GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht zaaknummer HD 200.048.057 arrest van de vierde kamer van 12 april 2011 in de zaak van [X.], wonende te [woonplaats] (Duitsland), appellant in principaal appel, geïntimeerde in incidenteel appel, hierna: “[X.]”, advocaat: mr. C.A.M.H. Vink, tegen: [Y.], wonende te [woonplaats], geïntimeerde in principaal appel, appellante in incidenteel appel, hierna: “[Y.]”, advocaat: mr. M.A.P. [X.], als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 19 januari 2010 in het hoger beroep van het door de rechtbank Roermond onder nummer 89238/HA ZA 08-676 gewezen vonnis van 12 augustus 2009. 5. Het tussenarrest van 19 januari 2010 Bij genoemd arrest is een comparitie van partijen gelast en is iedere verdere beslissing aangehouden. 6. Het verdere verloop van de procedure 6.1. Op 22 maart 2010 is een comparitie van partijen gehouden. Partijen hebben toen geen regeling getroffen. 6.2. Bij memorie van grieven heeft [X.] drie grieven aangevoerd (genummerd 1, 2 en 2A) en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot (uitvoerbaar bij voorraad) alsnog toewijzing van zijn conventionele vordering en afwijzing van de reconventionele vordering van [Y.] met veroordeling van [Y.] in de kosten van beide instanties. 6.3. Bij memorie van antwoord heeft [Y.] onder overlegging van één productie de grieven bestreden. Tevens heeft zij incidenteel appel ingesteld, daarin twee grieven aangevoerd en geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis waarvan beroep voorzover het de conventionele vorderingen van [X.] en de reconventionele vordering van [Y.] tot terugbetaling van € 7.600,-- betreft en tot vernietiging van dit vonnis voorzover het de door [Y.] in reconventie gevorderde nietigverklaring van gedane schenkingen/kwijtscheldingen betreft op die wijze dat die schenkingen/kwijtscheldingen alsnog nietig worden verklaard en met (uitvoerbaar bij voorraad) veroordeling van [X.] tot terugbetaling van de daarbij geschonken/kwijtgescholden bedragen van € 97.910,--, met veroordeling van [X.] in de kosten van beide instanties. 6.4. Bij memorie van antwoord in incidenteel appel heeft [X.] onder overlegging van drie producties de incidentele grieven bestreden. 6.5. Partijen hebben hun zaak door hun advocaten doen bepleiten. Beide raadslieden hebben gepleit aan de hand van overgelegde pleitnotities. 6.6. Vervolgens hebben partijen uitspraak gevraagd. Partijen hebben niet gefourneerd; zij zijn er mee akkoord gegaan dat het hof arrest wijst op de ten behoeve van het pleidooi aangeleverde gedingstukken. 7. De gronden van het hoger beroep 7.1. Voor de exacte inhoud van de grieven verwijst het hof naar beide memories. 8. De verdere beoordeling in principaal en incidenteel appel 8.1.1. De rechtbank heeft onder 2.1 tot en met 2.5 vastgesteld van welke feiten zij is uitgegaan. Deze feiten, die in hoger beroep niet zijn betwist, vormen ook voor het hof het uitgangspunt. Naast deze feiten acht het hof nog andere feiten van belang. Het gaat kort samengevat om het volgende. 8.1.2. [Y.] is de moeder van [X.]. 8.1.3. Op 31 juli 2006 heeft [Y.] haar woning aan de [perceel A.] in [plaatsnaam A.] verkocht aan [X.]. De koopsom bedroeg € 150.000,--. [Y.] is toen in een aan haar in eigendom toebehorende woning in [plaatsnaam B.] gaan wonen. 8.1.4. Partijen hebben op 21 januari 2008 wederom een koopovereenkomst (hierna: “koopovereenkomst I”) gesloten, waarbij dit keer [Y.] van [X.] de in 8.1.3 bedoelde woning in [plaatsnaam A.] kocht voor een koopsom van € 160.000,--. De levering werd bepaald op 1 maart 2008. Tevens werd een boeteclausule opgenomen, kort gezegd inhoudende dat wanneer een partij in verzuim is met betrekking tot de levering dan wel de voldoening van de koopsom, die partij zonder rechterlijke tussenkomst ten behoeve van de wederpartij een opeisbare boete verbeurt van tien procent van de totale koopsom, naast eventuele aanvullende schadevergoeding. Een financieringsvoorbehoud werd als ontbindende voorwaarde opgenomen. De levering vond niet plaats. 8.1.5. Op 25 maart 2008 hebben partijen wederom een koopovereenkomst gesloten ( hierna: “koopovereenkomst II”) waarbij [Y.] van [X.] eerdergenoemde woning in [plaatsnaam A.] kocht voor een koopsom van € 155.000,--. De levering werd bepaald op 8 mei 2008. Tevens werd een vergelijkbare boeteclausule (als in koopovereenkomst I) opgenomen van tien procent van de koopsom. Er werd geen ontbindende voorwaarde opgenomen. De levering vond niet plaats. 8.1.6. Op 18 augustus 2006 heeft [Y.] aan [X.] een schenking/kwijtschelding gedaan van € 26.045,--. Op 1 februari 2007 heeft [Y.] weer een bedrag van € 26.045,-- aan [X.] geschonken/ kwijtgescholden. Vervolgens heeft [Y.] op 7 april 2008 en 26 mei 2008 schriftelijke schenkingen/ kwijtscheldingen aan [X.] gedaan van € 26.045,-- respectievelijk € 71.865,--, in totaal (in 2008) € 97.910,--. Over de jaren 2006-2008 heeft [Y.] aldus een totaalbedrag van € 150.000,-- aan [X.] geschonken/kwijtgescholden. 8.1.7. [X.] heeft van [Y.] tweemaal geld geleend voor in totaal een bedrag van € 7.800,-- (€ 1.800,-- en € 6.000,--). 8.1.8. [X.] heeft de woning in [plaatsnaam A.] op 6 oktober 2008 voor een koopsom van € 152.000,-- aan een derde verkocht. 8.1.9. [X.] heeft [Y.] gesommeerd aan hem een boetebedrag te betalen van in totaal € 31.500, € 16.000 terzake van koopovereenkomst I en € 15.500,-- terzake van koopovereenkomst II. Ter verzekering van zijn vordering heeft [X.] op 22 augustus 2008 ten laste van [Y.] conservatoir beslag doen leggen op de aan [Y.] toebehorende woning in [plaatsnaam B.]. Bij brief van 16 juni 2008 heeft de advocaat van [X.] [Y.] nogmaals gesommeerd genoemd bedrag van € 31.500,-- binnen vijf dagen te betalen. Daarbij werd tevens de wettelijke rente aangezegd. [Y.] heeft niet aan de sommatie voldaan. 8.2.1 In eerste aanleg heeft [X.] – zakelijk weergegeven – gevorderd: 1. te verklaren voor recht dat koopovereenkomst I per 16 maart 2008, althans per 16 juni 2008 is ontbonden; 2. te verklaren voor recht dat koopovereenkomst II per 13 juni 2008, althans per 16 juni 2008 is ontbonden; 3. primair: [Y.] te veroordelen tot betaling van € 31.500,-- met wettelijke rente vanaf 22 juni 2008, althans vanaf de dag der dagvaarding; subsidiair: [Y.] te veroordelen tot betaling van € 15.500,-- met wettelijke rente vanaf 22 juni 2008, althans vanaf de dag der dagvaarding; 4. [Y.] te veroordelen tot betaling van € 1.158,-- aan buitengerechtelijke kosten; 5. [Y.] te veroordelen in de proceskosten waaronder de kosten van het gelegde beslag; 6. [Y.] te veroordelen in de nakosten ad € 131,-- dan wel € 199,-- een en ander voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. 8.2.2. [Y.] heeft in reconventie – zakelijk weergegeven – gevorderd: 1. opheffing van het door [X.] op haar woning in [plaatsnaam B.] gelegde beslag op straffe van verbeurte van een dwangsom; 2. nietigverklaring van de schenkingen van 7 april 2008 en 26 mei 2008 op grond van misbruik van omstandigheden en veroordeling van [X.] tot terugbetaling van het aldus geschonken/kwijtgescholden bedrag van totaal € 97.910,--, met wettelijke rente; 3. [X.] te veroordelen tot terugbetaling van een bedrag van € 7.800,-- uit hoofde van geldleningen, met wettelijke rente; 4. [X.] te veroordelen in de kosten in reconventie, met wettelijke rente, alsmede in de nakosten ad € 205,-- c.q. € 273,-- een en ander voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. 8.2.3. Nadat de rechtbank een comparitie van partijen had gelast en deze op 2 juli 2009 heeft gehouden, waarbij [X.] en zijn raadsman niet zijn verschenen, heeft de rechtbank bij eindvonnis van 12 augustus 2009 voor recht verklaard dat – zakelijk weergegeven - de koopovereenkomsten I en II zijn ontbonden. Voorts heeft de rechtbank [X.] geboden het op de woning in [plaatsnaam B.] gelegde beslag binnen 48 uur na betekening van het vonnis op straffe van verbeurte van een dwangsom op te heffen en de (conventionele) vordering van [X.] inzake de boetes afgewezen. De (reconventionele) vordering van [Y.] inzake de geldleningen werd tot een bedrag van € 7.600,-- met wettelijke rente toegewezen en haar vordering inzake de schenkingen/kwijtscheldingen werd afgewezen. De rechtbank heeft de proceskosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen. Kort gezegd overwoog de rechtbank daartoe dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid [X.] geen aanspraak kon maken op de gevorderde boetebedragen, dat [Y.] onvoldoende heeft onderbouwd dat en waarom de schenkingen/kwijtscheldingen onder misbruik van omstandigheden tot stand zijn gekomen en dat [X.] de geldleningen ten bedrage van € 7.800,-- heeft erkend, met dien verstande dat vast is komen te staan dat hij daarop een bedrag van € 200,-- heeft afgelost. De vordering inzake de buitengerechtelijke kosten wees de rechtbank af omdat naar haar oordeel niet was gebleken dat andere verrichtingen dan die ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak waren gemaakt. De grieven 8.3.1. In hoger beroep komt [X.] met zijn eerste grief op tegen de afwijzing door de rechtbank van de (in conventie) gevorderde boetes. Met grief 2 maakt [X.] bezwaar tegen de toewijzing door de rechtbank van het bedrag van € 7.600,-- aan geldleningen. Met grief 2A voert [X.] aan dat [Y.] de kosten van beide instanties moet dragen en dat de rechtbank de proceskosten ten onrechte heeft gecompenseerd. Met haar eerste incidentele grief komt [Y.] op tegen de afwijzing door de rechtbank van haar (reconventionele) vorderingen tot nietigverklaring van twee in 2008 gedane geschenkingen/ kwijtscheldingen en tot terugbetaling van de aldus geschonken/kwijtgescholden bedragen. Met grief 2 maakt [Y.] bezwaar tegen de door de rechtbank uitgesproken compensatie van de proceskosten; zij vindt dat die kosten geheel voor rekening van [X.] moeten komen. Partijen hebben geen grieven aangevoerd tegen de door de rechtbank uitgesproken verklaring voor recht dat de koopovereenkomsten I en II zijn ontbonden, noch tegen de geboden opheffing van het beslag op de woning in [plaatsnaam B.] en de daaraan verbonden dwangsomsanctie, noch tegen de afwijzing van de buitengerechtelijke kosten. Die aspecten blijven dus buiten de rechtsstrijd in hoger beroep. De door [X.] (in conventie) gevorderde boetes 8.4.1. [X.] heeft aangevoerd dat de in 2008 gesloten koopovereenkomsten I en II los staan van de in 2006 gemaakte afspraak waarbij [Y.] de woning in [plaatsnaam A.] aan [X.] heeft geschonken. Omdat [Y.] de koopovereenkomsten I en II toerekenbaar niet is nagekomen – zij heeft van koopovereenkomst I ook niet de ontbinding ingeroepen – is zij de in die koopovereenkomsten opgenomen boetes verschuldigd. [X.] heeft daadwerkelijk schade geleden doordat hij ten behoeve van de door hem in Duitsland aangekochte woning een extra hypotheek moest afsluiten. Indien [Y.] de koopovereenkomst I of II was nagekomen had [X.] met de aldus ontvangen koopsom zijn woning in Duitsland kunnen financieren en had hij geen (overbruggings)hypotheek hoeven af te sluiten, aldus [X.]. 8.4.2. [Y.] heeft - onder meer - aangevoerd dat zij in het geheel geen rekening hoefde te houden met eventueel op grond van de koopovereenkomsten I en II verschuldigde boetes. Zij mocht erop vertrouwen dat die overeenkomsten met wederzijds goedvinden waren ontbonden toen zij de financiering niet rond kreeg. [X.] wist dat het niet lukte om een hypothecaire geldlening van € 120.000,-- af te sluiten en evenmin om de woning in [plaatsnaam B.] te verkopen. Het was immers juist [X.] die het op zich had genomen om een en ander te regelen. Dat blijkt ook uit de door [Y.] ten behoeve van de comparitie in eerste aanleg overgelegde stukken. [Y.] heeft zich niet gerealiseerd wat zij tekende. Bovendien blijkt uit het feit dat zij nog in april en mei 2008 schenkingen heeft gedaan dat zij in het geheel geen rekening hield met uit de koopovereenkomsten voortvloeiende boetes. Ook zou het apert onredelijk zijn als [Y.] de boetes zou moeten betalen, aldus [Y.]. 8.4.3. Het hof oordeelt als volgt. Blijkens koopovereenkomst I was het niet rond kunnen krijgen van de financiering een ontbindende voorwaarde. Uit de door [Y.] in eerste aanleg ten behoeve van de comparitie overgelegde stukken kan inderdaad worden afgeleid dat [X.] op zich had genomen die financiering te regelen. Zo schrijft [X.] op 18 maart 2008 in een brief aan de heer [A.] van Woning Verkoop Garantiefonds, waarin hij zich beklaagt omtrent het niet doorgaan van een volgens [X.] door [A.] toegezegde hypotheek ten behoeve van [Y.], dat de contacten via hem, [X.], zouden lopen en niet via [Y.]. Ook blijkt uit de bij die gelegenheid overgelegde overige stukken, brieven van [X.] aan [A.] en aan [B.] en een verklaring van de vriendin van [X.], [C.], dat [X.] zich bezig hield met de ten behoeve van [Y.] te regelen financiering. 8.4.4. Doordat de financiering niet lukte werd de in koopovereenkomst I opgenomen ontbindende voorwaarde vervuld, ook zonder dat [Y.] daar schriftelijk een beroep op deed. [X.] wist immers als geen ander dat de financiering niet lukte. Aldus is koopovereenkomst I ontbonden zonder dat [Y.] gehouden is terzake een boete te betalen. Overigens heeft [X.] nog betoogd dat de verkoop van de woning in [plaatsnaam B.] (onderdeel van de financiering van de aankoop van de woning in [plaatsnaam A.]) niet lukte door toedoen van [Y.], maar ook indien dat zo zou zijn geweest, blijkt uit de in 8.4.3 bedoelde stukken dat ook de kennelijk benodigde hypothecaire geldlening niet rond kwam, terwijl niet is komen vast te staan dat dat (geheel) aan [Y.] was te wijten. De eerste principale grief faalt in zoverre. 8.4.5. Koopovereenkomst II (prod. 4 inl. dv.) is neergelegd in een van een makelaar afkomstig stuk. [X.] stelt dat deze overeenkomst pagina voor pagina door de makelaar met partijen is besproken. [Y.] heeft ter gelegenheid van het pleidooi desgevraagd geantwoord dat zij nooit een makelaar heeft gezien. Het hof acht die betwisting echter onvoldoende gemotiveerd, nu [Y.] koopovereenkomst II heeft getekend, op iedere pagina daarvan haar paraaf heeft gezet en de betrokken makelaar de overeenkomst ook heeft getekend. Ook neemt het hof in aanmerking dat de betrokken makelaar [Y.] later in gebreke heeft gesteld (prod. 5 inl. dv.) en in die brief heeft gerefereerd aan het feit dat koopovereenkomst II via zijn bemiddeling tussen partijen tot stand is gekomen. 8.4.6. In koopovereenkomst II is geen financieringsvoorbehoud noch een andere ontbindende voorwaarde opgenomen; de in artikel 6 van het standaardmodel opgenomen ontbindende voorwaarde is doorgehaald. Zoals gezegd heeft [Y.] ook die pagina geparafeerd. Nu niet is gesteld of gebleken dat aan die koopovereenkomst gebreken kleven, is [Y.] in beginsel de in die overeenkomst opgenomen boete van € 15.500,-- verschuldigd nu zij haar uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting tot betaling van de koopsom en meewerking aan de levering niet is nagekomen. Weliswaar geldt ook hier dat [X.] zal hebben geweten dat [Y.] haar financiering niet rond kreeg, maar anders dan bij koopovereenkomst I leidde dat niet tot vervulling van een ontbindende voorwaarde. Het enkele feit dat [Y.] zich, zoals zij stelt, niet heeft gerealiseerd dat zij een boete verschuldigd zou zijn als zij de koopsom niet zou betalen en niet aan levering zou meewerken, doet niet zonder meer [Y.]’s verplichting tot betaling van de boete vervallen. Of het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn indien [Y.] aan [X.] de boete van € 15.500,-- zou moeten betalen (het hof legt het verweer van [Y.] zo uit) moet worden beoordeeld in het licht van de overige omstandigheden zoals die door [Y.] zijn gesteld en door de rechtbank in aanmerking zijn genomen. Het hof doelt dan op de stelling van [Y.] dat zij nooit in april en mei 2008 schenkingen zou hebben gedaan aan [X.] als zij had geweten dat haar nog een boete boven het hoofd hing en dat het toch niet zo kan zijn dat aan [X.] en de gehele opbrengst van de woning en een door [Y.] verschuldigde boete zouden toekomen, temeer niet omdat [X.] door het niet doorgaan van koopovereenkomst II helemaal geen schade heeft geleden. Voor de beoordeling van die omstandigheden is hetgeen partijen omtrent de in 2006 gemaakte afspraak en de in 2008 gedane schenkingen/kwijtscheldingen hebben gesteld van belang. Het hof bespreekt dat hierna. De in 2006 door partijen gemaakte afspraak en de nadien plaatsgevonden hebbende schenkingen/kwijtscheldingen 8.5.1. In dit verband zijn de volgende stukken van belang:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.