Parketnummer : 20-003839-11 Uitspraak : 27 maart 2012 TEGENSPRAAK | PROMIS Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 28 september 2011 in de strafzaak met parketnummer 01/825165-11 tegen de verdachte, [verdachte], geboren te [geboorteplaats] in [1980], thans verblijvende in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC), in de Penitentiaire Inrichting te Vught, waarbij hij wegens “poging tot moord” werd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren met aftrek van voorarrest, de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] volledig werd toegewezen, aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel werd opgelegd en de in beslag genomen voorwerpen verbeurd werden verklaard dan wel aan de verdachte werden teruggegeven. Hoger beroep De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal mr. H.E.G. Peters en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. L.S.Th.H. Ruijters naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, behoudens ten aanzien van de opgelegde straf, en - in zoverre opnieuw rechtdoende - de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek van voorarrest. De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van de primair ten laste gelegde poging tot moord zal worden vrijgesproken. Met betrekking tot de subsidiair ten laste gelegde poging tot doodslag heeft hij bepleit dat de verdachte op grond van noodweerexces zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Voor het overige heeft de raadsman een strafmaatverweer gevoerd en ten aanzien van het beslag zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij heeft de raadsman verzocht om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren en subsidiair - bij wijze van voorschot - een bedrag van EUR 5.000,00 toe te kennen. Vonnis waarvan beroep Het hof kan zich op onderdelen niet met het vonnis waarvan beroep verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof het gehele vonnis vernietigen. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 10 maart 2011 te [plaatsnaam] ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [benadeelde], zijnde zijn, verdachtes, echtgenote, van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, voornoemde [benadeelde] meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans met een scherp voorwerp, in het hoofd en/of het lichaam, heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat: hij op of omstreeks 10 maart 2011 te [plaatsnaam] ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om opzettelijk [benadeelde], zijnde zijn, verdachtes, echtgenote, van het leven te beroven, met dat opzet voornoemde [benadeelde] meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans met een scherp voorwerp, in het hoofd en/of het lichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijs: de vastgestelde feiten en omstandigheden Op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, waarnaar in de voetnoten bij dit arrest wordt verwezen, stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast. I. Melding van een mishandeling met een steekvoorwerp Op donderdag 10 maart 2011, omstreeks 10:25 uur, kregen [verbalisant 1] en [verbalisant 2] de melding dat er een mishandeling plaatsvond aan de [adres] te [woonplaats], waarbij mogelijk gebruik zou worden gemaakt van een steekvoorwerp. Ter plaatse gekomen, zagen zij dat er bij de achterdeur van de aldaar gelegen woning erg veel bloed lag. In de deuropening van de achterdeur zagen zij een vrouw in een plas bloed liggen. Zij zat geheel onder het bloed. [verbalisant 2] merkte dat de vrouw niet meer aanspreekbaar was en zag dat zij op meerdere plaatsen hevig bloedde. Van wat diverse omstanders schreeuwden en riepen begreep de verbalisant onder meer dat de vrouw door haar man was neergestoken en dat ook de moeder van de vrouw gewond was. De moeder van de vrouw had diepe snijwonden in de vingers van haar hand. De vrouw werd intussen gereanimeerd en is met de ambulance vervoerd naar een plek waar de traumahelikopter kon landen; vanaf daar is zij per helikopter naar het ziekenhuis vervoerd. II. Aanhouding van de verdachte en aantreffen mes [verbalisant 1] werd aangesproken door een onbekend gebleven man. Deze vertelde hem welke route de man die de vrouw had neergestoken, had gelopen. De verbalisant is deze route gelopen totdat hij de melding kreeg dat een Turkse man met bebloed gezicht was gezien op de hoek van de [straatnaam] met de [straatnaam]. Op de [straatnaam] kwam de verbalisant zijn collega-verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] tegen en is in hun dienstvoertuig gestapt om de zoektocht voort te zetten. Op enig moment zijn zij naar de aan de [straatnaam] gelegen coffeeshop [naam] gegaan. De beheerder van die coffeeshop had namelijk aan de officier van dienst doorgegeven dat er een Turkse man in zijn coffeeshop zat die onder het bloed zat en had aangegeven dat hij zojuist door een neger was mishandeld. De Turkse man, die later de verdachte bleek te zijn, werd aangehouden ter zake van poging tot moord c.q. doodslag. Tijdens het overbrengen naar het politiebureau verklaarde de verdachte desgevraagd dat hij het door hem gebruikte mes had weggegooid bij een bankje in het parkje aan de [straatnaam]. [verbalisant 5] is naar het park gegaan en vond een mes bij de bosschages. Het mes stak met het heft in de grond en wees met het lemmet in de lucht. Over de gehele lengte van het lemmet zaten rode vlekken. Het was een keukenmes met een zwart kunststof greep en met een totale lengte van 32 centimeter; het lemmet was 18 centimeter lang en aan beide zijden bebloed. III. Vastgestelde letsels bij [benadeelde] De traumachirurg dr. A.H. van der Veen liet - in een reactie op de vraag om de door hem eerder opgemaakte geneeskundige verklaring d.d. 21 maart 2011 nader te omschrijven - weten dat de vrouw, die luistert naar de naam [benadeelde] en is geboren in [1980], in zeer slechte conditie op de Spoedeisende Hulp van het Catharina-Ziekenhuis werd binnengebracht en dat daar haar leven door reanimatie werd gered. Zij werd vervolgens doorgestuurd naar de operatiekamer, waar een scheurwond in het hart werd gehecht, alsmede een middenrifscheur werd behandeld waarbij in de buik verwondingen bleken te bestaan van de rechternier, de lever en de dikke darm. Er was sprake van steekwonden links in de hals, in de borstkas links naast het hart en in de buik; een doorsnijding van de slagader van de rechterpols met ter plaatse peesletsel; oppervlakkige snijwondjes van het aangezicht en een bloeduitstorting van de linkeroogkas. Er volgden meerdere spoedoperaties. [benadeelde] verkeerde een aantal dagen in een zeer kritische levensbedreigende conditie. IV. Sporenonderzoek De woning aan [adres] is een hoekpand. De benedenverdieping bestond uit een keuken aan de achterzijde van de woning, die te bereiken is via een buitendeur op de achterplaats. De keuken kwam na een tussendeur uit in een hal met de trap naar de bovenverdieping. Links in de trappenhal bevond zich een voorraadkast onder de trap. Rechts was de tussendeur naar de woonkamer. In de woonkamer bevond zich aan de voorzijde een zitkamer met televisie en aan de achterzijde een eettafel. Rechts in de zitkamer bevond zich de doorgang naar de voordeurhal. Links in de hal bevond zich de voordeur. Sporenonderzoek van de Forensisch Technische Ondersteuning van de Regiopolitie Brabant Zuid-Oost wees het volgende uit. • Op de verharde achterplaats bevonden zich ter hoogte van de keuken/buitendeur sporen van bloed en achtergebleven restmateriaal van de ambulancedienst. Op de dorpel van de achterdeur, in de woning, werden bloedvegen aangetroffen. In de gehele keuken werden op de vloer en wanden en tegen aanwezig keuken materiaal bloedsporen in de vorm van vegen en spatten waargenomen. • Ter hoogte van de keuken/buitendeur werden aan de binnenzijde van de keuken/buitendeur, op de vloer voor de deur, rechts tegen de muur en radiator en ook links tegen de betegelde wand, bloedspatten en -vegen waargenomen. Aan de binnenzijde van de keuken/buitendeur werd bloed aangetroffen tot op een hoogte van 125 centimeter. Links van de radiator werd bloed aangetroffen tot op een hoogte van circa 140 centimeter. Op de radiator werd bloed aangetroffen tot op een hoogte van circa 61 centimeter. • Ter hoogte van het keukenblok werden boven op het aanrechtblad, in de gootsteen, tegen de achterwand van het keukenblok en op enkele gebruiksvoorwerpen op het aanrecht waterig bloed waargenomen. Op het vloerkleed in de keuken werd ter hoogte van het keukenblad een bloedspat aangetroffen. Gelet op de vorm van de bloedspat kan worden gesteld dat deze bloeddruppel enigszins rechtstandig vallend op het vloerkleed terecht gekomen was. • Aan de andere zijde tegenover het keukenblok stond een tafel. Op die tafel werd op het tafelkleed een groot aantal kleine bloeddruppels waargenomen. Aan de zijkant van het tafelkleed werden eveneens een groot aantal kleine bloeddruppels waargenomen. • Ter hoogte van het fornuis werden op de tegelwand enkele bloeddruppels waargenomen. Ook op het bovenblad van het fornuis werden enkele bloeddruppels waargenomen. Voorts werden op de links van het fornuis staande koel-vriescombinatie enkele bloeddruppels aangetroffen. Het onderste gedeelte van de koel-vriescombinatie was het diepvriesgedeelte; het bovenste was het koelgedeelte. Op de deur van het koelgedeelte werd een bloedveeg aangetroffen. Op de deur van het vriesgedeelte werden op een grote oppervlakte en tot een hoogte van 138 centimeter bloedvegen aangetroffen. Voor de koel-vriescombinatie werd bloed op het vloerkleed aangetroffen. • Op de vloer, ongeveer in het midden en links van de koel-vriescombinatie, werd in een soort vrije ruimte (waar niets was geplaatst) gedeeltelijk geronnen bloed aangetroffen, dat gedeeltelijk ook was weggeveegd. Aan drie zijden van deze vrije ruimte waren bloedspatten aanwezig. Rechts van het geronnen bloed op de vloer en rechts daarvan tegen de buitenzijde van de koel-vriescombinatie werden op een hoogte van circa 6 centimeter vanaf de vloer bloedspatten aangetroffen. Deze bloedspatten hadden een nagenoeg ronde vorm en gesteld kan worden dat deze concentratie aan bloedspatten veroorzaakt zijn doordat met kracht bloed van een plaats kort op de vloer en ongeveer in het midden van de ruimte naar de zijkant werd gespat. Hoger tegen de zijkant van de koel-vriescombinatie werden eveneens bloedspatten aangetroffen, die gedeeltelijk waren weggeveegd. Aan de vorm en patroon van deze bloedspatten was te zien dat deze schuin van boven naar beneden gericht waren en veroorzaakt werden door meerdere bewegingen uit nagenoeg dezelfde richting. Tegen de muur achter de vrije ruimte werden eveneens bloedspatten aangetroffen tot een hoogte van ongeveer 45 centimeter. Deze bloedspatten hadden een nagenoeg ronde vorm en waren aanwezig over de gehele breedte van die muur. Links op de muur in de vrije ruimte werden eveneens bloedspatten aangetroffen. Uit de vorm van de bloedspatten en het richtingspatroon werd gezien dat de bloedspatten op de muur waren terechtgekomen door meerdere schuin van boven naar beneden gerichte bewegingen. Het bloed was daar aanwezig tot op een hoogte van 63 centimeter. • Op de scharnierzijde van de tussendeur keuken/trappenhal werd bloed tot op een hoogte van circa 110 centimeter aangetroffen. Op het kozijn aan de slotkant van dezelfde tussendeur werden tot op een hoogte van 106 centimeter meerdere bloedvegen waargenomen. • In de trappenhal werden links tegen de lange muur en tot op een hoogte van circa 70 centimeter enkele bloedspatten aangetroffen. Op enkele planken van de in de trappenhal aanwezige opbergkast werden eveneens bloedspatten aangetroffen. Op de vloer in het midden van de trappenhal werd een bloedvlek aangetroffen. Ook werden bloedsporen aangetroffen op een hoofddoek, die op de eerste trede van de trap lag. Op het kozijn van de tussendeur/woonkamer werden aan de zijde van het slot en tot op een hoogte van maximaal 120 centimeter bloedvegen aangetroffen. Op datzelfde kozijn werd op een hoogte van circa 40 centimeter een pluk haren aangetroffen. Op de deur aan de zijde van de trappenhal werden bloedvegen aangetroffen tot op een hoogte van 172 centimeter. • In de woonkamer werd op een dressoir, dat gezien vanuit de trappenhal direct links stond, een zwarte portemonnee aangetroffen die was besmeurd met bloed. Op de vloer voor het dressoir werden bloeddruppels en -vegen waargenomen. Op de vloer van het zitgedeelte aan de voorzijde in de woonkamer werden ook bloedsporen aangetroffen. • Op de vloer voor de tussendeur van de woonkamer/hal werd inmiddels gestold bloed aangetroffen. Op korte afstand daarvan en in de richting van de hal werden meerdere bloeddruppels aangetroffen. Voor de tussendeur naar de hal werden enkele bloeddruppels aangetroffen die reeds waren opgedroogd. Aan de zijde van de hal werden op de klink van de tussendeur woonkamer/hal bloedsporen aangetroffen. Ook op de klink aan de zijde van de woonkamer werd bloed aangetroffen. Onder de klink aan de zijde woonkamer werd op een maximale hoogte van 90 centimeter een bloedspoor aangetroffen. Op het kozijn aan de slotzijde van de tussendeur woonkamer/hal werd bloed aangetroffen. Op diezelfde tussendeur werden aan de zijde van de hal tot op een hoogte van maximaal 54 centimeter enkele bloeddruppels aangetroffen. Op de vloer van de hal werd direct over de dorpel van de tussendeur een bloeddruppel aangetroffen. Op het vloerkleed in de hal voor de buitendeur werd een bloeddruppel aangetroffen. Aan de binnenzijde van de voordeur werd op de rand van de deur op een hoogte van circa 50 centimeter sporen van bloed aangetroffen. Op het ontsluitingshaakje van het slot werd aan de binnenzijde op de voordeur bloed aangetroffen. Ter hoogte van de kierstandhouder werd aan de binnenzijde van de voordeur eveneens bloed aangetroffen. V. De getuigenverklaringen van de moeder en zussen van [benadeelde] • [getuige 1], de moeder van [benadeelde], verklaarde ten overstaan van de politie dat zij op 10 maart 2011, omstreeks 09:30 uur, naar de woning van [benadeelde] en [verdachte], is gegaan om een pan te lenen. De woning betreft een hoekwoning aan [adres] te [woonplaats], die tegen de eigen woning van [getuige 1] aan [adres] is aangebouwd. Aan de zijde van de gevel van het pand [adres] waren de laatste betonnen delen van de schutting verwijderd. Hierdoor was er een vrije doorgang van de achterplaats van [adres] naar de achterplaats van [adres] te [woonplaats]. • Over hetgeen zich voorafgaande aan de gebeurtenissen heeft afgespeeld in de woning van [benadeelde] en verdachte, verklaarde de moeder als volgt. “Ik vroeg aan [benadeelde] waar de frietpan was. […] Ik kon haar antwoord niet goed horen, omdat ze aan het huilen was. Ik hoorde [benadeelde] ‘daar’ zeggen. […] [benadeelde] stond op dat moment midden op de trap. […] Ik hoorde […] aan haar stem [dat zij huilde]. Ik vroeg aan [benadeelde] wat er aan de hand was. Hier gaf [benadeelde] geen antwoord op en ik zag dat [benadeelde] naar boven liep. Ik was vervolgens terug de keuken ingelopen om de pan te zoeken. Ik hoorde [verdachte] zonder dat ik iets aan hem vroeg zeggen: ‘Die dochter van jou zal zien wat ik tegen haar zal doen’, of woorden van gelijke strekking. […] Ik zag dat [verdachte] aan het trillen was. […] Ik hoorde [verdachte] […] zeggen met luide stem zodat [benadeelde] het ook kon horen: ‘Ik zal je iets aan doen zodat je niet meer de kinderen kunt zien’, of woorden van gelijke strekking. Hierna zag ik dat [verdachte] de keuken verliet en via de woonkamer naar buiten liep. Hij is toen via de voordeur naar buiten gelopen. Ik hoorde dat hij de deur dicht deed.” • [getuige 2], zus van [benadeelde], die naast haar moeder aan [adres] woonde, verklaarde op 10 maart 2011 tussen 10:00 en 10:15 uur uit bed te zijn gekomen en daarna direct naar de woning van haar moeder te zijn gegaan om het ontbijt klaar te maken. Zij verklaarde toen het volgende. “Ik […] hoorde mijn zus [benadeelde] schreeuwen. […] Ik kon niet exact horen wat [benadeelde] riep. […] Ik ben wat verder richting het toilet gelopen, omdat ik daar wat dichterbij sta. Vanaf deze plek hoorde ik dat mijn zus in de Turkse taal ‘moeder’ riep. Mijn zus bleef maar schreeuwen. Ik ben meteen via de achterdeur naar buiten gelopen en via de tuin, de tuin van de woning van mijn zus ingelopen. Vervolgens ben ik via de achterdeur de woning van mijn zus binnen gelopen. In de woning zag ik mijn zus [benadeelde] ter hoogte van de trap in de hal staan. Ik keek naar mijn zus en zag dat ze haar hoofd vast hield. Ik zag dat ze bloed aan haar hoofd had. Ik zag dat er bloed in haar haren zat. Verder zag ik dat mijn zus een blauw [oog] had. […] Op dat moment zag ik ook meteen [verdachte]. Ik zag [verdachte] eigenlijk tegelijk met mijn zus in de hal staan. [verdachte] is de man van mijn zus [benadeelde]. Ik zag dat [verdachte] mijn zus vast hield en dat hij in zijn andere hand een mes vast had. Hij hield mijn zus met zijn linker hand vast en hij had het mes in zijn rechter hand. Ik zag dat het mes een lengte had van ongeveer 30 centimeter, inclusief handvat.[…] Ik zag aan [verdachte] dat hij boos keek. […] Ik liep in de richting van [verdachte] en mijn zus. Op dat moment zag ik dat [verdachte] mijn zus los liet en vervolgens in mijn richting kwam lopen. Ik zag dat hij het mes daarbij voor zich hield met de punt van het mes in mijn richting. Ik zag dat hij snel in mijn richting kwam. Ik was op dat moment [gechoqueerd] en draaide me om en liep naar buiten. Ik wist op dat moment niet wat ik moest doen en rende direct naar de woning van mijn moeder toe. Daar heb ik mijn moeder geroepen. Mijn moeder kwam meteen en rende naar de woning van mijn zus [benadeelde]. Ik riep tegen mijn moeder dat ‘hij’ een mes had en mijn zus wilde steken.” • De moeder verklaarde dat zij [getuige 2] op een gegeven moment hard hoorde schreeuwen: “Mam, [verdachte] is mijn zus aan het snijden”, of woorden van gelijke strekking. Ook [getuige 3], een jongere zus van [benadeelde] en [getuige 2] die samen met haar moeder woonde, verklaarde dat te hebben gehoord. Zij verklaarde dat haar zus [getuige 2] in de Turkse taal schreeuwde: “Moeder, moeder! Hij is met een mes aan het aanvallen!” • De moeder heeft zich vervolgens gehaast naar het huis van [benadeelde]; bij vertrek zei ze tegen [getuige 2] dat zij de politie moest bellen. [getuige 3] verklaarde dat zij haar moeder achterna is gerend. De moeder verklaarde bij binnenkomst in de woning van [benadeelde] het volgende te hebben waargenomen. “Ik zag dat [benadeelde] in de deuropening stond van de keuken naar de woonkamer (gelet op de hiervoor gegeven beschrijving van de woning, begrijpt het hof: naar de trappenhal). Ik zag dat [benadeelde] langs de koelkast in de keuken stond. Ik zag dat haar oog flink was gezwollen. Ik zag ook dat [benadeelde] bloed in haar mond en op haar hand had. Ik zag dat [verdachte] op dat moment aan het steken was. […] Ik zag dat [verdachte] tegenover [benadeelde] stond met de rug naar mij toe. Ik keek op dat moment in het gezicht van [benadeelde] en op de rug van [verdachte]. […] Ik zag dat [verdachte] stekende bewegingen aan het maken was met een mes in zijn rechterhand. Ik zag dat [verdachte][benadeelde] vast had bij haar haren. […] Ik zag dat [verdachte] een mes vast had. […] U vraagt mij of [benadeelde] al verwondingen had toen ik binnen kwam. [benadeelde] was op dat moment al gestoken in haar nek. Ik zag bloed in haar nek. Ik zag […] [ook] bloed bij haar pols. […] Ik zag dat [benadeelde] op dat moment hevig bloedde en ik zag dat er bloed drupte vanaf haar pols.” • Op het moment dat [getuige 3] bij de woning van [benadeelde] aankwam, zag zij het volgende. “Toen ik [bij] de tuin van mijn zus [benadeelde] kwam, liep ik naar de achterdeur en liep eigenlijk direct de woning in via de achterdeur. Mijn moeder zag ik al in de keuken. Ik zag [dat] mijn zus bij het aanrecht stond bij de wasbak. […] Ik zag […] dat ze een blauw oog had. Ook zag ik dat er bloed zat in haar nek. [benadeelde] had op dat moment geen hoofddoek om en had haar haar opgestoken. Ik kon zien dat het knotje boven haar nek niet goed zat. Het knotje leek een beetje losgetrokken.” • De moeder verklaarde over de daaropvolgende momenten in de keuken als volgt. “Ik ben [toen] naar [verdachte] toegelopen en pakte [verdachte] met mijn rechterhand bij zijn rechterpols vast. Vervolgens pakte ik met mijn linkerhand het mes vat. [verdachte] probeerde op dat moment het mes los te rukken en op dat moment sneed [verdachte] mij in mijn linkerhand. Ik had het mes bij de scherpe kant vast gepakt. Ik dacht op dat moment niet na dat ik mezelf hierbij kon snijden. Ik wilde [benadeelde] helpen. […] Ik hoorde [benadeelde] ‘mama’ roepen. Op dat moment trekt [verdachte] het mes los en [word] ik in mijn linkerhand gesneden. Op dat moment dat [verdachte] het mes los had getrokken, zag ik dat [verdachte] een stekende beweging maakte richting [benadeelde]. […] Ik weet niet […] [waar [benadeelde] werd geraakt], omdat ik achter [verdachte] stond. […] Ik hoorde [benadeelde] op dat moment schreeuwen. Ik had gezien dat [verdachte] twee keer had gestoken. Dit was in het onderlichaam bij de buik. Vervolgens had ik [verdachte] bij zijn benen gepakt. Ik zag dat [verdachte] op dat moment op de grond viel. Ik zag dat [benadeelde] op dat moment ook op de grond viel. […] [benadeelde] was op de grond gevallen naast de koelkast en [verdachte] was naast haar op de grond gevallen. […] Ik ben toen tekeer gegaan tegen [verdachte]. Ik vroeg aan [verdachte] wat hij aan het doen was. Ik had [verdachte] vervolgens met mijn vuist en mijn slipper geslagen. […] Ik had [verdachte] toen bij zijn haren vastgepakt. […] Ik zag dat [verdachte] het mes nog steeds in zijn hand had. Ik wilde [verdachte] weghalen bij [benadeelde] zodat hij haar niet nog een keer kon steken. Ik hoorde hem roepen tegen [benadeelde] ik steek je dood.” • [getuige 3] zag op het moment dat haar moeder de verdachte in de keuken sloeg dat haar zus [getuige 4] de keuken inliep, zo blijkt uit de hierna weergegeven verklaring. “Kort hierna zag ik dat mijn zus [getuige 4] ook aan de achterzijde van de woning de keuken inliep. Ik zag dat [getuige 4] naar mijn moeder en [verdachte] liep. Mijn moeder sloeg op dat moment [verdachte].” • Over hetgeen [getuige 4] toen heeft gezien en gehoord, verklaarde zij als volgt. “Ik rende direct in de richting van het geschreeuw, naar mijn zus op [adres]. Ik liep via de achterkant. Toen ik daar aankwam en ik in haar keukendeuropening stond, zag ik mijn zus in de keuken voor de kraan staan. Ze stond met haar rug naar mij toe. […] Ik zag mijn moeder en mijn zwager [verdachte]. Beiden lagen op de grond midden in de keuken naast de tafel. Ik zag dat mijn moeder [verdachte] vast had. […] Mijn moeder zei toen: “Ik heb hem vast, ga maar naar buiten.” Dat heb ik niet gedaan. […] Op een gegeven moment lukte het mijn moeder mij naar buiten te krijgen. […] Mijn moeder sloot de deur en ik stond buiten. […] Ik rende naar mijn moeders huis.” • Toen [getuige 2] de woning opnieuw wilde binnengaan, zag zij dat haar moeder de deur dichttrok en op slot draaide. “Op het moment dat ik weer bij de achterdeur van de woning van mijn zus kwam en deze open wilde maken, zag ik dat mijn moeder de deur dichttrok en deze op slot draaide. Op dat moment heb ik de ambulance en de politie gebeld. Ik keek door het raam de woning in, maar ik zag in eerste instantie [verdachte] en mijn zus niet in de woning.” • [getuige 3], die nog in de woning aanwezig was, verklaarde als volgt over het daaropvolgende gebeuren. “Op een zeker moment was [benadeelde] in de hal van de woning. Daar ben ik ook naar toe gelopen. […] Ik wilde haar helpen en ben naar haar toegelopen. Ik zag dat ze met haar hand bewoog richting de deur naar de woonkamer. Ik weet niet of ze hiermee iets wilde aanwijzen, maar toen ik haar hand volgde zag ik bloed aan de deurpost. Ik zag dat het niet veel bloed was, meer een veeg. Ik ben toen de woonkamer ingelopen. Ik was op dat moment alleen in de woonkamer. In de woonkamer staat een kast met een spiegel erop. Op de kast zag ik druppels bloed. Ik ben op enig moment, binnen een minuut voor mijn gevoel, de hal weer ingelopen. […] Ik zag, toen ik vanuit de woonkamer de hal inliep, mijn zus [benadeelde] op de grond vallen. Ze viel nabij de deur met de hal op de grond. Ze viel op haar rug. Ik zag dat [verdachte] een mes in zijn rechterhand had en ik zag dat hij probeerde op [benadeelde] in te steken. […] Ik zag dat mijn moeder [verdachte] tegenhield.” • De moeder legde over die momenten de volgende verklaring af. “Ik […] zag […] dat [verdachte] opstond en ik zag dat hij [benadeelde] diverse malen stak. [benadeelde] lag […] op de grond. […] Ik [ben] ook op de grond terecht […] gekomen. Ik lag met mijn rug op de grond en ik keek [verdachte] recht in de ogen aan. Ik zag dat [verdachte] over mij heen gebogen stond. Op dat moment heb ik tegen [verdachte] geroepen:‘[verdachte], wat ben je aan het doen. Waar ben je mee bezig.’ Ik zag dat hij het mes nog in zijn hand had. […] Ik […] zag […] dat [verdachte] probeerde om [benadeelde] […] meerdere keren te steken. Ik heb het steken af proberen te weren en ben hierdoor geraakt aan mijn rechter onderarm, waardoor ik een kleine snee heb opgelopen. […] Ik zag dat hij [benadeelde] diverse malen stak.” • [getuige 2] legde over die momenten de volgende verklaring af. […] Ik keek weer door het raam van de keuken en nu zag ik mijn zus (het hof begrijpt: [benadeelde]) op de grond liggen. […] Ik zag dat [verdachte] met het mes welke ik omschreven had mijn zus aan het steken was. Ik zag dat hij haar ter hoogte van haar bovenlichaam stak. […] Ik heb gezien dat [verdachte] mijn zus 2 à 3 keer stak. Ik heb gezien dat mijn moeder geprobeerd heeft het mes van [verdachte] af te pakken.” • [getuige 3] is op verzoek van haar moeder de deur open gaan doen. Zij verklaarde daarover als volgt. “Ik pakte direct de rechter bovenarm van [verdachte] vast. […] Ik trok aan zijn arm om hem te doen stoppen met steken. […] Ik hoorde mijn moeder roepen ‘Doe de deur open!’. Ik ben naar de achterdeur gelopen en merkte dat deze op slot was. […] Ik heb de deur van het slot gedraaid en heb deze geopend. Ik heb omgekeken en zag dat mijn moeder op de vloer lag. Ze lag op haar rug, met haar hoofd richting de achterdeur. Ik zag dat [verdachte] rechtop stond bij de voeten van mijn moeder. Ik zag dat hij een mes in zijn hand had. Ik zag dat hij gebogen stond richting mijn moeder. […] Ik ben op dat moment naar buiten gelopen.” • [getuige 2] zag dat [getuige 3] de deur openmaakte en ging toen naar binnen om [benadeelde] daar weg te halen, zo volgt uit haar hierna weergegeven verklaring. “Op een gegeven moment kwam mijn andere zusje, [getuige 3], de achterdeur openmaken.[…] Nadat mijn zusje de deur [open]gemaakt had, ben ik direct naar [benadeelde] gerend. Vanaf het moment dat [getuige 3] de deur voor mij opengemaakt had, heb ik [verdachte] niet meer gezien. […] Toen ik bij [benadeelde] kwam, heb ik haar onder haar armen gepakt en heb [ik] haar naar de achterdeur getrokken. […] Ik wilde [benadeelde] weghalen van het gevaar.” • [getuige 3] was inmiddels naar haar woning gelopen en vertelde [getuige 4] dat [benadeelde] was gestoken. [getuige 4] ging toen naar de woning van [benadeelde] en [getuige 3] is haar achternagelopen. Dat blijkt uit de volgende verklaring van [getuige 3]. “Ik ben doorgelopen naar de tuin van onze woning, nummer
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.