GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht zaaknummer HD 200.034.072 arrest van de vierde kamer van 5 juli 2011 in de zaak van
(161)lampen, ventilatoren, afzuigers, filters en dergelijke in de hennepkwekerij, waar circa 6.250 hennepplanten werden geteeld, in gebruik waren. Dat [X.] c.s., zoals zij stellen, de inrichters van de hennepkwekerij niet zouden kennen betekent niet dat zij niet in groepsverband kunnen hebben gehandeld. Ook indien hun rol beperkt is geweest tot het geven van water en voeding is de conclusie gerechtvaardigd dat zij zich er bewust van moeten zijn geweest dat anderen het overige deel van de werkzaamheden ter instandhouding van de hennepkwekerij – met het aanzienlijke risico van diefstal van elektriciteit – voor hun rekening namen. De kans op het aldus toebrengen van schade (aan een energieleverancier) had [X.] c.s. ervan behoren te weerhouden de hennepplanten van water en voeding te voorzien en aldus de hennepkwekerij en de diefstal van elektriciteit (met anderen) in stand te houden. [X.] c.s. hadden behoren te voorzien dat er een aanmerkelijke kans was dat er illegaal energie werd afgenomen. Dat [X.] c.s. desondanks de hennepplanten van water en voeding voorzagen, kan hen worden toegerekend. Niet in geschil is dat Enexis door de illegale stroomafname schade heeft geleden. 8.
- Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel dat [X.] c.s. op grond van artikel 6:166 BW aansprakelijk zijn voor de door Enexis geleden schade. 8.
- Hoewel de grieven 1 en 2 dus in zoverre terecht opkomen tegen het oordeel van de rechtbank dat [X.] c.s. aansprakelijk zijn uit hoofde van een eigen, individuele onrechtmatige daad, kunnen zij, nu [X.] c.s. op de voet van artikel 6:166 BW aansprakelijk zijn, niet tot vernietiging van het bestreden vonnis leiden. Grief 3 behoeft, gelet op de voorgaande overwegingen, geen bespreking meer en faalt. Datzelfde lot treft grief 4, nu de rechtbank terecht de vordering van Enexis heeft toegewezen. 8.
- Het hof zal het bestreden vonnis bekrachtigen. 8.
- [X.] c.s. worden als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep.
- De uitspraak Het hof: bekrachtigt het vonnis waarvan beroep van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 14 januari 2009; veroordeelt [X.] c.s. in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van Enexis worden begroot op € 419,00 aan verschotten en € 948,00 aan salaris advocaat. Dit arrest is gewezen door mrs. P.M.A. de Groot-van Dijken, P.Th. Gründemann en M.A. Wabeke en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 juli 2011.