GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht zaaknummer HD 200.063.486 arrest van de tweede kamer van 27 december 2011 in de zaak van de rechtspersoon naar het recht van Bulgarije M-TRADE LTD, gevestigd te [vestigingsplaats] (Bulgarije), appellante, advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven, tegen: [X.] GRONDVERBETERING B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], geïntimeerde, advocaat: mr. I.J.A.J. Hanssen, als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest in het incident ex art. 843a Rv van 30 november 2010 in het hoger beroep van de door de rechtbank Roermond gewezen vonnissen van 18 juni 2008, 24 december 2008 en 13 januari 2010. 5 Het tussenarrest van 30 november 2010 5.1. Bij genoemd arrest heeft het hof, uitvoerbaar bij voorraad, de vordering in het incident ex art. 843a Rv van M-Trade toegewezen voor zover deze betrekking heeft op de inkoopfactuur van Korvan en de vrachtbrief en de factuur met betrekking tot het vervoer van de machine van Nederland naar Bulgarije, en de vordering tot overlegging van de overige documenten afgewezen omdat, zo overwoog het hof in r.o. 3.11.3: “door M-Trade niet voldoende onderbouwd is gesteld dat deze bescheiden wel bestaan (en dat [X.] daarover beschikt) en het onvoldoende duidelijk is om welke stukken het gaat. Derhalve is niet voldaan aan de voorwaarde van voldoende bepaaldheid zoals art. 843a Rv die stelt en is er naar het oordeel van het hof sprake van een “fishing expedition” ter voorkoming waarvan artikel 843a Rv juist beperkingen bevat.” 5.2. De beslissing omtrent de proceskosten is aangehouden. In de hoofdzaak heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor memorie van antwoord aan de zijde van [X.] en is iedere verdere beslissing aangehouden. 6 Het verdere verloop van de procedure 6.1. Voorafgaand aan de memorie van antwoord in het incident van [X.] heeft M-Trade in de hoofdzaak ter griffie van dit hof nog gedeponeerd een dvd, van welk depot door de griffie een akte is opgemaakt, die zich bevindt bij de processtukken. In het gefourneerde dossier van [X.] bevindt zich een extra exemplaar van deze dvd. 6.2.1. Voorts heeft M-Trade, na de memorie van antwoord in het incident van [X.] voorafgaand aan het tussenarrest van het hof, op 31 augustus 2010 een akte houdende vermindering van eis in het incident tot afschrift van bescheiden genomen. 6.2.2. M-Trade vorderde na vermindering van eis in het incident nog slechts overlegging door [X.] van de vrachtbrief met factuur en de inkoopfactuur alsmede overlegging van “het inklaringsdocument betreffende de invoer van de machine in de Europese Unie”, alles onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- voor elke dag dat [X.] met overlegging van de stukken in gebreke blijft. 6.2.3. Genoemde akte houdende vermindering van eis in het incident bevindt zich niet in het ter fine van het thans te wijzen arrest gefourneerde dossier van [X.]. 6.3. [X.] heeft een memorie van antwoord in het principaal appel tevens memorie van grieven in het gedeeltelijk voorwaardelijk incidenteel appel genomen. Zij heeft hierbij een productie overgelegd. 6.4. M-Trade heeft daarop een memorie van antwoord in het gedeeltelijk voorwaardelijk incidenteel appel, tevens akte uitlating productie in het principaal appel en akte uitlating na tussenarrest/naar aanleiding van afgegeven stukken ex artikel 843a Rv genomen. Zij heeft hierbij producties overgelegd. 6.5.1. Door [X.] is vervolgens ter griffie van dit hof gedeponeerd een dvd (zoals omschreven onder punt 9 van de antwoordakte uitlating productie in het principaal appel en na tussenarrest naar aanleiding van afgegeven stukken ex artikel 843a Rv), van welk depot door de griffie een akte is opgemaakt, die zich bevindt bij de processtukken. In het gefourneerde dossier van [X.] bevindt zich een extra exemplaar van deze dvd. 6.5.2. Tevens is door [X.] genomen een antwoordakte uitlating productie in het principaal appel en na tussenarrest naar aanleiding van afgegeven stukken ex artikel 843a Rv. 6.6. Vervolgens is door M-Trade een brief d.d. 26 mei 2011 geschreven aan de rolraadsheer, welke brief zij bij de overgelegde stukken heeft gevoegd. Deze brief bevindt zich niet in het door [X.] overgelegde procesdossier, en behoort evenmin tot de processtukken op basis waarvan recht gedaan wordt in deze zaak. Het hof zal deze brief verder terzijde laten. 6.7. Vervolgens hebben partijen de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd. 7 De verdere beoordeling 7.1.1. Uit de rolkaart van deze procedure is het hof het volgende gebleken. Op 31 augustus 2010 stond de zaak voor fourneren in het incident. Op die dag is door [X.] gefourneerd. Door M-Trade is niet gefourneerd, in plaats daarvan heeft zij de eerder gemelde akte vermindering van eis genomen. Vervolgens stond de zaak wederom op 14 september 2010 op de rol voor dagbepaling arrest. Op die dag wenste M-Trade te fourneren, hetgeen door de rolraadsheer is afgewezen. [X.] wenste op 14 september een akte bezwaar wijziging van eis nemen. Ook dit werd afgewezen. Op 2 november 2010 stond de zaak weer op de rol voor arrest in het incident (op één dossier) en op 30 november 2010 is het arrest in het incident uitgesproken. 7.1.2. In dat tussenarrest van 30 november 2010 is geen rekening gehouden met de op 31 augustus 2010 zijdens M-Trade genomen akte “vermindering van eis in het incident”, omdat, zoals uit het bovenstaande blijkt, het hof niet in het bezit was van de betreffende akte (nu [X.] reeds vóór het nemen van die akte had gefourneerd en het M-Trade niet meer werd toegestaan te fourneren). 7.1.3. Het hof constateert voorts dat de door M-Trade op 31 augustus 2010 genomen akte niet zozeer een vermindering van eis bevat, als wel een nadere toespitsing van het gevorderde. Immers, M-Trade wijzigde (de formulering van) haar verzoek tot overlegging van “de in verband met het transport van de Verenigde Staten naar Nederland en van Nederland naar Bulgarije bestaande documentatie, zoals vervoersdocumenten, vervoersovereenkomsten, opdrachten, sea way bills en/of cognossementen, correspondentie met vervoerder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.