GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht zaaknummer HD 200.024.331 arrest van de zevende kamer van 21 september 2010 in de zaak van STICHTING WONEN ZUID, gevestigd te [vestigingsplaats], appellante in het principaal appel, geïntimeerde in het incidenteel appel, advocaat: mr. J.M.G.A. Sengers, tegen: 1. [X.], wonende te [woonplaats], 2. [Y.], wonende te [woonplaats], 3. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid HUURDERSVERENIGING OP HET ZUIDEN, gevestigd te [vestigingsplaats], geïntimeerden in het principaal appel, appellanten in het incidenteel appel, advocaat: mr. D.M. Gijzen, op het bij exploot van dagvaarding van 9 december 2008 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Roermond, sector kanton, locatie Roermond gewezen vonnis van 23 september 2008 tussen appellante in het principaal appel - Wonen Zuid - als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie en geïntimeerden in het principaal appel - [X.], [Y.] en Op het Zuiden - als eisers in conventie, verweerders in reconventie. 1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 213724 \ CV EXPL 08-1599) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2. Het geding in hoger beroep 2.1. Bij memorie van grieven heeft Wonen Zuid twee grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot afwijzing van de vorderingen van [X.], [Y.] en Op het Zuiden en tot toewijzing van haar eigen vorderingen. 2.2. Bij memorie van antwoord hebben [X.], [Y.] en Op het Zuiden de grieven bestreden. Voorts hebben zij incidenteel appel ingesteld en onder overlegging van een productie vier grieven aangevoerd en geconcludeerd zoals in deze memorie nader staat omschreven. 2.3. Bij memorie van antwoord in het incidenteel appel heeft Wonen Zuid de incidentele grieven bestreden en geconcludeerd zoals in deze memorie staat omschreven. 2.4. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd. 3. De gronden van het hoger beroep Voor de inhoud van de grieven verwijst het hof naar de memories van grieven. 4. De beoordeling in het principaal en in het incidenteel appel 4.1. Het gaat in dit hoger beroep om het volgende. 4.1.1. Wonen Zuid is een woningcorporatie in Midden- en Zuid-Limburg en een instelling krachtens artikel 70 van de Woningwet. 4.1.2. Op het Zuiden is een organisatie van huurders(organisaties) die de belangen behartigt van huurders van Wonen Zuid. 4.1.3. Wonen Zuid is op grond van de Wet op het overleg huurders verhuurder (hierna: Overlegwet) verplicht om Op het Zuiden binnen de door die wet bepaalde grenzen te informeren over haar beleid, overleg te voeren en advies te vragen. Wonen Zuid heeft op 5 november 2002 een samenwerkingsovereenkomst gesloten met Op het Zuiden in de zin van artikel 6 van de Overlegwet. In artikel 16 van deze overeenkomst is bepaald dat geschillen voorgelegd kunnen worden aan een geschillencommissie (ad hoc). 4.1.4. Op grond van artikel 16 van het Besluit beheer sociale-huursector is Wonen Zuid verplicht haar huurders in de gelegenheid te stellen klachten over haar handelen of nalaten in te dienen bij een klachtencommissie die tot taak heeft haar te adviseren. Wonen Zuid heeft samen met andere woningcorporaties in Limburg daartoe de Regionale Geschillen- commissie Noord- en Midden-Limburg (hierna: de geschillencommissie) ingesteld. 4.1.5. [X.] en [Y.] huren beiden een woning van Wonen Zuid. 4.1.6. In 2006 had Wonen Zuid de verwachting dat zij op basis van een nieuwe wet, de Wet betaalbaarheidsheffing huurwoningen (hierna: de Heffingswet), een bijdrage zou moeten gaan leveren aan de betaalbaarheid van woningen. Meer concreet had Wonen Zuid in april 2006 bij de vaststelling van de huurverhoging 2006/2007 de verwachting dat zij aanzienlijke bedragen aan het Ministerie van VROM zou moeten gaan afdragen. Wonen Zuid wenste de huurprijzen per 1 juli 2006 met gemiddeld 2,5% te laten stijgen. In deze huurverhoging was 0,4% begrepen voor de verwachte afdracht op grond van de Heffingswet. Wonen Zuid heeft hierover overleg gevoerd met Op het Zuiden en medegedeeld dat, wanneer de Heffingswet niet zou worden ingevoerd, zij met Op het Zuiden overleg zou voeren over een mogelijke compensatie aan de huurders. 4.1.7. In april 2006 heeft Wonen Zuid aan [X.] medegedeeld dat de maandelijkse netto huurprijs per 1 juli 2006 wordt verhoogd met 2,5% en aan [Y.] dat deze verhoging 2,4% zal zijn. Wonen Zuid heeft aan [X.] en [Y.] blijkens de separate bijlage bij de huurverhogingsvoorstellen 2006 wel medegedeeld dat de verhoging onder meer werd veroorzaakt doordat de Minister van Vrom de verhuurders wilde laten meebetalen aan de betaalbaarheid van wonen, maar aan hen is niet medegedeeld dat 0,4% van die verhoging werd veroorzaakt door de Heffingswet. [X.] en [Y.] zijn met de voorgestelde huurverhoging per 1 juli 2006 akkoord gegaan en zij hebben de verhoogde huurprijs betaald. 4.1.8. In 2007 is gebleken dat de Heffingswet (althans voorlopig) niet werd ingevoerd. Wonen Zuid heeft op 16 april 2007 een brief gestuurd aan Op het Zuiden met de mededeling dat, zoals was toegezegd, de huurders gecompenseerd worden voor de doorberekening van de extra huurverhoging. Wonen Zuid heeft in die brief medegedeeld dat zij “deze toezegging op de volgende wijze zal honoreren: De in 2006 0,4% extra ingerekende huurverhoging leidde tot € 260.000 aan extra huur- opbrengsten. Dit bedrag geven we de huurders van woningen van Wonen Zuid terug. Rekeninghoudend met 14.500 huurders, betekent dit een eenmalige vergoeding van € 17,93. Dit bedrag ronden we af op € 20 per huurder”. Wonen Zuid heeft een soortgelijke brief aan haar huurders gestuurd, waaronder [X.] en [Y.]. 4.1.9. In april 2007 heeft Wonen Zuid de huurprijsverhoging voor alle huurders over de periode juli 2007 tot en met juni 2008 aangezegd en is daarbij uitgegaan van de huurprijs over de periode juli 2006 tot en met juni 2007, dus inclusief de hiervoor bedoelde 0,4%. 4.1.10. [Y.] heeft tegen deze huurverhoging bezwaar gemaakt bij de Huurcommissie. De voorzitter van de huurcommissie heeft bij uitspraak van 9 november 2007 beslist het voorstel tot verhoging van de huurprijs redelijk te vinden. [Y.] heeft verzet ingesteld, maar dat verzet weer ingetrokken. 4.1.11. Op het Zuiden heeft met Wonen Zuid gecorrespondeerd over de eenmalige compensatie en over de huurprijs- verhogingen. Zij heeft Wonen Zuid erop gewezen dat zij overleg zouden voeren over compensatie wanneer de Heffingswet niet in werking zou treden. Op het Zuiden is van mening dat Wonen Zuid de huurprijzen met 0,4% dient te verlagen. Wonen Zuid is niet op haar standpunt teruggekomen, waarna Op het Zuiden een klacht heeft ingediend bij de geschillencommissie. 4.1.12. De klacht van Op het Zuiden was, kort gezegd, dat Wonen Zuid 0,4% van de huurverhoging in 2006 ongedaan diende te maken. [Y.] en [X.] hebben eveneens een dergelijke klacht ingediend bij de geschillencommissie. [X.] heeft ook gevraagd om het exacte restitutiebedrag te verrekenen in plaats van het door Wonen Zuid gemiddeld berekende bedrag. [Y.] heeft Op het Zuiden gemachtigd om zijn belangen bij de geschillencommissie te behartigen. 4.1.13. De geschillencommissie heeft overwogen dat de klacht van Op het Zuiden op grond van artikel 16 van de samen- werkingsovereenkomst door een geschillencommissie ad hoc moet worden behandeld en ter zitting medegedeeld dat de klacht van Op het Zuiden, gezien de inhoud van de klachten van [X.] en [Y.], buiten beschouwing kan blijven. Op 11 december 2007 heeft de geschillencommissie de klachten van [X.] en [Y.] tegen de extra huurverhoging gegrond verklaard en aan Wonen Zuid geadviseerd dat deel van de huurverhoging niet te handhaven. De geschillencommissie heeft de klacht van [X.] over het retourbedrag ongegrond verklaard. 4.1.14. Wonen Zuid heeft het advies van de geschillencommissie naast zich neergelegd en de beslissing om te compenseren door terugbetaling van € 20,- gehandhaafd. 4.1.15. Op het Zuiden, [X.] en [Y.] hebben in eerste aanleg, samengevat, gevorderd Wonen Zuid te veroordelen het bindend advies van de geschillencommissie na te komen. Wonen Zuid heeft in reconventie vernietiging van het bindend advies gevorderd. De kantonrechter heeft, samengevat, Wonen Zuid veroordeeld het bindend advies na te komen en de door [X.] en [Y.] te veel betaalde huurpenningen aan hen terug te betalen. Op het Zuiden werd niet ontvankelijk geoordeeld in haar vordering. voorts in het principaal appel 4.2. Het bindend advies geldt alleen tussen Wonen Zuid enerzijds en [X.] en [Y.] anderzijds. De geschillencommissie heeft immers de klacht van Op het Zuiden buiten beschouwing gelaten. Het appel van Wonen Zuid komt erop neer dat het bindend advies van de geschillencommissie geen vaststelling is in de zin van titel 15 van boek 7 BW en subsidiair, dat het bindend advies vernietigd dient te worden. 4.3. In het midden kan blijven of het bindend advies dient te worden beschouwd als een vaststelling in de zin van titel 15 van boek 7 BW omdat, ook indien dat het geval is, het hof met Wonen Zuid van oordeel is dat het advies vernietigd dient te worden. 4.4. Een vaststelling is op grond van artikel 7:904 lid 1 BW vernietigbaar indien de gebondenheid daaraan in verband met de inhoud of wijze van de totstandkoming daarvan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Daarvan is in dit geval sprake, omdat naar het oordeel van het hof (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.