GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht zaaknummer HD 200.082.978 arrest van de achtste kamer van 14 februari 2012 gewezen in het incident ex art. 843a Rv in de zaak van 1. [Appellante sub 1.], 2. [Appellant sub 2.], wonende te [woonplaats], appellanten in principaal appel, geïntimeerden in (deels voorwaardelijk) incidenteel appel, verweerders in het incident, advocaat: mr. M.W. Minnaard, tegen: Stichting Pensioenfonds Smurfit Kappa Nederland, gevestigd te [vestigingsplaats], geïntimeerde in principaal appel, appellante in (deels voorwaardelijk) incidenteel appel, eiseres in het incident, advocaat: mr. G.R. Derksen, op het bij exploot van dagvaarding van 18 februari 2011 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank ’s-Hertogenbosch, sector kanton, locatie Eindhoven gewezen vonnis van 18 november 2010 tussen appellanten in het principaal appel en geïntimeerden in het (deels voorwaardelijk) incidenteel appel - hierna gezamenlijk [appellanten] c.s. genoemd - als eisers en geïntimeerde in het principaal appel en eiseres in het (deels voorwaardelijk) incidenteel appel - hierna het Pensioenfonds genoemd - als gedaagde. 1. Het geding in eerste aanleg (zaak/rolnr. 616291/09/3056) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2. Het geding in hoger beroep 2.1. Bij memorie van grieven hebben [appellanten] c.s., onder overlegging van één productie, zes grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep voor zover dit betrekking heeft op de afwijzing van haar vorderingen inzake het nabestaandenpensioen en, kort gezegd, tot het alsnog toewijzen van deze vorderingen onder oplegging van een dwangsom met veroordeling van het Pensioenfonds tot betaling van de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten in beide instanties. 2.2. Het Pensioenfonds heeft een memorie van antwoord tevens (deels voorwaardelijk) incidenteel appel tevens eis in het incident ex artikel 843a Rv genomen. In het incidenteel appel heeft het Pensioenfonds geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis voor wat betreft de veroordeling van het Pensioenfonds tot betaling van de gevorderde arbeidsongeschiktheidspensioenrechten en tot het alsnog afwijzen van deze vorderingen met veroordeling van [appellante sub 1.] in de proceskosten in beide instanties, nakosten inbegrepen en tot terugbetaling van de proceskosten die het Pensioenfonds ter uitvoering van het vonnis aan [appellante sub 1.] heeft voldaan, vermeerderd met wettelijke rente vanaf het moment van betaling tot aan volledige voldoening. In het incident ex art. 843a Rv heeft het Pensioenfonds geconcludeerd tot - kort gezegd - enerzijds afgifte of inzage in de inkomensstromen van [appellante sub 1.] door overlegging van kopieën van bankafschriften over de periode vanaf 5 september 2009 en over de periode van 1 januari 2007 tot 5 september 2009 en anderzijds inzage of afgifte in afspraken tussen Eska Graphic Board B.V. (hierna: Eska) en [appellanten] c.s. omtrent het recht op, aanspraak op, of uitbetaling van de gevorderde arbeidsongeschiktheidspensioenrechten en/of de nabestaandenpensioenrechten afdwingbaar van Eska. Een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van [appellanten] c.s. in de kosten van het incident inclusief nakosten. 2.3. [appellante sub 1.] heeft een memorie van antwoord in het incident genomen. 2.4. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd voor uitspraak in het incident. Het Pensioenfonds heeft alleen de gedingstukken van de eerste aanleg overgelegd. 3. De beoordeling 3.1. De oorspronkelijk eiser in de onderhavige zaak was [partner van appellante sub 1.], de partner van eiseres sub 1, [appellante sub 1.] en de vader van eiser sub 2, [appellant sub 2.]. Na het overlijden van [partner van appellante sub 1.] hebben [appellanten] c.s. als zijn enig erfgenamen de onderhavige zaak voortgezet en de oorspronkelijke eis gewijzigd. De vorderingen van [appellanten] c.s. hebben - kort gezegd - betrekking op de arbeidsongeschiktheidspensioenrechten van [partner van appellante sub 1.] en de nabestaandenpensioenrechten van [appellanten] c.s. De kantonrechter heeft de vordering inzake arbeidsongeschiktheidspensioenrechten toegewezen en de vordering inzake de nabestaandenpensioenrechten afgewezen. Tegen deze laatste afwijzing is door [appellante sub 1.] principaal appel ingesteld en tegen de toewijzing van de arbeidsongeschiktheidspensioenrechten is door het Pensioenfonds (deel voorwaardelijk) incidenteel appel ingesteld. Voor de duiding van de zaak zal het hof, zeer in het kort, enkele relevante feiten in de onderhavige zaak weergeven. 3.1.1. [partner van appellante sub 1.] is vanaf 5 september 1977 in dienst geweest van Eska. Hij heeft gedurende zijn dienstverband deelgenomen aan de pensioenregeling van Eska. 3.1.2. Tot 1 januari 2007 werd de pensioenregeling van Eska uitgevoerd door het Pensioenfonds. 3.1.3. In augustus 2006 heeft er een overdracht van aandelen in Eska plaatsgevonden. In dat kader is met het Pensioenfonds overeengekomen dat de werknemers van Eska tot en met 31 december 2006 deelnemers konden blijven in het Pensioenfonds. 3.1.4. Vanaf 1 januari 2007 is Zwitserleven de nieuwe pensioenuitvoerder geworden van de pensioenregeling van Eska. Per die datum heeft er een collectieve waardeoverdracht plaatsgevonden van de tot 1 januari 2007 opgebouwde pensioenaanspraken van alle werknemers van Eska. De werknemers van Eska die op 31 december 2006 en 1 januari 2007 (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt waren in de zin van de WAO of WIA zouden voor het gedeelte dat ze arbeidsongeschikt waren achterblijven bij het Pensioenfonds. Aan deze werknemers werd voor dat gedeelte geen toestemming gevraagd voor waardeoverdracht aan Zwitserleven. 3.1.5. [partner van appellante sub 1.] was vanaf 21 maart 2006 ziek gemeld bij Eska. Op 15 maart 2007 hebben [partner van appellante sub 1.] en zijn partner [appellante sub 1.] schriftelijke toestemming verleend voor de waardeoverdracht van zijn opgebouwde pensioenaanspraken aan Zwitserleven. In het incident 3.2. In het incident vordert het Pensioenfonds afgifte dan wel inzage in: 1. de inkomensstromen van [appellanten] c.s. door overlegging van kopieën van bankafschriften (van de bank waarop [appellanten] c.s. hun inkomsten ontvangen) over de periode van 5 september 2009 tot en met heden en om inzage in de inkomensstromen van [partner van appellante sub 1.] door overlegging van bankafschriften (van de bank waarop wijlen [partner van appellante sub 1.] zijn inkomsten ontving) over de periode van 1 januari 2007 tot 5 september 2009; 2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.