← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2010:2188

Parketnummer : 20-000996-09 Uitspraak : 12 mei 2010 VERSTEK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Maastricht van 11 maart 2009 in de strafzaak met parketnummer 03-700660-07 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972 , zonder vaste woon- of verblijfplaats hier ten lande. Hoger beroep De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Omvang van het hoger beroep Het hoger beroep van de verdachte richt zich (mede) tegen de vrijspraken door de eerste rechter van hetgeen aan de verdachte onder feit 1 is ten laste gelegd ten aanzien van - eenvoudig gezegd - de oplichting van [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] . Dat is in strijd met het bepaalde in artikel 404 van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in zoverre niet ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep. De beslissingen van de rechtbank op de vorderingen van voornoemde drie personen als benadeelde partijen zijn tengevolge van voornoemde vrijspraken evenmin aan het oordeel van het hof onderworpen. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechter in eerste aanleg, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal bevestigen. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis –voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen- zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 2 februari 2007 tot en met 31 oktober 2007 in Nederland en/of in België, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(

  1. en)wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] in de periode van 25 mei 2007 tot en met 19 augustus 2007, te Ursem, heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 2] in de periode van 26 mei 2007 tot en met 20 augustus 2007, te Harderwijk, heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 250 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 3] in de periode van 6 mei 2007 tot en met 30 juni 2007, te Asten, heeft bewogen tot de afgifte van 1300 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 4] in de periode van 10 mei 2007 tot en met 3 juli 2007, te Maastricht, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 5] in de periode van 9 mei 2007 tot en met 6 juli 2007, te Hoofddorp, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 6] in de periode van 12 mei 2007 tot en met 6 juli 2007, te Haarlem, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 7] in de periode van 3 juni 2007 tot en met 9 juli 2007, te Hasselt, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 8] in de periode van 11 juni 2007 tot en met 16 juli 2007, te Dronten, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 9] in de periode van 21 juni 2007 tot en met 17 juli 2007, te Kimswerd, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 10] in de periode van 16 april 2007 tot en met 30 juli 2007, te Someren, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 11] in de periode van 10 juni 2007 tot en met 20 juli 2007, te Sevenum, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 12] in de periode van 16 juni 2007 tot en met 20 juli 2007, te Zuid-Beijerland, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 13] in de periode van 8 juni 2007 tot en met 20 juli 2007, te Amsterdam, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 14] in de periode van 2 juni 2007 tot en met 21 juli 2007, te Reek, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 15] in de periode van 16 juni 2007 tot en met 21 juli 2007, te Amsterdam, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 16] in de periode van 1 juni 2007 tot en met 21 juli 2007, te Haarlem, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 17] in de periode van 1 mei 2007 tot en met 23 juli 2007 te Buren, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 18] in de periode van 31 mei 2007 tot en met 24 juli 2007 te Rotterdam, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 19] in de periode van 29 mei 2007 tot en met 25 juli 2007 te Haarlem, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 20] in de periode van 20 mei 2007 tot en met 26 juli 2007 te Oud-Beijerland, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 21] in de periode van 2 maart 2007 tot en met 27 juli 2007, te Nistelrode, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 22] in de periode van 1 mei 2007 tot en met 30 juli 2007 te Sittard, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 23] in de periode van 12 mei 2007 tot en met 1 augustus 2007 te Noordlaren, heeft bewogen tot de afgifte van 1300 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 24] in de periode van 25 februari 2007 tot en met 3 augustus 2007 te Tongeren, heeft bewogen tot de afgifte van 1100 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 25] in de periode van 12 juni 2007 tot en met 5 augustus 2007 te Leiden, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 26] in de periode van 1 augustus 2007 tot en met 7 augustus 2007 te Nieuw Buinen, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 27] in de periode van 31 mei 2007 tot en met 9 augustus 2007 te Helmond, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 28] in de periode van 31 mei 2007 tot en met 11 augustus 2007 te Ouderkerk a/d Amstel, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 29] in de periode van 21 juni 2007 tot en met 14 augustus 2007 te Stein, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 30] in de periode van 11 mei 2007 tot en met 16 augustus 2007 te Utrecht, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 31] in de periode van 2 juni 2007 tot en met 9 augustus 2007 te Borne, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 32] in de periode van 23 april 2007 tot en met 25 augustus 2007 te Tilburg, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 33] in de periode van 16 juni 2007 tot en met 9 augustus 2007 te Eindhoven, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 34] in de periode van 11 mei 2007 tot en met 15 augustus 2007 te Roermond, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 35] in de periode van 1 juni 2007 tot en met 15 augustus 2007 te Kerkrade, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 36] in de periode van 10 juni 2007 tot en met 9 augustus 2007 te Haaksbergen, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 37] in de periode van 17 mei 2007 tot en met 11 september 2007 te Leeuwarden, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 38] in de periode van 1 juli 2007 tot en met 26 september 2007 te Antwerpen, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 39] in de periode van 8 mei 2007 tot 3 oktober 2007 te Melderslo, heeft bewogen tot de afgifte van 1200 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 40] in de periode van 22 mei 2007 tot 24 oktober 2007 te Alblasserdam, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, en/of [slachtoffer 41] in de periode van 15 mei 2007 tot 12 juli 2007 te Sint Truiden (België), heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, hebbende verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een camper te huur aangeboden op/via marktplaats.nl en/of speurders.nl en/of een (huur)overeenkomst verzonden aan voornoemde personen en/of die huurovereenkomst laten/doen ondertekenen door voornoemde personen en/of voornoemde personen medegedeeld dat de reservering voor de huur van de camper pas definitief werd op het moment dat een geldbedrag van 500 euro was gestort op zijn, verdachtes, bankrekening, en/of een bedrag voor de huur van de camper heeft gevraagd/vastgesteld, waardoor voornoemde personen (telkens) werd(
  2. en)bewogen tot bovenomschreven afgifte; 2. hij op of omstreeks 19 augustus 2007 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 42] ), heeft geslagen en/of geduwd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; 3. hij op of omstreeks 19 augustus 2007 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1] ), meermalen, althans eenmaal, (telkens) heeft geslagen en/of getrapt en/of geduwd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; 4. hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2007 tot en met 31 juli 2007 te Frankrijk en/of te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  3. en)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 43] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 500 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [slachtoffer 43] toegezegd een bedrag van 1000 euro via zijn, verdachtes, bankrekening, te betalen, welk bedrag door hem verdachte, en die [slachtoffer 43] gezamenlijk zou worden betaald voor de gezamenlijke aankoop van een stacaravan, waardoor die [slachtoffer 43] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte; Onder feit 1 leest het hof bij het ten laste gelegde handelen jegens [slachtoffer 37] “Leeuwarden” in. Voorts wordt in het ten laste gelegde handelen jegens [slachtoffer 17] en [slachtoffer 32] het jaartal 2007 ingelezen. Door een omissie aan de zijde van de steller van de tenlastelegging zijn die plaats en dat jaartal in de oorspronkelijke tenlastelegging weggevallen. Door deze verbeteringen is de verdachte niet geschaad in de verdediging. Voor zover in de tenlastelegging verder nog taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak Het hof is van oordeel dat bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1 niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan - eenvoudig gezegd - de oplichting van [slachtoffer 26] , [slachtoffer 38] en [slachtoffer 41] . Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. Het hof overweegt ten aanzien van die vrijspraken het navolgende. Ten aanzien van [slachtoffer 26] : Als pleegperiode is ten laste gelegd: 1 augustus 2007 tot en met 7 augustus 2007. Uit het dossier volgt dat de ten laste gelegde oplichtingshandelingen en de afgifte van 500 euro voorafgaand aan deze periode plaats vonden. Ten aanzien van [slachtoffer 38] : Als pleegperiode is ten laste gelegd: 1 juli 2007 tot en met 26 september 2007. Uit de aangifte van [slachtoffer 38] blijkt niet wanneer hij bedoelde EUR 500,- heeft betaald. Uit het dossier zijn echter aanwijzingen te putten dat deze betaling vóór de ten laste gelegde periode plaats vond. Ten aanzien van [slachtoffer 41] : Als pleegperiode is ten laste gelegd: 15 mei 2007 tot 12 juli 2007. Uit de aangifte volgt dat [slachtoffer 41] bedoelde EUR 500,- betaalde op 16 mei 2007. Uit het dossier blijkt echter niet dat de overige ten laste gelegde handelingen binnen de ten laste gelegde pleegperiode plaatsvonden. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij in de periode van 2 februari 2007 tot en met 31 oktober 2007 in Nederland en/of in België, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] in de periode van 25 mei 2007 tot en met 19 augustus 2007, te Ursem, heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 500 euro, en [slachtoffer 2] in de periode van 26 mei 2007 tot en met 20 augustus 2007, te Harderwijk, heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 250 euro, en [slachtoffer 3] in de periode van 6 mei 2007 tot en met 30 juni 2007, te Asten, heeft bewogen tot de afgifte van 1300 euro, en [slachtoffer 4] in de periode van 10 mei 2007 tot en met 3 juli 2007, te Maastricht, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 5] in de periode van 9 mei 2007 tot en met 6 juli 2007, te Hoofddorp, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 6] in de periode van 12 mei 2007 tot en met 6 juli 2007, te Haarlem, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 7] in de periode van 3 juni 2007 tot en met 9 juli 2007, te Hasselt, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 8] in de periode van 11 juni 2007 tot en met 16 juli 2007, te Dronten, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 9] in de periode van 21 juni 2007 tot en met 17 juli 2007, te Kimswerd, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 10] in de periode van 16 april 2007 tot en met 30 juli 2007, te Someren, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 11] in de periode van 10 juni 2007 tot en met 20 juli 2007, te Sevenum, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 12] in de periode van 16 juni 2007 tot en met 20 juli 2007, te Zuid-Beijerland, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 13] in de periode van 8 juni 2007 tot en met 20 juli 2007, te Amsterdam, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 14] in de periode van 2 juni 2007 tot en met 21 juli 2007, te Reek, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 15] in de periode van 16 juni 2007 tot en met 21 juli 2007, te Amsterdam, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 16] in de periode van 1 juni 2007 tot en met 21 juli 2007, te Haarlem, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 17] in de periode van 1 mei 2007 tot en met 23 juli 2007 te Buren, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 18] in de periode van 31 mei 2007 tot en met 24 juli 2007 te Rotterdam, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 19] in de periode van 29 mei 2007 tot en met 25 juli 2007 te Haarlem, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 20] in de periode van 20 mei 2007 tot en met 26 juli 2007 te Oud-Beijerland, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 21] in de periode van 2 maart 2007 tot en met 27 juli 2007, te Nistelrode, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 22] in de periode van 1 mei 2007 tot en met 30 juli 2007 te Sittard, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 23] in de periode van 12 mei 2007 tot en met 1 augustus 2007 te Noordlaren, heeft bewogen tot de afgifte van 1300 euro, en [slachtoffer 24] in de periode van 25 februari 2007 tot en met 3 augustus 2007 te Tongeren, heeft bewogen tot de afgifte van 1100 euro, en [slachtoffer 25] in de periode van 12 juni 2007 tot en met 5 augustus 2007 te Leiden, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 27] in de periode van 31 mei 2007 tot en met 9 augustus 2007 te Helmond, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 28] in de periode van 31 mei 2007 tot en met 11 augustus 2007 te Ouderkerk a/d Amstel, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 29] in de periode van 21 juni 2007 tot en met 14 augustus 2007 te Stein, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 30] in de periode van 11 mei 2007 tot en met 16 augustus 2007 te Utrecht, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 31] in de periode van 2 juni 2007 tot en met 9 augustus 2007 te Borne, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 32] in de periode van 23 april 2007 tot en met 25 augustus 2007 te Tilburg, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 33] in de periode van 16 juni 2007 tot en met 9 augustus 2007 te Eindhoven, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 34] in de periode van 11 mei 2007 tot en met 15 augustus 2007 te Roermond, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 35] in de periode van 1 juni 2007 tot en met 15 augustus 2007 te Kerkrade, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 36] in de periode van 10 juni 2007 tot en met 9 augustus 2007 te Haaksbergen, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 37] in de periode van 17 mei 2007 tot en met 11 september 2007 te Leeuwarden, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, en [slachtoffer 39] in de periode van 8 mei 2007 tot 3 oktober 2007 te Melderslo, heeft bewogen tot de afgifte van 1200 euro, en [slachtoffer 40] in de periode van 22 mei 2007 tot 24 oktober 2007 te Alblasserdam, heeft bewogen tot de afgifte van 500 euro, hebbende verdachte toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een camper te huur aangeboden op/via marktplaats.nl en/of speurders.nl en/of een (huur)overeenkomst verzonden aan voornoemde personen en/of die huurovereenkomst laten/doen ondertekenen door voornoemde personen en/of voornoemde personen medegedeeld dat de reservering voor de huur van de camper pas definitief werd op het moment dat een geldbedrag van 500 euro was gestort op zijn, verdachtes, bankrekening, en/of een bedrag voor de huur van de camper heeft gevraagd/vastgesteld, waardoor voornoemde personen (telkens) werd(
  4. en)bewogen tot bovenomschreven afgifte; 2. hij op 19 augustus 2007 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 42] ), heeft geslagen waardoor deze pijn heeft ondervonden en geduwd waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden; 3. hij op 19 augustus 2007 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1] ), heeft geslagen en getrapt waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden; 4. hij in de periode van 1 juli 2007 tot en met 31 juli 2007 te Frankrijk, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid [slachtoffer 43] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 500 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid die [slachtoffer 43] toegezegd een bedrag van 1000 euro via zijn, verdachtes, bankrekening, te betalen, welk bedrag door hem verdachte, en die [slachtoffer 43] gezamenlijk zou worden betaald voor de gezamenlijke aankoop van een stacaravan, waardoor die [slachtoffer 43] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan wordt vrijgesproken. Door het hof gebruikte bewijsmiddelen Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht. Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde onder 1 is telkens voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht. Het bewezen verklaarde onder 2 is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 300, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht. Het bewezen verklaarde onder 3 is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 300, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht. Het bewezen verklaarde onder 4 is voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde. Op te leggen straf en maatregel Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Verdachte heeft in de periode van 2 februari 2007 tot en met 31 oktober 2007 een groot aantal personen zowel in Nederland als in België opgelicht. Zijn werkwijze was telkens dat verdachte als bonafide verhuurder via internetsites zoals “Marktplaats.nl” en “Speurders.nl” een camper te huur aanbood. Menig geïnteresseerde sloot via de e-mail een huurcontract af voor de camper en betaalde op instigatie van verdachte van te voren een borg en/of voorschotten op de huurprijs variërend van in totaal EUR 500,- tot EUR 1.300,- om de reservering definitief te maken. Deze betalingen werden gedaan op de rekening van verdachte. Vlak voor de afgesproken huurperiode inging en mensen de camper voor vakantie wilden ophalen, liet verdachte de huurders weten dat de camper niet geleverd kon worden omdat deze beschadigd of defect was. In sommige gevallen liet hij zelfs niets weten en was onbereikbaar. Menig huurder werd vervolgens met allerlei uitvluchten en kennelijke leugens door verdachte afgewimpeld of aan het lijntje gehouden. In geval dat huurders naar de woning van verdachte kwamen veinsde hij als de bewoner van het pand waar de verhuurder zou wonen dat hij van niets wist. Verdachte deinsde er zelfs niet voor terug om in één geval (feit 2 en 3) over te gaan tot mishandeling van mensen die kwamen reclameren. Zelfs tijdens zijn eigen vakantie in Frankrijk (feit 4) ging verdachte door met zijn oplichtingspraktijken, gebruikte hij een valse naam, won het vertrouwen van een Nederlands echtpaar op de camping waar verdachte met zijn gezin verbleef en wist hen EUR 500,- afhandig te maken. Verdachte heeft door zijn handelwijze gedurende een lange periode op berekenende en doortrapte wijze doelbewust misbruik gemaakt van het vertrouwen dat mensen in hem stelden. Bovendien heeft verdachte door zijn handelwijze het maatschappelijke vertrouwen in het handelsverkeer ernstig beschaamd. Verdachte was telkens slechts uit op eigen geldelijk gewin zonder zich te bekommeren om de slachtoffers van zijn praktijken die zich, naast de financiële schade die ze leden, genoodzaakt zagen op het laatste moment hun vakantie anders in te richten met alle spanningen, irritatie en verminderd vakantieplezier van dien. Verdachte heeft geen blijk gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien. Het hof heeft kennis genomen van de persoon van verdachte, voor zover daarvan uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken, waaronder van de inhoud van een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 23 april 2010. Bij het bepalen van de op te leggen straf en de duur van deze straf heeft het hof acht geslagen op rechterlijke uitspraken met betrekking tot feiten, die met het onderhavige geval (grosso modo) vergelijkbaar zijn. Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met gevangenisstraf gelijk aan de straf die de rechter in eerste aanleg heeft opgelegd en waarvan ook de advocaat-generaal in zijn vordering is uitgegaan. Het hof acht een gevangenisstraf voor de hierna te vermelden duur, passend en geboden. Schadevergoeding 1. De benadeelde partij [slachtoffer 24] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 2.181,10. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 1.110,10. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. Het hof merkt op dat de benadeelde partij in haar voegingsformulier een bedrag heeft gevorderd van EUR 1.281,10. Dit bedrag heeft de rechtbank eveneens tot uitgangspunt genomen. Ten onrechte, omdat de som van de door de benadeelde partij opgevoerde kosten EUR 2.181,10 bedraagt en geen EUR 1.281,10. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Dit bedrag omvat een vergoeding voor de huur van een mobile home (EUR 600,-), een borgsom (EUR 500,-) en kosten van een aangetekend schrijven (EUR 5,10). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van in totaal EUR 1.105,10 toewijsbaar is. Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 2. De benadeelde partij [slachtoffer 8] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 788,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 500,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 3. De benadeelde partij [slachtoffer 41] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 500,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. Nu aan verdachte ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan de benadeelde partij in haar vordering niet worden ontvangen. 4. De benadeelde partij [slachtoffer 7] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 3.100,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 500,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. De vordering duurt voor zover zij is toegewezen van rechtswege voort in hoger beroep. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 5. De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 990,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep niet toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Dit bedrag omvat een vergoeding voor telefoonkosten (EUR 50,-) en benzinekosten (EUR 80,-). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van in totaal EUR 130,- toewijsbaar is. Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 6. De benadeelde partij [slachtoffer 39] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 500,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 7. De benadeelde partij [slachtoffer 23] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 1.570,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 1.360,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Dit bedrag omvat een vergoeding voor de betaalde borgsom (EUR 500,-), betaalde huur (EUR 800,-), reiskosten (EUR 50,-) en telefoonkosten (EUR 20,-). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van in totaal EUR 1.370,- toewijsbaar is. Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 8. De benadeelde partij [slachtoffer 21] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 686,50. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 25,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Dit bedrag omvat een vergoeding voor reiskosten (EUR 25,-). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 25,- toewijsbaar is. Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 9. De benadeelde partij [slachtoffer 11] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 789,55. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 500,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Dit bedrag omvat een vergoeding voor de betaalde borgsom (EUR 500,-), reiskosten (EUR 69,55) en telefoonkosten (EUR 20,-). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van in totaal EUR 589,55 toewijsbaar is. Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 10. De benadeelde partij [slachtoffer 31] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 500,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 11. De benadeelde partij [slachtoffer 37] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 500,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 12. De benadeelde partij [slachtoffer 36] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 500,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 13. De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 3.965,70. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 835,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 en 3 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Dit bedrag omvat een vergoeding voor de betaalde borgsom (EUR 500,-) en reiskosten (EUR 70,-) voor feit 1 en een bedrag van EUR 300,- als voorschot op immateriële schadevergoeding voor feit 3. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van in totaal EUR 870,- toewijsbaar is. Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 14. De benadeelde partij [slachtoffer 16] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 557,50. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 500,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Dit bedrag omvat een vergoeding voor de betaalde borgsom (EUR 500,-), reiskosten (EUR 50,-) en telefoonkosten (EUR 7,50). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van in totaal EUR 557,50 toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 15. De benadeelde partij [slachtoffer 19] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 500,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 16. De benadeelde partij [slachtoffer 42] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 700,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 335,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 2 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van EUR 150,- als voorschot op de immateriële schadevergoeding. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 150,- als voorschot toewijsbaar is. De gevorderde reiskosten kunnen niet worden toegewezen omdat deze reeds aan haar echtgenoot (de benadeelde partij [slachtoffer 1] ) zijn toegewezen. Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 17. De benadeelde partij [slachtoffer 10] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 500,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 18. De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 500,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 19. De benadeelde partij [slachtoffer 35] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 1.001,35. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 500,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 20. De benadeelde partij [slachtoffer 38] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 520,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. Nu aan verdachte ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan de benadeelde partij in haar vordering niet worden ontvangen. 21. De benadeelde partij [slachtoffer 33] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 703,50. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Dit bedrag omvat een vergoeding voor de betaalde borgsom (EUR 500,-), telefoonkosten (EUR 25,-) en kosten rechtsbijstand (EUR 178,50). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van in totaal EUR 703,50 te vermeerderen met de wettelijke rente toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 22. De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 250,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 250,- toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 23. De benadeelde partij [slachtoffer 15] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 695,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 500,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. De vordering duurt voor zover zij is toegewezen van rechtswege voort in hoger beroep. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 24. De benadeelde partij [slachtoffer 6] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 750,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 500,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 25. De benadeelde partij [slachtoffer 12] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 687,87. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 500,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 26. De benadeelde partij [slachtoffer 40] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 2.050,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 500,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. De vordering duurt voor zover zij is toegewezen van rechtswege voort in hoger beroep. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 27. De benadeelde partij [slachtoffer 32] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 3.592,32. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 565,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Dit bedrag omvat een vergoeding voor de betaalde borgsom (EUR 500,-), benzinekosten (EUR 50,-), telefoonkosten (EUR 15,-) en kosten terzake van een aangetekende brief (EUR 9,82). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van in totaal EUR 574,82 toewijsbaar is. Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 28. De benadeelde partij [slachtoffer 25] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 500,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 29. De benadeelde partij [slachtoffer 22] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 1.143,34. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 500,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 30. De benadeelde partij [slachtoffer 26] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 630,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep niet toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd ter zake van de niet toegewezen vordering. Nu aan verdachte ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan de benadeelde partij in haar vordering niet worden ontvangen. 31. De benadeelde partij [slachtoffer 30] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 1.014,79. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 500,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 32. De benadeelde partij [slachtoffer 14] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 12.259,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 524,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Dat bedrag omvat de betaalde borgsom (EUR 500,-) en reiskosten (EUR 24,-). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van in totaal EUR 524,- toewijsbaar is. Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 33. De benadeelde partij [slachtoffer 13] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 1.424,71. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 500,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Dit bedrag omvat een vergoeding voor de betaalde borgsom (EUR 500,-) en de immateriële schade (EUR 150,-). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van in totaal EUR 650,- toewijsbaar is. Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 34. De benadeelde partij [slachtoffer 29] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 500,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 35. De benadeelde partij [slachtoffer 34] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 500,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 36. De benadeelde partij [slachtoffer 9] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 250,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep ten onrechte toegewezen tot een bedrag van EUR 500,-. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Dat bedrag ziet op de betaalde borgsom van EUR 500,- minus een door de verzekering vergoed bedrag van EUR 250,-. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 250,- toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 37. De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 500,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 38. De benadeelde partij [slachtoffer 27] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 500,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag, dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. 39. De benadeelde partij [slachtoffer 28] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 500,-. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag dat ziet op de betaalde borgsom. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van EUR 500,- toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 24c, 36f, 57, 63, 300 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze bepalingen luidden ten tijde van de bewezen verklaarde feiten. BESLISSING Het hof: Verklaart verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep voor zover gericht tegen de vrijspraken van de hem onder 1 ten laste gelegde gedragingen jegens [benadeelde 3] , [benadeelde 2] en [benadeelde 1] . Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht. Verklaart niet bewezen, dat verdachte de jegens [slachtoffer 26] , [slachtoffer 38] en [slachtoffer 41] onder 1 ten laste gelegde gedragingen heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder 1, voor zover niet betrekking hebbende op de ten laste gelegde gedragingen jegens [slachtoffer 26] , [slachtoffer 38] en [slachtoffer 41] , en het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart dat het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde oplevert: 1Oplichting, meermalen gepleegd. 2Mishandeling. 3Mishandeling. 4Oplichting. Verklaart verdachte deswege strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden. Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht. Vorderingen van de benadeelde partijen 1. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 24] gedeeltelijk toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 1.105,10 (duizend honderdvijf euro en tien cent). Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 2. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] gedeeltelijk toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 3. Verklaart de benadeelde partij, [slachtoffer 41], in haar vordering niet-ontvankelijk. Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 4. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 5. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] gedeeltelijk toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 130,00 (honderddertig euro). Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 6. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 39] toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 7. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 23] gedeeltelijk toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 1.370,00 (duizend driehonderdzeventig euro). Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 8. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 21] gedeeltelijk toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 25,00 (vijfentwintig euro). Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 9. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 11] gedeeltelijk toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 589,55 (vijfhonderdnegenentachtig euro en vijfenvijftig cent). Verklaart de benadeelde partij, in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 10. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 31] toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 11. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 37] toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 12. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 36] toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 13. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 870,00 (achthonderdzeventig euro), waarvan een bedrag van EUR 300,- als voorschot op immateriële schadevergoeding. Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 14. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 16] toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 557,50 (vijfhonderdzevenenvijftig euro en vijftig cent). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 15. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 19] toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 16. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 42] gedeeltelijk toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 150,00 (honderdvijftig euro), zijnde een voorschot op immateriële schadevergoeding. Wijst af de vordering voor zover betrekking hebbende op reiskosten. Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 17. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10] toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 18. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 19. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 35] gedeeltelijk toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 20. Verklaart de benadeelde partij, [slachtoffer 38], in haar vordering niet-ontvankelijk. Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 21. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 33] toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 703,50 (zevenhonderddrie euro en vijftig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2007 tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 22. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 23. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15] toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 24. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] gedeeltelijk toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 25. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 12] gedeeltelijk toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 26. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 40] toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 27. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 32] gedeeltelijk toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 574,82 (vijfhonderdvierenzeventig euro en tweeëntachtig cent). Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 28. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 25] toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 29. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 22] gedeeltelijk toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 30. Verklaart de benadeelde partij, [slachtoffer 26], in haar vordering niet-ontvankelijk. Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 31. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 30] gedeeltelijk toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 32. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 14] gedeeltelijk toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 524,00 (vijfhonderdvierentwintig euro). Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 33. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 13] gedeeltelijk toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 650,00 (zeshonderdvijftig euro). Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 34. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 29] toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 35. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 34] toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 36. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 37. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 38. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 27] toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. 39. Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 28] toe. Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij voornoemd, te betalen een bedrag van EUR 500,00 (vijfhonderd euro). Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil. Schadevergoedingsmaatregelen 1. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 24], wonende te [adres 1] (B), aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 1.105,10 (duizend honderdvijf euro en tien cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 21 (eenentwintig) dagen hechtenis. 2. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 8], wonende te [adres 2] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 3. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 7], wonende te DR HAW van [adres 3] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 4. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 3], wonende te [adres 4] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 130,00 (honderddertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis. 5. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 39], wonende te [adres 5] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 6. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 23], wonende te [adres 6] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 1.370,00 (duizend driehonderdzeventig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 23 (drieëntwintig) dagen hechtenis. 7. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 21], wonende te [adres 7] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 25,00 (vijfentwintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis. 8. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 11], wonende te [adres 8] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 589,55 (vijfhonderdnegenentachtig euro en vijfenvijftig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 11 (elf) dagen hechtenis. 9. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 31], wonende te [adres 9] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 10. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 37], wonende te [adres 10] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 11. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 36], wonende te [adres 11] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 12. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 1], wonende te [adres 12] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 870,00 (achthonderdzeventig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 17 (zeventien) dagen hechtenis. 13. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 16], wonende te [adres 13] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 557,50 (vijfhonderdzevenenvijftig euro en vijftig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 11 (elf) dagen hechtenis. 14. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 19], wonende te [adres 14] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 15. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 42], wonende te [adres 12] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 150,00 (honderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis. 16. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 10], wonende te [adres 15] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 17. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 5], wonende te [adres 16] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 18. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 35], wonende te [adres 17] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 19. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 33], wonende te [adres 18] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 703,50 (zevenhonderddrie euro en vijftig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2007 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 20. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 2], wonende te [adres 19] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis. 21. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 15], wonende te [adres 20] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 22. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 6], wonende te [adres 21] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 23. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 12], wonende te [adres 22] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 24. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 40], wonende te [adres 23] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 25. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 32], wonende te [adres 24] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 574,82 (vijfhonderdvierenzeventig euro en tweeëntachtig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 11 (elf) dagen hechtenis. 26. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 25], wonende te [adres 25] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 27. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 22], wonende te [adres 26] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 28. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 30], wonende te [adres 27] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 29. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 14], wonende te [adres 28] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 524,00 (vijfhonderdvierentwintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 30. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 13], wonende te [adres 29] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 650,00 (zeshonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 13 (dertien) dagen hechtenis. 31. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 29], wonende te [adres 30] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 32. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 34], wonende te [adres 31] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 33. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 9], wonende te [adres 32] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 250,00 (tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis. 34. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 4], wonende te [adres 33] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 35. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 27], wonende te [adres 34] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. 36. Legt aan verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [slachtoffer 28], wonende te [adres 35] , aan de Staat een bedrag te betalen van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis. Bepaalt ten aanzien van voormelde onder 1 t/m 36 opgenomen schadevergoedingsmaatregelen telkens dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen. Aldus gewezen door mr. A.J.M. van Gink, voorzitter, mr. J. Buhrs-Platschorre en mr. J.G. Sillevis Smitt, in tegenwoordigheid van mr. J.H.W. van der Meijs, griffier, en op 12 mei 2010 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Mr. J. Buhrs-Platschorre en J.G. Sillevis Smitt zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.