GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht zaaknummer HD 200.080.536 arrest van de achtste kamer van 17 april 2012 in de zaak van
(2010)per maand bedroeg. Voorts is hetgeen Gyron Crew Inc. c.s. althans Gyron Crew Inc. zou(den) hebben uitbetaald op geen enkele wijze nader geconcretiseerd, onderbouwd of aannemelijk gemaakt. Ook in hoger beroep zijn door Gyron Crew Inc. c.s. geen loonstroken of betalingsbewijzen overgelegd. [geintimeerde sub 1.] heeft voorts tijdens het pleidooi onweersproken verklaard dat hij per bank werd betaald. Betaling per bank van het loon (gage) in het algemeen blijkt ook uit de als productie 7 bij akte van 1 februari 2012 overgelegde auditrapportage (p. 11, onderdeel 2). Derhalve behoorde overlegging van betaalbewijzen van betalingen aan [geintimeerden] c.s. door Gyron Crew Inc. wel degelijk tot de mogelijkheden, maar Gyron Crew Inc. c.s. hebben dit nagelaten. Met overlegging van de hiervoor genoemde auditrapportage - en de daarop klaarblijkelijk gebaseerde stukken die als productie 2 MvG zijn overgelegd - door Gyron Crew Inc. c.s. worden de door [geintimeerden] c.s. gestelde vorderingen niet genoegzaam weersproken. Allereerst is het onderzoek van de personeelsadministratie in het kader van de audit gebaseerd op een steekproef (zie pagina 9, eerste alinea auditrapport) en komen [geintimeerden] c.s. niet voor in de uitgevoerde steekproef (zie onderdeel 4.2.2, p. 16 auditrapport voor de namen van degenen van wie de loonspecificaties zijn onderzocht). Voorts vermeldt het auditrapport (p. 17, onderdeel 4.2.2.1 onder 3) dat “tenminste het minimumloon (wordt) betaald”, terwijl [geintimeerde sub 4.] en [geintimeerde sub 3.] in ieder geval aanspraak hadden op een hoger loon dan het minimumloon. Wat er precies aan [geintimeerden] c.s. in de relevante periode is verloond en vervolgens uitbetaald wordt, hoewel Gyron Crew Inc. blijkens de auditrapportage wel tot overlegging van in dat kader relevante bescheiden in staat moet worden geacht, echter niet verhelderd en toegelicht aan de hand van stukken. De in het verzoekschrift genoemde en in de dagvaarding in de bodemprocedure (productie 3 MvA) nader - naar respectieve periode – per geïntimeerde uitgewerkte nettobedragen worden aldus onvoldoende weersproken. Naar het voorlopig oordeel van het hof is aldus de ondeugdelijkheid van de gestelde vorderingen van [geintimeerden] c.s. niet gebleken, zodat grief 1 – voor zover betrekking hebbend op de door Gyron Crew Inc. c.s. gestelde ondeugdelijkheid van de vordering – en grief 8 falen. 4.10.
- Grieven 4 tot en met 7 betreffen de positie van Gyron Shipping (PTE) Ltd. en lenen zich voor een gezamenlijke behandeling. Gyron Crew Inc. c.s. hebben in deze grieven – kort gezegd – betoogd dat Gyron Shipping (PTE) Ltd in geen enkel document voorkomt; dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft ten aanzien van Gyron Shipping (PTE) Ltd.; dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft vastgesteld dat Gyron Shipping (PTE) Ltd. erop heeft gewezen dat de principaal in de ‘Filippijnse overeenkomst’ als werkgever moet worden aangemerkt en dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen dat op voorhand niet helder is welke vennootschap het in de ‘Filippijnse overeenkomst’ betreft (die als principaal genoemd staat) en dat het niet uit te sluiten is dat het de Singaporese Gyron Shipping (PTE) Ltd zou kunnen blijken te zijn. [geintimeerden] c.s. hebben een en ander weersproken. Het hof oordeelt voorlopig als volgt. 4.10.
- Onder verwijzing naar hetgeen is overwogen in de onderdelen 4.8.
- en 4.8.
- stelt het hof allereerst vast dat de kantonrechter in zijn vonnis van 9 februari 2011 heeft aangenomen dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft ten aanzien van beide gedaagden, dus ook ten aanzien van Gyron Shipping (PTE) Ltd. Het hof begrijpt dat de kantonrechter aldus artikel 6 sub b Rv heeft toegepast, nu [geintimeerden] c.s. zich in de hoofdzaak blijkens de overlegde dagvaarding (zie productie 3 MvA) primair op het standpunt hebben gesteld dat Gyron Shipping (PTE) Ltd. naast Gyron Crew Inc. als hun werkgever te gelden heeft. Het hof is als kort gedingrechter in beginsel (zie eerder) aan dit oordeel van de bodemrechter gebonden. 4.10.
- Voor zover Gyron Crew Inc. c.s. hebben althans Gyron Shipping (PTE) Ltd. heeft willen betogen dat dit oordeel klaarblijkelijk een misslag vormt, geldt het volgende, waarbij tevens zal worden ingegaan op hetgeen overigens door Gyron Crew Inc. c.s. althans Gyron Shipping (PTE) Ltd. is aangevoerd in het kader van genoemde grieven. 4.10.
- Met diverse producties, als niet of onvoldoende door [geintimeerden] c.s. weersproken, zoals productie 2 CvE KG, zijnde een ‘certificate of incorporation’ van Gyrom Shipping Limited, gevestigd op de Britse Maagdeneilanden (hierna te noemen Gyrom BME) en productie 4 bij akte van 1 februari 2012, zijnde een door POEA afgegeven ‘accreditation certificate’, heeft Gyron Shipping (PTE) Ltd. voorshands aangetoond dat Gyrom BME bestaat, bekend is bij POEA en een andere vennootschap betreft dan Gyron Shipping (PTE) Ltd. Gyron Shipping (PTE) Ltd heeft voorts overgelegd een ‘Manning Agreement’ tussen Gyrom BME en Gyron Crew Inc., gedateerd 17 december 2003, als namens Gyrom BME ondertekend door haar directeur [directeur] – die tijdens het pleidooi overigens als toehoorder aanwezig was en die tevens namens Gyron Crew B.V. ten behoeve van Gyron Crew Inc. de tewerkstellingsvergunningaanvragen, producties 6.1, 6.2., 6.
- en 6.
- MvA, heeft ondertekend – en namens Gyron Crew Inc. ondertekend door [chief o.o.], ‘chief operating officer’. 4.10.
- Met het voorlopig vastgestelde bestaan van Gyrom BME is echter nog niet aangetoond dat [geintimeerden] c.s. klip en klaar hebben moeten begrijpen dat Gyrom BME en niet Gyron Shipping (PTE) Ltd de principaal was als genoemd in de ‘Filippijnse overeenkomst’. Door de voorzieningenrechter is terecht opgemerkt dat de respectieve ‘Filippijnse overeenkomst’ ten aanzien van de principaal naast ‘Gyrom Shipping Ltd.’ niet het land vermeldt waar deze principaal is gevestigd, hoewel het formulier met de aanduiding ‘principal/ country’ daartoe wel uitdrukkelijk uitnodigt. Waarom dit door de POEA niet is gecorrigeerd alvorens de overeenkomst goed te keuren, is niet duidelijk. Het hof kan niet uitsluiten dat vanwege de accreditatie POEA er wellicht van uitging dat de ‘principal’ Gyrom BME moest betreffen. Dat en waarom echter [geintimeerden] c.s. dit ieder voor zich hadden moeten begrijpen, ook naar Filippijns recht, is door Gyron Crew Inc. c.s. althans Gyron Shipping (PTE) Ltd. niet onderbouwd. In ieder geval staat vast dat Gyron Crew Inc. en Gyron Shipping (PTE) Ltd. zich samen presenteren, ook naar de binnenschippers waar [geintimeerden] c.s. zijn gaan werken, toe. Dit blijkt niet alleen uit de tijdens het pleidooi besproken uitdraaien van de website van Gyron Shipping (PTE) Ltd., waar ook Gyron Crew Inc. wordt genoemd, en uit het artikel uit de Schuttevaer van juli 2008, maar ook uit de auditrapportage (productie 7 bij akte van 1 februari 2012). 4.10.
- Op pagina 4-5 (en 24) van de auditrapportage staat immers vermeld: “ Gyron Crew Inc. is een onderneming naar Filippijns recht wat personeel uitleent aan binnenvaartschepen in Nederland op basis van payroll. Dit betreft personeel met een Filippijnse nationaliteit. De payrollovereenkomst is gesloten met Gyron Shipping (Pte) Ltd, gevestigd te [vestigingsplaats] (enig aandeelhouder is dhr. [A.]). De facturatie en financiële afhandeling wordt verzorgd door Gyron Shipping (Pte) Ltd en Gyron Crew Inc. ontvangt voor de verloning, acquisitie en overige personeelszaken van het uitgeleende personeel een (mannings)fee. (…) Gyron Crew B.V. is het agentschap in Nederland gevestigd in [vestigingsplaats]. (…) Deze onderneming speelt geen rol bij de verloning van het personeel van Gyron Crew Inc. (..). Contracten worden gesloten tussen Gyron Shipping PTE Ltd met de inlener en Gyron Crew Inc met de inlener. Het contract tussen Gyron Shipping Pte Ltd en de inlener heeft betrekking op het financiële aspect (zoals de afrekening) en het contract tussen Gyron Crew Inc. met de inlener op het personele aspect (per steekproef onderzocht) “. 4.10.
- Het hof stelt vast dat Gyrom BME in bovengenoemde stukken in het geheel niet wordt genoemd. Desgevraagd heeft de heer [A.] tijdens het pleidooi meegedeeld dat hij symbolisch één aandeel houdt in Gyrom BME, dat Gyrom BME zich bezig houdt met ‘operations’ en werving in het kader van de tewerkstelling van Filippijnse matrozen op schepen, terwijl Gyron Crew Inc. op de Filippijnen recruteert. Voorts zijn er naast Gyron Crew Inc., Gyron Shipping (PTE) Ltd. en Gyrom BME – aldus de heer [A.] - nog twee Gyron-ondernemingen actief. 4.10.
- Gegeven het bovenstaande is niet uitgesloten dat in een bodemprocedure uiteindelijk wordt aangenomen dat door [geintimeerden] c.s. Gyron Shipping (PTE) Ltd. als de in de respectieve ‘Filippijnse overeenkomst’ bedoelde principaal mocht worden beschouwd. Gesteld noch gebleken is dat aan [geintimeerden] c.s. expliciet is uitgelegd dat hoewel Gyron Crew Inc. en Gyron Shipping (PTE) Ltd. allebei ‘Gyron’ in hun namen voeren en ook beiden zich richten op de Nederlandse markt, alwaar [geintimeerden] c.s. gingen werken, als principaal van de ‘Filippijnse overeenkomst’ Gyrom BME heeft te gelden, terwijl deze vennootschap noch gevestigd is in Nederland noch op de Filippijnen noch in het in dezelfde tijdzone als de Filippijnen liggende [vestigingsplaats], maar gevestigd is op de Britse Maagdeneilanden, meer dan 16.000 kilometer van de Filippijnen vandaan, kortom aan de andere kant van de wereld. Dat Gyron Shipping (PTE) Ltd. uiteindelijk naar Filippijns recht ook de ‘employer’ is, als in de aanhef en rechts onderaan de ‘Filippijnse overeenkomst’ vermeld, namens wie mevrouw [B.] heeft getekend, acht het hof evenmin denkbeeldig. Dat – zoals Gyron Crew Inc. c.s. hebben betoogd - uitsluitend Gyron Crew Inc. als werkgever naar Filippijns recht zou worden aangemerkt acht het hof voorshands ongeloofwaardig, omdat dan de vermelding van een principaal, die blijkbaar ook nog apart moet zijn geaccrediteerd, zich niet laat begrijpen. Anders dan Gyron Crew Inc. c.s. menen blijkt het (unieke) werkgeverschap van Gyron Crew Inc. niet uit productie 2 CvE KG, nu dit naar het voorlopig oordeel van het hof uitsluitend aangeeft dat Gyron Crew Inc. als ‘recruitment agency’ mag optreden. Dit laat onverlet dat Gyron Crew Inc. dit namens een principaal doet (zie immers productie 2 bij akte van 1 februari 2012) en de ‘Filippijnse overeenkomst’ ook rept van een (aparte, dus niet zonder meer met de ‘agent’ samenvallende) “employer”. De door Gyron Crew Inc. c.s. zelf overgelegde stukken betreffende de door geïntimeerde [geïntimeerde sub 2.] aanhangig gemaakte klacht (productie 8 CvE KG) vermelden voorts niet alleen Gyron Crew Inc. als respondent (met als aanduiding (voorgedrukt) ‘Local/Agency’) maar ook Gyrom Shipping Ltd als respondent (met als aanduiding (voorgedrukt) ‘principal/abroad’). Verder laat het formulier in de kolom ‘principal abroad’ halverwege de eerste pagina van de klacht (‘complaint’) onder (voorgedrukt) ‘name of respondent principal/address’ ruimte voor het invullen van (voorgedrukt)”name of actual employer’ (onderstreping, hof). Dit duidt naar het voorlopig oordeel van het hof niet op een situatie dat uitsluitend Gyron Crew Inc. als werkgever aanspreekbaar zou zijn naar Filippijns recht, omdat aldus onverklaard blijft waarom de klacht ook tegen Gyrom Shipping Lt. was gericht. Overigens blijkt uit deze klacht, die volgens het formulier van 10 december 2009 ziet op ‘leave pay’, naar het voorlopig oordeel van het hof niet dat [geïntimeerde sub 2] wist dat niet Gyron Shipping (PTE) Ltd. maar Gyrom BME de principaal was in zijn ‘Filippijnse overeenkomst’. Ook de klacht vermeldt immers – hoewel daartoe wel ruimte wordt gelaten en er voorgedrukte aanduidingen staan, zie hierboven – geen adres bij de principaal, dus ook niet het (onderscheidend) adres van Gyrom BME op de Britse Maagdeneilanden. 4.10.
- Het in de hoofdzaak subsidiair gestelde onrechtmatig handelen door zich te verschuilen achter diverse vennootschappen kan gegeven de voorshands gebleken feitenconstellatie - als hierboven geschetst - niet summierlijk als ondeugdelijk worden beoordeeld. Ook hier zal in de bodemprocedure duidelijkheid moeten worden verkregen. 4.
- Gezien hetgeen hierboven is overwogen is geen sprake van misbruik van recht, doordat [geintimeerden] c.s. conservatoir beslag hebben doen leggen en een bodemprocedure tegen Gyron Crew Inc. c.s. zijn gestart. Dat sprake is van namens [geintimeerden] c.s. ‘gecreëerde vorderingen’ is niet gebleken. Voor het horen van getuigen – waarbij overigens de in de memorie van grieven onderdeel 31 met naam genoemde beoogde getuigen [A.] en [geintimeerde sub 1.] tijdens het pleidooi aanwezig zijn geweest en aan het woord zijn geweest – is in kort geding geen ruimte. Derhalve faalt grief
- 4.
- Nu alle grieven falen zal de uitspraak waarvan beroep worden bekrachtigd, behoudens voor zover het beslag namens [geintimeerde sub 1.] is gelegd. Voor het deel van de begrote bedrag als aan hem toe te rekenen, zijnde afgerond € 21.000,= zal het beslag worden opgeheven en dient het vonnis waarvan beroep te worden vernietigd. Voor het restant begrote bedrag ad € 79.000,= zal het beslag gehandhaafd blijven. 4.
- Gyron Crew Inc. c.s. zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van [geintimeerden] c.s.
- De uitspraak Het hof: vernietigt het vonnis waarvan beroep uitsluitend voor zover het de namens [geintimeerde sub 1.] gelegde beslagen betreft; en in dat verband opnieuw rechtdoende: heft de gelegde beslagen op voor zover het betreft de vordering van [geintimeerde sub 1.] , als begroot op € 21.000,= ; bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor het overige; veroordeelt Gyron Crew Inc. c.s. in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geintimeerden] c.s. begroot op € 284,= aan verschotten en € 4.893,- aan salaris. Dit arrest is gewezen door mrs. E.A.G.M. Waaijers, R.R.M. de Moor en M.W.C. de Jonge en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 april 2012.