BELASTINGKAMER Nr. 04/01677 HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH U I T S P R A A K Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, tweede meervoudige Belastingkamer, op het beroep van de Stichting X (voorheen: X1) te Y (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de voorzitter van het managementteam van het onderdeel Belastingdienst Z van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) op het bezwaarschrift betreffende na te melden naheffingsaanslag. 1. Ontstaan en loop van het geding 1.1. Aan belanghebbende is onder aanslagnummer 00.00.000.A.01.750.1 over het tijdvak 01-01-1997 tot en met 31-12-1997 een naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd ten bedrage van fl. 923.790 aan belasting, alsmede fl. 159.174 aan heffingsrente. Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur bij de bestreden uitspraak de naheffingsaanslag gehandhaafd. 1.2. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 273. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 1.3. Belanghebbende heeft, na daartoe door het Hof in de gelegenheid te zijn gesteld, schriftelijk gerepliceerd en de Inspecteur schriftelijk gedupliceerd. 1.4. Het eerste onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 17 januari 2007 te 's-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede de Inspecteur. 1.5. Belanghebbende en de Inspecteur hebben beiden te dezer zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan de wederpartij. Belanghebbende heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen overlegging van de acht bij de pleitnota van de Inspecteur behorende bijlagen. Het Hof rekent de pleitnota van belanghebbende en de pleitnota van de Inspecteur met acht bijlagen tot de stukken van het geding. 1.6. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, waarvan een afschrift aan partijen is gezonden. 1.7. Het Hof heeft met toepassing van artikel 8:64 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) het onderzoek ter zitting geschorst. 1.8. Op grond van artikel 8:58 van de Awb hebben partijen vóór de tweede zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan de wederpartij. 1.9. Het tweede onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 19 augustus 2010 te 's-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede de Inspecteur. 1.10. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, waarvan een afschrift aan partijen is gezonden. 1.11. Het Hof heeft vervolgens het onderzoek ter zitting gesloten. 2. Feiten Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter beide zittingen staat, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende weersproken, het volgende vast: 2.1. Belanghebbende is een betaaldvoetbalorganisatie, die in het seizoen 1997 met haar eerste elftal deelnam aan de eredivisie. De toenmalige trainer van belanghebbende, de heer A, had ter versterking van het eerste elftal interesse in de voetbalspeler B (hierna ook: B). 2.2. B en zijn tweelingbroer C speelden in het seizoen 1996/1997 voor de Turkse voetbalclub D. Zij hadden op dat moment een éénjarig contract met die club, dat afliep op 30 juni 1997. Het contract van B bevatte onder meer de volgende bepaling: "After this contract expires, if B receives any offers from foreign football clubs except Turkish Football Clubs, then C will pay to D Football Club 750.000 DM as cost of international unconditional Transfer Certificate and after the payment has been effected, player's International Transfer Certificate will be delivered to player unconditionally." 2.3. Vanaf 11 juli 1997 heeft belanghebbende besprekingen gevoerd over de mogelijkheid B aan te trekken als speler. Bij die besprekingen waren aanwezig, namens belanghebbende, de heren E, clubvoorzitter, en F, commercieel en technisch directeur; namens de Georgische voetbalclub G (hierna ook: G) de heer H, en namens B zijn zaakwaarnemer, de heer J en zijn broers, C en K. 2.4. Door de heer E zijn bij of ter voorbereiding van de besprekingen kladaantekeningen gemaakt (bijlage D/227 van het dossier van de FIOD), waar onder meer op staat: "Transfer G naar L DT Club garandeert vrij overgang L betaalt totaal DM 945.000 te verdelen in 3 jaarlijkse termijnen van 250. Ned. taal DM 465.000 200. leren DM 215.000 200. DM 265.000 250. Als club niet aan verplichtingen richting G voldoet zal speler transfervrij mogen vertrekken. _____________________________________________________ 280.000 club + 16.800 250 250 + 16.800 1/7 98 300 + 16.800 1/8 99 F 1.080.000 3." En op een volgend vel papier: "1ste termijn fl. 280.000 + 250.000 + 16.800 2e termijn f 250.000 + 16.800 3e termijn 300.000 + 16.800" 2.5. Tijdens de verhoren door de ambtenaren van de FIOD is door de heer E onder meer het volgende verklaard (V/06-01 tot en met V/06-06 van het FIOD dossier): ".... Ik weet alleen van een salaris en een transfersom. Volgens mij bedroeg de transfersom het zojuist genoemde bedrag wat volgens mij het equivalent van 1.000.000 D-mark is. Voor mijn gevoel bedroeg zijn salaris meer dan drie ton, in L-begrippen van die tijd een groot bedrag. B was in die tijd de duurst betaalde speler van L...." en "......, de heer J kwam uitsluitend met bedragen en aan de andere kant van de tafel zaten de Georgiërs te onderhandelen. Als L kregen wij de vraagprijs voorgeschoteld. Als zij dan de vraagprijs uit meerdere componenten samenstellen is dat iets wat hen aangaat. J was de enige van het gezelschap die de engelse taal machtig was. Met de Georgiërs sprak hij uitsluitend in hun moedertaal en deze taal ken ik en begrijp ik niet. Ik weet dan ook niet wat er tussen hen is afgesproken...." en "....L heeft over het algemeen met Nederlandse spelers te maken en het aantrekken van buitenlandse spelers hebben wij, in de tijd dat ik voorzitter was, niet zo vaak gedaan....." en "...Met J kon ik redelijk Engels praten, H gooide af en toe wat Duits er door en de M spraken Georgisch. Men sprak in rap tempo door elkaar, waardoor de besprekingen een hectisch karakter hadden en moeilijk te volgen waren...." en "....Ik heb al eerder gezegd dat het een zéér hectisch gebeuren is geweest, de transfer van B. Doordat er drie talen gebruikt moesten worden, door noodzakelijk familieoverleg, door veel andere betrokkenen, ik heb zoiets nog nooit meegemaakt. ...." 2.6. In de strafzaak tegen de heer E is als getuige de heer F ten overstaan van de rechter-commissaris gehoord. In het Proces-verbaal van diens verklaring (productie 10 bij de "artikel 8:58 Awb" stukken van 5 januari 2007) is onder meer het volgende opgenomen: ".....U zegt mij dat u van de heer E heeft gehoord dat het tijdens die besprekingen er hectisch aan toe ging. Het was inderdaad redelijk hectisch. J spreekt redelijk Duits en Engels, maar de broers spraken dat nauwelijks. J was erg dominant. Hij moest alles geregeld krijgen. Hij was betuttelend en oefende behoorlijke druk uit op B....." en ".... Ik ben van het verloop van de 2e bespreking met B constant op de hoogte gehouden. L had de best mogelijke aanbieding gedaan, maar B vond het erg weinig. Het ging dan over het salaris. J heeft hem min of meer gerustgesteld en gezegd dat hij met hem zou doorrekenen wat hij zou overhouden. Bovendien wees hij B er ook nog op dat C in Amsterdam een megadeal had gesloten en dat uiteindelijk alles toch op een hoop zou komen. Uiteindelijk heb ik van E vernomen dat de aanbieding, zoals L die had gedaan, was geaccepteerd. Het feit dat C in Amsterdam een megadeal had gesloten, was het geluk van L. Anders hadden we B nooit gekregen..." en "... U vraag mij of ik er van op de hoogte was dat de transfersom is doorbetaald aan B. Nee. En ik weet zeker dat E dat ook niet was. Daar is hij veel te integer voor. We hebben 13 jaar samengewerkt en een stuk of 25 a 30 transfers samen gedaan...." en "....Ik wil trouwens wel aantekenen dat wij maar heel sporadisch internationale transfers hebben gehad met L...." 2.7. In een handgeschreven faxbericht, dat als bijlage D/228 van het FIOD dossier tot de stukken van het geding behoort, staat onder andere: "N/P Enkele zaken n.a.v. komst B kontrakt: - Kleine aanpassing in financiele gegevens G/ L (N heeft gegevens) Alles nu in guldens! - Kontrakt L/ G In engels - Spelerskontrakt in Nederlands met een Engelstalig uittreksel waarin wij nog netto bedragen moeten noemen Netto = bruto -/- 35% ...". 2.8. Op 18 juli 1997 is een "Agreement" ondertekend namens belanghebbende door de heer E en namens G door de heer H, die - voor zover hier van belang - als volgt luidt: "1. L will contract the player mr B, from wich player the exclusive transfer-rights belong to G. (...) 2. L pays to G a transfer-fee for the player an amount in Dutch guilders amounting ƒ 1.130.400 (...), payable as follows: ƒ 546.800 (...) at first august 1997; ƒ 266.800 (...) at first july 1998; ƒ 316.800 (...) at first july 1999. Total ƒ 1.130.400 (...) The first instalment ƒ 546.800 (...) will be payed as soon as L, from the Dutch National Football Association has received the necessary international transfer certificate, so that the player is free to play in Holland and to play for L Payment of the first instalment (ƒ 546.800) will take place at the latest one week after receiving the international transfercertificate as when L receives the certificate after august 1st 1997. Payment will be done on a bank-account in Holland or in Germany indicated by G. 3. If L fails to pay the above-mentioned amounts (instalments) on the agreed dates the player will be free to go to another club in which situation L can't ask a transfer-fee or ransom-price for the player." 2.9. Op 17 juli 1997 heeft G zich, in een in het Duits gestelde handgeschreven verklaring op briefpapier van G, verplicht aan B de transfervergoeding van L van fl. 250.000 plus 16.800 direct na ontvangst door te betalen, het bedrag van fl. 250.000 plus 16.800 op 1 juli 1998 en het bedrag van fl. 300.000 plus 16.800 op 1 juli 1999. 2.10. Op 18 juli 1997 hebben belanghebbende en B een spelerscontract ondertekend, waarbij B zich voor drie seizoenen aan belanghebbende verbond tegen een jaarsalaris van ƒ 280.000 voor het seizoen 1997/1998, ƒ 308.000 voor het seizoen 1998/1999 en ƒ 336.000 voor het seizoen 1999/2000, te vermeerderen met minimaal een bedrag van ƒ 37.500 aan wedstrijdpremies per seizoen. 2.11. Ter regulering van internationale transfers kent de wereldvoetbalbond FIFA een zogeheten internationaal transfercertificaat. Hieromtrent bepaalt artikel 7, lid 1 van het FIFA-reglement (tekst 1997), dat een amateur of professionele speler, die in aanmerking komt om voor een club te gaan spelen, die verbonden is aan een nationale bond, niet bij een club, die is verbonden aan een andere nationale bond, mag worden ingeschreven, tenzij de laatste een internationaal transfercertificaat heeft ontvangen, uitgegeven door de nationale bond die de speler wenst te verlaten. In artikel 9, lid 1, van het FIFA-reglement, wordt bepaald, dat het internationale transfercertificaat een verklaring dient te bevatten, dat de houder van het certificaat vrij is om vanaf een bepaalde datum binnen een specifieke bond te spelen. Op 25 juli 1997 heeft de Turkse voetbalbond het internationale transfercertificaat betreffende B, daarin aangeduid als "formerly a member of D", afgegeven. 2.12. Op 13 juli 1997 heeft belanghebbende bij de KNVB een formulier "Verzoek om overschrijving veldvoetbal" voor B ingediend. Daarin is onder meer vermeld dat B het laatst speelgerechtigd was voor "G - Georgia" en dat B was verhuurd aan D. Op 13 juli 1997 heeft belanghebbende bij de KNVB een formulier "Modelverklaring Contract met nieuw aangetrokken speler" betreffende B ingediend waarin als "oude club" is vermeld "N.V.T." en waarin onder meer het volgende is opgenomen: "Hierdoor verklaren ondergetekenden, dat in verband met het verzoek om overgang van bovengenoemde speler, een vergoeding overeengekomen is van: ƒ 1.130.400. De te verlaten club verklaart voornoemd bedrag te hebben ontvangen en tevens dat de hiervoor vermelde speler aan zijn financiële verplichtingen heeft voldaan" Het formulier is alleen door belanghebbende als contracterende club ondertekend; de ruimte voor de handtekening namens de te verlaten club is leeg gebleven. 2.13. Op 5 augustus 1997 heeft belanghebbende de eerste termijn ten bedrage van fl. 546.800 (zie 2.8) betaald door overmaking op een bankrekening van G, op 19 juni 1998 de tweede termijn ten bedrage van fl. 266.800 en op 28 juni 1999 de derde termijn. Omdat voor de derde termijn per abuis DM 316.800 in plaats van fl. 316.800 was betaald, is het teveel betaalde begin juli 1999 op rekening van belanghebbende teruggestort. G heeft belanghebbende voor deze betalingen geen facturen uitgereikt. 2.14. In een faxbericht van 1 september 1997 (bijlage D/103 van het FIOD dossier) van de heer J aan belanghebbende is onder meer het volgende vermeld: ".... In the contract is clearly stated that the player B will receive a basis salary per month in the season 97/98 15.000 Guilders. In the last two months B received 8.000 Guilders every time. Please look into the above mentioned matters and inform us when it will be settled....." 2.15. In de notulen van de bestuursvergadering van L van 1 september 1997 (bijlage D/057 van het FIOD dossier) is vermeld: "Met B dient afspraak gemaakt te worden omtrent het verschil tussen "netto" en "bruto" met inachtname van de Engelstalige overeenkomst en de onderhandelingsnotities van dhr E (zie dossier)." 2.16. Bij belanghebbende is een boekenonderzoek voor de loonbelasting en de premie volksverzekeringen over het tijdvak 1 januari 1996 tot en met 31 december 1998 gehouden naar de transfers van belanghebbende in de seizoenen 1996/1997 en 1997/1998. De bevindingen zijn neergelegd in het rapport van 27 november 2000. In het rapport staat vermeld, dat de transfer van B nader zal worden onderzocht en dat een afzonderlijk rapport zal volgen. 2.17. De FIOD is tevens een onderzoek gestart, niet alleen naar de transfer van B naar belanghebbende, maar ook naar de transfer van B's broer C naar Q. Tijdens dat onderzoek is gebleken, dat G op 19 augustus 1997, 21 augustus 1997 en 2 september 1997 bedragen van respectievelijk DM 730.000, DM 233.149 en DM 100.000 heeft overgemaakt naar een bankrekening ten name van B in Nederland. De overboekingen van DM 730.000 en DM 100.000 zijn afkomstig van een bankrekening van G in Zwitserland, de betaling van DM 233.149 is afkomstig van de bankrekening van G bij de R-bank te S, Duitsland. 2.18. In het kader van het onderzoek heeft de FIOD een verzoek om inlichtingen gericht tot het ministerie van Financiën van Turkije. Dit ministerie heeft een onderzoek ingesteld naar de transacties tussen G en D en heeft bij een op 10 oktober 2000 bij de FIOD ingekomen brief de resultaten van dat onderzoek meegedeeld. Onder meer is in (de Nederlandse vertaling van) die (in het Engels opgestelde) brief vermeld: "1-a Ten eerste in de periode november 1993 tot september 1994 speelden de gebroeders C en B voor de Turkse voerbalclub D, krachtens het huurcontract voor hen tussen D en G. (...) 2- Met ingang van oktober 1994 tot eind mei 1996 moest D als transferbedrag DM 2.450.000,- aan G betalen. In ruil daarvoor verkreeg D de transferrechten van de gebroeders T. 3- De dato 01 juni 1996 heeft D de beide spelerscontracten verlengd in ruil voor DM 750.000,- te betalen aan de spelers afzonderlijk. De vervaldatum van het contract was tussen de partijen op 30 jui 1997 bepaald. 4- Op verzoek van de beide spelers heeft D per 30 juni 1997 het beheer over de transferrechten van de gebroeders T aan G overgedragen, in ruil voor een betaling van in totaal DEM 1.500.000,-." 2.19. De Inspecteur heeft in een brief van 4 januari 2000 vragen gesteld aan B over de betalingen, die hij had ontvangen van G in 1997. B heeft daarop een overeenkomst, gedateerd 15 juli 1994, overgelegd tussen G, hemzelf en zijn broers K en C, waarin G aan de broers schuldig verklaarde een bedrag van DM 2,5 miljoen. Het contract vermeldt: "dat [G] zich ertoe verplicht de voetballers (...) 2.500.000 Duitse mark te betalen, ter betaling van (...)
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.