat hij ten aanzien van de sponsoring door Adidas, Puma en American Sports bemiddelende activiteiten heeft verricht en dat [appellant] hem uit dien hoofde commissie is verschuldigd. 4.3.4 [appellant] heeft als verweer aangevoerd dat er geen bemiddelende activiteiten door [geïntimeerde] zijn verricht, althans dat deze geen resultaat hebben gehad. Bovendien is volgens [appellant] niet overeengekomen dat commissie verschuldigd zou zijn in geval van sponsoring in natura. 4.3.5 Naar het oordeel van het hof moet het verweer van [appellant] dat [geïntimeerde] geen bemiddelende activiteiten heeft verricht met betrekking tot de sponsoring door Adidas, worden verworpen. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is niet duidelijk hoe de activiteiten die [geïntimeerde] ten opzichte van Adidas heeft ontplooid - welke door [geïntimeerde] zijn gesteld en door [appellant] niet zijn betwist – anders kunnen worden geduid dan als bemiddelende activiteiten. Uit de door [appellant] overgelegde productie 1 bij MvG blijkt dat [geïntimeerde] degene is geweest die de heer [vertegenwoordiger Adidas]van Adidas heeft benaderd met het verzoek om [appellant] te sponsoren. In zijn overzicht van werkzaamheden van 20 oktober 2005(productie 2 bij Conclusie van Antwoord in reconventie) heeft [geïntimeerde] voorts [appellant] op de hoogte gesteld van met Adidas gevoerd overleg met betrekking tot de vraag of sponsoring al dan niet op internationaal niveau zou kunnen plaatsvinden, terwijl Adidas vervolgens een aanbod heeft gedaan in een e-mail die aan [geïntimeerde] is gericht (prod. 3 Conclusie van Antwoord in reconventie). De heer [vertegenwoordiger Adidas]van Adidas heeft bovendien verklaard na deze aanbieding nog één à twee keer contact met [geïntimeerde] te hebben gehad (prod. 1 MvG). Daarmee staat naar het oordeel van het hof in voldoende mate vast dat door [geïntimeerde] bemiddelende activiteiten tussen Adidas en [appellant] zijn verricht. Deze vaststelling leidt in beginsel tot de conclusie dat [appellant] aan [geïntimeerde] commissie verschuldigd is. Dit zou slechts anders zijn indien het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om, gelet op alle relevante omstandigheden, in het onderhavige geval de verschuldigdheid van commissie aan [geïntimeerde] aan te nemen, maar daartoe heeft [appellant] naar het oordeel van het hof onvoldoende concrete feiten en omstandigheden gesteld. Onvoldoende in dit verband acht het hof de stelling (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.