Parketnummer: 20-002948-08 OWV Uitspraak: 11 februari 2009 TEGENSPRAAK Gerechtshof 's-Hertogenbosch meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 27 februari 2008 op de vordering ex artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 01-821368-07 tegen: [veroordeelde], geboren te [geboorteplaats] op [1969], wonende te [woonplaats], [adres]. Hoger beroep De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de veroordeelde naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechter in eerste aanleg zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel - als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht - wordt geschat zal vaststellen op EUR 40.000,00, dan wel EUR 3.000,00, en de veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis met verbetering van de gronden als na te melden. De beoordeling Aan de veroordeelde was in de tegen hem aanhangige strafzaak onder parketnummer 01-821368-07 onder 1 ten laste gelegd, voor zover hier van belang, dat hij in of omstreeks de periode van 1 april 2007 tot en met 19 juli 2007 opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid hennepplanten. Blijkens een zich in het dossier bevindend aantekening mondeling vonnis van de politierechter in de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 27 februari 2008 is het onder 1 bewezen verklaarde gekwalificeerd als opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod (het opzettelijk aanwezig hebben van hennep). Uit dat aantekening mondeling vonnis blijkt voorts dat het onder 1 bewezen verklaarde werd gepleegd in de periode van 1 april 2007 tot en met 19 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.