Beslissing van de raadkamer van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch op een verzoek ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering van: [gewezen verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1974], wonende te [woonplaats], [adres], in deze zaak woonplaats kiezende ten kantore van zijn raadsman mr. J.C. Oudijk, te [plaats],[adres]. Het verzoek strekt tot toekenning van een vergoeding uit 's Rijks kas ter zake van de kosten van een raadsman als bedoeld in artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering. Onderzoek van de zaak Het verzoek is op 17 november 2009 door de raadkamer in het openbaar behandeld. Het hof heeft kennis genomen van de conclusie van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verzoeker naar voren is gebracht. De conclusie van de advocaat-generaal strekt tot gedeeltelijke toewijzing van het verzoek. Beoordeling Het verzoek is tijdig ingediend. Uit de gedingstukken, waaronder begrepen de stukken van de strafzaak, blijkt dat de strafzaak tegen verzoeker onder genoemd parketnummer het laatst voor dit hof werd vervolgd en is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Uit de aard van de strafzaak vloeit de wenselijkheid voor de gewezen verdachte voort om zich van rechtsbijstand te voorzien. De opgegeven kosten worden genoegzaam gestaafd door de overgelegde declaratie en het beloop daarvan valt - mede gelet op omvang en verloop van de strafzaak - niet als bovenmatig aan te merken. Aan de hand van deze norm komt ter zake van kosten van rechtsbijstand een bedrag van EUR 1.665,05 (incl. BTW) voor vergoeding in aanmerking. In aanvulling op het verzoekschrift heeft de raadsvrouw van verdachte ter terechtzitting van het hof verzocht om voor het indienen van het verzoekschrift en de mondelinge behandeling daarvan niet het forfaitaire bedrag van EUR 540,00 toe te kennen, maar EUR 700,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.