Parketnummer: 20-002941-09 Uitspraak : 18 juni 2010 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Maastricht van 19 mei 2009 in de strafzaak met parketnummer 03-530780-08 tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op[geboortedatum] 1959, wonende te [woonplaats], [adres], thans uit anderen hoofde verblijvende in PI Limburg Zuid - Gev. De Geerhorst te Sittard. Hoger beroep De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de eerste rechter zal bevestigen. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de opgelegde straf en de strafmotivering. Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Bij de straftoemeting heeft het hof in het bijzonder rekening gehouden met de omstandigheden dat de verdachte blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 26 april 2010 ter zake soortgelijke strafbare feiten reeds meerdere malen is veroordeeld. Uit genoemd uittreksel is het hof voorts gebleken dat verdachte bij vonnis van de politierechter Maastricht d.d. 25 november 2009, ter zake van overtreding van – onder meer – het bepaalde in artikel 8 en 9 van de Wegenverkeerswet is veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf. Gelet op het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en gezien deze eerdere veroordeling, waarbij, rekening houdend met artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht, verdachte is veroordeeld tot de maximale gevangenisstraf die voor deze feiten kan worden opgelegd, is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf zoals door de advocaat-generaal gevorderd thans niet meer in aanmerking komt. Wel is naar het oordeel van het hof, mede in het licht van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en in het bijzonder gelet op de recidive van verdachte, in plaats van een geldboete, het opleggen van een werkstraf van na te melden duur nog passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht. Wegenverkeerswet 1994 art. 9, 176 BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis, waarvan beroep ten aanzien van de aan de verdachte opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht. Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis. Bevestigt het vonnis voor al het overige. Aldus gewezen door mr. N.J.M. Ruyters, voorzitter, mr. J.F. Dekking en mr. P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van mw. C.M. Sweep, griffier, en op 18 juni 2010 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.