GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht zaaknummer HD 200.043.632 arrest van de eerste kamer van 24 januari 2012 in de zaak van [X.] METAALWARENFABRIEK B.V., (voorheen FERROPRESS B.V.), gevestigd te [vestigingsplaats], appellante, advocaat: mr. R.H. van de Beeten, tegen: MR. W.L. EIKENDAL Q.Q. , handelend in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van BIA BEHEER B.V. (voorheen INALFA INDUSTRIES B.V.), kantoorhoudende te Venlo, geïntimeerde, advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven, op het bij exploot van dagvaarding van 15 september 2009 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Roermond gewezen vonnis van 17 juni 2009 tussen appellante - [appellante] - als eiseres in conventie en verweerster in reconventie en mr. M.M. Gerrits in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Mastertools B.V. (hierna: mr. Gerrits q.q.) en Inalfa Industries B.V. (hierna: Inalfa) als gedaagden sub 1. en sub 2. in conventie en eisers in reconventie. 1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 77479/HA ZA 07-9) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en het daaraan voorafgegane tussenvonnis van 28 februari 2007. 2. Het geding in hoger beroep 2.1. [appellante] heeft bij voormeld exploot mr. Gerrits q.q. en mr. Eikendal in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Bia Beheer B.V. (hierna mr. Eikendal q.q.). in hoger beroep gedagvaard. [appellante] heeft daarna bij memorie van grieven 11 grieven aangevoerd en gevorderd zoals in die memorie is weergegeven, en voorts een akte overlegging producties genomen. 2.2. [appellante] heeft bij akte vermindering van eis haar vordering jegens mr. Eikendal q.q. verminderd met een bedrag van € 25.000. 2.3. De procedure tussen [appellante] en mr. Gerrits q.q. is vervolgens geroyeerd. 2.4. Bij memorie van antwoord heeft mr. Eikendal q.q. de grieven bestreden. 2.5. Ter terechtzitting van 1 november 2011 hebben partijen hun zaak aan de hand van pleitnota’s doen bepleiten: [appellante] door mr. Van de Beeten voornoemd en mr. Eikendal q.q. door mr. G.A.M. Feiter. 2.6. [appellante] heeft op deze zitting een akte wijziging eis genomen. 2.7. Partijen hebben uitspraak gevraagd. Het hof zal recht doen op de door [appellante] ten behoeve van het pleidooi aan het hof overgelegde gedingstukken en het door mr. Eikendal q.q. gefourneerde procesdossier. 3. De gronden van het hoger beroep Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven. 4. De beoordeling 4.1. De grieven richten zich niet tegen de vaststelling van de feiten in rechtsoverweging 2. van het bestreden vonnis. Deze feiten strekken derhalve in hoger beroep tot uitgangspunt. Het hof zal deze feiten hierna weergeven en aanvullen. 4.2. Het gaat in deze zaak om het volgende. a. [appellante] was tot 27 juni 2007 geheten Ferropress B.V. (prod. 20b akte eerste aanleg [appellante]). Mastertools was tot 20 maart 2006 geheten Inalfa Mastertools B.V. en Inalfa is sedert 18 januari 2007 genaamd Bia Beheer B.V. De ondernemingen Ferropress B.V., Inalfa Mastertools B.V. en Bia Beheer B.V. zullen hierna worden aangeduid als [appellante], Mastertools en Inalfa. b. Inalfa is sedert 23 december 2004 enig aandeelhouder van Mastertools (prod. 6 bij akte hoger beroep [appellante]). Inalfa heeft voor Mastertools een aansprakelijkheidsverklaring afgegeven als bedoeld in artikel 2:403 lid 1 aanhef onder f BW (prod. 4 bij akte hoger beroep [appellante]). Deze aansprakelijkheidsverklaring is afgegeven voor alle uit rechtshandelingen van Mastertools voortvloeiende schulden en was niet beperkt. c. [appellante] produceert metalen producten. Ze produceert onder meer behuizingen voor cv-ketels van Nefit. De fabricage daarvan gebeurt door middel van hydraulische persen waarop een gereedschap (een trekstempel) wordt geplaatst, waarmee van plaatstaal het product (de behuizing van de cv-ketel) wordt getrokken. Mastertools produceert persgereedschappen voor toeleveranciers van plaatstaalcomponenten, zoals [appellante]. d. In de zomer van 2005 was de bij [appellante] in gebruik zijnde trekstempel voor de behuizingen van de Nefit cv-ketels toe aan revisie. [appellante] heeft een budgetaanvraag opgesteld d.d. 31 augustus 2005 met als bijlagen een financiële beredenering en een door [Y.] (van [appellante]) opgesteld actieplan d.d. 29 augustus 2005 (prod. 1 bij akte hoger beroep [appellante]). Blijkens dit actieplan was voor het vervaardigen van een nieuwe trekstempel een doorlooptijd van 20 weken gepland, verdeeld in 2 weken voor tekenen en meten, 10 weken voor model maken, gietwerk en frezen en 8 weken voor intoucheren. [appellante] heeft destijds besloten de trekstempel niet te reviseren maar een nieuw gereedschap aan te schaffen. [appellante] heeft daartoe contact opgenomen met Mastertools. e. [appellante] en Mastertools hebben op 28 oktober 2005 een overeenkomst gesloten (prod. 3 bij akte hoger beroep [appellante]) op grond waarvan Mastertools ten behoeve van [appellante] een trekstempel zou vervaardigen en leveren voor een bedrag van € 52.600, excl. btw. In deze overeenkomst (neergelegd in de kooporder [kooporder] van [appellante]) is als leverdatum vermeld 24 maart 2006. De overeenkomst houdt voorts onder meer het volgende in: “De toeleverancier is verantwoordelijk voor het leveren van een gereedschap dat voldoet aan kwaliteit, alle wettelijke eisen en normen. () Met het gereedschap dienen producten geproduceerd te kunnen worden, volgens bovenstaande tekening en revisie. * Het gereedschap dient te worden geconstrueerd voor het gebruik onder de pers met nummer [nummer]. () Het gereedschap zal afgenomen worden in [vestigingsplaats] waar wij het gereedschap onder een pers willen zien functioneren. () Het u ter maatgeving ter beschikking gestelde huidige gereedschap om product frame te trekken is maatbepalend. () De leverdatum is vast Een vertraging van levertermijn wordt niet geaccepteerd Bij overschrijding van levertermijn, verrekenen wij de kosten die Ferropress als gevolg daarvan heeft gemaakt aan u door. Betalings termijn; 40% bij opdracht, 40% bij aflevering en 20% bij goedkeur product. f. Voorafgaande aan het sluiten van deze overeenkomst heeft tussen [appellante] en Mastertools overleg plaatsgevonden over de specificaties van de te vervaardigen trekstempel. [appellante] heeft de specificaties aan Mastertools verstrekt in een door [appellante] op 19 oktober 2005 ondertekend document (prod. 1 bij conclusie van antwoord van Mastertools en Inalfa). In dit document is vermeld dat het intoucheren van de nieuwe trekstempel dient plaats te vinden op de persen van [appellante]. g. Op 2 november 2005, na het sluiten van de overeenkomst, heeft tussen [appellante] en Mastertools nog een gesprek plaatsgevonden over de te construeren trekstempel. Van dit gesprek, waarbij van de zijde van [appellante] aanwezig waren de heren [Z.] en [A.] en van de zijde van Mastertools de heer [B.], is door Mastertools op 7 november 2005 een verslag opgemaakt en een document van de overeengekomen specificaties opgesteld (prod. 17 bij conclusie van repliek [appellante]). In het door Mastertools getekende en aan [appellante] gestuurde document met specificaties is als punt 7. vermeld: “ Mastertools zal uiteindelijke intouchering doen op de pers van Ferropress.” In de door [appellante] gecorrigeerde versie van dit document (prod. 18a bij conclusie van repliek [appellante]) is als punt 7. vermeld: “Mastertools zal uiteindelijke intouchering doen op de pers van Ferropress” en “Eerste afname vindt plaats op de pers bij Mastertools”. h. Mastertools heeft [appellante] op 22 november en 9 december 2005 (prod. 10 en 11 bij akte hoger beroep [appellante]) een planningsoverzicht gestuurd van de door Mastertools te produceren trekstempel. Uit deze planning blijkt van een doorlooptijd van 24 weken: in week 41 van 2005 zou worden gestart met het meten en vóór week 13 van 2006 zou de trekstempel gereed zijn voor afname. i. Bij e-mailbericht van 22 maart 2006 (prod. 3 bij conclusie van antwoord Mastertools en Inalfa) heeft Mastertools aan [appellante] medegedeeld dat zij in de week van 22 maart 2006 nog proefdelen maakt en dat het gereedschap aan het einde van de week op transport gaat naar [appellante]. Mastertools verzoekt [appellante] in deze mail voorts door middel van bijvoorbeeld foto’s ermee in te stemmen dat het gereedschap bij [appellante] onder de pers kan gaan. j. Op 16 of 17 april 2006 heeft Mastertools de trekstempel bij [appellante] afgeleverd. k. Mastertools heeft [appellante] drie op 19 april 2006 gedateerde facturen gestuurd, met een totaalbedrag van € 7.259. [appellante] heeft deze facturen op 19 mei 2006 aan Mastertools betaald. l. In het weekend van 6 en 7 mei 2006 is de trekstempel getest onder de pers van [appellante]. Bij het testen bleek dat met de nieuwe trekstempel nog geen goede producten konden worden gemaakt. m. [appellante] heeft op enig moment gelegen na 24 maart 2006 de bestaande trekstempel laten reviseren. n. Eind juni 2006 is de trekstempel door Mastertools opgehaald bij [appellante]. De trekstempel is daarna, in juli 2006, onder de pers van Punch International N.V. geplaatst en getest. De onder deze pers met de trekstempel getrokken proefproducten zijn door [appellante] afgekeurd. o. In de periode van juli tot en met september 2006 heeft tussen partijen een uitgebreide mailwisseling plaatsgevonden over onder meer de vraag of de trekstempel gereed was voor intouchering onder de pers van [appellante]. p. In september 2006 is de trekstempel onder de pers van Nedcar geplaatst. Mastertools bericht [appellante] hieromtrent in haar e-mail van 20 september 2006 (prod. 24 bij akte hoger beroep [appellante]) als volgt: “Zij (Nedcar, hof) werken het oppervlak na (deze week) en volgende week gaan we bij hun producten maken. Als alles goed gaat dan zouden de problemen m.b.t. golvingen in de hoeken dan opgelost moeten zijn en kunnen we producten aanleveren gelijk aan die die uit de bestaande stempel komen. Wij zullen deze producten dan ter goedkeuring aanleveren. Verzending stempel na goedkeuring.” q. Bij faxbericht van 23 oktober 2006 (prod. 26 bij akte hoger beroep [appellante]) heeft [appellante] aan Mastertools bericht dat zij binnen twee weken een operationeel gereedschap wil ontvangen. Dit faxbericht houdt het volgende in: “Het gereedschap met omschrijving frame 040 zou in week 14 / 2006 al operationeel moeten zijn geweest bij Ferropress. Sinds September hebben wij nog weinig van jullie vernomen. Jullie zijn hier nadien nog twee keer geweest om proefplaten op te halen. Bij navraag hoe de zaken ervoor staan m.b.t. het gereedschap werd ons medegedeeld dat jullie druk waren met proeftrekken bij Nedcar met ons gereedschap. Gezien de tijdspanne van 29 weken na dato van oplevering willen wij bij deze bevestigd krijgen dat binnen twee weken na dagtekening van dit schrijven u ons een kwalitatief product kunt overleggen dat geproduceerd is uit operationeel gereedschap dat gereed is voor serie productie.” r. Bij e-mailberichten van 15 november 2006 (prod. 27 bij akte hoger beroep [appellante]) heeft Mastertools aan [appellante] bericht dat de trekstempel bij Nedcar zo ver is uitgetest dat deze thans onder pers kan bij [appellante] voor verdere intouchering en dat “finetuning” moet plaatsvinden onder de pers van [appellante]. s. Bij brief van 24 november 2006 (prod. 28 bij akte hoger beroep [appellante]) heeft mr. Van de Beeten namens [appellante] de overeenkomst van 28 oktober 2005 buitengerechtelijk ontbonden, Mastertools aansprakelijk gesteld voor de schade en aanspraak gemaakt op terugbetaling van de door [appellante] gedane betalingen. Deze brief is op 27 november 2006 (prod. 29 bij akte hoger beroep [appellante]) in verband met de door Inalfa afgegeven 403-verklaring in kopie toegestuurd aan Inalfa. t. Op 24 november 2006 is het met de trekstempel onder pers van Nedcar vervaardigde proefproduct door [appellante] ontvangen. [appellante] heeft dit product beoordeeld en afgekeurd. u. Bij brief van 1 december 2006 (prod. 30 akte hoger beroep [appellante]) heeft mr. Van de Beeten namens [appellante] de overeenkomst van 28 oktober 2005 voor zover nodig nogmaals ontbonden. de vorderingen in conventie en in reconventie 4.3. [appellante] heeft Mastertools en Inalfa bij inleidende dagvaarding van 19 december 2006 gedagvaard en - na vermeerdering van eis - gevorderd: a. jegens Mastertools en Inalfa een verklaring voor recht dat Mastertools vanaf week 13 van 2006 (24 maart 2006) jegens [appellante] in verzuim was; b. jegens Mastertools en Inalfa een verklaring voor recht dat de overeenkomst tussen [appellante] en Mastertools buitengerechtelijk is ontbonden per 24 november 2006, althans per 1 december 2006; c. hoofdelijke veroordeling van Mastertools en Inalfa tot terugbetaling van de reeds door [appellante] aan Mastertools betaalde facturen ad in totaal € 7.259, te vermeerderen met rente vanaf 19 mei 2006; d. hoofdelijke veroordeling van Mastertools en Inalfa tot schadevergoeding, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; en e. veroordeling van Mastertools en Inalfa in de proceskosten (inclusief nasalaris), te vermeerderen met de wettelijke rente. 4.4. [appellante] heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat Mastertools op 24 maart 2006 in verzuim is geraakt omdat Mastertools op die datum de trekstempel niet heeft geleverd bij [appellante], zoals partijen zijn overeengekomen. [appellante] heeft als gevolg van de niet tijdige nakoming van Mastertools schade geleden bestaande in de kosten die [appellante] heeft gemaakt voor de revisie van het oude gereedschap. [appellante] heeft Mastertools na 24 maart 2006 evenwel in de gelegenheid gesteld om alsnog na te komen. Toen deugdelijke nakoming van de overeenkomst desondanks uitbleef, heeft [appellante] Mastertools bij brief van 23 oktober 2006 in gebreke gesteld en Mastertools een laatste termijn van 14 dagen geboden om alsnog deugdelijk na te komen. Aangezien nakoming binnen deze termijn uitbleef, is namens [appellante] de overeenkomst op 24 november 2006 buitengerechtelijk ontbonden. Mastertools heeft op 24 november 2006, dus nadat de in de brief van 23 oktober 2006 gestelde termijn reeds was verstreken, nog een proefproduct geleverd. [appellante] heeft dit proefproduct uit coulance beoordeeld en vastgesteld dat ook dit monster niet voldeed aan de overeengekomen specificaties, aldus [appellante]. 4.5. Mastertools en Inalfa hebben bij conclusie van antwoord in conventie/eis in reconventie van 20 maart 2006 in conventie de vorderingen van [appellante] gemotiveerd weersproken, daartoe onder meer stellende dat nakoming van haar verbintenis is verhinderd door schuldeisersverzuim van [appellante], en - na vermindering van eis - in reconventie gevorderd: a. veroordeling van [appellante] tot betaling van de facturen van 19 april 2006 van € 21.040 en € 10.520, in totaal groot € 31.560 (prod. 8 bij conclusie van antwoord Mastertools c.s.); b. veroordeling van [appellante] tot schadevergoeding op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; en c. veroordeling van [appellante] in de proceskosten, te vermeerderen met rente. de faillissementen van Mastertools en Inalfa 4.6. Mastertools is bij vonnis van de rechtbank Roermond van 28 maart 2007 in staat van faillissement verklaard met aanstelling van mr. Gerrits tot curator. De procedure in eerste aanleg in conventie is op de voet van artikel 29 Fw van rechtswege geschorst voor zover deze betrekking had op nakoming van verbintenissen uit de boedel (artikel 26 Fw). 4.7. Mr. Gerrits heeft zich op de rol van 27 juni 2007 gesteld en heeft de procedure in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Mastertools overgenomen. 4.8. Nadat partijen in eerste aanleg de stukken van het geding hadden gefourneerd voor vonnis, is Inalfa bij vonnis van de rechtbank Roermond van 2 juni 2009 in staat van faillissement verklaard. Mr. Eikendal is in dit faillissement aangesteld tot curator. het vonnis in eerste aanleg 4.9. De rechtbank heeft bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 17 juni 2009: in conventie: - de vorderingen a. en b. (de verklaringen voor recht) afgewezen; - ten aanzien van de vorderingen c. en d. (tot terugbetaling van € 7.259 en tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat) jegens Mastertools beslist dat de procedure in conventie voor het overige is geschorst op grond van artikel 29 Fw; - voor zover de vorderingen c. en d. waren gericht tegen Inalfa beslist dat deze vorderingen moeten worden afgewezen (rov. 4.6.) . De rechtbank heeft deze beslissing niet neergelegd in het dictum van het vonnis; en - [appellante] veroordeeld in de proceskosten in conventie. in reconventie: - de vordering a. van Mastertools (tot betaling van de facturen van 19 april 2006, in totaal groot € 31.560) toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 februari 2007; - de vordering a. van Inalfa afgewezen omdat zij geen partij was bij de overeenkomst; - de vordering b. van Mastertools en Inalfa afgewezen; en - [appellante] veroordeeld in de proceskosten in reconventie. de vorderingen in hoger beroep 4.10. Na het dienen van de memorie van grieven hebben [appellante] en mr. Gerrits q.q. een dading getroffen op grond waarvan door mr. Gerrits q.q. een bedrag van € 25.000 aan [appellante] is betaald. Bij deze dading hebben [appellante] en mr. Gerrits q.q. elkaar finale kwijting verleend. Mr. Eikendal q.q. is niet in deze dading gekend. De zaak van [appellante] tegen mr. Gerrits q.q. is vervolgens geroyeerd. 4.11. [appellante] heeft na vermindering van eis in hoger beroep haar vordering jegens mr. Eikendal q.q. verminderd met een bedrag van € 25.000. [appellante] heeft ten pleidooie een akte wijziging eis genomen. de eiswijzigingen in hoger beroep 4.12. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. 4.12.1 [appellante] heeft in haar appeldagvaarding gevorderd overeenkomstig hetgeen zij in eerste aanleg heeft gevorderd. In het petitum van de memorie van grieven zijn de in de appeldagvaarding vermelde vorderingen overgenomen, behoudens de vorderingen c. en d. (tot terugbetaling aan [appellante] van € 7.259 en tot betaling van schadevergoeding, op te maken bij staat). Uit de paragrafen 60. tot en met 71. van de memorie van grieven blijkt evenwel dat [appellante] deze in de appeldagvaarding (en in eerste aanleg) gevorderde veroordeling tot terugbetaling van de reeds voldane facturen en tot schadevergoeding, op te maken bij staat, geenszins heeft willen prijsgeven, doch daarop nadrukkelijk (ook in hoger beroep) aanspraak maakt. Het hof zal de memorie van grieven aldus lezen dat [appellante] in de memorie van grieven, naar mr. Eikendal q.q. gelet op de memorie van grieven ook had behoren te begrijpen, tevens heeft gevorderd veroordeling van mr. Eikendal q.q. tot terugbetaling van het bedrag van € 7.259 en tot betaling van schadevergoeding, op te maken bij staat. [appellante] behoefde daarvoor haar eis niet vermeerderen, gelijk zij bij akte ten pleidooie heeft gedaan. De vraag of een eisvermeerdering ten pleidooie in het onderhavige geval (nog) toelaatbaar was, behoeft derhalve geen bespreking. 4.12.2 [appellante] heeft in de memorie van grieven jegens mr. Eikendal q.q. tevens aanspraak gemaakt op terugbetaling van hetgeen zij uit hoofde van het vonnis in eerste aanleg aan mr. Gerrits q.q. heeft voldaan, zijnde de hoofdsom van € 31.560 en de proceskosten van mr. Gerrits q.q., te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de betaaldatum. Deze vordering tot terugbetaling betreft een sequeel van de vordering tot vernietiging van het bestreden vonnis, zodat, anders dan mr. Eikendal q.q. kennelijk veronderstelt, geen sprake is van een vermeerdering van eis als bedoeld in artikel 130 Rv. Op deze restitutievordering strekt, zoals [appellante] ten pleidooi in hoger beroep heeft verklaard en mr. Eikendal q.q. niet heeft bestreden, het door mr. Gerrits q.q. op grond van de getroffen dading aan [appellante] betaalde bedrag van € 25.000 in mindering. de ingestelde rechtsvorderingen tegen de curator en de 403-verklaring 4.13. Alvorens het hof overgaat tot bespreking van de grieven, zal het eerst beoordelen of (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.